Posts tonen met het label wonderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonderen. Alle posts tonen

zondag 17 april 2011

RAISING THE DEAD

Mijn verstand staat stil. Tijdens het lezen van het boek 'Raising the Dead' van de Amerikaanse cardioloog Chauncey W.Crandall zullen meer mensen zo'n tijdelijke stilstand ondergaan.
Ik ben Spiritualist.
Niet zo'n hele goeie, want twijfel is deel van mijn pakket.
Niettemin: ik geloof in leven na de dood op een manier die cardioloog Crandall als influisteringen van de duvel zou duiden.
Crandall is namelijk een 'Born Again' Christen.
En met Christenen van dat speciale merk valt niet te discussiëren. Desondanks zeg ik tegen iedereen die voer zoekt voor geloof en voor twijfel: lees 'Raising the Dead'.

De vraag "What's going on?" bespringt ieder normaal denkend mens van iedere bladzijde van dit merkwaardige boek, zo rijkelijk gelardeerd met wonderen. Ik geloof niet in Jezus zoals Crandall dat doet, maar ik geloof in Crandall, en in de waarheid van zijn wonderen. Hij mag een fanaat zijn, maar hij is geen leugenaar. In zijn wereld weet hij wonderen te bewerken.
Of die wonderen van God komen laten we in het midden.

Neem nu het geval van de op internet te horen en te lezen Jeff Markin, een 50 jarige man die in het ziekenhuis een hartstilstand krijgt, en ondanks alle noodmaatregelen, shocks, injecties, toedienen van God weet wat overlijdt hij. Crandall is in een ander deel van het ziekenhuis bezig en kan niet weg. Als hij uiteindelijk verschijnt is de man overduidelijk dood, z'n vingers en tenen zijn al blauw aan het worden. De life support wordt verwijderd en Markin wordt klaargemaakt voor het mortuarium. Crandall maakt zijn rapport op, maar als hij de ruimte wil verlaten krijgt hij een oproep van God om te bidden voor Markin. Hij negeert het 'bevel' , maar zo makkelijk komt hij er niet vanaf. God dringt aan. Hij bidt, met enige schaamte, want dit speelt aan het begin van Crandalls carriére move waarin hij moderne medicijnen met gebed combineert. Maar bidden voor een dode, nou ja. Hij kent de man niet eens. Die is intussen 40 minuten dood.
God spreekt opnieuw, en beveelt Crandall om de dode Markin opnieuw een schok te geven.
Nou ja. Te belachelijk voor woorden.
Maar Crandall krijgt een ER technicus zo gek om het te doen, om Crandall te plezieren, niet om de dode tot leven te wekken. Boem. Het ECG komt tot leven. En daarmee Markin. Perfecte hartslag. Crandall is verbijsterd, en het personeel nog meer. De dienstdoende verpleegkundige gilt van ontzetting, en denkt dat er door de biddende dokter zojuist een Frankenstein is gecreërd. Nu is het afwachten. De verpleging speculeert dat de man als plant z'n bestaan zal uitzitten: de bekende voorspelling die erom vraagt gelogenstraft te worden.

Dat gebeurt.
Na zijn vrije weekend verwacht Crandall patiënt Markin bewusteloos aan te treffen, maar de man zit rechtop in bed, volkomen aanspreekbaar en normaal. Hij heeft van alles meegemaakt en geeft aan dat hij 'teleurgesteld' is. We begrijpen al waar het heen gaat: hij heeft wel een ervaring gehad maar geen goeie. In dit geval kunnen we niet eens meer spreken van een Bijna Dood Ervaring, want de man was onweerlegbaar helemaal dood.
En in die dode toestand was hij opgesloten in een kist en z'n familie was in geen velden of wegen te bekennen. Nee, hij werd zelfs op de stort gegooid.
Vanuit de bijbel kan Crandall dat beeld verklaren. Hij hoort dat Markin een ongelovige is die zijn gezin in de steek heeft gelaten toen zijn vrouw 'Jezus vond' . Hij hield het voor gezien, zoveel Jezus was aan hem niet besteed. Maar nu lag het anders. Onder Crandalls bezielende leiding bekeert Markin zich tot de Heer. Het komt, als in een sprookje, goed met hem en zijn vrouw en kinderen, die natuurlijk altijd voor pa zijn blijven bidden. God kan niet meer stuk.
Sindsdien is het verhaal van Jeff Markin de wereld overgegaan, als bewijs van Gods onmiddellijk ingrijpen, als wij maar bidden, en medische handgrepen op het juiste moment verrichten. Een conferentie van Christelijk dokters wordt geslagen met de Geest, en iedereen begint God te prijzen.
Prachtig. Wat kun je ertegen hebben?
Wat ik er vooral tegen heb is de exclusiviteit. Crandall realiseert zich niet, of schuift het in het compartiment van de Boze, dat in andere geloven zulke verschijnselen ook gebeuren. Dat God zich niet alleen via Christus manifesteert, maar ook via andere wereldleraren. Dat het om één Waarheid gaat, die gebaat is bij verscheidenheid. Want als je gelooft dat God ingrijpt in mensenlevens, dan zul je ook moeten geloven dat hij dat op veel manieren doet, en dat jouw prachtige geloof toevallig het jouwe is omdat je in een bepaald nest bent geboren, en niet in een ander, even waardevol nest, aan de andere kant van de wereld.

Evengoed: fascinerend. Het gebeurt toch maar. Wat ik me wel afvraag bij Crandall: hoe reageert hij op Bijna Dood Ervaringen die hij als cardioloog tegenkomt?
Vooral als ze niet sporen met zijn beperkte beeld van de hemel?
Wat dan?

maandag 4 april 2011

AANGEVLOGEN



Hoewel er in alle godsdiensten zo nu en dan vreemde en onverklaarbare dingen gebeuren, spant de Rooms Katholieke kerk vermoedelijk de kroon. Daar zijn de mirakelen niet van de lucht, en als je denkt dat je alles wel een keer gelezen hebt, blijkt het altijd nóg gekker te kunnen. Maar dat is nou net zo leuk van dat geloof; heiligheid en feilbare menselijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

In FATE van mei 2002 vond ik een lang artikel over een minder bekend verschijnsel: zichzelf apporterende schilderijen van Maria. Het kleine stadje van Cava dei Tirreni hangt aan een stijle berghelling bij Italië's Amalfi kust. Hoog op de berg bevindt zich de kerk van Santissima Trinita, en in die kerk hangt een schilderij uit een andere wereld. De historie van het kunstwerk begint in de 11 de eeuw, als plaatselijke schaapherders het schilderij van een vrouw hangend aan de takken van een iep vinden. Denkend dat het vast een portret van Maria moest zijn, namen ze het mee naar de dichtsbijzijnde abdij. Maarblijkbaar zag het doek het niet zitten, en het verdween weer, om opnieuw aangetroffen te worden in de iep. Lokale prelaten beslisten dat de wensen van Maria gehonoreerd dienden te worden, dus bouwden ze een kleine tempel, die in 1400 door Franciscus van Paola werd vervangen door de huidige schrijn.

Zo'n 30 kilometer verderop, in Carpignano, werd in de 12de eeuw een ander schilderstuk van Maria door herders gevonden op een heuvel. De Madonna van Carpignano ◄ verwierf naam en faam, en er werd een kerk gebouwd op de plek waar ze was gevonden. Oorlogen en aardbevingen brachten schade aan de omgeving en de kerk, maar het schilderij bleef ongeschonden. Na de Middeleeuwen hielden de miraculeuze verschijningen in Italië van Madonna-schilderijen op, maar niet de wonderen.

Zo heeft bijvoorbeeld de Madonna dell'Arco, in een kerk in de omgeving van Napels al 400 jaar wonderen voortgebracht.

Het eerste wonder was wel een heel vreemde geschiedenis. In 1589 wilde een vrouw uit een naburig dorp Maria een kadootje brengen: een big. Het beest zag dat niet zo zitten, en worstelde zich uit de armen van de aanbiddende vrouw. Die had een kort lontje, greep Maria van de wand en koelde haar woede op het schilderij. Maria nam wraak. Precies een jaar later, in 1590, vielen de voeten van de vrouw van haar benen. Hoe we ons dat moeten voorstellen weet ik ook niet, maar de voeten hangen nu in gemummificeerde toestand in de winkel van de kerk. Het katholieke geloof is vol verrassingen, en lugubere details hebben de verering van heiligen nooit in het minst in de weg gezeten. De wraak van Maria leverde haar een plaats op van kostbaar marmer en hout op het altaar.

Het wonder wordt nog steeds gevierd met een processie op tweede paasdag. Kan ik me iets bij voorstellen; zo'n Maria kun je maar beter te vriend houden. Intussen deed ze ook een hoop mooie wonderen, waarvan de vele 'ex voti', dankbaarheidsbordjes en in zilver gesmede afbeeldingen van genezen lichaamsdelen getuigen.

Deze Maria heeft nog een ander ongewoon kenmerk: op veel foto's die er van haar genomen worden verschijnt ze met een zwarte baard. Miraculeuze verschijningen en verdwijningen bleven ook in later eeuwen opzien baren. Beelden schenen geapporteerd te worden, en soms verscheen Maria in eigen persoon om haar icoon aan een herder te geven. Want herders en het Christelijk geloof zijn sinds die ene winternacht in het jaar 0 onlosmakelijk met elkaar verbonden. In 1294 verscheen zelfs 'Maria's huis' op een heuvel in de stad Loreto, alwaar het heengevlogen was door Engelen vanuit Nazareth. In de Renaissance werd dat huis en het wonder vereerd door Galileo, en er werd een mooie kerk omheen gebouwd.

De oorsprong van het huis ligt waarschijnlijk bij de Tempelieren, en niet bij de engelen, maar wie zal het zeggen. Hoewel Maria ophield met afbeeldingen van zichzelf te materialiseren, ontstond er in de 18de en 19de eeuw een ander fenomeen dat voor spiritualisten dan weer interessant is: geesten lieten hun sporen na op perkament en kleding.

Aan de Tiber, richting Vaticaan ligt het Museum van het Vagevuur. Toen er in 1897 brand uitbrak in een kerk in de buurt, werd er een gezicht in de vlammen gezien. De brand werd geblust, maar het gezicht leek ingebrand in de muur van de Mariakapel.

De pastoor, padre Victor Janet zag hier wel een kans, en verkondigde dat dit een ziel was waarvoor gebeden moest worden en missen opgedragen. Vervolgens ging hij op zoek naar meer van zulke gevallen in Italië en elders, en hij vond ze, meer dan hij verwachtte.

En zo werd dit museumpje het onderkomen van textiel met verbrande vingers, boeken met een brandhand, en meer van zulke voorwerpen, vaak ontstaan na een verschijning aan een familielid, met de vraag om veel te bidden en nog meer missen op te dragen, om verlost te worden uit het vagevuur. O jee. De meest opmerkelijke geest was die van een Italiaanse priester die in het klooster van St. Leonardo in Montefalco verscheen om te verzoeken om missen, waarvoor hij zelfs betaalde Tussen augustus en november 1919 liet de beleefde ziel 30 bankbiljetten van 10 lire achter voor de dienstdoende priesters.

Niet verbrand.

zaterdag 27 november 2010

DERVENTI

Alweer die wonderen, het houdt maar niet op. Ik denk erover om ze te gaan verzamelen.
De katholieke kerk heeft zo niet een monopolie, dan toch wel een sterke vinger in de wonderpap.
Hoe dat komt mag de Hemel weten, want de kerk heeft zich in de loop der eeuwen wel wat verdienstelijkheid laten liggen.
Miraculeuze Stenen Kruisen, heet het volgende artikeltje uit FATE.
Ik vertaal het maar, voor het gemak.

In de oudheid was er in Dobrogea, Roemenië een burcht die Derventi heette.
Aan het eind van de eerste eeuw A.D. stuurde St. Andreas de apostel zijn leerlingen en drie maagden naar de burcht. Daar probeerden ze de leringen van het Christendom aan de man te brengen.
De burchtheer was niet onder de indruk en veroordeelde hen ter dood.
Vier stenen kruisen met een helende kracht groeiden op de executieplaats uit de aarde, zegt de legende.

Eeuwen later was er een Turkse officier, Ahmed Bay die de burcht kocht inclusief de kruisen. Die behoedden hem voor epidemieën, honger, vuur en andere narigheid.
Aan het begin van de 19de eeuw was het Ahmed Bay's zoon Ali die een stuk van een kruis afsloeg en twee andere kruisen uit de aarde rukte. Dat had hij niet moeten doen. Enkele dagen later werd zijn paard door de bliksem getroffen en zijn huis door een aardbeving verwoest.
De overgebleven kruisen werden door Slavische Christenen in veiligheid gebracht.
In 1877 was er een dove herder die in slaap viel naast het gebroken kruis. Toen hij wakker werd hoorde hij het getinkel van de schaapsbelletjes.
Een plaatselijke bisschop die op pelgrimage ging naar de kruisen besloot daar in Derventi een klooster te bouwen.
In 1959 werd dat klooster gesloten en de monniken werden door de communisten verjaagd. Daarmee verdween ook een dikke stapel persoonlijke getuigenissen van kruis-genezingen die het klooster in z'n archieven bewaarde.
Sinds 1989 is het klooster weer bewoond en honderden mensen bezoeken het jaarlijks om te bidden bij de kruisen, waarvan er een in de kapel staat en de ander buiten het klooster.
De mirakelen houden aan.
Wie het niet ziet zitten om naar Lourdes te gaan kan altijd nog Derventi in Roemenië overwegen.

dinsdag 12 oktober 2010

ZAADJE

Een paar jaar geleden stond ik met een vriend op een rommelmarkt in een grote sporthal.
Voor mensen die dat wel eens hebben meegemaakt: zo'n markt blinkt niet uit door vriendelijk menselijk gedrag.
Alle hebzucht en belazerij komen ruimschoots aan bod. Mensen die trekken aan hetzelfde item, proberen van die paar centen nog wat af te krijgen, zakken met spullen uit elkaar rukken of er met je waar vandoorgaan om het vervolgens op hun eigen tafel voor een hogere prijs te verkopen.
Energetisch, stel ik me voor, is een rommelmarkt luilekkerland voor kwaadaardige elementalen.
Mijn vriend, gevoeliger dan ik voor zulke onzienlijke dingen, besloot aan die omstandigheid wat te doen.
Ergens in zijn broek had hij een zakje met zaadjes, overgebleven uit tuinarbeid of zo. Van welke plant is me niet bijgebleven.
Hij kwam vanachter onze kraam vandaan en begaf zich op pad, een handje met zaadjes voorzichtig voor zich uithoudend. Wie hem tegemoetkwam sprak hij aan. "Wilt u een zaadje?" "Kan ik u hier een plezier mee doen?
Er komt een mooie bloem uit, gewoon in de grond planten." " Dag mevrouw, mag ik u ook een zaadje geven?"
En daar op die drukke drangmarkt voltrok zich voor mijn ogen een mirakel. Mensen stonden stil, soms wat wantrouwend of onwennig maar meestal glimlachend, en lieten zich een zaadje in de hand stoppen. Sommigen deden het gewoon in hun zak, anderen zochten naar een papieren zakdoekje om het zorgvuldig in te wikkelen.
Niemand weigerde het geschenk. Niemand was geïrriteerd.
"Dank je wel hoor!" zeiden de meesten, alsof ze de schat van hun leven hadden ontvangen. En sommigen beloofden het zaadje in hun tuin te planten.
Die dag gebeurde er, heel even en heel klein, gewoon een wonder.

dinsdag 28 september 2010

WONDERBOOM

In een boek uit 1931 van Manly P. Hall, The Phoenix, vind ik een stuk over 'tovenarij in Azië' .
In de tijd dat mysticus Manly Hall dit verhaal schreef was er in het verre Oosten nog geen sprake van verwestelijking, en waren de oude tradities van India, Tibet en andere landen nog betrekkelijk ongerept, ondanks de invloeden van buitenlandse overheersing.
Hall schrijft: "De kinderen van Azië groeien op in de aanwezigheid van wonderwerkers en heiligen. Daarom gelooft het opgroeiende kind in magie, door het bewijs van zijn zintuigen en door de culturele achtergrond van voorouderlijke geschiedenis. Hij twijfelt er niet aan of magie is echt."
En dan gaat hij verder met het vertellen van wonderbare gebeurtenissen en verschijnselen.
Zoals dat van de wonderboom:

"Het grote klooster van Kumbum ligt bij Amdo, in het grensgebied tussen Tibet en China.
Het is een groep gebouwen, om een centrale tempel heen. Hier bevindt zich de Tibetaanse Alfabet boom, alleen voor gelovigen bereikbaar. Hij wordt ook wel de 'Boom van de Tienduizend Beelden' genoemd.
De boom zelf is kort en dik met een massa lage in elkaargegroeide takken.
Abbé Huc, een Lazarist missionaris die samen met zijn collega Abbé Gabet de lamaserie rond 1850 bezocht, beschreef de boom aldus:
"Aan de voet van de berg waar de lamaserie staat, en niet ver van de centrale Boeddhistische tempel, is een open ruimte omgeven door muren. Toen wij daar naar binnen gingen was ik in de gelegenheid om de prachtige boom, waarvan enkele takken boven de muur uitkwamen, op mijn gemak te onderzoeken. Mijn ogen werden getrokken naar de bladeren, en ik werd vervuld van absolute verbijstering toen ik met eigen ogen zag hoe op elk blad een welgevormd Tibetaans teken stond, waarvan sommigen lichter, andere donkerder dan het blad zelf waren.
Onze eerste gedachte was er een van wantrouwen. Was het fraude van de kant van de lama's? Maar na een minutieuze inspectie van ieder detail konden we absoluut geen bedrog ontdekken; de karakters op de bladeren leken een geheel te vormen met ieder bald, inclusief nerven. De karakters waren ook op ieder blad verschillend geplaatst: bij sommigen bovenaan, bij anderen in het midden, aan de zijkant of onderaan het blad. De jongere bladeren hadden vaak nog niet geheel gevormde tekens.
De schors van de boom was eveneens bedekt met tibetaanse karakters, en verwijderde met de opperste schors dan lagen daaronder al nieuwe karakters te wachten, vaak andere dan die op de oude schors te zien waren. Wij onderzochten alles met aandacht, om eventueel bedrog te kunnen ontmaskeren maar we konden absoluut geen enkele fraude ontdekken. Transpiratie liep ons over het gezicht onder invloed van de wonderlijke sensaties die wij door dit fantastische spectakel ondergingen."

De Lama's informeerde de Abbé dat de boom eenmaal per jaar enorme rode bloemen draagt. De bladeren zijn altijd groen en de boom heeft een geur die het meest doet denken aan kaneel.
In een boek met legenden rond de Dalai Lama's vinden we iets over de mythische ontstaansgeschiedenis van de boom en het klooster:
De derde Dalai Lama, Gyalwa Sonam Gyatso (1543-1588), was een groot prediker. Hij was buitengewoon geïnteresseerd in het pelgrimsoord in Amso, waar Lama Tsong-kha-pa, de guru van de eerste Dalai Lama, geboren was (1357). De legende wil dat de nageboorte van de heilige op de grond viel, en dat daaruit de boom ontsproot.
De derde Dalai Lama had over de boom ggehoord sinds hij een kind was, en hij wilde hem dolgraag met eigen ogen zien.
Na zijn bezoek stichtte hij op de heuvel boven de boom het Kumbum klooster; de Hermitage van de Honderd Duizend Buddha's. Dit klooster zou het grootste en belangrijkste monastieke college worden in Oost Tibet.
Na het opgaan van Tibet in China zijn er nog 400 monniken over van de duizenden die er ooit woonden.
Het klooster is een toeristische trekpleister en van de authentieke sfeer is weinig meer over.
De boom is weg. Wanneer die verdween is onduidelijk.
Misschien is hij een natuurlijke dood gestorven, misschien ook niet.
Wat er waar is geweest van de boom die ooit zoveel mensen in contact bracht met het ongelofelijke - dat hangt af van ons eigen geloof in wonderen.

dinsdag 21 september 2010

BEELDEN

In de tijd dat ik zelf poppen maakte heb ik gemerkt dat er aan 'beelden' meerdere kanten zitten. In de loop van het proces van het 'scheppen' kwam een pop tot leven, kreeg een naam, en werd een soort persoonlijkheid. Maar als er iets aan veranderd moest worden dan had ik te maken met de buigzaamheid van lasdraad, de eigenschappen van schuimplastic en de stugheid van papier maché. Een pop was zowel een uitdrukking van een plan, een verlengstuk van mijzelf, bijna iets levends, maar toch, altijd, een ding, zo dood als een pier, samengesteld uit levenloze materialen.

Misschien is het mede door m'n eigen ervaring dat ik steeds weer gefascineerd raak door wonderdoende beelden.
Een beeld is een beeld, hoe mooi ook gemaakt, en hoe bijzonder ook de kunstenaar. Een beeld van iemand, een uitdrukking, uniek en met liefde gemaakt of bij duizenden tegelijk gegoten; het blijft een beeld, en als het valt is het kapot.
Bij religieuze beelden ligt het anders dan bij de meeste seculiere.
Een beeld van Mao of Lenin mag dan een hoop patriotisme losmaken, een religieus beeld werkt op de ziel.
Niemand zal z'n zorgen aan een geharnaste held te paard toevertrouwen, maar een madonnabeeld, daarmee kunnen duizenden zich identificeren, hun zorgen bij neerleggen en hun geloof aan toevertrouwen.

Zo'n beeld wordt opgeladen. Zo'n beeld komt, tot op zekere hoogte, tot leven.
Hoe hard men ook mag roepen dat een beeld alleen een representatie van de godheid is en niet de godheid zelf, in het volksbewustzijn IS het beeld van Jezus Jezus zelf, op dat moment, want er is geen ander. Het oude beeld van Maria wordt aangekleed met liefde en zorg, en ze wordt in een processie rondgedragen, niet als een stuk gips maar als een hemelse figuur, afgedaald in ons midden.
We hebben allemaal een focus nodig om die onzichtbare en vaak onbereikbaar lijkende godheid tot menselijke proporties terug te brengen. Zodat hij aanspreekbaar wordt, dichterbij, intiem vertrouwd met onze zorgen.
De protestantse kerk heeft in dit opzicht de boot gemist, zich baserend op het verbod van Mozes om beelden te maken. De Israëlieten deden het toch, in die barre woestijn. Ze konden het niet laten.
'Afgoden' zijn vaak de enige goden die we hebben, en eigenlijk is dat prachtig, omdat het zo warm en menselijk is.

Maar dan zijn er die beelden die net iets méér zijn dan dat. Meer dan een brandpunt van devotie, meer dan een representatie van de godheid. En daarmee lopen werelden in het honderd en wordt het hek opengezet voor totale afwijzing, zowel als buitensporig geloof. Geen wonder dat de katholieke kerk het niet zo heeft op haar beelden als ze een eigen 'leven' gaan leiden, en dingen doen die voor beelden ongepast zijn. Wat moet je daarmee? Kardinalen kunnen er geen toestemming voor geven en ze kunnen het ook niet tegenhouden. Het gebeurt.
Een paar maanden geleden schreef ik al over Seton, USA, waar elke Maria in tranen was, en over Ballinspittle in Ierland, waar Maria knikte en haar handen van gips bewoog.
Zo zijn er nog een massa verhalen te vertellen, want de kerk is rijk aan 'levende' beelden en ikonen die verbijsterende dingen doen. Genezingen, psychologische en geloofswonderen, onverklaarbare gebeurtenissen.
Of het uiteindelijk wat met God te maken heeft weet ik niet, maar het heeft met mensen te maken. Iedereen die met Richard Dawkins vindt dat religie een slechte en misleidende zaak is heeft, vanuit historisch perspectief, allang gelijk gekregen.
Maar het menselijk hart, zo behoeftig aan wonderen, kan niet zonder.

zondag 5 september 2010

EL CRISTO DE MEDINACELI

Bron: Wilma Carroll in 'Exploring the Healing Miracle'

Ergens in een achterafstraat in Madrid staat een oude kerk.
Wie van plan is naar Madrid te gaan moet hem zeker bezoeken, want de kerk geeft onderdak aan een bijzonder beeld: El Cristo de Medinaceli.
Elke week op vrijdagavond staan mensen in lange rijen om de voeten van het 500 jaar oude beeld te kussen.
Een beeld met een rijke historie.
Ergens in de 17de eeuw maakten de Moren zich meester van het beeld en andere kerkelijke schatten. Ook namen ze een klooster vol monniken en een aantal burgers in gijzeling. De eis was een hoog bedrag aan puur goud.
Daar kon men niet aan voldoen, en dus startten de onderhandelingen die een jaar duurden. De mensen werden vrijgelaten, maar de religieuze voorwerpen bleven in handen van de Moren en werden meegenomen naar Marokko. Om die heiligheden terug te krijgen werd de kerk gesommeerd hun gewicht in goud te betalen. Daarmee werd uiteindelijk ingestemd, en het wegen zou plaatsvinden op het centrale plein van Rabat.


Een grote weegschaal werd opgesteld. El Cristo de Medinaceli was de eerste die zou worden gewogen. Men hield het gelovige hart vast, want het 2 meter hoge beeld was van massief ebbenhout en woog een fortuin.
Maar, o wonder, toen het beeld op de schaal was getild bleek het lichter dan een veertje.
De Moren waren in paniek. Ze zagen af van de transactie en besloten het beeld en alle andere voorwerpen te verbranden. Maar die nacht werd de stad getroffen door een geheimzinnige ziekte waardoor honderden mensen stierven. Dat was de dieven teveel, en alle kerkelijke eigendommen werden onverwijld teruggegeven aan Spanje.
Om die heugelijke gebeurtenis te vieren werden de geretourneerde voorwerpen in een triomfantelijke processie door de straten van Madrid gedragen, met El Cristo voorop.
Volgens kronieken uit die dagen was de verwelkoming van de bevolking zo roerend dat het Christusbeeld tranen vergoot, en velen in het publiek werden genezen van ziekten en gebreken.

Daarmee begon de roemrijke carrière van El Cristo de Medinaceli.
De schrijfster van het artikel was in Madrid op een koude dag in februari, en meer uit nieuwsgierigheid dan uit devotie sloot ze zich aan bij de wachtenden.
Tien dagen eerder had ze bij het ijs-skaten de banden van haar linker voet gescheurd en de tot de omvang van een meloen opgezwollen enkel was deskundig en voor weken in het gips gezet.
Wilma betrad daarom de duistere kerk op krukken, temidden van biddende mensen, waarvan sommigen het in de verte zichtbare beeld op de knieën naderden.
Ze kende de geschiedenis van het beeld, maar geloofde niet in wonderen. Een beeld is tenslotte een beeld.
Maar zodra ze het beeld naderde werd ze gevangen in de uitstraling van de in purper geklede El Cristo, die een sterk magnetisch veld om zich heen had. Wilma kon haar ogen er niet van afhouden. Er scheen licht om El Cristo heen te hangen en ze nam een gouden halo waar. Even leek het haar of het beeld ademde.
Dit beeld was meer dan een beeld.
Toen het haar beurt was om de voeten van de Christusfiguur te kussen besteeg Wilma de treden van de trap en viel op haar knieën. Ze kon niet anders.
Min of meer beschaamd kwam ze overeind en verliet haastig de kerk, zich intussen vaag bewust dat haar voet in het gips anders aanvoelde.

Die nacht kon Wilma niet slapen. Het gips irriteerde haar en jeukte vreselijk.
De volgende dag spoedde ze zich naar het ziekenhuis om zich ander gips te laten aanmeten, iets wat comfortabeler zat.
Zodra het gips was opengezaagd hoorde Wilma uitroepen van verbazing, en doktoren en verpleging kwamen aangesneld. Haar enkel bleek volkomen normaal. Nergens pijn, goede flexibiliteit: als nieuw.

Wilma ging terug naar de kerk om nogmaals het beeld van El Cristo in zich op te nemen. Ze checkte de lichtval, maar de aura die ze de vorige dag had gezien kwam werkelijk van het beeld, en niet van de verlichting.
Ook had ze nog steeds de indruk dat het houten beeld werkelijk ademde.
Rondvragend naar andere genezingen bleek haar dat de kerk daar liever geen aandacht aan besteedt. Toen ze de priester wilde vertellen wat haar overkomen was, luisterde die nauwelijks, en gaf geen commentaar. Ook de kerkgangers schenen niet bereid om er over te praten.

Wilma besluit haar verhaal met de notie dat zulke wonderen, hoewel voor ons totaal onverklaarbaar, veroorzaakt worden in het astrale gebied, en vervolgens in het fysieke veranderingen kunnen veroorzaken.
Allemaal goed en wel, maar dat verklaart niet een ademend beeld of een aura die krachtig en voelbaar is.
Een beeld is tenslotte een beeld...niet dan?

vrijdag 20 augustus 2010

PENNIES FROM HEAVEN

Grappenmakers in de hemel?
Het lijkt er soms wel op.
Berichten over het vallen van voorwerpen of dieren die niet in de hogere regionen thuishoren zijn vrij algemeen. Maar munten? In 1800 vielen ze bij bosjes op Trafalgar Square, waardoor menigten Londenaren door de knieën gingen om er zoveel mogelijk van op te rapen.
Op 18 januari 1928 gebeurde dat nogmaals, maar deze keer niet in het openbaar, maar binnenshuis bij de familie Robinson in New York. Koperen munten materialiseerden uit het niets.
Dat zulke gebeurtenissen ook heel specifiek kunnen zijn bewijst het volgende verhaal uit
Fortean Times:

Mijn vader was speciaal gehecht aan pennies. Hij vond het leuk als hij er een vond, en het overkwam hem nogal eens dat hij er een op straat zag liggen. Zijn geliefde Chihuahua noemde hij zelfs Penny.
In 1994 stierf hij aan longkanker. Een paar weken na zijn dood werd ik om 3 uur 's nachts wakker, en daar stond mijn vader, aan de voeteneinde van mijn bed. Hij zag er gezond uit en een stuk jonger dan toen hij stierf.
Hij droeg een van zijn geliefde geruite hemden. Sue, zei hij, ik heb geen pijn meer. Toen was hij weg.
Hij wist hoe erg ik het had gevonden om hem pijn te zien lijden en hij wilde me geruststellen dat dat nu voorbij was.
Toch, naarmate de tijd verstreek, was ik bang dat zijn boodschap alleen een droom was geweest.

Niet lang daarna begonnen er overal in huis pennies te verschijnen. Ik ben tamelijk netjes, en ik laat geen spullen slingeren. Mijn echtgenoot is nog netter dan ik, dus er is geen kans dat losse pennies blijven liggen waar ze niet horen.
De pennies verschenen steeds op rare plaatsen: in het midden van een net opgemaakt bed, op een kale tafel, of zelfs tussen de toetsen van m'n keyboard. En nee, m'n echtgenoot kan het niet gedaan hebben, want die was vaak net op zakenreis als ik er een vond.
Ik begon ook buiten steeds pennies te vinden, net als mijn vader had gedaan, alsof ze zich zomaar manifesteer-den, telkens als ik aan mijn vader dacht. Er rolde er zelfs een keer een uit m'n jurk, net toen ik in een hotel op weg was naar een belangrijke afspraak. Toen ik erop ging letten vond ik steeds pennies als ik me ergens zorgen over maakte.
Nu, vijf jaar na de dood van m'n vader, vind ik nog steeds pennies als ik gespannen ben. In paranormale termen heten dat 'apports' .
Ik twijfel er niet aan dat mijn vader genoeg energie kan oproepen om pennies te laten verschijnen, als teken dat hij voortleeft en bij me is.
Naast m'n bed staat een glazen pot waarin ik de pennies bewaar. In tijden van verdriet of stress neem ik ze in m'n hand . Ze zijn een troost. De pennies die m'n vader verzamelde en aan mij stuurde zijn echt 'pennies from Heaven'

donderdag 5 augustus 2010

DE PROFETERENDE VIS

Het BBC News van 16 maart 2003 maakte melding van een merkwaardig voorval. Geloof het of niet.
Een karper op de vismarkt van New York die op het punt stond om geslacht te worden, riep waarschuwingen over het einde van de wereld.
Niet meteen wat je van een vis zou verwachten.
Luis Nivelo, een christen, was zo geschokt dat hij achterover viel in een krat slijmerig visafval, en daarna naar de viswinkel van de joodse Zalman Rosen rende, roepend: "De vis praat!"
"Je bent mesjogge" , vond Rosen, maar hij ging toch kijken naar de kraam achter zijn winkel, en daar was de vis net bezig zich te identificeren als de ziel van een lokale Chassidische Jood die het jaar daarvoor gestorven was.
Hij instrueerde de omstanders te bidden en de Torah te bestuderen.
Rosen was zo in paniek dat hij probeerde de vis te doden, maar daardoor alleen zichzelf verwondde en naar het ziekenhuis werd afgevoerd.
Luis Nivelo was succesvoller: hij bracht de vis om het leven en verkocht hem.

De joodse gemeenschap van New York was verdeeld in gelovers en twijfelaars. Sommige Chassidische Joden geloven dat de ziel van een geleerde jood kan overgaan in een vis. Dat is al vaker gebeurd, zeggen ze.
Velen zagen er een wonder in, een manifestatie van God in deze wereld.
Hoe dan ook: wie aandacht wil trekken, hij neme een vis en late hem spreken. Altijd prijs.

vrijdag 2 juli 2010

SHIVA'S MANTRA

Een van de meest fascinerende onderwerpen die ik kan bedenken zijn spontane genezingen.
In tegenstelling tot wat orthodoxe Christenen denken komen die in alle culturen voor. Je hoeft niet in Jezus te geloven om 'uitverkoren' te worden door wie of wat dan ook.
De methoden zijn even divers als de culturen waarin ze toegepast worden. Je zou kunnen concluderen dat er geen methode is, alleen mensen, en de menselijke geest - die zichzelf geneest met hulp van krachten waar we weinig definitiefs over kunnen zeggen.
Zoekend op internet naar helende mantra's vond ik er nogal wat, langere en kortere. Maar een sprong eruit: Om Namah Shivay (uitgesproken als Aum noem-ha Shiwai).
De mantra betekent 'Ik buig voor Shiva' , en Shiva, zoals we waarschijnlijk weten, is in het trio Brahma (schepper), Vishnu (onderhouder) en Shiva de god van de vernietiging. Dat mag negatief kinken, maar zoals de meeste goden heeft Shiva een aantal aspecten. Zo is hij Shiva Nataraja, de 'heer van de dans' een beeld wat we ook in het Christendom tegenkomen. We kennen het beeld van Shiva Nataraja, met vier armen dansend temidden van een krans van vlammen. Shiva, de kosmische vernietiger, maakt de weg vrij voor Brahma, de schepper.
Zijn rol is een noodzakelijke, anders zou er niets nieuws kunnen ontstaan. Onder zijn dansende voeten heeft hij 'Maya' , de dwerg van het materialisme.
Maar Shiva wordt ook vaak mediterend afgebeeld, en naast zijn meer heftige aspecten wordt hij gezien als weldoener en begunstiger. Sectes binnen het Hindoeisme die zich richten op de verering van Shiva leggen vooral de nadruk op zijn zachtere kant. Shiva is de god van het innerlijk, de ziel, die intact blijft ook als alles vernietigd wordt.

Om Namah Shivay is een machtige mantra. Wanneer je hem zingt , geef je klank aan de betekenis 'Ik buig voor Shiva' en tegelijk 'ik buig voor de god in mij' - voor de goddelijke essentie; dat wat mij verbindt met God.
Babaji Haidakhan, een bekende Indiase goeroe die in 1984 stierf, legde veel nadruk op het zeggen van deze mantra, die hij 'machtiger dan een atoombom' noemde.
Dat er iets bijzonders met deze mantra aan de hand is bewijst het volgende verhaal van een deense reisleider die rond 1980 iets ongelofelijks meemaakte in een plaatselijk tempeltje op Sri Lanka.
Drie mannen lagen op de grond en baden Om Namah Shivay met diepe stemmen, een incantatie die door ging en doorging en waarbij ze niet leken adem te halen.
Ineens stond de middelste man op. Hij was bleek en scheen moeite te hebben op de been te blijven. De anderen stonden op om hem te ondersteunen.
Toen gebeurde er iets wat de deense reisleider voorgoed een andere kijk op de werkelijkheid zou geven, en waarover hij pas 20 jaar later heeft durven praten. De bleke man stond gericht naar een muur waarop een Buddha was geschilderd. Rook kwam er uit zijn schedel en de geur van verbrand vlees verspreidde zich. Een perfecte vlam stond op het midden van zijn hoofd. Toen viel hij om, en de andere mannen legden hem voorzichtig neer om te rusten. In z'n schedel was een grote 3 met een staart gebrand; het Om teken.

Naar aanleiding van dit verhaal op een message board kwam een braman die in Sharjah, UAE woont met zijn gezin met zijn eigen ervaring met de mantra.
Hij vertelt hoe bij een uitstapje de hand van zijn zoontje per ongeluk beklemd raakte tussen de deuren van zijn bestelbusje. Het kind krijste.
Omdat de familie fervente aanhangers van Lord Shiva zijn en de mantra voor hun zo gewoon is als ademen, begon het kind Om Namah Shivay te chanten door zijn tranen heen.
Op weg naar het ziekenhuis begonnen de vingers te helen. Het ziekenhuis hebben ze niet meer bezocht, en toen ze thuis aankwamen was er geen spoor meer van de verwonding en dus ook geen lidteken. Het kind kon zijn vingers weer normaal bewegen.

Precies hetzelfde is mij ook eens overkomen, en ik kan iedereen verzekeren dat dat allemachtig veel pijn doet en dat er bij mij na 10 jaar nog steeds een flink lidteken zichtbaar is.
Volgens die meneer in Sharja is de mantra machtiger dan alle zonden op aarde.
Dan moet hij inderdaad behoorlijk krachtig zijn.
Om Namah Shivay. Niet meer vergeten.

BESCHERMENGEL

Als mensen het slachtoffer worden van zinloos geweld of ongelukken, dan hebben we wel eens de neiging te denken dat beschermengelen wel eens de andere kant opkijken. Maar misschien geven we hen te weinig gelegenheid om hun werk effectief te doen, en moeten we beter luisteren. Uit het volgende blijkt dat dat, althans voor de man die het stuk schreef, levensreddend kan zijn. Ik vond het verhaal van Daniel Gulbin in het Amerikaanse blad FATE van 1999.
Iets samengevat :

"Als jongetje zat ik bij de nonnen op school, en daar werd veel aandacht besteed aan beschermengelen. De nonnen legden ons uit dat dat een grootouder kon zijn of iemand anders die de zorg voor ons vanuit de hemel op zich genomen had. Iedere dag moesten we daarom een gebed zeggen voor onze beschermengel, en dat deed ik trouw zolang ik op de lagere school zat.

Later kwam daar de klad in, en ik hield op met bidden en met elke gelovige praktijk.
Tot ik een jaar of wat geleden een artikel las over beschermengelen van iemand voor wie dat veel betekende.
Voor het eerst sinds m'n jeugd dacht ik weer aan dat gebed. En ik bad.
Iedere dag, drie weken lang, zei ik het oude gebedje voor m'n beschermengel.
In die tijd werkte ik in een warenhuis. Op weg naar de lift die naar de carpoolplaats ging werd ik staande gehouden door mijn vriend José, met wie ik even bleef praten. Toen ik met een volgende lift beneden kwam heerste daar chaos.

Een auto zonder remmen was in de carpoolende menigte gecrasht. Vijf mensen waren dood en velen ernstig gewond. Als José me niet had tegengehouden was ik waarschijnlijk een van de slachtoffers geweest.
Ik dankte m'n beschermengel die dag.

Kort daarna hield ik op met carpoolen en nam ik de bus naar huis. Iedere dag zat ik op een muurtje de krant te lezen, wachtend op de bus. Die dag zag ik in een winkel aan de overkant een tijdschrift dat ik wilde hebben, en ik stak over om het te kopen. Op dat moment crashte een auto met een dronken automobilist in het muurtje waarop ik elke dag zat te wachten. Als ik dat tijdschrift niet gezien had...En weer dankte ik m'n beschermengel.
Sinds die tijd zeg ik dagelijks dat gebed.
Deze zomer was ik op weg naar ons vakantieverblijf, en ik reed flink door op een rustige weg. Opeens herinnerde ik me het verhaal van een vriend, die op diezelfde weg een aanrijding had gehad met een hert. Voor de zekerheid nam ik gas terug.
Toen ik over een heuvel reed stond daar een groot hert midden op de weg. Ik kon op tijd remmen. Was ik hard blijven rijden, dan was het zeker verkeerd afgelopen, voor ons, en voor het hert.
Drie keer ben ik gered door m'n beschermengel. Ik hoef geen verdere bewijzen. Ik weet dat er over me gewaakt wordt.

Daarvoor ben ik eeuwig dankbaar, en dat gebed zal ik altijd blijven bidden. "

vrijdag 4 juni 2010

MIST

We moeten er niet te licht over denken: wonderen bestaan.
En hoewel ze soms niets met God of geloof te maken hebben, is toch die koppeling er eentje om naar uit te kijken.
Dat doen ze in het Vaticaan al een tijdje vanwege de op handen zijnde zaligverklaring van de vorige paus.
Helaas is het wonder dat hij scheen verricht te hebben weer in duigen gevallen, en nu is het wachten dus op een die beklijft. St. Juttemis zal beslist niet worden afgewacht: er is haast bij.
Alsof de kerk nog niet genoeg heiligen heeft. Zoveel dat we door de bomen het bos niet meer kunnen waarnemen.
Daarom is het zo mooi als een echt lichtgevend wonder door die bomen schijnt en ons op het rechte pad houdt.
Zo'n licht is de heilige St. Cuthbert van Lindisfarne (Northumbria). Misschien heb je nooit van hem gehoord, maar hij was in zijn tijd, de 7de eeuw AD een man van aanzien. Zoals dat in die jaren vaker voorkwam hield hij het midden tussen een monnik, een kluizenaar, een geleerde en een soldaat.
In 684 werd Cuthbert bisschop van Lindisfarne waar hij drie jaar later stierf en werd begraven. Na veel omzwervingen werden rond 900 AD zijn stoffelijke resten overgebracht naar een kerk in Durham.

Toen in 1104 de kathedraal van Durham werd voltooid, kreeg Cuthbert daar een definitief onderkomen.
Volgens de legende was hij bij die laatste opgraving nog in goede staat, en daarmee een van de 'incorruptables' waar de kerk een bewijs van heiligheid in ziet.
Zijn cultus kwam daardoor niet moeilijk van de grond en pelgrims stroomden toe.

Cuthbert bleek een ware beschermheilige van het gebied dat hem lief was.
Aan veldslagen geen gebrek. Kloosters en abdijen waren vaak doelwit van vijandelijke plunderingen.
In 1346, kort voor de veldslag van Neville's Cross, werd de abt van Durham Abbey in een droom door Cuthbert bezocht. Het klooster en de monniken zouden gespaard blijven als de abt een overkleed van Cuthbert als vaandel in de strijd zou dragen. Dat hielp; de abdij werd gespaard. Sindsdien ging Cuthberts kleding mee in elke strijd, en hij werd gezien als de beschermer van de regio.

Daarmee is het niet afgelopen met Cuthbert. Heiligen hebben tenslotte het eeuwige leven.
In de zomer van 1943 was een squadron van de Luftwaffe op weg naar Northumbria om een viaduct in Durham te bombarderen. Daarmee zou een belangrijke noord-zuid spoorweg onbruikbaar zijn geworden.
Het plan was om ook de stad Durham en zijn beroemde kathedraal mee te nemen in de destructie, want het is zonde om niet te doen wat men kan, als het om vernietiging gaat.
Maar precies toen de bommenwerpers hun doel naderden, kwam er uit het niets een mist opzetten. Die mist spreidde zich uit over de stad, de kathedraal, en elke landschappelijk oriëntatiepunt.
De vliegtuigen dropten hun bommen buiten de stad en hoopten er het beste van. Durham was nauwelijks getroffen.


Niemand heeft ooit een verklaring kunnen geven voor de spontaan opgekomen mist. De nacht was helder en de maan bescheen het landschap waar St Cuthbert zijn deken beschermend overheen heeft gelegd.
Zulke heiligen, daar heb je wat aan.

vrijdag 16 april 2010

DE KOREAANSE SOLDAAT, of: DE MACHT VAN DE GEEST

uit David St.Clair: Psychic Healings

De patrouille, voornamelijk Koreanen, was ergens in de buurt van de Cambodjaanse grens.
De arts was een jonge Amerikaan. Ze waren tevoren gewaarschuwd om op hun hoede te zijn voor scherpe staken die de VietCong overal in het gebied in de grond had gestoken.
De staken waren van ijzer met gekartelde randen die met ziekteverwekkers waren besmeerd. Ze hadden al aan veel soldaten het leven gekost.
De jonge arts liep voor de patrouille uit toen hij een kreet van pijn hoorde.
Hij draaide zich om, en zag tot z'n ontzetting hoe een van de Koreanen aan zijn rechter been trok. Een staak was dwars door de zware legerlaars gedrongen en bij de enkel naar buiten gegaan. De soldaat viel op de grond.
De Amerikaan stond geschokt toe te kijken, niet wetend wat hij hier kon uitrichten met alleen een eerste hulp kit. Het bloed spoot er uit; een van de slagaderen was doorboord.
De arts rende naar de Koreaan, die nu in de lotushouding op de grond zat.
De Amerikaan ging naast hem zitten en bood hem de weinige hulp aan die hij kon geven, maar de Koreaan schudde zijn hoofd. Hij had zijn vingers een paar centimeter boven de wond gelegd en drukte, zijn ogen gesloten.
De arts kon de gescheurde spier zien en een stuk van het bot dat door de kapotte huid kwam. "Maar terwijl ik keek" vertelde hij later tegen zijn overste "zag ik een korst ontstaan over de wond, die er even later afviel. Een nieuw stuk huid werd zichtbaar. Het hele proces kan niet langer dan 3 minuten geduurd hebben."
Een helicopter landde en nam de Koreaan mee naar het veld hospitaal.
Toen hij daar aankwam bleek dat er geen wond was, en geen opening in zijn voet of enkel.
Een Röntgenfoto liet zien dat er om de slagader, daar waar die was doorboord, een dikke band zat, ongeveer zoals een loodgieter aanlegt rond een kapotte afvoer. De volgende dag was die band weg.
En ook de Koreaan.
Hij liep het ziekenhuis uit en werd niet meer gezien.
De arts werd gevraagd 'iets anders' in zijn rapport op te nemen, want een waar verslag van de gebeurtenis zou hem alleen kunnen schaden bij zijn superieuren. De medici in het hospitaal deden alsof ze de foto's nooit hadden gezien.
De arts, gefascineerd, begon navraag te doen naar de Koreaan.

Andere Koreanen in het kamp konden, of wilden hem niet veel vertellen.
De gewonde man was ouder dan de meesten van hen, een jaar of 40. Hij kwam uit een klein dorp en was ongetrouwd.
Dat was alles wat ze wisten.
En o ja, er was nog iets wat er in dit geval misschien toe deed: hij was een Boeddhistische priester.

DE HEILIGE SCHADUW

uit Carol Neiman: Miracles

Er was eens een man die zo buitengewoon goed was dat God hem naderde omdat hij hem de macht wilde geven om wonderen te verrichten.
De man weigerde. "Mijn leven is zo eenvoudig nu", zei hij, "en zo vol schoonheid. Ik kan me niet voorstellen dat er nog meer dan dat zou zijn. En ten tweede: die goedheid die u zegt dat ik zou bezitten is niet míjn goedheid - in feite wordt ik door goedheid bezeten, en goedheid doet zijn werk zonder dat ik daar tussen kom.
Als u mij de macht gaf om wonderen te doen dan zou u me iets geven waar ik erg goed buiten kan. Ik heb al mijn bezittingen al lang geleden achter me gelaten. Dus alstublieft, neem uw miraculeuze krachten en geef ze aan iemand anders.

God probeerde de man over te halen, en zei dat de wereld nou juist zo om wonderen zat te springen en dat er maar zo weinig goede mensen waren die hij de macht om ze te doen kon toevertrouwen.
Uiteindelijk stemde de man toe, maar op één voorwaarde: dat elke wonderbaarlijke gebeurtenis zich achter zijn rug zou voltrekken en dat hij er zelf niets over zou weten.
Op die manier zou hij veilig zijn voor de verleiding van belangrijkheid en ego.
God ging in op die voorwaarde, en de wonderen vonden plaats in de mans schaduw.

Terwijl hij zich van de ene plaats naar de andere begaf, maakte zijn schaduw droge paden groen, gaf verwelkte planten nieuw leven, liet helder water in uitgedroogde beken stromen, gaf een frisse kleur aan bleke kinderen en vreugde aan ongelukkige mensen.
Maar de man merkte daar niets van, en ging gewoon door met wat hij altijd had gedaan: goedheid verspreiden zonder er zelf op te letten.
De mensen die hij ontmoette respecteerden zijn nederigheid. Zij volgden hem in stilte en spraken niet over zijn wonderen.
Op den duur vergaten zij zelfs zijn naam, en ze noemden hem "De Heilige Schaduw."

dinsdag 6 april 2010

WAT NU TOCH?

We kennen verhalen over huilende heiligenbeelden.
Het volgende bericht van 23 januari uit Psychic News, het Weekblad voor alle Spiritualisten in Engeland, sluit daarop aan.
Op de foto zien we Mike, een Australische jongen die in 2006 op 17 jarige leeftijd omkwam bij een ongeluk. Zijn ouders George en Lina zijn er van overtuigd dat Mike sindsdien wonderen verricht in hun huis. De muren en enkele vertrekken in het huis produceren olie van onbekende oorsprong. Die olie blijkt geneeskrachtige eigenschappen te hebben.
Een Australische krant meldt dat de politie de menigten die zich steeds weer verzamelen bij het huis in Sidney waar Mike woonde in goede banen moet leiden; de zieken blijven maar komen. Vrouwen die niet zwanger kunnen worden hebben 9 maanden later een kind.

Niet alleen de muren 'huilen' olie, ook portretten van Mike en religieuze beelden doen dat.
Moeder Lina is er van overtuigd dat Mike een boodschapper is tussen God en mensen, en dat hij heilig verklaard zou moeten worden.
Doet zich de vraag voor: waarom kiest Mike voor zo'n eigenaardige vorm om zijn aanwezigheid te bewijzen? Kan het niet wat minder vettig? Waarom geen rozenwater?
Mocht de Kerk meegaan in de zekerheden van Mike's familie, dan wordt hij de eerste Australische mannelijke zalige heilige.
Niet gek voor een jongen van 17.

YOGI

Redding in nood, hemelse of bovennatuurlijke interventie, gebedsverhoring, zich bewegen alsof er geen afstanden en geen tijd bestaat, gezien worden en verdwijnen, die elementen vinden we overal. Blijkbaar horen ze in het ervaringspakket van de mensheid.
In "The Theosophist" van 1881 staat een verhaal dat in de New Age cultuur onherroepelijk als een engelen- verhaal zou worden gezien, maar in India heeft men een andere interpretatie. Dat maakt zulke wonderverhalen des te interessanter; de gebeurtenissen komen overeen maar de culturen verschillen.
Het duiden van wonderverhalen is sterk cultuurgebonden. Dat kan niet anders, mensen hebben alleen hun eigen gereedschap om te begrijpen wat ze is overkomen. Maar die beeldtaal zegt niets over de werkelijke ultieme en juiste verklaring. Die laatste 'zekerheid' ontgaat ons. Iedere wonderlijke gebeurtenis is open voor interpretatie.
Dat is mooi, of irritant, het is maar hoe je't bekijkt.
Misschien moeten we niet alles willen verklaren, voor je't weet is het wonder dood.

Het betreffende verhaal gaat over een pelgrim die in het gezelschap van een stuk of 10 andere pelgrims een lange route aflegt langs heilige plaatsen in India. De man is niet erg fit door de vermoeienissen en op een gegeven moment blijft hij achter, en wordt hij gescheiden van zijn tochtgenoten.
Op goed geluk vervolgt hij zijn weg door ruig terrein, en staat opeens oog in oog met een kudde wilde runderen.
Dat is niet niks, die dieren kunnen agressief uit de hoek komen. Dus begint de pelgrim te rennen om aan de dieren te ontkomen, en gelukkig vindt hij een schuilplaats in een grot. Maar een stier weet hem te vinden, en als hij zich dieper terug wil trekken ziet hij een grote schorpioen vanaf de gesteenten boven zijn hoofd op hem afkomen.
Paniek. Maar gelukkig richt de schorpioen zijn aandacht op de stier, en steekt die dood. Dan verdwijnt hij weer in de duisternis.
Onze pelgrim zucht opgelucht, besluit de nacht in de grot door te brengen, maar dan is er een tijger die hem in een hoek drijft. De man begrijpt dat er blijkbaar aan gevaren niet te ontkomen valt, en hij verzoent zich met zijn lot.
Tot op zekere hoogte, want even later breekt hij op de knieën en doet een hartgrondig schietgebed.
Als hij zijn ogen opent staat er een Yogi voor hem met een koninklijk uiterlijk, die hem in Hindoestani toespreekt: "Wie ben je en wat doe je hier? Kom, doe wat ik zeg en sluit je ogen...".
Zonder aarzeling gehoorzaamt de pelgrim. .
De Yogi lijkt hem bij de schouders vast te hebben. Als de man zijn ogen opent staat hij tussen zijn verloren reisgenoten.
De Yogi is, natuurlijk, verdwenen.

zondag 4 april 2010

DE BIZARRE BEZETENHEID VAN ST. MEDARD

Wonderbaarlijke genezingen. Ze komen voor. Wat de sceptici ook beweren, ze gebeuren.
Feiten trekken zich niets aan van geloof in hun bestaan, wat heerlijk is dat toch.
Op internet vond ik een artikel van Jody Forest over St. Medard, een kerkhof in Parijs, waar tussen 1727 en 1732 de wonderlijkste dingen gebeurden.
Het begon met de begrafenis van Francois de Paris, diaken en een gerenommerd healer in die dagen. De man was maar 37 jaar oud toen hij stierf. Tijdens zijn werkzame leven verkondigde hij dat men alleen door de gratie van God kon worden genezen, en niet door eigen inspanningen.
Een grote menigte mensen volgde zijn kist en toen de Paris in zijn graf werd neergelaten gebeurde er een wonder: een jongetje dat geboren was met gebreken en nooit normaal had kunnen lopen begon te stuiptrekken, en even later danste hij volkomen genezen tussen de verbijsterde toeschouwers. Zijn geatrofieerde been kreeg zienderogen een gezonder aanzien, en al snel was er niets meer van zijn narigheid te merken.

In een tijd waarin de medici niets beters wisten dan bloedzuigers en trepanaties en het leven nog veel gevaarlijker was dan tegenwoordig, was het aantal mensen met handicaps en ongeneeslijkheden niet te tellen.
Nu stroomden die natuurlijk van alle kanten toe. Wonder na wonder gebeurde. Instant healing van de meest vreselijke kwalen. Behalve de behoeftigen stroomden ook de notabelen toe, om de merkwaardige gebeurtenissen te controleren en te boek te stellen.
Maar op 7 september 1731, toen een advocaat en zijn sceptische vriend de magistraat de scene bezochten, nam de parade van de genezenen een sinistere wending. De magistraat zag hoe vrouwen zich in onmogelijke bochten wrongen terwijl ze in tongen spraken, een fenomeen dat je bijbels uit kunt leggen maar waar ook andere kanten aanzitten.
Hier was duidelijk sprake van bezetenheid. Vrouwen werden gruwelijk gemarteld en ze vonden het nog prettig ook. Ze vroegen zelfs om meer en schenen geen pijn te voelen
Een eind verderop waren vrouwen bezig hun hoofd in het vuur te houden, maar geen haar op hun hoofd verbrandde. Anderen waren doende de etterbuilen van patienten te likken.

Nou ja. Al met al geen scènes waar je blij van wordt.

In 1732 besloten de Parijse authoriteiten dat het welletjes was. Ze sloten de kerk en het kerkhof, hakten de bomen om en ruimden de graven.
Al die bizarre en beslist griezelige gebeurtenissen zijn uitvoerig vastgelegd en beschreven, en honderden waren getuige van het verkeren van hemel in hel.

Jeroen Bosch zou het bedacht kunnen hebben.

zaterdag 3 april 2010

DE OUDERE KANT VAN LOURDES

De prachtige psychologische film 'Lourdes' heeft onze bioscopen alweer bijna verlaten, en weinigen zullen hem waarschijnlijk gezien hebben.
Je hoeft niet katholiek te zijn of in Mariaverschijningen te geloven om geïntrigeerd te zijn door wat daar gebeurt.
Voor de meeste mensen is de gedachte aan Lourdes vanzelfsprekend verbonden aan de verschijning van Maria aan Bernadette, het eenvoudige dorpskind.
Dat gebeurde in 1858.
Sinds die tijd heeft de Kerk er alles aan gedaan om het obscure stadje in de Pyreneeën te maken tot een lichtend voorbeeld van wat geloof ons kan geven.
Hoewel men wonderen in de regel spaarzaam erkent, hoeft niemand te twijfelen aan de geregistreerde wonderen en de grotere aantallen ongeregistreerde.
In Lourdes gebeuren mirakels, dat staat als een paal boven water.
Maar Lourdes heeft een oudere geschiedenis die men niet terugvindt in de bedevaartliteratuur.
Bernadette Soubirous werd geboren in een streek waar het moeizame bestaan was gelardeerd met geloof in elfen, tovenaars, weerwolven en andere bewoners van het schemergebied.
Ook geloof in geesten hoorde daarbij.

