zondag 22 mei 2011

MEDIUMS en MEDIUMS

Vandaag kreeg ik een verslag van een vriendin uit Duitsland, die voor het eerst van haar leven naar een medium was geweest. In Duitsland zijn die dingen niet zo dik gezaaid als bij ons, en ze had er dan ook een eind voor moeten reizen.
Het medium, Paul Meek, schrijver van drie boeken, had het goed aangepakt. Hij vulde een paar uur met gezelligheid en het beantwoorden van vragen die iedereen ook van internet kan halen, gaf daarna twee uur pauze, en tenslotte nog eens een 'demonstratie' van 1½ uur, waarbij hij 10 mensen van een 'boodschap' voorzag, in de trant van 'Er staat een oudere meneer achter u, en u moet de groeten hebben' .

Zo bont maken we het bij Harmonia maar zelden mee.
Mijn vriendin dacht terecht dat de twee hits die hij in de hele avond presteerde mogelijk van handlangers waren gekomen. 
Deze Paul Meek vroeg €30, en aangezien de zaal zo'n 300 mensen bevatte was zijn winst niet onaanzienlijk. Mediumschap loont.
Mediumschap? 

Nog afgezien van het droeve effect van zulke 'mediums' op de geloofwaardigheid van écht begaafden, en het feit dat ze koren op de molen van sceptici zijn, kun je je afvragen wat mediumschap nou eigenlijk is.

Tegenwoordig zijn er erg veel mensen die hopen eenmaal voor een zaal te staan. Ze volgen cursussen en verkennen hun talenten. En als ze die niet hebben krijgen ze van anderen te horen dat ze die kunnen ontwikkelen, en dat 'iedereen een latent medium is'. New Age clubs zijn er goed in om valse verwachtingen te wekken.
Wat die optimisten bedoelen is dat ieder mens paranormale gevoeligheden heeft, want die horen gewoon bij ons biologisch gestel. En met een beetje aandacht en wat oefeningen kunnen we die wat naar de oppervlakte halen.
Maar daarmee zijn we nog geen medium, en geen paragnost, en zullen de meesten van ons dat ook nooit worden.
Mediumschap is nou eenmaal geen trucje dat je aan kunt leren, zomin als je concertpianist kunt worden zonder aangeboren muzikaal en instrumentaal talent. 

Onlangs las ik het boek van Eric Hatton, 'Taking Up the Challenge'. Eric Hatton is de voormalig president van de SNU (Spiritist's National Union) in Engeland, en dit jaar zag zijn autobiografie het licht. Als iemand weet wat een medium is dan is het Eric Hatton, want in zijn lange leven zag hij ze in alle kleuren en maten voorbijkomen.
Hij schrijft er dit over:
"Het spijt me te moeten constateren dat sommigen van onze leraren (op Stansted Hall, opleidingscentrum voor mediums) volhouden dat mediumschap geen specifieke gave is maar door bijna iedereen geleerd kan worden. Die gedachte onderschrijf ik niet, want mijn lange ervaring laat zien dat mediumschap - in tegenstelling tot 'psychisme' een privilége is, een gave die zorgvuldig gekoesterd en ontwikkeld moet worden door hen die hem hebben ontvangen."  

Juist ja. En wie hem hebben ontvangen merken dat doorgaans al op heel jonge leeftijd, en niet pas als ze lid worden van een vereniging als Harmonia, of een fancy New Age cursus gaan volgen. 

Ik denk dat we in deze tijd ernstig neigen naar nivellering. Ongeveer zoals tegenwoordig iedereen, ook al heb je hem van je leven nooit gezien, je 'vriend' wordt genoemd. Hoewel ieder mens bepaalde talenten heeft, zijn talenten, op welk gebied dan ook, geen algemeen goed. Als dat zo was waren we allemaal gelijk, en dat zijn we niet.
Voor helderziendheid en mediumschap geldt hetzelfde als voor muzikaliteit, beeldend talent of schrijverschap: enkelen hebben een aangeboren gave, maar de meesten niet. Misschien moeten we niet altijd willen wat een ander zegt dat we kunnen, maar kunnen we ons beter richten op datgene wat onze eigen gave is, en ontwikkelen wat ons van nature is gegeven.
Frauduleuze, slechte en middelmatige mediums zijn er al meer dan genoeg.

