Posts tonen met het label tijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tijd. Alle posts tonen

zaterdag 30 oktober 2010

HET MENSELIJK PERSPECTIEF

Een paar dagen geleden zag ik een interview met Wubbo Ockels, de astronaut die aan verschillende ruimtemissies heeft deelgenomen.
Hij zei interessante dingen over onze pogingen het heelal te doorgronden, naar aanleiding van het ver-wegste sterrenstelsel dat onlangs is ontdekt.
Ockels zei zo ongeveer: stel nou dat alles wat wij denken te weten verkeerd is. Niet vanwege verkeerde berekeningen, maar vanwege een verkeerd uitgangspunt.
We zijn per definitie gebonden aan ons aardse perspectief, maar in de ruimte zijn we niet meer dan een stofje.
Ons begrip van het heelal wordt gelimiteerd door ons begrip van tijd. Wij leven met een lineair tijdsbesef: een begin, een vervolg, en een eind.
Tot nu toe hebben we zo het heelal benaderd; een begin (de Big Bang) -een levensduur, en een Eind in het verschiet.
Maar stel nu dat er helemaal geen Tijd is, en er dus ook nooit een Big Bang heeft plaatsgevonden. Stel nu dat onze aardse perceptie ons nooit op het spoor kan brengen van wat het universum werkelijk is: niet menselijk te meten, niet aan Tijd gebonden, just THERE.

Okkels voorzag dat we een revolutie door te maken hebben gelijk aan de revolutie van Copernicus en Galileï: afstand doen van Tijd. Maar dat zal nog moeilijker zijn dan de aarde uit het middelpunt van het heelal te verdrijven.

Een opmerkelijk verhaal, en een dat z'n parallel heeft in de paradigma shift die al zo lang te gebeuren staat als het gaat om de potentie van de mens. Klein gehouden, afgedaan, geminimaliseerd, geridiculiseerd telkens als er iemand de kop boven het maaiveld steekt en een bijzondere ervaring te melden heeft.
Roy Stemman schreef pas een stuk op zijn blog 'Paranormal Review' over de wanhoopsoffensieven van CSICOP en priester James Randi die zijn gelovigen met ongekende voortvarendheid mobiliseert om de wereld te redden uit de klauwen van paranormaal bedrog, criminele mediums, geschifte alternatieve genezers en alle mensen die daar starry-eyed in geloven. Voor het te laat is, en de paradigma shift werkelijk heeft plaatsgevonden.
Ik ben toch zo benieuwd hoe Randi & Friends de eeuwigheid zullen doorbrengen.

donderdag 21 oktober 2010

TIME-SLIPS

Tijd beweegt zich alleen schijnbaar recht vooruit. 'The Arrow of Time' is een mooie manier om je voor te stellen hoe de tijd zich in een rechte lijn voortspoedt, maar het is een verkeerde.
Tijd is veel complexer, en heeft te maken met verleden, heden en toekomst.
Verleden- en Toekomende tijd zijn niet weg of nog niet hier: ze zijn er nu, en helderzienden en psychometristen kunnen er soms, al of niet vrijwillig, een kijkje nemen.
Maar een nog vreemder verschijnsel is de Time-Slip, als 3D gebeurtenissen uit het verleden ineens de werkelijkheid van het moment verdringen. Als mensen en dieren en scènes uit het verleden of de toekomst verschijnen op plekken waar ze niks te zoeken hebben...althans niet in deze tijd. Dan is er geen sprake van een visioen, een ingeving, een psychometrische impressie, maar van een beleving die zo werkelijk is alsof men er middenin staat.
Zo'n verhaal kom ik tegen in FATE. De schrijfster vertelt over iets wat ze meemaakte als 14 jarig meisje, maar wat ze, begrijpelijk, nooit meer vergat. Tot het haar nogmaals overkwam.....