De Pyreneeën zijn een ruig gebied vol met ontoegankelijke grotten en geheimzinnige schaduwen. Net als op andere ongerepte plaatsen in de wereld, is zo'n landschap een bron van inspiratie voor volksgeloof en volksangst.
Dat was in 1858 nog steeds zo. Nog maar enkele jaren eerder was er vlak bij het stadje een 'heks' op de brandstapel gestorven.
Men geloofde in God, maar zeker ook in de duvel, en beide geloven liggen zij aan zij als het gaat om paranormale gebeurtenissen.
Al vóór 1858 was het gebied een toeristenattractie om zijn ongerepte schoonheid. Bronnen in de buurt waren het 'Spa' van die omgeving, en dokters schreven hun patienten een paar weken Lourdes voor.
In 1854 was er een serie betreurenswaardige zelfmoorden: toeristen stortten zichzelf in de rivier de Gave of kwamen op andere manieren om.
De volksverklaring was dat geesten mensen daartoe dwongen.
De grot van Bernadette, plaatselijk bekend als Massabiele, had een slechte reputatie. Daar moest je maar niet naartoegaan. Het hele grottensysteem was verdacht: in 1857 waren een eindje verderop in een onderaardse grot menselijke en dierlijke beenderen gevonden die daar al vele eeuwen lagen.
Verhalen over mensenoffers deden de ronde. De menselijke fantasie weet wel raad met alles wat verdacht is.
In die sfeer kreeg Bernadette haar eerste visioen.
Zijzelf kwam niet op het idee dat ze Maria gezien had. In de eerste plaats werd gedacht aan de in 1857 gestorven dorpsgenoot Elise Latapie, voorgangster in een gebedsgroep, die had gevraagd in de kleuren van die groep begraven te worden: blauw en wit. Dat was haar geweigerd. Geesten houden niet van zulke weigeringen, en het was dan ook haar geest die men dacht dat Bernadette gezien had.
Het officiële verhaal van Bernadette wijkt af van de plaatselijke bronnen uit die tijd.
Men was in paniek om Bernadette's recalcitrante terugkeer naar de duistere grot. Vooral haar moeder verbood het haar, maar ook haar meer plooibare vader vond het moeilijk kiezen tussen een goddelijke en een duivelse oorsprong van de visioenen. Temeer omdat de figuur in de grot weigerde haar identiteit prijs te geven.
In dat opzicht was het niet anders dan bij andere Mariaverschijningen: de kinderen zien iets, en de kerk maakt er Maria van, hoewel de figuur meestal geen enkele overeenkomst heeft met de iconografie van Maria waar de kinderen mee vertrouwd zijn.
Na Bernadette wiens visioenen na 1858 afgelopen waren, werden velen geplaagd met visitaties, hele groepen jonge kinderen braken simultaan op de knieën en schenen iets te zien en te horen. Niet alleen een wit met blauwe dame werd gezien; sommigen zagen hele andere figuren die pasten binnen de plaatselijke mythologie.
Sommigen werden tot een zelfmoordpoging bewogen en nog net op tijd tegengehouden. Anderen gedroegen zich als bezeten.
Na anderhalve eeuw is niet meer te achterhalen hoe het allemaal gezeten heeft.
Zeker is dat de slechte reputatie van Massabiele kon worden bevestigd door mensen die er in de jaren vóór Bernadette hadden willen schuilen tegen de heftige regen. Zij hadden het plan om droog te blijven snel opgegeven toen ze onverklaarbare stemmen en geluiden hoorden.
Een schaapherder die zijn schapen in de grot wilde drijven kreeg dat niet voor elkaar: de dieren bleven liever in de stromende regen dan een stap in de grot te doen.
Al die verhalen werden verteld en herverteld toen Bernadette eenmaal had gezien wat ze gezien heeft.

Wat de visioenen van Bernadette wérkelijk waren blijft een kwestie van geloof en speculatie.
Maria is nooit een eenduidige figuur geweest en haar verschijningen roepen altijd meer vragen op dan de Kerk of iemand anders kan beantwoorden. Maar de meeste mensen zal dat een zorg wezen.
Zolang de wonderen doorgaan en men het gevoel heeft daar profijt van te kunnen trekken, is het voor veel mensen een heilige plaats die ze verbindt met hun Godsgeloof, al was de échte Maria een joodse vrouw die niet heeft kunnen dromen hoe ze uit de hand is gelopen.

zaterdag 27 maart 2010

ECHT WAAR?

Het is intrigerend wat er binnen het katholieke geloof allemaal gebeurt, ook al is het vaak onmogelijk om legende van waarheid te scheiden.
We kunnen ons blijven verbazen over huilende of bewegende beelden, Maria verschijningen, wonderbaarlijke ikonen en gestold bloed dat eenmaal per jaar weer vloebaar wordt.
Maar een houten beeld waar haren op groeien, dat is nieuw.
In FATE van november 2003 staat een kort verslag over een crucifix in een Cisterciënzer kloosterkerk in de buurt van Warschau. Die crucifix is er niet zomaar een. Het klooster dateert van de 13de eeuw, en de crucifix is even oud.
Sinds de 14de eeuw is die kerk een pelgrimsoord waar behalve de gelovige bevolking ook koningen en Paus Johannes Paulus II op bedevaart gingen. Het beeld dat bijna 2 m hoog is, werd uit iepenhout gesneden.

Op een goed moment, wanneer weten we niet, begonnen er een baard en haren aan Jezus' hoofd te groeien.
Toen een jongen daar wat vanaf knipte om zijn zieke zuster te genezen, stopte de groei.
In 1708 brak er een grote brand uit in de kerk en verbrandden de haren van Jezus. Sindsdien draagt hij een pruik.
Tegenwoordig neemt men het zekere voor het onzekere, en wordt het beeld beschermd door een mooi bewerkte vitrine.
Wonderen gebeuren er nog wel, en ook genezingen. Overleveringen spreken van ridders en gewone mensen voor wie Jezus verscheen om een nieuwe richting aan hun leven te geven.

Maar Polen schijnt niet het enige land te zijn waar haren groeien aan beelden.
Een 16de eeuws beeld van Christus dat in Buga, Colombia en een ander in Lima, Peru, hebben dezelfde eigenaardigheid.
Behalve de groei van haar zijn er ook een flink aantal zeer uiteenlopende crucifixen in kerken en kloosters, in alle maten, stijlen en materialen uitgevoerd die wonderen verrichten en waaraan legenden vastzitten die gelovigen en nieuwsgierigen uit de hele wereld doen toestromen.

Het zou te ver voeren ze hier te bespreken, maar één stichtelijk verhaal kan er wel af: In MexicoCity , in een kerk van de Dominicanen, Porta Coeli, ▲hangt een grote crucifix uit de 17de eeuw. Een priester was gewend daar iedere dag te bidden, en hij sloot zijn gebed dan af met een kus op de voeten van Christus.
Een man die iets tegen het geloof had, of misschien tegen deze speciale priester, goot op een dag een flesje vergif uit op de Christelijke voeten. Toen nu de priester die avond zijn ritueel wilde beëindigen, werd het hele beeld, tot dat moment blank van kleur, zo zwart als de nacht.

Geen wonder dat priester en parochie zich ongelukkig schrokken en men collectief naar buiten rende.
De boef was het wonder niet ontgaan, en natuurlijk heeft hij zich onmiddellijk bekeerd en verder een godvruchtig leven geleid.
De Crucifix ging de geschiedenis in als 'De Heer van het Vergif' of in het Spaans ' Señor del Veneno'.

woensdag 17 maart 2010

KLEINE WONDEREN

Net even een bezoekje gebracht aan de site van wonderkind Cliff Pickover. Waarschijnlijk een van de meest intelligente mensen die er op deze aardbol rondlopen. Schrijver van talloze boeken die mij ver boven de pet gaan, meestal. Maar gelukkig niet altijd.
Hoe dan ook: warm aan te bevelen. Clifford is een mens die zich weet te verwonderen en, wat een geschenk, ook alles onthoudt wat hij leest. Zijn dag moet minstens 36 uur hebben.
Misschien leeft hij in een andere dimensie, waar men geen slaap meer behoeft.


Kom ik op zijn site een JoeTjoebje tegen van 3 minuten, gemaakt door de Technische Universiteit Twente.
Over het gedrag van Shampoo. http://www.youtube.com/watch?v=GX4_3cV_3Mw
Een straaltje vanaf 20 cm hoogte, dat onverklaarbare capriolen maakt. Een dans van shampoo, sierlijk en vloeiend.
Daar kan ik lyrisch van worden, en dat ben ik dus ook.

Er is schoonheid in de gekste dingen.
De kristallen van paracetamol maken de prachtigste vormen, net als die van vlekkenverwijderaar, Pokon of W.C. eend.
Dat zie je er zo niet aan af, maar je hebt er dan ook een microscoop met onderverlichting voor nodig, uitgerust met polarisatiefilters.

Bellen en vloeistoffen, ook zoiets. Ooit opgelet hoe zeepsop zich gedraagt? Olie in de koekepan? Hoe druppels van het een of ander traag met vloeiende lijnen zich vermengen of splitsen en de buren opzoeken?
Aan alles liggen wetten te grondslag, maar die hoef je niet te kennen om uit je dak te gaan van wat je ziet.
Het enige wat je nodig hebt is een klein stereomicroscoopje, dan gaat er al een wereld voor je open.
Of lijm. Toen ik voor het eerste velpon uitdrukte in fijne draden op een glazen plaat wist ik niet wat ik zag.
Overal waar ze zich kruisten ontstond een wetmatige verbinding als van een geënte tak op een stammetje.
Gewone dingen.
Zand bijvoorbeeld. Hoe zich dat gedraagt als je het naar een kritisch punt brengt. Laboratoriumwerk, maar je kunt het ook zelf doen. En hoe zand eruitziet onder de microscoop! Zo prachtig, honderdduizenden soorten zand op de wereld, en allemaal anders. Let er eens op.
Honderden foto's van al deze dingen staan op mijn site: www.scienceart.nl