zaterdag 21 mei 2011

CRIMINEEL

Men wordt doodgegooid met bekende Nederlanders en iedereen die z'n kop op TV laat zien schijnt zich te mogen verheugen in 'helden' status. Dat is al gek genoeg maar in zekere zin onschuldig, hoewel elke misplaatste heldenverering gevaar met zich meebrengt.
Zo zat ik me ooit in de trein te verbazen over een stel meiden dat in verheerlijkte aanbidding een goor type aanhoorde, die met een sjekkie bungelend tegen z'n onschoren kin, in een - toen nog - niet roken coupé een misselijkmakend verhaal zat op te hangen over z'n kerfstok.
Waar of niet waar, het feit dat een stel grieten een 'held' had gevonden met een IQ van 60 en een moreel besef van -60 maakte me treurig, en vrees voor de toekomst maakte zich knellend van me meester. Want kinderen kan iedereen krijgen, maar ze opvoeden, dat is andere koek. 
Zo nu en dan horen we wel eens wat over vrouwen die verliefd worden op criminelen, meestal psychopatische moordenaars, mensen zonder geweten. Vrouwen zonder verstand schrijven smachtende brieven en komen op bezoek en soms wordt er getrouwd en een kind verwekt.
Waar die wonderlijke knik in het emotionele leven van zulke vrouwen zit zou ik niet weten, maar het is een ernstige verstuiking die zelden uit zichzelf geneest.  
Voor mijn gevoel heeft het iets te maken met zieligheid. Een crimineel is bewonderenswaardig zolang hij op vrije voeten anderen naar het leven staat, moedig als hij voor de politie op de vlucht is en zielig als hij is opgesloten.
In die toestand heeft hij recht op ons medelijden en ons begrip, en een bepaald soort vrouwen wil dat maar al te graag geven.
Hoewel ik zelf graag naar goeie detectives kijk en verslaafd ben aan die van de BBC, gaat dit mijn pet te boven.
Mensen (of dieren!) vermoorden heeft niets heroïsch, en de types die geen waarde toekennen aan Leven kan ik aanbevelen voor hemelse gerechtigheid. 
Maar als we mochten denken dat we te maken hebben met een nieuw verschijnsel, dan ga ik u nu even uit de droom helpen.
Tussen 1666 en 1670 vergiftigde de Marquise de Brinvilliers samen met haar lover respectivelijk haar vader en haar twee broers, om zich meester te kunnen maken van de familiebezittingen. Tussendoor had ze waarschijnlijk bij wijze van oefening nog wat mensen in een hospitaal aan hun eind geholpen.
Na 6 jaar voortvluchtigheid werd ze gepakt, veroordeeld en in 1676 ter dood gebracht. Maar op de dag van haar executie was de menigte zo onder de indruk van haar blauwe ogen en gratie dat men heftig protesteerde tegen het vonnis. De bewondering nam toe en tegen de avond was ze een heilige.
Na te zijn onthoofd en verbrand, maakte het publiek zich ijlings meester van de as, en sommigen ademden die met graagte in.
Enkelen voelden zich zo gesterkt dat ze het moorden zelf gingen beoefenen. 
In Engeland was in de 17de, 18de en 19de eeuw de jacht op relieken afkomstig van criminelen een veelbeoefend tijdverdrijf. Grote sommen werden betaald voor stukken touw waarmee iemand was gehangen, en elk onderdeel van iemands kleding, lichaam of bezittingen was een hebbedingetje waar beulen en grafdelvers een leuke bijverdienste aan hadden.
De moord in 1828 in Suffolk, Engeland  op Maria Marten door haar geliefde William Corder ging de geschiedenis in als de 'Red Barn Murder' . Deze toch niet zo heel ongewone moord bracht hele bevolkingsgroepen op de been. Men stroomde toe vanuit Wales en Schotland en zelf waren er die vanuit Ierland de schuur wilden bezoeken waar de vrouw was vermoord. Niet uit piëtistische overwegingen, maar om zich meester te maken van een stuk schuurdeur, een dakpan, een lap stof van Maria's jurk of een lok van haar haar, waar goed geld voor betaald werd. 
Dat de emoties zelfs van direct betrokkenen makkelijk in hun tegendeel kunnen verkeren weten we uit de geschiedenis van Gilles de Rais (1404-1444), martelaar en moordenaar van een onbekend aantal kinderen die hij naar zijn kasteel lokte om ze op gruwelijke wijze te vermoorden.
Gilles werd ter dood veroordeeld, maar vanwege zijn op-de-nipper boetekleed weenden en smeekten de moeders van de vermoorde kinderen om de man zijn zonden niet aan te rekenen. 
Het mocht niet baten.
Zijn dochter Marie richtte 6 jaar later een monument op op de plaats van zijn executie, wat een bedevaartsoord werd voor zwangere vrouwen.

Ik bedoel maar.

zondag 17 april 2011

RAISING THE DEAD

Mijn verstand staat stil. Tijdens het lezen van het boek 'Raising the Dead' van de Amerikaanse cardioloog Chauncey W.Crandall zullen meer mensen zo'n tijdelijke stilstand ondergaan.
Ik ben Spiritualist.
Niet zo'n hele goeie, want twijfel is deel van mijn pakket.
Niettemin: ik geloof in leven na de dood op een manier die cardioloog Crandall als influisteringen van de duvel zou duiden.
Crandall is namelijk een 'Born Again' Christen.
En met Christenen van dat speciale merk valt niet te discussiëren. Desondanks zeg ik tegen iedereen die voer zoekt voor geloof en voor twijfel: lees 'Raising the Dead'.

De vraag "What's going on?" bespringt ieder normaal denkend mens van iedere bladzijde van dit merkwaardige boek, zo rijkelijk gelardeerd met wonderen. Ik geloof niet in Jezus zoals Crandall dat doet, maar ik geloof in Crandall, en in de waarheid van zijn wonderen. Hij mag een fanaat zijn, maar hij is geen leugenaar. In zijn wereld weet hij wonderen te bewerken.
Of die wonderen van God komen laten we in het midden.

Neem nu het geval van de op internet te horen en te lezen Jeff Markin, een 50 jarige man die in het ziekenhuis een hartstilstand krijgt, en ondanks alle noodmaatregelen, shocks, injecties, toedienen van God weet wat overlijdt hij. Crandall is in een ander deel van het ziekenhuis bezig en kan niet weg. Als hij uiteindelijk verschijnt is de man overduidelijk dood, z'n vingers en tenen zijn al blauw aan het worden. De life support wordt verwijderd en Markin wordt klaargemaakt voor het mortuarium. Crandall maakt zijn rapport op, maar als hij de ruimte wil verlaten krijgt hij een oproep van God om te bidden voor Markin. Hij negeert het 'bevel' , maar zo makkelijk komt hij er niet vanaf. God dringt aan. Hij bidt, met enige schaamte, want dit speelt aan het begin van Crandalls carriére move waarin hij moderne medicijnen met gebed combineert. Maar bidden voor een dode, nou ja. Hij kent de man niet eens. Die is intussen 40 minuten dood.
God spreekt opnieuw, en beveelt Crandall om de dode Markin opnieuw een schok te geven.
Nou ja. Te belachelijk voor woorden.
Maar Crandall krijgt een ER technicus zo gek om het te doen, om Crandall te plezieren, niet om de dode tot leven te wekken. Boem. Het ECG komt tot leven. En daarmee Markin. Perfecte hartslag. Crandall is verbijsterd, en het personeel nog meer. De dienstdoende verpleegkundige gilt van ontzetting, en denkt dat er door de biddende dokter zojuist een Frankenstein is gecreërd. Nu is het afwachten. De verpleging speculeert dat de man als plant z'n bestaan zal uitzitten: de bekende voorspelling die erom vraagt gelogenstraft te worden.

Dat gebeurt.
Na zijn vrije weekend verwacht Crandall patiënt Markin bewusteloos aan te treffen, maar de man zit rechtop in bed, volkomen aanspreekbaar en normaal. Hij heeft van alles meegemaakt en geeft aan dat hij 'teleurgesteld' is. We begrijpen al waar het heen gaat: hij heeft wel een ervaring gehad maar geen goeie. In dit geval kunnen we niet eens meer spreken van een Bijna Dood Ervaring, want de man was onweerlegbaar helemaal dood.
En in die dode toestand was hij opgesloten in een kist en z'n familie was in geen velden of wegen te bekennen. Nee, hij werd zelfs op de stort gegooid.
Vanuit de bijbel kan Crandall dat beeld verklaren. Hij hoort dat Markin een ongelovige is die zijn gezin in de steek heeft gelaten toen zijn vrouw 'Jezus vond' . Hij hield het voor gezien, zoveel Jezus was aan hem niet besteed. Maar nu lag het anders. Onder Crandalls bezielende leiding bekeert Markin zich tot de Heer. Het komt, als in een sprookje, goed met hem en zijn vrouw en kinderen, die natuurlijk altijd voor pa zijn blijven bidden. God kan niet meer stuk.
Sindsdien is het verhaal van Jeff Markin de wereld overgegaan, als bewijs van Gods onmiddellijk ingrijpen, als wij maar bidden, en medische handgrepen op het juiste moment verrichten. Een conferentie van Christelijk dokters wordt geslagen met de Geest, en iedereen begint God te prijzen.
Prachtig. Wat kun je ertegen hebben?
Wat ik er vooral tegen heb is de exclusiviteit. Crandall realiseert zich niet, of schuift het in het compartiment van de Boze, dat in andere geloven zulke verschijnselen ook gebeuren. Dat God zich niet alleen via Christus manifesteert, maar ook via andere wereldleraren. Dat het om één Waarheid gaat, die gebaat is bij verscheidenheid. Want als je gelooft dat God ingrijpt in mensenlevens, dan zul je ook moeten geloven dat hij dat op veel manieren doet, en dat jouw prachtige geloof toevallig het jouwe is omdat je in een bepaald nest bent geboren, en niet in een ander, even waardevol nest, aan de andere kant van de wereld.

Evengoed: fascinerend. Het gebeurt toch maar. Wat ik me wel afvraag bij Crandall: hoe reageert hij op Bijna Dood Ervaringen die hij als cardioloog tegenkomt?
Vooral als ze niet sporen met zijn beperkte beeld van de hemel?
Wat dan?

maandag 4 april 2011

DANCING DOLL

Veel mensen ervaren dat een OUIJA bord dingen doet die niet binnen de fysieke mogelijkheden van een stuk hout of plastic liggen. Anderen hebben tafels zien hupsen, ook al iets wat ik niet hoop mee te maken als ik achter m'n keyboard zit. Dus waarom zouden andere levenloze dingen ook niet in beweging komen? Poppen bijvoorbeeld? In FATE van 1996 staat een artikel van parapsycholoog Loyd Auerbach, waarin hij vertelt over een ervaring die hem ter ore kwam. Een zekere Les Hall uit Montana claimde dat hij in staat was om papieren poppen te laten dansen, uit zichzelf en op eigen houtje. Daarbij had hij muziek nodig, want dansen zonder muziek is zelfs voor poppen een lastige kwestie. De demonstratie vond plaats in een huiskamer van de broers die contact hadden opgenomen met Auerbach. Les had een doos bij zich waaruit een kartonnen pop tevoorschijn kwam, die aan beide zijden geverfd was, en er verder uitzag zoals eenvoudige trekpoppen eruitzien: met splitpennen waar bij mensen gewrichten zitten. De pop was een cm of 30 groot. Les zette hem midden op de tafel en hield hem vast terwijl de muziek werd aangezet. Even later begon de pop te dansen. Les verwijderde zich een paar meter van de tafel. De fragile kartonconstructie bleef dansen, maar viel in elkaar toen de muziek afgelopen was. Les bezat meerdere poppen die hij zelf in elkaar zette. Sommige poppen waren meer dan een meter groot. Hoe groter de pop, hoe verder Les er vanaf kon gaan zitten. Dat alles speelde jaren geleden, maar Auerbach kreeg van meerdere mensen verhalen over deze Les Hall, met eendere herinneringsverhalen. Een van hen herinnerde zich dat een pop bleef dansen ook toen Les de kamer had verlaten. Het enige wat er nodig was, was een harde ondergrond. Op een tapijt of tafelkleed wilde het niet lukken. Muziek was ook absoluut een voorwaarde. Auerbach evalueert de mogelijkheden voor een verklaring. Niemand dan de getuigen is erbij geweest, en Less Hall is allang dood. Was het trucage? Had Les ergens iemand die de draadjes onzichtbaar bediende? Niet waarschijnlijk; hij was alleen, en kon zo'n mechaniek niet tevoren ongezien aanbrengen. Mechanische poppen? De getuigen hadden daar nooit iets van gezien of gehoord. Telekinese? Mogelijk, maar onbewijsbaar. Het verhaal doet mij denken aan dat stukje uit Het Toekomstig Leven wat ik in februari 2010 op m'n blog zette: de dansende zakdoek. De omstandigheden waren ongeveer gelijk. Uit de literatuur van de parapsychologie weten we dat voorwerpen 'bezield' kunnen raken en zich merkwaardig kunnen gaan gedragen. Waarom dan geen zakdoek? Of, zoals in dit geval, een pop? Hou je eigendommen in de gaten, ze kunnen verrassend uit hun rol vallen.