"Het gebeurde in 1966. Ik was aan het winkelen in Woolworth (een groot warenhuis) in San Francisco. Het was druk, want de feestdagen waren in aantocht. Ik liep de trap af naar de kelder, waar de koopjesafdeling was.
Maar toen ik onderaan de trap was stond ik ineens in een andere wereld.
De winkel zag eruit als een scène uit een Western, compleet met buikkacheltje en een besnorde man die achter de toonbank in mijn richting stond te gluren. Ik knipperde een paar maal, maar de ruimte bleef hetzelfde.
Twee vrouwen liepen door het gangpad van de krappe winkel, maar zij schenen mij niet te zien. Een van de vrouwen hield een kleine jongen in bedwang die tegen een vat stond te trappen. Ik had het gevoel dat ik door een glazen wand naar ze stond te kijken; ik zag hen maar zij zagen mij niet.
Op het moment dat ik een voet op de trap zette, verdween alles, en stond ik weer in de kelder van Woolsworth.
Ik kon het voorval niet uit mijn hoofd zetten, maar natuurlijk vertelde ik het aan niemand, bang voor de reacties van mijn familie en vriendinnen.
Maar nu, 30 jaar later, is het me weer overkomen.
Een goede vriend van mij doet onderzoek in een afgelegen gebied van Nevada, en we hadden afgesproken dat ik hem daar zou ontmoeten. Op de tweede dag van mijn verblijf ging ik wandelen en nam m'n hond mee. Die zat al snel achter een konijn aan dat ons pad kruiste. Terwijl ik haar in de gaten hield, zag ik een oude kar aankomen die getrokken werd door twee vermoeid uitziende ossen, geleid door een armoedig uitziende man. Langzaam kwam de wagen naderbij, en ik zag dat er een pijnlijk magere vrouw op de bok zat met een kleuter in haar armen.
En jonger kind hield haar rokken vast. De wagen reed voorbij en de man scheen geluidloos de ossen aan te sporen terwijl de vrouw in de verte staarde. Toen ik me omdraaide bleek er nog een andere wagen achteraan te komen die heel langzaam vooruit kwam. Ik had het benauwd door het opgewaaide stof van de woestijn, en hield m'n mouw voor m'n mond.
Toen blafte m'n hond. de wagens waren verdwenen, en ik was weer terug waar ik deze werkelijkheid had verlaten: bij het gadeslaan van m'n hond die achter het konijn aanjoeg.
Langzaam liep ik terug naar ons kamp, wetend dat het voor de tweede keer was gebeurd, zonder dat ik er een verklaring voor kon bedenken.
Ik ben een nuchter mens die niet ten prooi valt aan visioenen, en ik ben ook niet helderziend. Maar om de een of andere reden kom ik soms in een andere tijd, of een andere dimensie terecht."

dinsdag 28 september 2010

VERTIKAAL

Ken Webster schreef in 1989 een opmerkelijk boek: The Vertical Plane.
Ik lees wat af, maar dit boek hoort tot mijn absolute favorieten.
Waarom? Omdat het een doordenker is op het gebied van tijd, dood en nog zo wat behoorlijk veelzijdige concepten. En denken is nooit weg, naar mijn niet zo bescheiden mening.
Verder is het ook een gek boek, dat door de meeste mensen als een bizarre fantasie zal worden beschouwd.
Maar dat is het niet. Webster beschrijft zijn eigen ervaring.
Die ging zo.
Op een morgen ontdekt Ken op zijn simpele computertje - in een tijd toen computer files nog overzichtelijk en schaars waren en lang voor spam en internet ons allen in een nieuwe tijd binnenzogen - een bestand dat hij er niet op had gezet.
Het bevat een onbegrijpelijke tekst in oud-Engels.
Ik vergat te vertellen dat Ken Webster in Engeland woont, in het landschap van de Cheshire Cat, in Dodleston aan de river Dee, nabij Wales.

