woensdag 10 maart 2010

DE VEER VAN GABRIËL

Sommige mensen maken er hun levenswerk van om geruchten achterna te gaan.
Nee, ik heb het niet over paparazzi, maar over mensen die ergens een zinnetje of een voetnoot tegenkomen over iets wat ooit heeft bestaan, en vervolgens dagen, maanden, jaren van hun leven dat wonderlijke voorwerp of die merkwaardige persoon op de hielen zitten.

Zoiemand is Karl Shuker, (crypto)zoöloog en speurder naar het ongewone.
In Fortean Times van februari 2009 vertelt hij dat een voetnoot in een Dictionary of Birds uit 1896 melding maakt van het bestaan van een 'veer uit de vleugel van de engel Gabriël' , die door iemand in 1787 gezien zou zijn in 'El Escorial' , het paleiscomplex van Madrid.

Om preciezer te zijn: in het daar gevestigde klooster van San Lorenzo.

Een speurtocht naar meer informatie over wat er dan precies gezien was, meer dan twee eeuwen geleden, leidde Shuker langs bibliotheken en archieven.

Zo kwam Shuker na veel speurwerk en wat geluk terecht bij een reisdagboek waarin de schrijver William T. Beckford het aanschouwen van de veer in 1787 heeft vastgelegd.
Hij schrijft:
"De Prior was terughoudend en wantrouwend over de ernst van mijn wens om de veer te mogen zien, en zei dat het niet de gewoonte was het buitengewone relikwie te tonen, behalve bij heel speciale gelegenheden."
Een bevriende monnik, Roxas, kwam Beckfort te hulp: "de gelegenheid is speciaal genoeg" , vond hij, "en ik verzoek u dan ook dringend om ons deze gave van de Hemel te tonen, die ik zelf ook graag zou zien en aanbidden"
De Prior ging hen voor naar een kamer met een enorme kast, waaruit hij een eveneens enorme lade trok. Daar lag, op een matras van zijde, het meest glorieuze specimen van een veer dat ooit in aardse regionen is gezien: een veer van de Aartsengel Gabriël. Hij was een meter lang, en zachtrose, van een tint zachter dan die van de mooiste roos. Ik verlangde te vragen wanneer en bij welke gelegenheid deze schat die z'n weerga niet kende op de aarde was gevallen, uit de lucht, of misschien destijds in Nazareth, maar ik onderdrukte alle vragen over waar, waarom en hoe in de tastbare aanwezigheid van engelenschoonheid.
We knielden neer in stilte....en toen we weer opstonden sloot de prior de zoetgeurende lade weer, en verlieten we de kamer. "

Karl Shuker, als bioloog geintrigeerd door het verhaal en benieuwd of de Veer van Gabriël nog altijd in het klooster van El Escorial werd bewaard, schreef in 1998 een brief waarin hij verzocht om informatie en eventueel een foto van de reliek.
Het antwoord van de Bewaarder van Historische Schatten van het klooster was duidelijk: zo'n veer is er nooit geweest, en evenmin iets anders wat voor een ornitholoog (vogeldeskundige) van belang kan zijn.

Van het een komt het ander. Shuker ontving een email van een Spaanse, die meldde dat er zo'n engelenveer werd bewaard in een klooster in Navarra. Bij navraag liep dat spoor eveneens dood.
In 2008 ontdekte Shuker dat er volgens de overlevering een zou rusten in de Basilica di Santa Croce in Florence.
Maar op de vraag naar informatie werd door de bestuurders van de Basiliek niet geantwoord.
Ook zijn er geruchten over engelenveren in een klooster op Mount Athos in Griekenland, die afkomstig zouden zijn van de Annuciatie, toen Gabriël de maagd Maria voorbereidde op haar onbevlekte ontvangenis.
Mooie verhalen.
Maar hoe zit het nu met die veren?

We mogen aannemen dat ze niet werkelijk (ach, was dat toch waar) van Gabriël afkomstig waren.
Maar waarvan dan?
Shuker overweegt verschillende mogelijkheden: bijvoorbeeld een composiet van verschillende veren.
In vroeger eeuwen was het gebruikelijk om wonderen te scheppen, bijvoorbeeld een 'zeemeermin', door delen van een aap en een vis samen te prepareren en er één geheel van te maken.
Dat zou met verschillende veren van eenzelfde vogel gedaan kunnen zijn om een reusachtige veer te scheppen.
Waarschijnlijker is dat het hier om veren ging van paradijsvogels, met name een in Nieuw Guinea voorkomende soort, al in 1522 ontdekt door een expeditie van Magelaen en mee naar Europa gebracht.
Een derde goede mogelijkheid is een geverfde veer van een struisvogel, die ook zeker de kwaliteit van een engelenveer bezit. Hoe die er dan ook uit mogen zien.
Shuker eindigt zijn verhaal met de overpeinzing dat het mooi is te bedenken dat er ooit relikwieën waren van engelachtige reputatie, en dat de wereld door het verlies van zulke hemelse voorwerpen een beetje treuriger is geworden.

Geen opmerkingen: