Posts tonen met het label orgaandonatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label orgaandonatie. Alle posts tonen

zaterdag 13 juli 2013

ORGANISCH


Orgaan donatie.

De meesten van ons vinden dat ze moreel verplicht zijn om hun inhoud ter beschikking te stellen van wie er wat aan kan hebben. Na hun dood, als het even kan.

Het tekort aan donoren wordt sterk benadrukt in elke actie, en er gaan stemmen op om donatie automatisch in werking te zetten, tenzij men uitdrukkelijk NEE heeft gezegd. En zelfs dan is het nog maar de vraag of een arts toch niet in de verleiding komt...onder druk van een belangrijke ontvanger, bij afwezigheid van standvastige familie,  of onder druk van een leuk bedrag dat hij goed kan gebruiken. De donor is toch dood, dus wat geeft het. 

We lezen regelmatig hoe er in sommige landen zelfs kinderen en volwassenen die beslist prijs stellen op hun organen daarvan ontdaan worden, ten behoeve van de rijken die, misschien, hun lever of hun hart hebben kapotgezopen. Zoals bijvoorbeeld in China leden van de bewonderenswaardige Falun Gong beweging en masse 'toevallig' overlijden en minder toevallig vermoord worden, zodat hun hart en de rest 'vrijkomt' voor transplantatie.

Een hellend vlak, dat is duidelijk. Een praktijk die een gemeenschap kan verdelen tussen 'wenselijke' en 'ongewenste' individuen. Waar hebben we dat meer gehoord? 

Ik heb NEE ingevuld in het donorregister.

Niet omdat ik anderen geen tweede kans gun, maar om een aantal in mijn ogen goede redenen.
Die betreffen zowel het feit van donatie op zich als de afwezige objectieve voorlichting van, en door, de mensen die er belang bij hebben.
Dat laatste vind ik ronduit schandalig.

We worden op ons gemoed getimmerd en bekogeld met getuigenissen van 'dankbare' mensen, en van smachtende wachtenden. De mensen van wie de operatie mislukt, degenen die blijven sukkelen, handenvol medicijnen slikken met alle bijwerkingen en evengoed kampen met afstoting, degenen die al aan hun derde orgaan toe zijn, die mensen worden zorgvuldig buiten beeld gehouden. Zoals met meer operatieve ingrepen het geval is wordt ook de betreffende ontvanger vermoedelijk niet alles verteld. Een ontvanger wil leven, en de rest is bijzaak, dat zie je dan wel weer.

Maar leven willen we allemaal. De lobby lijkt erop gericht om de NEE- zegger zich schuldig te laten voelen, schuldig dat hij leeft ten koste van een ander, die misschien zijn organen zo goed kan gebruiken, want hij wil trouwen/kinderen krijgen/sporten/ kortom, nuttig leven. En jij, kun je een ander met een goed geweten dat geluk ontzeggen door je organen straks te laten rotten? 

Mijn antwoord is JA. 

Er zijn goede aanwijzingen dat onze persoonlijkheid niet alleen in onze hersens maar in elke cel van ons lichaam huist. Iemand die mijn hart of long krijgt, krijgt daarmee ook een heleboel van mij. Daar zit hij niet op te wachten.
Getransplanteerde organen kunnen voor een persoonsverandering zorgen. Dat is geen esoterische onzin, dat is vele malen ervaren, onderzocht en beschreven, alleen natuurlijk niet in Nederland, waar de debunkerslobby alles overstemt.

 Een ander punt is dat bijna elke esoterische traditie, en ook de waarnemingen van betrouwbare helderzienden het erover eens zijn dat doodgaan een proces is. Niet hup in het zwarte gat, of hup in de hemel, maar een langzaam en geleidelijk losmaken van de levenskracht uit elke cel van het lichaam. Voor sommigen is dat een zichtbaar proces dat drie dagen of langer kan duren, en in die tijd zou het lichaam met rust gelaten moeten worden.
Doe je dat niet, dan zal het nog gedeeltelijk aan het stoffelijke lichaam verbonden ziel in grote verwarring raken. 