AGHORI

Het Hindoeïsme kent vele variaties, zoals iedere godsdienst. Zoveel goden en gebruiken en zoveel mystiek, dat kan niet anders dan leiden tot extreme praktijken die wij als Westerlingen moeilijk kunnen begrijpen. Zo zijn er de Aghori, leden van een sekte die tamelijk extreem is en al haat kaarten op de god Shiva zet.
Voor de Aghori is Shiva verantwoordelijk voor alles in het universum, en is iedere steen, dier, boom of gedachte een uitdrukking van Shiva, en dus perfect. Die perfectie ontkennen betekent de heiligheid van het leven ondermijnen, en de goden schaden.

De Aghori ontstonden in de 14de eeuw. Veel Hindoes veroordelen de sekte vanwege hun extreme praktijken die elders taboe zijn. Aghori leren dat ieder kind geboren wordt zonder onderscheid te maken tussen goed en kwaad, leven een dood, schoon en vuil, donker en licht. Pas gaandeweg, door opvoeding en ervaring, leert het kind te kiezen voor de meest gebruikelijke opvattingen. Omdat de Aghori alles accepteren als een volmaakte uitdrukkingwijze van Shiva, maken zij dat onderscheid niet. Daarin overschrijden ze grenzen die de meeste mensen maagpijn bezorgen. Dode lichamen zijn geen taboe voor hen, en kannibalisme komt voor. Vaak leven Aghori op crematieplaatsen waar ze dicht bij de dood zijn. Het verkennen van de grenzen van geest en materie is voor velen een doel op zich. Voor de Aghori is energie en stof één en hetzelfde, niet alleen als filosofisch of natuurkundig concept, maar in de praktijk van hun leven.

Swami Rama, een Yogi die een boek - Tussen wijzen en dwazen - schreef over zijn eigen leven en zijn ontmoetingen met andere yogi's, vertelt van zijn ontmoeting met een aghori. Hij heeft op zijn tochten van de man gehoord en wil hem opzoeken, maar de aghori staat slecht bekend en het valt niet mee een gids te vinden die de weg weet. Uiteindelijk is een pandit - een plaatselijke geletterde man - bereid hem te begeleiden, maar hij waarschuwt Rama voor de vuiligheid van de aghori en voor zijn onbehouwen gedrag. Vlak voor zonsondergang vinden de twee mannen de aghori zittend tussen zijn grot en de Ganges.

Hij is 75 jaar is en bijna twee meter lang; een indrukwekkende figuur met een lange baard, gekleed in alleen een jute lendendoek. De pandit wil meteen vertrekken, maar hij wordt er opuit gestuurd om water uit de Ganges te halen. Als hij terugkomt met het water krijgt hij een hakmes in z'n handen geduwd: "Er drijft een lijk in de rivier. Haal het aan land, en brengen me een paar pond van het dijbeen en kuitspierenvlees."

De pandit reageert bang en geschrokken, maar de aghori dreigt hem dat als hij niet doet wat hem wordt opgedragen, hij zelf door de aghori in mootjes gehakt zal worden. Hij gaat op weg, en keert terug met het vlees. Bij het snijden heeft hij in de zenuwen zijn eigen vingers opgehaald en die bloeden hevig. De Aghori raakt ze terloops aan, en de wonden dichten zich, zonder een litteken achter te laten. De pandit doet het vlees in een pot, en dan belijden Rama en de pandit dat ze vegetariërs zijn en niet van het vlees zullen eten. "Wat dachten jullie", zegt de aghori, "dat ik wel vlees eet?" Na tien minuten moet de pandit de pot met vlees gaan halen. "Ik denk niet dat ik het overleef", fluistert de pandit. "Ik kan beter zelfmoord plegen". De agori, die intussen drie kommen heeft gehaald, zegt de pandit het eten te serveren. Als de deksel van de pot gaat blijkt er het heerlijkste eten in te zitten, een mengsel dat rasguli heet, gemaakt van kaas en suiker, en het lievelingsgerecht van veel Indiërs. Puur vegetarisch, geen vlees te bekennen. En de smaak - als de beste Raguli die ze ooit hebben geproefd. De resten krijgt de pandit mee om onder de dorpelingen te verdelen. Rama blijft bij de aghori omdat hij meer wil weten over diens vermogen materie te veranderen. Die legt hem uit dat een lijk niets meer is dan stof, en dus gegeten kan worden als ieder ander vlees. Hij beschrijft zichzelf als een wetenschapper die de wetten beproeft van materie en energie, en de onderliggende principes wil ontdekken. Door zelf de 'vorm' van dingen te veranderen maakt hij slechts gebruik van de wetten van Moeder natuur.

Al dertien jaar leeft de aghori in zijn grot, en zijn reputatie voorkomt dat mensen hem opzoeken. Voor zijn levensonderhoud heeft hij niemand nodig, de stenen transformeert hij in voedsel. Rama schrijft: "De volgende morgen voerde hij een hele reeks van dergelijk transformaties voor me uit. Hij zei me het zand aan te raken, en het veranderde door zijn toedoen in amandelen en cashewnoten.

Ik had eerder van deze wetenschap gehoord en kende haar grondbeginselen, maar ik had de verhalen erover nauwelijks geloofd." De aghori zegt: "De wet die over materie en energie gaat is steeds dezelfde. Het universele principe onder alle verschijnselen is nog altijd onbekend bij moderne wetenschappers, maar het is beschreven in de Vedanta en wetenschappers uit de oudheid wisten ervan." De aghori, schrijft Rama, leefde nog 21 jaar in zijn grot zonder een mens te zien. Wie zal zeggen welke geheimen hij in die jaren ontdekte.

AANGEVLOGEN



Hoewel er in alle godsdiensten zo nu en dan vreemde en onverklaarbare dingen gebeuren, spant de Rooms Katholieke kerk vermoedelijk de kroon. Daar zijn de mirakelen niet van de lucht, en als je denkt dat je alles wel een keer gelezen hebt, blijkt het altijd nóg gekker te kunnen. Maar dat is nou net zo leuk van dat geloof; heiligheid en feilbare menselijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

In FATE van mei 2002 vond ik een lang artikel over een minder bekend verschijnsel: zichzelf apporterende schilderijen van Maria. Het kleine stadje van Cava dei Tirreni hangt aan een stijle berghelling bij Italië's Amalfi kust. Hoog op de berg bevindt zich de kerk van Santissima Trinita, en in die kerk hangt een schilderij uit een andere wereld. De historie van het kunstwerk begint in de 11 de eeuw, als plaatselijke schaapherders het schilderij van een vrouw hangend aan de takken van een iep vinden. Denkend dat het vast een portret van Maria moest zijn, namen ze het mee naar de dichtsbijzijnde abdij. Maarblijkbaar zag het doek het niet zitten, en het verdween weer, om opnieuw aangetroffen te worden in de iep. Lokale prelaten beslisten dat de wensen van Maria gehonoreerd dienden te worden, dus bouwden ze een kleine tempel, die in 1400 door Franciscus van Paola werd vervangen door de huidige schrijn.

Zo'n 30 kilometer verderop, in Carpignano, werd in de 12de eeuw een ander schilderstuk van Maria door herders gevonden op een heuvel. De Madonna van Carpignano ◄ verwierf naam en faam, en er werd een kerk gebouwd op de plek waar ze was gevonden. Oorlogen en aardbevingen brachten schade aan de omgeving en de kerk, maar het schilderij bleef ongeschonden. Na de Middeleeuwen hielden de miraculeuze verschijningen in Italië van Madonna-schilderijen op, maar niet de wonderen.

Zo heeft bijvoorbeeld de Madonna dell'Arco, in een kerk in de omgeving van Napels al 400 jaar wonderen voortgebracht.

Het eerste wonder was wel een heel vreemde geschiedenis. In 1589 wilde een vrouw uit een naburig dorp Maria een kadootje brengen: een big. Het beest zag dat niet zo zitten, en worstelde zich uit de armen van de aanbiddende vrouw. Die had een kort lontje, greep Maria van de wand en koelde haar woede op het schilderij. Maria nam wraak. Precies een jaar later, in 1590, vielen de voeten van de vrouw van haar benen. Hoe we ons dat moeten voorstellen weet ik ook niet, maar de voeten hangen nu in gemummificeerde toestand in de winkel van de kerk. Het katholieke geloof is vol verrassingen, en lugubere details hebben de verering van heiligen nooit in het minst in de weg gezeten. De wraak van Maria leverde haar een plaats op van kostbaar marmer en hout op het altaar.

Het wonder wordt nog steeds gevierd met een processie op tweede paasdag. Kan ik me iets bij voorstellen; zo'n Maria kun je maar beter te vriend houden. Intussen deed ze ook een hoop mooie wonderen, waarvan de vele 'ex voti', dankbaarheidsbordjes en in zilver gesmede afbeeldingen van genezen lichaamsdelen getuigen.

Deze Maria heeft nog een ander ongewoon kenmerk: op veel foto's die er van haar genomen worden verschijnt ze met een zwarte baard. Miraculeuze verschijningen en verdwijningen bleven ook in later eeuwen opzien baren. Beelden schenen geapporteerd te worden, en soms verscheen Maria in eigen persoon om haar icoon aan een herder te geven. Want herders en het Christelijk geloof zijn sinds die ene winternacht in het jaar 0 onlosmakelijk met elkaar verbonden. In 1294 verscheen zelfs 'Maria's huis' op een heuvel in de stad Loreto, alwaar het heengevlogen was door Engelen vanuit Nazareth. In de Renaissance werd dat huis en het wonder vereerd door Galileo, en er werd een mooie kerk omheen gebouwd.

De oorsprong van het huis ligt waarschijnlijk bij de Tempelieren, en niet bij de engelen, maar wie zal het zeggen. Hoewel Maria ophield met afbeeldingen van zichzelf te materialiseren, ontstond er in de 18de en 19de eeuw een ander fenomeen dat voor spiritualisten dan weer interessant is: geesten lieten hun sporen na op perkament en kleding.

Aan de Tiber, richting Vaticaan ligt het Museum van het Vagevuur. Toen er in 1897 brand uitbrak in een kerk in de buurt, werd er een gezicht in de vlammen gezien. De brand werd geblust, maar het gezicht leek ingebrand in de muur van de Mariakapel.

De pastoor, padre Victor Janet zag hier wel een kans, en verkondigde dat dit een ziel was waarvoor gebeden moest worden en missen opgedragen. Vervolgens ging hij op zoek naar meer van zulke gevallen in Italië en elders, en hij vond ze, meer dan hij verwachtte.

En zo werd dit museumpje het onderkomen van textiel met verbrande vingers, boeken met een brandhand, en meer van zulke voorwerpen, vaak ontstaan na een verschijning aan een familielid, met de vraag om veel te bidden en nog meer missen op te dragen, om verlost te worden uit het vagevuur. O jee. De meest opmerkelijke geest was die van een Italiaanse priester die in het klooster van St. Leonardo in Montefalco verscheen om te verzoeken om missen, waarvoor hij zelfs betaalde Tussen augustus en november 1919 liet de beleefde ziel 30 bankbiljetten van 10 lire achter voor de dienstdoende priesters.