Vanaf het moment van dat eerste bericht groeit er een onvoorstelbare briefwisseling tussen Ken Webster en een man uit de 16de eeuw, Tomas Harden. Tomas heeft in hetzelfde huis gewoond waar Ken en zijn vriendin Debbie wonen.
Sterker nog, hij woont er nog steeds, en het kost dan ook heel wat moeite om Tomas ervan te overtuigen dat het bij sommige mensen intussen de 20ste eeuw is geworden.
Hoe Tomas - die zich aanvankelijk Lukas noemt - op de computer van Ken terecht komt blijft een beetje vaag, maar Lukas zegt dat er in zijn huis 'iets' is opgedoken waarop hij boodschappen kan schrijven, die vervolgens naar de 20ste eeuw worden gestuurd, blijkbaar. In een later stadium laat Tomas ook geschreven boodschappen op de tegelvloer achter.
Het Engels van die dagen is lastig, en Ken haalt er Peter, een vriend bij om Lukas boodschappen te interpreteren, en studeert zelf wat bij. Tomas heeft interessante details te melden over het huis waar ze samen - nou ja - in wonen, en Ken brengt Tomas voorzichtig op de hoogte van wat er sinds 1550 allemaal is veranderd. Dat heeft gevolgen voor Tomas die in een primitieve tijd leeft, waarin wetenschap en magie hand in hand gaan.
De betrokkenheid tussen beide mannen groeit, en daarmee ook de verantwoordelijkheid als de Inquisitie Tomas op de brandstapel wil gooien vanwege hekserij. Op de nipper wordt dat gevaar afgewend.
Debbie, de vriendin van Ken, heeft een meer direct contact met Tomas via dromen, en zij schijnt zo nu en dan verplaatst te worden naar de 16de eeuw, waar ze Tomas ontmoet in het huis zoals het er in die tijd uitzag.
Van dat bouwsel is alleen nog de stoep over.

Later in het verhaal komen er boodschappen door die een typische 'trickster' inhoud hebben, maar misschien ook een verklaring bieden. 'Iemand' gaat zich met de zaak bemoeien, in slechtgespeld Engels, en die noemt - of nummert - zich 2109. Uit de boodschappen blijkt min of meer dat het hier om een experiment gaat waarbij verleden, heden en toekomst betrokken zijn.
Het afscheid komt een keer, als Tomas' middeleeuwse omstandigheden hem teveel onder druk zetten. De inquisitie laat hem niet met rust. Een pijnlijk moment, voor beide partijen. Vriendschap kent geen tijd.

Ken Webster houdt van het hele gebeuren een uitvoerig dagboek bij.
Het boek is voorzien van commentaren op de parapsychologische aspecten van het verhaal. Verschillende mogelijke verklaringen worden besproken. In een appendix wordt verder op de authenticiteit van Tomas' taalgebruik ingegaan.
Tomas, aan de onderkant van 'The Vertical Plane' heeft ook alles wat hij beleefde met zijn 'true fellow and sweet maid' opgeschreven, en misschien wordt dat boek ooit nog gevonden.

donderdag 20 mei 2010

STENEN

Stenen leven. Het is een mooie gedachte om dat aan te nemen.
Ze leven alleen een stuk langzamer dan wij.
Stenen kunnen warm zijn, prachtig van vorm, glad en aangenaam om in je hand te houden, en ze hebben een bijzondere aantrekkelijkheid. Wie heeft er nooit de neiging gehad om een steen op te rapen die tot ons scheen te spreken door zijn kleur of vorm?

Een groot deel van onze zichtbare aardbol is van steen: rotsen, heuvels, zand en diepe lagen gesteenten onder onze voeten. Die gesteenten hebben allemaal een ontstaansgeschiedenis: sommigen zijn geboren door vulkaanuitbarstingen, anderen door enorme pressie van hogerliggende lagen, of door het aan elkaar kitten van losse gesteenten of zand door de invloeden van de elementen.
Sommige gesteenten - mineralen - zijn gegroeid over miljoenen jaren in alle maten, kleuren en vormen, en andere zijn ontstaan uit biologische componenten: schelpen, zeediertjes, of zelfs hout.
Er zijn gesteenten die een prachtig geluid voortbrengen als je er op slaat, z.g. Ringing Rocks, en er bestaan CD's waarop men die rotsmuziek kan beluisteren.