Dat brengt ons dan gelijk weer terug op de verderfelijke praktijk van de snelle oogst.

Het is logisch dat  artsen, beroepshalve meer geïnteresseerd in het lichaam dan in de ziel, meer zien in de rechten van een levende op een tweede kans, dan in de rechten van een dode op een rustige overgang.
Daarom wordt de toestemming van de omgeving voor donatie niet zelden afgedwongen, en vaak onder de meest kwetsbare omstandigheden waarin niemand van de betrokkenen ze allemaal op een rij heeft. Want de organen van een zwaar zieke of van moeder van 98, die hoeft niemand meer, maar de organen van een omgekomen kind, daar liggen velen op te wachten.  

Organen worden geoogst als iemand hersendood is verklaard. Zonder werkende hersenen is er geen mens meer over. Dat hoort te worden vastgesteld met EEG's en hersenscans. Het lichaam wordt in leven gehouden aan slangen en pompen tot de ontvanger gereed is, zodat in een moeite door de warme organen van de dode in de levende ontvanger kunnen worden geplant.
Maar er zijn gevallen bekend van mensen die hersendood zijn verklaard maar toch weer bijkomen.

Zo is onlangs het St Joseph's ziekenhuis in New York aangeklaagd nadat een hersendode patiënt met een overdosis vlak voor ze werd opengesneden de ogen opsloeg. Niet dat dat onverwacht was, de dokters hadden gewoon verzuimd de observaties van de verpleegkundige: normale reflexen, ademhaling, serieus te nemen. Ze hadden haar organen nodig, en iemand die een overdosis neemt kan gemist worden. Het ziekenhuis zag geen reden de blunder te melden, maar een krant maakte er werk van. Tja, ze hadden die brainscan maar achterwege gelaten. It's all about priorities, isn't it? 

Persoonlijk geloof ik dat ons leven niet eindeloos gerekt mag worden, net zo min als bekort.
Ik denk, met alle respect voor wie daar anders over denkt, dat onze tijd is toegemeten, en dat we ons, als die tijd is verstreken, moeten neerleggen bij het feit dat het leven eindig is.
Liefst al een tijdje eerder. Zodat we, als onze organen het begeven, kunnen leven met het feit dat niet overal een oplossing voor is, en dat we geen vanzelfsprekend 'recht' hebben op leven.

De wetenschapper die onlangs bekend maakte dat hij binnen twee jaar het hoofd van iemand kan transplanteren op het lichaam van een hersendode is wat mij betreft ongeneeslijk van God los. Dat is Frankenstein Live.
Zo iemand zou moeten worden gegrepen en levenslang moeten worden opgesloten.
Dat we dat niet doen is een teken dat we collectief naar ons hoofd moeten laten kijken.
Zo'n operatie zou 12 miljoen dollar kosten, met 100 man personeel.
Ik wed dat er kandidaten voor zijn.
Spijt is geen optie als een ander lichaam zich met je hoofd uit de voeten maakt.

vrijdag 28 mei 2010

MET HET HART

Het lijkt tegenwoordig de vanzelfsprekendste zaak van de wereld: als men geen overwegende bezwaren van religieuze aard heeft, staat men bij zijn overlijden zijn organen af aan wie daar behoefte aan heeft.
Niet meegaan in die trend, als gever of als ontvanger, wordt een beetje asociaal gevonden.
Toch is er alle reden om goed na te denken voor men besluit zich te laten transplanteren, of organen 'na te laten' , redenen waarover door artsen en voorlichters niet wordt gerept en waar de meeste mensen helemaal niets over weten.
Nu transplantaties veelvuldig worden uitgevoerd en veel mensen dus verder leven met organen van een ander, blijkt regelmatig dat donororganen méér consequenties voor de ontvanger kunnen hebben dan een prettige verlenging van het leven.

De laatste jaren komen steeds vaker verhalen aan het licht van mensen die na transplantatie van een nier, lever of hart, het wonderlijke gevoel hebben dat hun smaak, hun voorkeur, hun talenten en zelfs hun herinneringen niet langer meer alleen die van henzelf zijn.


In sommige gevallen is die beleving zo acuut en verontrustend dat de ontvanger zich wel de vraag móet stellen waar die 'oneigen' gevoelens vandaan komen.
Omdat de ontvanger meestal niet weet van wie het gedoneerde orgaan afkomstig is, kan er in de regel geen sprake zijn van projectie of inbeelding. De man die van een hardrocker plotseling veranderde in een groot liefhebber van vioolmuziek, kon niet weten dat zijn donor een student aan het conservatorium was geweest, die op weg naar vioolles was verongelukt.
Noch lag het voor de hand dat de blanke racist die in het bedrijf waar hij werkte nooit met gekleurde mensen omging, zich na een harttransplantatie plotseling onverklaarbaar aangetrokken voelde tot zijn zwarte collega's. Speurwerk leverde de verklaring: zijn donor was een zwarte jongen geweest.
Het aantal voorbeelden groeit, en in Amerika, en misschien ook wel in Nederland zijn er zelfhulpgroepen van mensen die met identiteitsproblemen kampen nadat ze een donororgaan hebben ontvangen. Het gevoel 'nooit meer alleen' te zijn is vrij algemeen.

De wetenschap is dit bizarre bijverschijnsel van transplantatie niet ontgaan, maar de verklaring valt nog niet mee.

Voor de meeste artsen is het een kwestie van inbeelding, en iets wat de zegeningen van de kans op een nieuw leven niet in de weg mag zitten. Het gaat tenslotte om leven, en wie dood is, is dood.
Of toch niet helemaal misschien?
Het is een feit dat we van de energetische kant van ons functioneren nog lang niet alles begrijpen. Sommige meer alternatief gerichte wetenschappers (b.v.Candace Pert, Gary Schwarz) zijn er van overtuigd dat ons geheugen niet alleen is opgeslagen in ons brein, maar in het hele psychosomatische netwerk van ons lichaam.
Dus ook in onze organen.
Zolang die in leven zijn, in ons eigen of in andermans lichaam, blijft er iets van onze persoonlijkheid en ervaringen actief. Cellen communiceren met elkaar. De levende cellen van het donororgaan zien blijkbaar kans de opgeslagen informatie door te geven aan ons bewustzijn.
Er zit nog een andere kant aan, die nog minder acceptabel is, zeker voor niet-spiritisten, maar die wel eens ongelofelijk belangrijk zou kunnen zijn: wat gebeurt er met de donor? Kan die, zolang zijn hart en wezen leeft in het lichaam van een ander, wel verder, of blijft hij gebonden aan wat van hem was, zolang de ontvanger leeft?
Dat zijn moeilijke vragen, maar ze kunnen opeens heel actueel worden wanneer we zelf voor een beslissing komen te staan, wat betreft ons zelf of onze dierbaren.
Nog bizarder wordt het als we bedenken dat er plannen zijn om varkens te gebruiken als donor, zodat het tekort aan organen kan worden ingelopen. Wat zal daar het gevolg van zijn, nog los van de ethische kwestie of we daar andere levende wezens voor mogen gebruiken?

Onlangs las ik iets wat me zeer verraste. In een boek uit 1947 vond ik een verhaal over een bloeddonor. Niets bijzonders. Alleen deze gezonde man werd soms zonder waarschuwing overvallen door heftige pijn, en algehele malaise. Dat overkwam hem over de jaren 7 keer.
Van de 21 keer dat hij bloed had gegeven was dat 7 keer gegaan naar iemand die later overleed.
Navraag onthulde dat de plotselinge 'aanval' van de donor zich voordeed op het precieze moment waarop de ontvanger stierf.


Bloed, traditioneel de substantie waarin onze levenskracht zit.
Wat hield de geheimzinnige connectie tussen die twee mensen in stand?
Misschien komt het kennelijk tekort aan organen niet alleen voort uit laksheid of er niet over na willen denken, maar ook uit een instinctief begrijpen dat er méér aan een donororgaan vastzit dan het oplossen van een medisch probleem.