Niet verbrand.

zaterdag 26 maart 2011

DE KUNST VAN ANDREW CLEMENS

Sommige mensen weten hun kunstvorm tot hoogten te brengen die voor anderen de Mt Everest lijken.
Dat is des te bijzonderder als zoiemand zijn techniek zelf heeft bedacht en het niet heeft geleerd vanuit een traditie.
Zo'n begaafd kunstenaar was de Amerikaan Andrew Clemens (1857-1894)
Andrew werd geboren in Dubuque, Iowa, en bracht het grootste deel van zijn leven door in het nabijgelegen McGregor.
Op zijn 5de jaar werd hij doof ten gevolge van encephalitis, en zijn ouders stuurden hem naar een doveninstituut toen hij 13 was. Na enkele jaren verliet hij het instituut en begon hij te experimenteren met zandkunst.
Niet ver van McGregor bevindt zich een natuurgebied 'Pictured Rocks' waar een bijzonder palet aan zandsteenkleuren te vinden is, zelfs groene en blauwe zanden vond hij in de rotsen.
Clemens wist precies de goede plekken te vinden. Clemens' kunst is uitsluitend gemaakt met natuurlijk zand. Als hij thuiskwam met een nieuwe oogst werd alle zorgvuldig opgeborgen, kleur bij kleur. Andrew hield van dit stuk natuur, en steeds was hij op zoek naar nieuwe tinten om zijn kunst nog subtieler te kunnen maken.
Gaandeweg ontwikkelde hij zijn eigen techniek en hij maakte zijn eigen gereedschap. Lijm gebruikte hij nooit, in tegenstelling tot de professionele zandflessen makers in toeristische oorden. Hij bracht korrel voor korrel de zanden aan in ingewikkelde en subtiele patronen, en vulde dan de fles op met zand, zodat de patronen niet weg konden zakken.
Hoeveel uren zal hij geëxperimenteerd hebben voor hij tevreden was over het resultaat?

Vaak maakte Clemens zijn flessen in opdracht. Daar verdiende hij dan 50 ct of een paar dollar mee.
Tegenwoordig worden de flessen die er nog over zijn geveild voor duizenden dollars. Zijn bekendste werk is een fles met George Washington te paard.
Er werd een artikel aan hem gewijd in de North Iowa Times door een lyrische redacteur die als een van de weinigen inzag hoe uniek Clemens was als kunstenaar en uitvinder van een toen onbekende techniek.
Heel bewerkelijke flessen kostten Clemens soms een jaar om te maken.
Tijdens zijn leven kreeg Clemens bescheiden aandacht voor zijn werk, maar de waarde werd daardoor niet groter. Eenmaal exposeerde hij in een museum in Chicago, maar toen hij in 1893 een uitnodiging kreeg voor een groot evenement, weigerde hij, omdat hij zichzelf niet goed genoeg vond voor de eer. Misschien was het ook zijn doofheid die hem weerhield zich onder mensen te begeven.
In latere jaren deed Clemens niets anders meer dan werken aan zijn zandflessen, en het raam van zijn werkkamer was vaak verduisterd door nieuwsgierigen die van buiten keken hoe hij metaculeus zijn zandkorrels aanbracht...
Hoeveel flessen Andrew in zijn korte leven maakte is niet bekend, maar waarschijnlijk waren het er honderden. Slechts enkele tientallen hebben het overleefd.

Andrew Clemens, een unieke kunstenaar, stierf in 1894, waarschijnlijk aan tuberculose. In 1904 werd een fles van hem verkocht voor $ 10.500. Hij had het moeten weten.

CHICO XAVIER

Het Spiritisme in Brazilië is een wonder. Voortgekomen uit het Spiritualisme zoals dat in 1848 begon in Amerika en al snel Europa veroverde, is het vanaf de 50er jaren van de 19de eeuw zijn eigen weg gegaan. Vanuit Frankrijk belandde de leer van Allan Kardec (1804-1869), de man die het spiritualisme in kaart bracht en dat Spiritisme noemde, in Brazilië. Daar was het geestelijk klimaat zo gunstig dat de beweging miljoenen aanhangers kreeg.
Het geloof in geesten is de Braziliaan aangeboren, terwijl in onze cultuur het Spiritualisme zich een weg heeft moeten banen tegen nuchter ongeloof, kerkelijke weerstand en wetenschappelijke aversie in.
In dat warme klimaat kon het Spiritisme gedijen, en zich op een heel eigen manier ontwikkelen.
De leer van Allan Kardec heeft twee ideologische pijlers: Christendom en reïncarnatie, en in Brazilië werd daar nog een derde aan toegevoegd: liefdadigheid. In een land als Brazilië waar sociaal gezien nogal wat te verbeteren valt, een doel waarbij men niet gauw zonder werk zal zitten.
Door deze omstandigheid kon het gebeuren dat mediumschap in dienst kwam te staan van geneeskunst en het doorgeven van literatuur en schilderkunst in het belang van vele humanitaire projecten. Honderden gezondheidscentra worden gedreven door Spiritisten, en in die centra werken mediums en medici eendrachtig samen. Daarnaast zijn er grote projecten waar kinderen uit sloppenwijken een opvoeding krijgen en een toekomst. Die projecten worden vooral gefinancierd door de opbrengsten van mediamieke activiteiten.
Mediums staan niet zoals bij ons tegen betaling voor een zaal, maar verrichten gratis hun diensten.
De overtuiging dat gaven met een doel gegeven worden - dienst aan de medemens - maakt dat er hard gewerkt wordt voor 'Spirit' , en soms met wonderbaarlijke resultaten.

Een fenomeen onder de fenomenale Braziliaanse mediums was Francesco de Paula Candido Xavier, beter bekend als Chico Xavier, (1910-2002). Als het Spiritisme deed aan heiligverklaringen, dan zou Chico een goeie kans gemaakt hebben.
Zijn leven lang bracht hij het Christendom in praktijk door oprechte bescheidenheid en naastenliefde, waarbij hij zijn talenten onvoorwaardelijk ter beschikking stelde van de gemeenschap. En die talenten waren aanzienlijk.
Via automatisch schrift - in Brazilië 'psychografie' genoemd - schreef Xavier rond de 400 boeken, waarvan er enkelen in andere talen zijn vertaald. Een van de bekendste is 'Nosso Lar' - ons huis - een beschrijving van de wereld aan de andere kant vanuit het gezichtspunt van André Luiz, een arts die zijn belevenissen en filosofie doorgaf aan Xavier in dit en vele andere boeken. Xaviers spirituele gids was 'Emmanuel' , een man die verschillende incarnaties had doorgemaakt.

Nosso Lar is intussen ook verfilmd, en de muziek van de film is op CD te krijgen, prachtig.

Xavier, die zelf weinig opleiding had gehad, schreef in zijn vele boeken over onderwerpen die zijn eigen mogelijkheden te boven gingen. Dat is op zich niet uitzonderlijk; ook in het Spiritualisme kennen we verschillende mensen die de wereld versteld lieten staan door hun automatisch geschreven werk. De eerste en invloedrijkste was waarschijnlijk Andrew Jackson Davis (1826-1910), die geen enkele opleiding had maar boeken schreef over de meest ingewikkelde onderwerpen.
Wat Xavier een typische vertegenwoordiger maakt van het Braziliaanse Spiritisme, is zijn diep gevoelde liefde voor Jezus en het feit dat al het geld van zijn boeken naar liefdadige doeleinden ging. Zelf heeft hij er geen cent aanverdiend, en dat vond hij heel gewoon. Over zijn missie in dit leven liet hij geen twijfel bestaan.
In Brazilië was hij buitengewoon geliefd, en zijn dood in 2002 was een schok voor miljoenen mensen.
Zelf schreef hij dit:
"Als ik voor jou sterf, doe me dan een plezier: vergiet zoveel tranen als je wilt, maar wees niet boos op God dat hij mij weggenomen heeft. Als ik word geprezen, temper dan de overdrijving. Als ik word verguisd, verdedig me dan. Als je iets over me schrijven wilt, zeg dan alleen: "Hij was mijn vriend, hij geloofde in mij en hij wilde dat ik dichter bij God zou komen." Kijk af en toe omhoog. Je zult mij niet zien, maar ik zal zien dat je naar Hem opkijkt. Vriendschap is alleen van betekenis als het de Hemel dichterbij brengt.
Als ik vóór jou dood zal gaan, dan denk ik dat ik me in de Hemel niet ongemakkelijk zal voelen. Want je vriend zijn, dat is al een stukje van de hemel....."

donderdag 24 maart 2011

ARRIAGA, MOZARTS DUPLICAAT

Een van de grote vragen in het leven is waarom mensen sterven op het moment...waarop ze sterven. Dat raadsel is des te groter als het om kinderen gaat.
Veel mensen geloven dat het einde van ons leven al vaststaat, en dat daar niets aan te veranderen is. Daarom is het misschien zo dat iemand die zelfmoord pleegt of op een ander manier 'gaat voor het zijn tijd is' , dat afgebroken leven moet afmaken in een nieuw lichaam.
Ik herinner me een joods chassidische anecdote over een echtpaar dat bij de rebbe komt om een antwoord op de vraag te krijgen waarom hun veelbelovende zoon is gestorven, nog geen 7 jaar oud. Hij had een groot Torahgeleerde kunnen worden. Waarom, waarom?
De rebbe legt uit dat het kind zijn vorige leven nog moest afmaken. In dat leven was hij te vroeg gestorven, zijn tijd was nu pas gekomen, na 7 jaar in een nieuw lichaam. Of de ouders daar vrede mee hadden zullen we niet weten, maar op de een of andere manier lijkt zo'n uitleg 'logisch'.

In een interessant boek van Frank Joseph - 'The Power of Coïncidence' vind ik een verhaal met dezelfde mogelijke strekking.
Joseph vertelt hoe hij in 1996 op de radio een hem onbekend concert van Mozart beluisterde. Hij is een gedegen Mozartkenner en er is geen moment van twijfel: dit moet een herontdekte symphonie van Mozart zijn. Groot is dan ook zijn verbazing als hij de omroeper hoort zeggen dat dit de Symphonie in D was van Juan Arriaga, een componist waar de schrijver nooit van heeft gehoord.
Zijn nieuwsgierigheid is natuurlijk gewekt, en hij struint boeken en bibliotheken af om meer over deze onbekende componist te weten te komen. Uit de schaarse informatie die hij in dit pre-internet tijdperk vindt, blijkt dat Arriaga een Baskische Spanjaard was die kort en heftig heeft geleefd (1806-1826), en daarna in totale obscuriteit is verdwenen. Zijn naam is Juan Crisostomo. De volledige doopnaam van Mozart (1756-1791) is Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart. (Vanaf 1770 begon Mozart zichzelf Wolfgang Amadeo (door God geliefd) te noemen, en vanaf 1810 stond zijn naam als Wolfgang Amadeus vast).
Niet alleen de voornamen van Mozart en Arriaga kwamen overeen, ook hun geboortedatum was dezelfde: beiden zagen het licht op 27 januari, Arriaga precies 50 jaar na Mozart.
Ook Arriaga was een wonderkind, dat al op 3 jarige leeftijd vaardig de piano en de viool bespeelde en eigen composities ten gehore bracht. Zijn eigen muzikale stijl ontwikkelde zich los van Mozart, met wiens muziek hij in een tijd zonder grammofoons of radio pas veel later kennismaakte.
Natuurlijk kreeg het fenomenale jongetje Arriaga alle aandacht. Net als Mozart componeerde hij op zijn 13de zijn eerste opera, en net als bij Mozart was dat een komedie. Beiden hadden een grote voorkeur voor de toonsoort D-groot.
Hoewel Arriaga's ouders dol op muziek waren, waren er in de familie geen muzikale talenten. Arriaga was van jongsaf op zijn eigen talent aangewezen.
In zijn tijd werd hij 'de Spaanse Mozart' genoemd. Op zijn 15de verliet hij zijn geboorteplaats en begaf hij zich naar Parijs, waar zijn ster tot enorme hoogten rees en waar hij als jongste ooit werd toegelaten op het Conservatoire de Paris, een prestigieuze instelling. Enkele jaren later werd hij daar 'assistent professor' en brak hij opnieuw een leeftijdrecord.
Arriaga was bezeten van zijn muziek. Hij componeerde dag en nacht en kon net als Mozart de muziek in zijn hoofd niet bijhouden. In zijn korte leven schreef hij koortsachtig ouvertures, opera's, cantates, missen, liederen, quartetten, een symphonie, kamermuziek en nog veel meer.
Dat ging ten koste van zijn gezondheid. Tien dagen voor zijn 20ste verjaardag stierf hij, waarschijnlijk aan een verwaarloosde longontsteking.

En daarmee zonk Juan Crisostomo Arriaga weg in vergetelheid. In zijn geboorteplaats Bilbao werd nog een theater naar hem genoemd en een monument opgericht. Van zijn enorme productie is het meeste verloren gegaan. Van de opera overleefden enkele fragmenten, de Symphony in D is bewaard en enkele strijkkwartetten. Die zijn intussen op CD in vele uitvoeringen verkrijgbaar.

Was Arriago een reïncarnatie van Mozart? Moest hij diens leven afmaken? Heeft Mozart het lichaam van Arriago in bezit genomen om alles wat hij nog had willen schrijven alsnog te volbrengen?
Een raadsel. Wie hun geschilderde gezichten naast elkaar legt ziet de gelijkenis.
De vraag is of Mozart nu tevreden is, of dat we ooit een nieuw Mozartiaans wonderkind kunnen verwachten, deze keer met meer eigentijdse muziek...

ANA BECHOACH


Enige tijd geleden ontdekte ik een prachtig stuk muziek, gecomponeerd op de tekst van een joods gebed..
Hoewel ik het gebed kende als een onderdeel van de Joodse eredienst, was de Kabbalistische betekenis ervan voor mij een verrassing.
Het is vaak zo, in alle religies, dat rituelen of gebeden meerdere lagen hebben, waarbij de minder voor de hand liggende betekenis vaak later wordt toegevoegd of is ontstaan in de eeuwenlange praktijk.
In het geval van dit gebed is dat anders; twee tradities zijn erin verenigd.
In de eerste eeuw schreef rabbi Nechunia ben Hakana het gebed Ana Bechoach (of Ana Bekoach) als een anagram: de eerste letters van de woorden vormen samen de 42 letterige naam van God.
Rabbi Nechunia was een vroege Kabbalist - een aanhanger van een meer mystieke interpretatie van de schriften.
Hij schreef het gebed in 42 woorden, 7 regels van 6.
De betekenis van het gebed is niet bijzonder opvallend, het gaat om die eerste letters.
Hoe die onuitsprekelijke 42 letterige naam van God tot stand is gekomen kun je je terecht afvragen, want functioneel is hij natuurlijk niet. Maar daar zitten Kabbalisten niet mee. Er is ook een 72 letterige naam waarbij alle aspecten van God aandacht krijgen, net als in de 99 namen van Allah in de Islam. Het is een oer-menselijke behoefte om het Onbereikbare van God vorm te geven in zoveel mogelijk 'benaderingen', waarbij men zich goed bewust is dat er een grens is aan die benaderbaarheid: Het wezen van God blijft ons ontgaan.

Terug naar Ana Bechoach - dat 'Wij smeken ' betekent. De 42 letters zijn via ingewikkelde berekeningen ontleend aan de eerste verzen van Genesis, en dus verbonden met het scheppingsverhaal.
In één interpretatie heeft God de wereld geschapen via deze 42 letters. Een andere legende is dat de 42 letters waren gegraveerd op het borstschild van Aäron, de eerste priester.
Hoe dan ook, het gebed is met de opkomst van een nieuw soort gepopulariseerd Kabbalisme opeens weer sterk onder de aandacht en in de commercie gebracht, nadat het eeuwenlang onopvallend tussen andere gebeden was gezegd door generaties gelovigen.

En toen was er een even onopvallende Israelische zanger, Ovadia Chamama, ► die er enkele jaren geleden een lied van maakte. Dat lied werd een hit, en terecht, want het is prachtig. Sinds die tijd is Ana Bechoach door talloze zangers in hun repertoire opgenomen.
Hier is een versie gezongen door o.a. Chamama zelf, maar als je zelf zoekt op YouTube zul je er veel meer vinden.
http://www.youtube.com/watch?v=3u55GkOe74Y
Een hele mooie uitvoering is die van Yossi Azulay: http://www.youtube.com/watch?v=I3IW4S7DlSo

Er zijn veel vertalingen van het gebed in omloop.
Hier een combinatie van een oude Nederlandse vertaling uit een gebedenboek van 1920, en Engelse vertalingen:

Wij smeken U! Ontwar met Uw machtige rechterarm de knopen van ons bestaan (of onze zonden).

Neem onze gebeden aan, maak ons sterk, zuiver ons, O Almachtige God -
Zij die Uw Eenheid belijden, bescherm hen als Uw oogappel.
Zegen hen, ontferm U over hen, bewijs hen voortdurend Uw liefde.
Machtige heilige God, leid Uw gemeenschap met Uw uitbundige goedheid.
Enige verheven God, keer U niet af van hen die Uw heiligheid gedenken.

U die het verborgene kent, aanvaard ons smeken en verhoor ons gebed.

De woorden onder de hebreeuwse tekst hierboven lezen van rechts naar links!