Stenen hebben behalve een geologische kant ook een symbolische.
Ze staan voor geschiedenis, ouderdom, onvergankelijkheid, eeuwigheid.
Stenen doen ons denken aan wat blijft, aan de feitelijke en geestelijke grond onder onze voeten.
Daarom is er in Zen-boeddhistisch Japan de stenen tuin ontwikkeld en die elk Zen-klooster bezit : een zandvlakte die in een bepaald patroon wordt geharkt, en op strategische punten wordt voorzien van enkele stenen. Een toonbeeld en geestelijk voorbeeld van harmonie en rust, en dat is precies waar een monnik naar streeft.
Ook het harken zelf is een meditatieve bezigheid.

De Chinezen zijn van oudsher liefhebbers van bizar gevormde natuurlijke stenen.
Uit die liefde ontstonden in de Ming Dynastie (14 tot 17de eeuw A.D.) de z.g. ' Scholar's Rocks' : stenen die in een gestileerde tuin werden geplaatst, of een kleiner formaat dat net als de Japanse Bonzai op een plateau werden gezet, speciaal voor dat doel gemaakt van een mooie houtsoort.
Zulke stenen, 'Gongshi' in het Chinees, werden gekozen om hun structuur, vorm en kleur, en waren een voorwerp van schoonheid en spiritualiteit. Men zag ze als een stuk bezielde natuur, vandaar dat ze ook wel ' Spirit Stones' genoemd worden. Vaak werden ze gebruikt als focus voor meditatie, en hun ouderdom en verweerde uiterlijk inspireerde dichters, schilders en filosofen. Veel Gongshi hebben een grillige vorm en weer en wind hebben hen voorzien van holtes en gaten die een bepaald ritme geven aan hun visuele schoonheid.
Al die eigenschappen symboliseren verschillende lagen in de contemplatie van de natuur in en buiten de mens.
Tegenwoordig zijn ze vooral nog een kostbaar verzamelobject.
Op internet is er veel over te vinden.

Bij de Joden is het een oude gebruik om steentjes op iemands graf te leggen, i.p.v. bloemen. Bloemen zijn vergankelijk, stenen niet.

Althans niet binnen ons tijdframe. Want ook stenen zullen ooit uit elkaar vallen of worden meegevoerd met een rivier die er, na lange tijd, zand van zal maken.

Er zijn massa's legenden waarin stenen een rol spelen, precies vanwege de tegenstelling tussen ons korte leven en het lange bestaan van gesteenten.
En er is een paranormale kant: vooral graniet - waar veel kwarts in zit - heeft het vermogen om zijn geschiedenis op te slaan. Psychometristen kunnen die geschiedenis soms weer tevoorschijn brengen.

De volgende keer dat u een steen vindt en meeneemt, bedenk dan hoe lang die misschien al bestaat, hoeveel hij heeft meegemaakt in zijn gang van aardverschuiving, berg, rotsblok, steen - en koester hem.
Zie hem als een symbool van eeuwig leven.

zondag 2 mei 2010

TIME - SLIPS

Tijd beweegt zich alleen schijnbaar recht vooruit. 'The Arrow of Time' is een mooie manier om je voor te stellen hoe de tijd zich in een rechte lijn voortspoedt, maar het is een verkeerde.
Tijd is veel complexer, en heeft te maken met verleden, heden en toekomst.
Verleden- en Toekomende tijd zijn niet weg of nog niet hier: ze zijn er nu, en helderzienden en psychometristen kunnen er soms, al of niet vrijwillig, een kijkje nemen.
Maar een nog vreemder verschijnsel is de Time-Slip, als 3D gebeurtenissen uit het verleden ineens de werkelijkheid van het moment verdringen. Als mensen en dieren en scènes uit het verleden of de toekomst verschijnen op plekken waar ze niks te zoeken hebben...althans niet in deze tijd. Dan is er geen sprake van een visioen, een ingeving, een psychometrische impressie, maar van een beleving die zo werkelijk is alsof men er middenin staat.
Zo'n verhaal kom ik tegen in FATE. De schrijfster vertelt over iets wat ze meemaakte als 14 jarig meisje, maar wat ze, begrijpelijk, nooit meer vergat. Tot het haar nogmaals overkwam.....

"Het gebeurde in 1966. Ik was aan het winkelen in Woolworth (een groot warenhuis) in San Francisco. Het was druk, want de feestdagen waren in aantocht. Ik liep de trap af naar de kelder, waar de koopjesafdeling was.
Maar toen ik onderaan de trap was stond ik ineens in een andere wereld.
De winkel zag eruit als een scène uit een Western, compleet met buikkacheltje en een besnorde man die achter de toonbank in mijn richting stond te gluren. Ik knipperde een paar maal, maar de ruimte bleef hetzelfde.
Twee vrouwen liepen door het gangpad van de krappe winkel, maar zij schenen mij niet te zien. Een van de vrouwen hield een kleine jongen in bedwang die tegen een vat stond te trappen. Ik had het gevoel dat ik door een glazen wand naar ze stond te kijken; ik zag hen maar zij zagen mij niet.
Op het moment dat ik een voet op de trap zette, verdween alles, en stond ik weer in de kelder van Woolsworth.
Ik kon het voorval niet uit mijn hoofd zetten, maar natuurlijk vertelde ik het aan niemand, bang voor de reacties van mijn familie en vriendinnen.
Maar nu, 30 jaar later, is het me weer overkomen.
Een goede vriend van mij doet onderzoek in een afgelegen gebied van Nevada, en we hadden afgesproken dat ik hem daar zou ontmoeten. Op de tweede dag van mijn verblijf ging ik wandelen en nam m'n hond mee. Die zat al snel achter een konijn aan dat ons pad kruiste. Terwijl ik haar in de gaten hield, zag ik een oude kar aankomen die getrokken werd door twee vermoeid uitziende ossen, geleid door een armoedig uitziende man. Langzaam kwam de wagen naderbij, en ik zag dat er een pijnlijk magere vrouw op de bok zat met een kleuter in haar armen.
En jonger kind hield haar rokken vast. De wagen reed voorbij en de man scheen geluidloos de ossen aan te sporen terwijl de vrouw in de verte staarde. Toen ik me omdraaide bleek er nog een andere wagen achteraan te komen die heel langzaam vooruit kwam. Ik had het benauwd door het opgewaaide stof van de woestijn, en hield m'n mouw voor m'n mond.
Toen blafte m'n hond. de wagens waren verdwenen, en ik was weer terug waar ik deze werkelijkheid had verlaten: bij het gadeslaan van m'n hond die achter het konijn aanjoeg.
Langzaam liep ik terug naar ons kamp, wetend dat het voor de tweede keer was gebeurd, zonder dat ik er een verklaring voor kon bedenken.
Ik ben een nuchter mens die niet ten prooi valt aan visioenen, en ik ben ook niet helderziend. Maar om de een of andere reden kom ik soms in een andere tijd, of een andere dimensie terecht."

maandag 15 februari 2010

BERICHTEN UIT HET HIERVOORMAALS

Ken Webster schreef in 1989 een opmerkelijk boek: The Vertical Plane.
Ik lees wat af, maar dit boek hoort tot mijn absolute favorieten, omdat het een doordenker is op het gebied van tijd, dood en nog zowat behoorlijk veelzijdige concepten. Verder is het ook een gek boek, dat door de meeste mensen als een bizarre fantasie zal worden beschouwd.
Maar dat is het niet. Webster beschrijft zijn eigen ervaring, met foto's..
Die ervaring ging zo:
Op een morgen ontdekte Ken op zijn simpele computertje, in een tijd toen computer files nog overzichtelijk en schaars waren en lang voor spam en internet ons allen in een nieuwe tijd binnenzogen, een bestandje dat hij er niet op had gezet.
Het bevatte een onbegrijpelijke tekst in oud-Engels.
Ik vergat te vertellen dat Ken Webster in Engeland woonde, in het landschap van de Cheshire Cat, in Dodleston aan de river Dee, nabij Wales.
Vanaf het moment van dat eerste bericht groeit er een onvoorstelbare briefwisseling tussen Ken Webster en een man uit de 16de eeuw, Tomas Harden. Tomas heeft in hetzelfde huis gewoond waar Ken en zijn vriendin Debbie wonen. Sterker nog, hij woont er nog steeds, en het kost dan ook heel wat moeite om Tomas ervan te overtuigen dat het bij sommige mensen intussen de 20ste eeuw is geworden.
Hoe Tomas - die zich aanvankelijk Lukas noemt - op de computer van Ken terecht komt blijft een beetje vaag, maar Tomas zegt dat er in zijn huis 'iets' is opgedoken waarop hij boodschappen kan schrijven, die vervolgens naar de 20ste eeuw worden gestuurd, blijkbaar. Het Engels van die dagen is lastig, en Ken haalt er een geleerde vriend bij om Tomas' boodschappen te interpreteren, en studeert zelf wat bij. Tomas heeft interessante details te melden over het huis waar ze samen - nou ja - in wonen, en Ken brengt Tomas voorzichtig op de hoogte van wat er sinds 1550 allemaal is veranderd. Dat heeft gevolgen voor Tomas die in een primitieve tijd leeft, waarin wetenschap en magie hand in hand gaan.
De betrokkenheid tussen beide mannen groeit, en daarmee ook de verantwoordelijkheid als de Inquisitie Tomas op de brandstapel wil gooien vanwege hekserij. Op de nipper wordt dat gevaar afgewend, maar uiteindelijk moet Tomas vluchten en eindigt de communicatie.
Later in het verhaal komen er boodschappen door die een typische Trickster inhoud hebben. 'Iemand' gaat zich met de zaak bemoeien, in slechtgespeld Engels, en die noemt zich 2109. Uit de boodschappen blijkt min of meer dat het hier om een alien? experiment gaat waarbij verleden, heden en toekomst betrokken zijn.
Tomas van zijn kant heeft ook alles opgeschreven, en misschien wordt dat boek ooit nog gevonden.

Dit merkwaardige verhaal staat niet op zichzelf. Tijd is niet lineair, weten we, en paranormale verschijnselen als helderziendheid, voorspellende dromen en psychische archeologie tonen aan dat het soms mogelijk is een uitstap te maken naar een andere tijd, voor- of achteruit.
Geloofwaardigheid van een verhaal valt of staat met de geloofwaardigheid van verwante verhalen, en het zaak is een patroon te ontdekken en niet te blijven hangen in geloof in, of afwijzing van het een of ander. Daarom hier nog een geval van meerdere tijden op dezelfde plek:

Matthew Manning (1955 -), de Engelse psychic die zich intussen volledig op healing heeft toegelegd, was een sensatie in z'n jonge jaren. De Poltergeistverschijnselen waar hij en zijn familie jaren mee te maken hadden kwamen pas tot rust toen Matthew ontdekte dat hij automatisch kon schrijven en tekenen.
Maar intussen werden de muren van het oude huis waar de familie woonde beschreven met honderden handtekeningen van mensen die allang dood waren. Vorige, lang dode bewoners van het huis konden niet geloven dat zij niet langer het alleenrecht op het huis hadden, dat er voor hun gevoel nog net zo uitzag als in hun eigen tijd.
Ook hier verschillende tijden die zich simultaan op dezelfde plek bevonden, en mensen uit een andere tijd die zich vrijelijk bewogen, en sporen achterlieten, in die van ons.
Mensen die zich met geesten ophouden zeggen vaker dat ze doden ervan moeten overtuigen dat ze dood zijn.
Maar het verhaal van Ken Webster en dat van Matthew Manning lijkt erop te wijzen dat andere tijden nog ergens aanwezig zijn, en we alleen maar een interdimensionale tijdreis hoeven te maken om elkaar de hand te schudden.