Posts tonen met het label ontdekking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontdekking. Alle posts tonen

vrijdag 12 maart 2010

PHOTOGRAPHIEËN VAN HET OOG

Wie wel eens naar CSI detectives kijkt, zal weten dat de technieken om boeven te vangen er op de televisie behoorlijk geavanceerd uitzien. Aan de hand van het kleinste spoor kan de identiteit worden vastgesteld.
Da's mooi.

Ik kijk er graag naar, waar of niet waar.
Zo nu en dan wordt gebruik gemaakt van weerspiegeling. Men heeft de dader zelf niet in beeld, maar wel zijn reflectie, in een raam, een spiegelende cameralens of zelfs in het oog van het slachtoffer.
Met computerprogramma's kan zo'n vervormd beeld dan veranderen in een duidelijk portret, en hup ...weer een moord opgelost.

Wetenschap staat voor niets, nu niet maar ook meer dan honderd jaar geleden niet.
Want in het spiritistische tijdschrift 'Op de Grenzen van Twee Werelden' van spiritiste Elise van Calcar (1822-1904), vond ik een stuk uit 1888.
Het gaat over 'den heer Tissington, een degelijk werker en eerlijk vorscher'.
Tissington, werkzaam bij een fotografisch laboratorium, liet zich inspireren door een ontdekking die 'al vele jaren eerder' was gedaan, en waarbij een moordenaar in den kraag werd gegrepen omdat 'zijn beeld zo duidelijk op het oogvlies van den verslagene was afgebeeld, dat men den zomerjas en den opgeheven stok van den dader duidelijk kon herkennen.

Desondanks werd deze waarneming, die tot de arrestatie van den moordenaar had geleid, met heftigheid bestreden.'

Tissington had het geluk bij een opgraving in de buurt van Melbourne op een 'versteend' hoofd 'van een inboorling' te stuiten.

Geologen waren het erover eens dat gezien de diepte en de locatie dit hoofd zeker 5000 jaar oud moest zijn.
Tissington nam het hoofd mee naar huis en ging experimenteren, met de vinding van jaren daarvoor in gedachten.
Hij onderwierp een helft van het hoofd aan een behandeling met diverse chemicalieën, waardoor het halve hoofd weer soepel werd.
Vervolgens nam hij het oog eruit, reinigde het zorgvuldig met verschillende oplossingen zodat het weer ging glanzen.
Toen nam Tissington een serie foto's van het oog.

Op het netvlies herkende hij de scène die de dode man het laatst gezien moest hebben voor hij stierf. 'De photographie vertoonde het tooneel van een veldslag en op den voorgrond was een man van een wild voorkomen, reusachtig groot; men zag de uitdrukking van woede op zijn gelaat; hij hief een zwaard op om een gevaarlijken slag te geven, vermoedelijk op de polsen van den inboorling.
Op den achtergrond waren een aantal strijders van het type der Maories in gevecht met de inboorlingen.'
Na het verwijderen van een flinterdun vliesje van het netvlies trad een ander tafereel tevoorschijn. En zo kon het oog als het ware afgepeld worden en steeds ontstond er een nieuwe scène die bewaard was gebleven op het 5000 jaar oude oog.
Een ware bron van informatie voor historici!

Maar daar bleef het niet bij, zegt van Calcar enthousiast, want 'de photograaf had nog wonderbaarder waarneming gedaan. Hij had namelijk het trommelvlies van denzelfden kop gephotographeerd en vond daarop een menigte vormen en klankfiguren, niet ongelijk aan Chinese lettertekens.
Wij riepen een Chinees en vroegen hem of hij die figuren kon lezen.
Hij zeide dat die figuren in oude Chinese boeken voorkwam. Enkelen kon hij lezen en die zouden beteekenen: sterf, verrader.'
'De tijd zal ons moeten leeren', eindigt van Calcar, 'wat wij van dit bericht te maken hebben, dat zooveel wonderen bevat en op een wijd nog onbetreden verschiet heenwijst.'

We zullen Elise moeten teleurstellen: 120 jaar later is meneer Tissington vergeten.

Rijst nu de vraag natuurlijk wat meneer Tissington heeft gezien. Want dat hij iets gezien heeft is duidelijk.
Maar astronoom Parcival Lowell (1855 - 1960) zag ook duidelijk kanalen op Mars, terwijl die kanalen er helemaal niet waren.
Dat iemand iets ziet is dus niet altijd een bewijs dat er ook werkelijk iets te zien is.
En mocht meneer Tissington echt iets op het spoor geweest zijn, dan valt het te betreuren dat zijn onderzoek voor altijd in het stof der archieven is verdwenen.

maandag 8 maart 2010

MUZIEK VOOR DOOFSTOMMEN....

Men vond wat uit in de 19de eeuw. Helaas gingen de meeste uitvindingen en ontdekkingen de archieven in waar ze zelden meer uitkwamen. Daarom is het zo leuk om ze in oude tijdschriften te vinden.
Het roept vragen op: Was het werkelijk waar? Welk principe werd hier toegepast? Waren die mensen wel echt stokdoof? Heeft iemand ooit nut gehad van zulke ontdekkingen als hieronder door W. Utrecht in 'Het Toekomstig Leven' van februari 1897 beschreven?

De dooven hooren! De Hoogleraar MacKendrick, te Glasgow, heeft een verbazingwekkende ontdekking gedaan. Dooven geeft hij, door middel eener nieuwe toepassing van de phonograaf en de électriciteit, 't gehoor weder.
Ditmaal is het geen wetenschappelijke hypothese, zooals bij de Roentgen-stralen, ten opzichte der genezing van blindheid, maar wel een ontdekking, die alle twijfel buiten sluit, die verscheidene malen door proeven, en altijd met succes, aangetoond is.
Ook diegenen, die, van hunne geboorte af, van 't gehoor beroofd zijn, hooren eveneens.
De uitvinding schijnt zoo eenvoudig mogelijk. Op't tooneel staat een phonograaf. 't Toestel wordt door middel van électrische draden met de dooven in verbinding gebracht. De door doofheid aangedane persoon behoeft slechts het uiterste eind der électrische draden tusschen de tanden te nemen, om duidelijk te hooren. Dit middel is evenwel pijnlijk. (gênant.)
Een andere, veel praktischer manier, bestaat hierin, dat men een vaas met zoutwater vult, waarin de doove zijne handen houdt. Phonograaf en vaas worden door électrische draden verbonden. Zoodra nu de uitvinder zingt, en de pianist speelt, hoort de doove, en kan hij een opera van't begin tot het einde volgen.
't Zoutwaterbakje veroorzaakt alleen een soort électrische prikkeling in de handen.
Deze nieuwe ontdekking bevestigt 't gezegde der Geesten: "Dat zij geenszins, zoals wij, behoefte hebben aan organen om te zien en te hooren" .