donderdag 18 maart 2010

OD(D)

Dit is een bericht uit Het Toekomstig Leven van 1901, dat het weer overgenomen heeft uit een duits tijdschrift.
In dit aan merkwaardigheden zo rijke tijdschrift breekt dit stukje een record.

Voor wie niet op de hoogte is met spiritistische theorieën: tijdens séances werd niet alleen gebruik gemaakt van de energie van een medium maar was ook de energie van de aanwezigen van groot belang om het medium te ondersteunen en uitputting te voorkomen. Door elkaar een hand te geven en de kring niet te verbreken werd die energiestroom opgewekt en in stand gehouden.
Maar blijkbaar was dat niet altijd genoeg.....zoals blijkt uit het verhaal hieronder.
Het enige commentaar dat hier past : “This is REALLY Odd!”

In het ‘Zeitschrift für Spiritismus’ van 13 Jan. 1900 komt een artikel voor, getiteld “Hansel und Gretel, und die alte Hexe”. Daarin wordt, behalve de okkulte beteekenis van het sprookje, de vraag besproken vanwaar men het Od zal verkrijgen, benoodigd voor manifestatiën, als de mediamistische kracht van het medium niet voldoende is.
Men heeft aan planten-od gedacht, aan od-machines.

Aan de omstandigheid echter, dat de kinderwereld overbodig od in ruime mate bezit, is slechts weinig gedacht.
Zonder het kind te benadeelen zou het veel od aan de geestenwereld kunnen afstaan, dat toch van zijn kant nutteloos – niet tot versterking van het kind, maar veeleer tot zijn schade – verspild zou worden.
Vandaar ook het oude bijgeloof, dat men gewichtige zaken enkel in bijzijn van kinderen moet ondernemen, loten in tegenwoordigheid van een kind koopen, voor booze geesten, onweer, enz. bescherming bij kinderen zoeken.
Hoe echter het od bij kinderen te exterioriseeren zij, is eene andere vraag; de magnetiseurs en vertegenwoordigers der psychische kracht hebben hier allereerst het woord. Men zal er tegen aanvoeren, dat het kind het od tot eigen welzijn en voor zijn groei behoeft.
Doch daarop wordt geantwoord, dat het kind daarvoor geen od hoeft te exterioriseeren, dat het veeleer zijn overtollige levenskracht voor een paar goede woorden, graag te allen tijd door “handjes geven”, “kusjes geven” aan zijn omgeving , vooral aan zijn ouders afstaat.
De ouders weten, zegt de schrijver, zeer goed waarom zij hunne kleintjes zoo liefhebben. Overigens kan een ieder, die maar eenigermate sensitief is, zich daarvan overtuigen. Kinderen toonen zich – als ze gezond en vrolijk bij hun spel zijn, dikwijls de deugdelijkste magnetiseurs.
Het overgelukkige, altijd vriendelijke kind, dat om nietigheden zoo luid en onstuimig lachen kan en in de handen klapt, dat het zich uit overmoed inderdaad slap lacht – deze zorgelooze onschuld, als die geen levenskracht over had; wie moet ze dan hebben?
Kleine meisjes zijn buitengewoon od-rijk, nog meer dan kleine jongens. De proefnemingen zouden volkomen bevestigen, welk een geweldige kracht gunstig voor transcendentale mededeelingen door kinderen wordt uitgeoefend, zonder dat het hen eenigszins vermoeit. De betrekkelijk beste mediums daarvoor waren kinderen. Maar zullen dan onze spiritisten kleine, gezonde meisjes voor séances gaan gebruiken? Waarom niet, zegt de schrijver, als toch, gelijk bekend is, bejaarde vrouwen gaarne met jonge kinderen omgaan.
De liefde van grootmoeders jegens hunne kleinkinderen en vreemde kinderen berust op dezelfde werking.

Geen opmerkingen: