Posts tonen met het label magie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label magie. Alle posts tonen

zondag 22 augustus 2010

MYSTERIE VAN EEN MAGISCHE POP

Reisverhalen, vooral die uit wat langer vervlogen jaren, zitten vaak vol met interessante details. Het mooiste zijn verhalen van reizigers die niet gewoontegetrouw oorspronkelijke culturen benaderen met de laakbare arrogantie waar onze westerse wereld al zoveel kwaad mee heeft aangericht. Ook hier geldt: een open mind is de beste garantie voor wérkelijke avonturen.
Een boek van de goeie soort is 'Magic and Mystics of Java, van Nina Epton, uit 1974.
Nina Epton was een Engelse vrouw die er haar levensdoel van gemaakt had ongerepte gebieden te betreden en een mooi verhaal mee terug te nemen.

Op een gegeven moment wordt Nina fluisterend uitgenodigd voor een obscuur Javaans ritueel: een Ni Tuwong séance. Nina, die daar nog nooit van heeft gehoord maar in is voor elke nieuwe ervaring, gaat met de Javaan Arafa naar een afgelegen kampong zo'n 20 km van Jakarta. De plaats van samenkomst: een begraafplaats enkele honderden meters buiten de kampong.

Zij schrijft: "Bovenop de heuvel waartegen de begraafplaats is gebouwd was een groepje oude vrouwen bezig met een object dat op een graf lag. Jongere vrouwen plaatsten kleine offerschalen voor goden en voorouders rond het graf, met wierook en rozenbladeren.
De vrouwen, klaar met waar ze mee bezig waren, begonnen een treurige melodie te zingen.
In het centrum van ieders aandacht, opgepropt tegen de grafstaan, zichbaar voor iedereen, zat een monsterlijke pop die overgenomen moest worden door de geest Ni Tuwong.
De pop was grotesk. Een kop van kokosnootschil met geschilderde ogen, bamboestokken als armen en een bamboelijf waaromheen een sarong was gewikkeld.
Toen de oude vrouwen het gevoel hadden dat de geest van Ni Tuwong lang genoeg de tijd had gehad om bezit te nemen van de pop, werd Arafa belast met het dragen van het bizarre geval naar de kampong.
Tijdens de processie zongen de vrouwen en deden ze dingen met de pop, terwijl de meisjes volgden met de wierook. De atmosfeer was geladen, en ik kon het gevoel niet van me afzetten dat er een ongeziene 'presentie' onder ons was.

Aan de rand van het dorp zette Arafa de pop tegen een cocospalm. De meisjes plaatsten de offerrandes rondom de boom. Het gemompel verstomde. Een van de oude vrouwen hield een spiegel voor het domme gezicht van de pop, die niet begrijpend naar z'n spiegelbeeld staarde. Iedereen hield de adem in.
Het lijkt een absurde scène, maar dat was het niet; het was griezelig. Was het werkelijk zo dat het gezicht van de pop veranderde, en niet langer meer een levenloze kokosnoot was?
De pop kwam, bijna onmerkbaar, tot leven, en wiegde van de ene naar de andere kant. Was ik gek geworden, of het slachtoffer van een hallucinatie?
Nu draaide het hoofd van de pop weg van de spiegel en keek naar de jonge meisjes die zich ervoor verzameld hadden. De bamboe armen begonnen te stuiptrekken, maar er stond niemand achter de boom die dat op z'n geweten kon hebben.
Een oude vrouw sprak zacht met de jonge meisjes achter haar, die met elkaar begonnen te fluisteren.
Toen nam een van hen het initiatief en stelde een vraag aan de pop. Ni Tuwong draaide haar hoofd van links naar rechts. Het antwoord was Nee. De meisjes giechelden. "Je zult dit jaar nog niet trouwen", vertaalde de oude vrouw.
Een ander meisje vroeg nu iets aan de pop, en ditmaal was het antwoord ja, haar moeder zou genezen van haar ziekte.
Nu kwam de ene na de andere vraag los, en de pop rolde haar hoofd steeds sneller en haar bamboestaakarmen bewogen heftig in alle richtingen.
Toen vroeg Arafa: "Ti Nuwang, wie is de nieuwe vriendin in ons midden?"
Iedereen zweeg terwijl de pop haar belachelijke hoofd draaide en met een puntige stokarm abrubt naar mij wees.
Ik was verbijsterd. Gebiologeerd staarde ik naar de pop en ik voelde dat het bloed uit m'n hoofd wegtrok.
Ni Tuwong was zo plotseling naar voren gebogen dat ze was omgevallen.
Daar lag ze, gezicht naar de grond, met de stokarmen uitgestrekt.
"Ze is weg - het is voorbij", zei een van de meisjes.

De mensen begonnen zich te verspreiden. Voor de achterblijvers werd thee geserveerd. Niemand was nog geïnteresseerd in de levenloze pop die aan de voet van de boom bleef liggen als een afgedankt stuk speelgoed.

Arafa kwam bij me zitten. Hij lachte. "Vond je dat geen mooie slotactie?", vroeg hij.
Ik kon er niet om lachen.Ondanks de hitte trilde ik nog steeds. "We moeten terug", zei ik, "het is al laat."
"Vertel in Jakarta maar niets over Ni Tuwong", zei Arafa. "Ze geloven daar niet in haar, weet je."

zondag 13 juni 2010

MAGIE IN ZUID VIETNAM

uit: Journey of a Healer - Hien Van Nguyen

De schrijver is een healer opgeleid volgens magische tradities van zijn eigen cultuur, maar nu werkzaam in Californië. Ik vertaal het laatste hoofdstuk uit het boek, dat een nuchter verhaal is over Hiens jeugd en zijn pleegvader, een gerespecteerd magiër van wie hij zelf het meeste leerde. Lees en verbaas je!

Vader en Grootvader

De meest buitengewone magiër die ik ooit heb ontmoet was, natuurlijk, mijn adoptie-vader. Toen ik met mijn training begon, demonstreerde hij me zijn supernormale kracht. Hij was al in de 60 en woog nauwelijks 50 kilo.
Ik herinner me dat hij met gekruiste benen en met z'n linkerkant tegen de muur zat, waarbij alleen zijn oor, schouder en linkerkne in contact waren met de muur. Hij vroeg een vriend om een paar sterke mannen te halen die hem van de muur weg konden krijgen. De vriend bracht 4 sterke kerels mee, die elk zeker 90 kilo wogen. Na een half uur trekken en duwen gaven ze het op, uitgeput. Niemand kon mijn vader van de muur weg krijgen.
Vader had nog andere talenten.

Ooit gaf hij een klant een zeldzaam, miniatuur Boeddhabeeldje dat in een houten doosje zat. Vader instrueerde de man om op de voorgeschreven wijze offerandes te brengen, en anders het beeldje terug te geven. Na een paar weken klopte de man wanhopig bij vader aan: "ik ben het beeldje kwijt! Het spijt me verschrikkelijk, maar het is weg!"
Vader schudde z'n hoofd., en wees naar zijn eigen altaar. Daar stond het beeldje. "ik heb het teruggenomen", zei vader. "Je vergat je offer te brengen zoals ik je had opgedragen."
De klant zweeg. Een paar dagen later bracht hij het lege houten doosje terug.

Bij verschillende gelegenheden tijdens mijn training liet vader zijn talenten zien. Op een avond wees hij naar een lamp boven mijn hoofd.

Een paar seconden later explodeerde die. Hij zei dat hij alleen in staat was hem te breken, terwijl mijn grootvader alleen door ernaar te kijken het licht aan en uit kon doen.
Grootvader liet vaak van zich horen. Ik herinner me dat vader iedere twee weken wieroek brande voor een foto van grootvader. Binnen drie minuten vanaf het moment dat de wierook was aangestoken, verscheen grootvader. Ik kon hem nooit zien, maar vader schoof altijd een stoel voor grootvader bij, maakte thee en had een lang gesprek met hem.
De eerste keer dat ik dat meemaakte vroeg ik vader de volgende dag met wie hij in gesprek was geweest.
"Met mijn meester", zei hij, "die me heeft getraind in een bergtempel in Cambodja."
Ik herinner me nog een voorval.
Vader en ik waren in de jungle en vonden daar een fruitboom. "Kijk goed naar die boom", zei vader. "Ik ga zorgen dat hij voor één nacht doodgaat."
Ik inspecteerde de boom die er volkomen gezond uitzag en vol weelderig blad zat.
Vader liep naar de boom toe en wreef een paar maal langs de stam op en neer., terwijl hij zacht een formule mompelde. Toen dat gedaan was nam hij me mee naar een stroom dichtbij de boom, om te bespreken wat ik die dag geleerd had. Een half uur later keerden we naar de boom terug. Maar nu was hij kaal en de takken zagen er breekbaar uit. Onder de boom lag een dikke laag bruine bladeren en rottend fruit.
Ik keek vader aan en vroeg:"hoe lang duurt het voor de boom weer gezond is?"

"Morgen", zei vader. Er moet één nacht overheen gaan."
De volgende morgen keerden we terug. Vader zei me m'n ogen dicht te doen. Toen ging hij opnieuw met z'n handen op en neer langs de stam, en toen ik m'n ogen opende zag de boom er weer net zo prachtig uit als de dag tevoren.
Vader demonstreerde eens voor een paar skeptische vrienden van mij hoe hij op afstand iemand kon roepen met zijn gedachten. De vrienden kozen een willekeurig meisje in de straat, en binnen een paar seconden liep ze op vader toe en ging zelfs op zijn schoot zitten. Toen vader haar het bevel gaf naar huis te gaan stond ze op, zonder zich bewust te zijn wat er gebeurd was.

Eenmaal was vader gevraagd in een andere stad iemand te genezen, maar de man had niet genoeg geld om de reis voor vader en mij te betalen. Toen nam vader mij mee naar een casino. Dat was verboden voor wie het Pad van de Magiër volgt, maar vader legde uit dat het in dit geval geoorloofd was, omdat we er iemand mee konden helpen. vader had uitgerekend hoeveel we nodig hadden: 3.000 piaster. Vader legde 100 piaster neer, en zei dat ik van het geld af moest blijven tot hij het bedrag bij elkaar had. Dan zouden we gaan. Vader won meteen, en ging door met winnen tot het bedoelde bedrag was bereikt. Toen greep hij het geld en verlieten we het gokpaleis om ons naar de klant te begeven.

zaterdag 17 april 2010

HET MAGISCHE KLOOSTER

Bewerkt naar een verhaal van Idries Shah in The Magic Monastery

Een zekere dervish was gewend aanwezig te zijn bij de wekelijkse maaltijden van een gecultiveerde en genereuze man, die een cirkel van vrienden om zich heen had verzameld.
De Dervish nam nooit deel aan de conversaties.

Hij kwam, schudde glimlachend de hand van iedereen, at, bedankte en ging weer. Niemand wist iets van hem, hoewel er geruchten rondwaarden dat hij een heilige man was.
De gasten hoopten dat er een tijd zou komen dat de Dervish zijn wijsheid aan hen mee zou delen. Sommigen schepten over hem op om zo hun status naar vrienden te verhogen.
Maar omdat er niets veranderde in de relatie tussen de Dervish en de andere gasten en hij nooit deelnam aan hun hoogstaande gesprekken, begon de stemming om te slaan. Nu waren er velen die vermoedden dat hij een oplichter was.
Maar op een dag sprak de Dervish. Hij zei:
"Ik inviteer jullie allemaal in mijn klooster, morgenavond. Jullie zullen bij mij de maaltijd gebruiken."
Onder elkaar spraken de gasten over die invitatie. De Dervish was armoedig gekleed, hij kon beslist niet zoveel mensen te eten geven.

Anderen opperden dat hij hen al die tijd op de proef had gesteld. Nu zou hij hen belonen voor hun geduld.
Maar er waren er ook die anderen waarschuwden dat de Dervish van plan was hen op deze manier in zijn macht te krijgen.
Maar de nieuwsgierigheid won het, en allen besloten de uitnodiging aan te nemen.

De volgende avond leidde de Dervish de gasten van het huis naar een verborgen klooster dat zo magnifiek was en zo gigantisch groot dat ze totaal overdonderd waren.
Het gebouw was vol leerlingen die klaar stonden om de groep op hun wenken te bedienen. De gasten kwamen door meditatiehallen gevuld met wijzen die opstonden om bij de nadering van de Dervish hun respect te betuigen.
Het feest dat gegeven werd overtrof de stoutste verwachtingen, en de gasten waren verbijsterd. Zij smeekte de Dervish hen allen als zijn leerlingen te accepteren.
Maar de Dervish zei eenvoudig: "Wacht tot het morgen is."

De morgen kwam, en inplaats van wakker te worden in het luxieuze bed met zijden lakens waar ze in waren gaan slapen, gekleed in prachtige gewaden, lagen ze nu naakt op de grond in de ruïne van een gebouw op een kale berg.

Geen spoor van de Dervish, noch van de prachtige ornamenten, de bibliotheken, de fonteinen en de dikke tapijten.
"Die rotzak heeft ons bedrogen met zijn smerige tovenarij! " schreeuwden de gasten. En ze wensten elkaar geluk met het feit dat ze de boef, wiens zinsbechoochelingen kennelijk het daglicht niet konden verdragen, eindelijk doorhadden, en zijn boze bedoelingen, welke dan ook, waren verijdeld. Velen dankten hun redding aan hun eigen geestelijke verdiensten.


Maar wat de gasten niet wisten, was dat de Dervish net zoals hij het klooster had laten ontstaan, de groep nu liet geloven dat ze op de kale grond in een ruïne lagen.
In feite waren ze in geen van beide plaatsen.
Uit het niets verscheen de Dervish, en hij zei: "Nu gaan we terug naar het klooster."
Hij wuifde even met zijn hand en ze bevonden zich opnieuw in de prachtige rijkversierde hallen.
De gasten hadden spijt. Blijkbaar was dit de werkelijkheid, en de ruine was alleen een test geweest.
Sommigen mompelden dat ze blij waren dat de Dervish hun kritiek niet had gehoord.
Als hij ons deze kunsten kan leren, zeiden sommigen, dan is de ervaring de moeite waard geweest.
Maar de Dervish wuifde weer zijn hand, en nu bevonden allen zich weer aan de tafel in het huis van hun wekelijkse gastheer.
In werkelijkheid hadden ze die plek nooit verlaten.
De Dervish zat in de hoek waar hij altijd ging zitten. Zijn lippen bewogen niet, maar allen hoorden hem spreken in hun hoofd: "Omdat jullie hebzucht jullie belet om bedrog van realiteit te onderscheiden, kan een Dervish jullie niets leren - alleen bedrog."

Iedereen die die avond aanwezig was bleef de tafel van de gastheer eer aandoen. Maar de Dervish deed nooit meer zijn mond open.
En na een tijd realiseerden de gasten zich dat zijn hoek nu altijd leeg was.

vrijdag 9 april 2010

BEELDJE UIT ATLANTIS?

In het boek Lost Trails, Lost Cities over de Zuid-Amerikaanse expeditie van Kolonel P.H. Fawcett, staat een interessant verhaal over een stenen beeldje dat hij in zijn bezit had. Het beeldje van zwart basalt, schrijft hij, gaf iedereen die het aanpakte een soort electrische schok.
Oorspronkelijk kwam het uit Brazilië, maar doel en herkomst waren verder onbekend. Experts die het onderzocht hadden konden er geen wijs woord over zeggen behalve dat het authentiek leek en dat de tekens die in het borstschild van het beeld gegrift waren ook op andere Braziliaanse oudheden zijn gevonden.

Psychometrie leek de enige manier om meer over het enigmatische beeldje te weten te komen.
Dus gaf Fawcett het in handen van een psychometrist die hij persoonlijk niet kende. Die zei:

"Ik zie een groot onregelmatig gevormd continent dat zich uitstrekt van de noordkust van Afrika tot Zuid Amerika.
Er zijn veel bergen en ook een enkele vulkanen die op het punt staan uit te barsten, lijkt het.
De rijke vegetatie is tropisch of sub-tropisch.

De Afrikaanse kant van het continent is dun bevolkt. De mensen zijn goed gevormd en hebben een hele donkere huidskleur, maar geen negroïde trekken. Ze hebben opvallend hoge jukbeenderen en schitterende ogen met een doordringende blik.
Hun huizen duiden op een hogere beschaving, en ik zie versierde tempels. Hun eredienst heeft demonische trekken.
Nu word ik getransporteerd naar de westelijke kant van het continent. De vegetatie is weelderig en de mensen zijn verder ontwikkeld dan die aan de Afrikaanse kant, te oordelen aan hun huizenbouw en de prachtige tempels met schitterend bewerkte kolommen. Processies komen uit een tempel en de hogepriester draagt een borstschild gelijk aan dat op het beeldje.
Binnenin de tempels is het donker, maar boven het centrale altaar is een groot oog dat waakt, en waar de priesters hun invocaties aan richten. Het ritueel is van occulte aard, en er worden offers gebracht - onduidelijk of het dieren of mensen betreft.
Ik zie hoe de hogepriester het beeldje in handen geeft van een andere priester, met de instructie het te verbergen tot de reïncarnatie van de degene die het beeld voorstelt het weer in ontvangst kan nemen.
Zwarte magie wordt door deze mensen beoefend op een alarmerende manier. Ze zijn de absolute heersers van de wereld, en denken dat ze de Schepper naar hun pijpen kunnen laten dansen. Maar de dag van de afrekening komt eraan.
Ik zie een vulkaan die uitbarst, vlammende lava uitbrakend, het hele land schudt met een machtig brullend geluid. De zee rijst, en een groot deel van het land, oost en west, verdwijnt onder de zeespiegel, alleen het middelste deel blijft enigszins boven water. Het grootste deel van de bewoners verdrinkt. Sommigen kunnen vluchten naar hoger gelegen gebieden. De priester weet zich in veiligheid te brengen en hij verbergt het beeld. Dan vlucht hij verder
Sommigen weten in boten aan het geweld te ontkomen. Ik hoor een stem: "het oordeel over Atlanta zal het lot zijn van allen die zich goddelijke macht aanmeten."
Ik zie geen datum bij deze gebeurtenissen, maar het is lang voor de opkomst van Egypte.
Het beeldje is een kwaadaardig bezit, en het is gevaarlijk om er licht over te denken."

Tot zover de psychometrische impressies, die volgens Fawcett later nog werden bevestigd door andere psychometristen.
Fawcett zelf is met zijn oudste zoon en een vriend op weg gegaan om de overblijfselen van legendarische plaatsen in het oerwoud te ontdekken. Hij was vast overtuigd van hun bestaan.
Van zijn laatste tocht in 1925 is hij nooit teruggekeerd, en niemand weet wat er met hem en zijn tochtgenoten is gebeurd, ondanks alle latere naspeuringen. Boeken vol speculaties zijn geschreven over die laatste expeditie.

Je kunt je afvragen waar dat beeldje nu is gebleven, en wat het verhaal zegt over onze moderne tijd, waarin we, opnieuw, voor god spelen.

zondag 28 maart 2010

MAGA MAGIE

Stuit ik op een berichtje uit FATE 1998, alweer 12 jaar geleden.
Over Pasqualina Meale, een vrouw in Italië die zich de wraak van een 'maga' op de hals haalt, door een verzoek om fraude te weigeren. Pasqualina is gemeentelid van een klein Italiaans stadje.
Kort na dat voorval wordt de vrouw ernstig ziek.
Dokters uit alle windstreken onderzoeken haar, maar kunnen niets afwijkends vinden.
Desondanks wordt de vrouw steeds zieker en ze vermagert tot op het bot.
dan besluit de familie haar mee te nemen naar Annamaria Ammendola, een locale 'maga' die erin gespecialiseerd is geesten uit te drijven en vloeken te keren.
Italië heeft zo z'n primitieve kanten, denken wij dan, maar hoe primitief zijn we zelf in dit opzicht, door zulke fenomenen af te wijzen?
Hoe dan ook, de maga stelt de diagnose: een duidelijk geval van vloek, en behandelt Pasqualina met magisch tegengif.
Na 7 dagen braakt die een enorme bal menselijk haar uit. Daarmee is de vloek verdwenen, en Pasquale is weer op weg naar een normaal leven.
De heks is misschien te identificeren aan een kale kop.
In ieder geval is de braakbal bewaard gebleven, en hij hang nu ingelijst op Pasqualina's kantoor.
Je moet er maar zin in hebben.

Pasqualina's verhaal is niet uitzonderlijk.
Naar schatting zijn er in Italië zo'n 25.000 Magi, samen goed voor (in 1998) $ 20 miljoen omzet.
Hun klantenkring komt uit alle lagen van de bevolking.
Een serieuze concurrentie voor de medische stand.

Sommige magi leggen zich speciaal toe op politici en zakenlieden, die waarschijnlijk nog wel eens een vloekje te verduren krijgen.
De vraag rijst wat Berlusconi uithaalt op magi-terrein om het volk van Italië zo stevig in de greep te houden.

vrijdag 5 maart 2010

SPIEGELS

Spiegels.
Hoeveel sprookjes, Fantasy, overleveringen en films zitten daar niet aan vast. Neem Alice in Wonderland, Sneeuwitje, Lord of the Rings, Harry Potter, vul maar aan.
In Rusland (en in andere culturen) is het gebruikelijk dat een spiegel wordt afgedekt als er iemand in de kamer bezig is te overlijden. De angst bestaat dat de geest van de overledene zich zal vestigen in de spiegel, en misschien anderen naar gene zijde zal lokken.
Ook kan men zijn ziel kwijtraken in een spiegel en het kan een doorgang zijn voor ongewenste astrale entiteiten.
Zegt de Russische overlevering.

Intussen heb ik geleerd niet lichtvaardig over zulke dingen te denken. Veel overleveringen en ook sprookjes lijken onzinnig, maar bevatten verpakte ervaringsfeiten. Ze zijn niet zomaar bedacht.
En mensen die het erfgoed van Charles Fort omarmen weten dat de werkelijkheid vaak gekker is dan menige sprook.
Het is een bekend feit dat er in parapsychologisch opzicht ook rare dingen met spiegels of glazen bollen gebeuren. Mensen zien er geesten in. Of zien zichzelf veranderen. Of zien de toekomst of het verleden.
Dat ervaringsfeit is zo oud als de mensheid en wordt op de hele wereld onderkend en gepraktiseerd.
Spiegels kunnen net als andere voorwerpen een residu van emotionele gebeurtenissen opslaan en de nieuwe eigenaar daarmee overvallen.
Om van het Psychomanteum nog maar niet te spreken, maar daarover een andere keer.
Welnu dan.
"Spiegels kunnen helpen om rimpels te bestrijden", lees ik in PRAVDA .
Een zekere Vitaly Pravdivsev heeft spiegels langdurig bestudeerd en kwam tot de conclusie dat wij een spigel programmeren, en dat vervolgens die spiegel ons weer te pakken neemt.
Moderne spiegels zijn niet meer dan een stuk glas met een zilveren coating op de achterkant.
Maar veel mensen brengen aardig wat tijd voor de spiegel door.
Sinds de schoonheidsmiddelenreclame ons vertelt dat we vanaf de puberteit onze rimpels moeten tellen, wordt die tijd zeker niet korter.

De gedachte dat persoonlijke spiegels daardoor worden opgeladen, is niet zo gek.

Ik lees verder: in New York schijnt 15 jaar lang onderzoek gedaan te zijn naar het effect van spiegels op mensen, met behulp van ultragevoelige apparatuur. Daarbij is gebleken dat mensen die veel in hun eigen ogen kijken zich vermoeid gaan voelen en een verslechtering van het geheugen ondervinden. Spiegels werken als een soort energie-vampier. Na drie minuten intensief in de spiegel kijken treedt aantoonbaar vermoeidheid op.
Maar de onderzoekers hebben nog iets leuks in petto: wie langer in de spiegel kijkt, wordt vroeger oud.
Vandaar misschien die vroege rimpeligheid van tegenwoordig.
De mogelijke verklaring: de energie die we uitstralen wordt door de spiegel weerkaatst en verwoest dan de ons beschermende aura.

Maar er is goed nieuws!
Vitaly Pravdivsev (what's in a name) zegt dat spiegels ook het omgekeerde kunnen doen: je vitaliseren en jonger maken. Maar dan moet het gewone glas worden vervangen door kristal. En niet gewoon kristal, maar kristal dat het licht zo polariseert dat er naalddunne stralen vanafkomen. Dat vraagt om een bepaalde rangschikking van het kristalrooster.

Zulke spiegels zouden regeneratie van onze huid bevorderen.
Weg met de rimpels, voorgoed.
Daar kan geen Oil of Olaz tegenop.
Alleen.... zulke spiegels zie ik bij de Hema of Ikea nog niet verkocht worden.
Dus voorlopig toch maar naar het Kruidvat.

maandag 1 maart 2010

MAGISCH BEELD

Paul Dare, een schrijver over mysterieuze zaken in India, vertelt in een boek uit 1938, 'Indian Underworld', over een avontuur dat hij beleefde met zijn vriend en wetenschapper, Dr Karandikar, die betrokken was bij archeologisch onderzoek.

Tijdens een bezoek aan een tempel stuitten ze op een klein beeld van de meerhoofdige godin Gayatri, dat ze wilden fotograferen. De dienstdoende priester hield vol dat dat onmogelijk was: de godin zou dat niet toestaan.

Omdat Karandikar daar niks van geloofde probeerde hij het beeld, dat minder dan een meter hoog was, zó neer te zetten dat het beter uitkwam in het licht. Maar ook met gemeenschappelijke inspanning was er geen beweging in de godin te krijgen.

Sterker nog: toen Karandikar het alleen probeerde, kreeg hij een harde klap op zijn hand van een onzichtbare tegenstrever, waardoor zijn gouden ring doormidden brak.

Omdat hij van geen nederlaag wilde weten, fotografeerde hij het beeld toch. Maar vergeefs: op alle afdrukken stond de muur van de tempel er perfect op, maar niet het eigenzinnige beeld dat ervoor had gestaan.

Pas toen de zeer krachtige en oeroude magische Gayatri mantra's naar behoren waren geincanteerd en offers waren gebracht, konden de foto's gemaakt worden.
Paul Dare schrijft dat bepaalde religieuze groeperingen in India geloven dat de kracht van hun goden totaal zou verdwijnen als de beelden zouden worden gefotografeerd.

Het verlies van 'mana' zou de goden krachteloos maken.

zondag 21 februari 2010

FINSE MAGIE

In een boekje over oude en hedendaagse Finse magie vond ik iets over bloedstelpers, waarvan er in Finland ook in deze tijd nog enkele in het telefoonboek staan.

"Het stelpen van bloed doe je met woorden. Het woord is machtig. De stelper spreekt de juiste woorden en het bloed houdt op met vloeien.
Een typische formule is bijvoorbeeld:

Stop, bloed, wees stil,
sta als een muur
wees als een schutting,
het rode bloed van Christus.

Dat schijnt te werken, blijkbaar, behalve voor mensen voor wie de tijd erop zit. Men kan niet de natuurlijke gang van zake beïnvloeden.
Blood stelpen kan alleen geleerd worden aan iemand die jonger is dan jijzelf. Je mag het niet doen voor de grap, en met menstruatie mag je zeker niet experimenteren (!)"

De jongste stelper is geboren in 1948 en woont in de buurt van Helsinki. Haar zoon is in opleiding, dus het vak zal niet uitsterven. In Finland is magie blijkbaar nog zo levend als wat, en veel ervan is verbonden met de natuur en natuurgeesten. Traditioneel kon men ziekten op vele manieren en op elke plaats oplopen, en dus waren er de meest bizarre middelen om er vanaf te komen.
Nog een paar tips:
Last van constipatie? Neem een buigzame wilgentak en maak er een hoepel van.
Giet daar dan drie maal water doorheen, 2 x rechtsom, 1x linksom. Dat werkt gegarandeerd.

Er staat nog veel meer volkswijsheid in het boek, zoals:

Als een baby voor de eerste keer in bad gaat, gooi dan een zilveren muntje in het badwater. Het kind zal dan mooi worden en heldere ogen krijgen.

Kiespijn? Dan is het te hopen dat je je eerste melkkies hebt bewaard. Door die tegen de pijnlijke kies te houden gaat de kiespijn over.....

De vraag is hoe zulke 'recepten' ontstaan. Ooit moet er iemand op een idee gekomen zijn, en toen het hielp, was er een formule geboren. Onwankelbaar vertrouwen in de effectiviteit is het geheim van hun succes. Veel van deze overleveringen zijn te vergelijken met moderne placebo's: geloof in de werking maakt dat het werkt.

zaterdag 20 februari 2010

HET ONTSTAAN VAN EEN WONDER

uit: Alexandra David- Neel ◄, Mystiek en Magie in Thibet, vert. J.H.W.Boelens (1938)

Op een stormachtige dag bevond een koopman zich op weg met zijn karavaan.
Een rukwind nam zijn hoed op en deed die ergens tussen het struikgewas terechtkomen.
Als men op die manier zijn hoofddeksel verliest, moet men het volgens de Tibetanen niet weer oprapen, daar dat ongeluk brengt. Gehoorgevend aan dat bijgeloof, liet de koopman het dan ook liggen.
Het was een slappe vilten hoed, met twee oorkleppen uit bond eraan. Toen hij daar zo enigszins platgedrukt en half verborgen in de struiken hing, was zijn vorm bijna niet meer te herkennen.
Toen enige weken later tegen het vallen van de avond een andere man langs dezelfde plek kwam, meende hij daar vaag een gedaante te onderscheiden die zich in het struikgewas verborgen scheen te houden.
Daar hij niet een van de moedigsten was, versnelde hij de pas en maakte zich uit de voeten. In het eerste dorp dat hij de volgende dag bereikte, vertelde hij 'iets vreemds' te hebben gezien, dat zich op enige afstand van de weg in het kreupelhout verborgen had gehouden.
Naarmate de tijd verstreek, kwamen er andere reizigers voorbij, die eveneens op die plaats een zonderling voorwerp, waarvan ze de eigenlijke aard niet konden vaststellen, opmerkten en dat in hetzelfde dorp vertelden.
En zo merkten achtereenvolgens nog verschillende anderen het onschuldige hoofddeksel op en brachten het onder de aandacht van dorps- en streekbewoners.
Intussen hadden al die tijd zon, regen en stof hun werk gedaan, het vilt van de hoed doen verschieten en de oorkleppen doen omkrullen, zodat ze uit de verte gezien wel iets weg hadden van de harige oren van een of ander dier. Het uiterlijk aanzien van de langzamerhand tot een vod geworden hoed was daar natuurlijk des te zonderlinger door geworden.
Nu werden dan ook de reizigers en pelgrims die van de andere kant af het dorp binnenkwamen al gewaarschuwd dat er aan de bosrand 'iets' op de loer lag dat evenmin een mens als een dier was, en dat men dus op zijn hoede moest zijn. Sommigen opperden het denkbeeld dat dit 'iets' wel eens een demon kon zijn, en zo werd het tot dusver naamloze voorwerp al spoedig bevorderd tot de rang van een duivel.
Daar er steeds meer mensen kwamen die de oude hoed zagen en er over spraken, duurde het niet lang meer of het hele land hield zich bezig met de in het bos verborgen 'demon' .
Nu gebeurde het dat op zekere dag enige reizigers het vod zagen bewegen, terwijl het enige tijd later weer andere reizigers toescheen dat het zich trachtte los te maken uit de doornen waarin het verward was geraakt; tenslotte zette het enige voorbijgangers achterna, die dol van schrik de benen namen.
De oude hoed was bezield geworden door de invloed van de talloze gedachten die erop geconcentreerd werden.

Dit verhaal, dat naar men verzekert op waarheid berust, wordt telkens weer naverteld als een voorbeeld van de macht der gedachtenconcentratie, zelfs al geschiedt die concentratie onbewust, en al is ze niet gericht op een scherp omlijnd doel.

zondag 14 februari 2010

ABRACADABRA

Hebt u zich wel eens afgevraagd wat het woord 'abacadabra' betekent?
Scheppen 'als God' is een wens die verankerd ligt in de mensheid.
Vroeger gebeurde dat met magie, tegenwoordig in het laboratorium.
In de joodse/bijbelse traditie schiep God de wereld met het Woord.
In de kabbalistische mystiek speelt het woord zowel als de individuele letters van het Hebreeuwse alfabet en hun getalswaarde een belangrijke rol. De overtuiging bestond dat men zou kunnen scheppen als men de juiste lettercombinaties wist te vinden.
Dat vroeg om wijsheid en volharding, want het computertijdperk van eindeloze mogelijkheden was nog niet aan de horizon verschenen. Daarom was de Kabbalah geen gemeengoed zoals tegenwoordig, maar werd met die goddelijke kennis zorgvuldig omgesprongen. Net als in de westerse alchemistische traditie werden diepe waarheden verborgen achter symboliek die maar door enkele ingewijden begrepen konden worden.
Rava, een rabbijn en Talmoedgeleerde uit de 4de eeuw, en hoofd van een academie in Babylonië, was van mening dat "als de rechtvaardigen dat wilden, ze een wereld konden scheppen."
Zelf slaagde hij daar niet in. Toen hij probeerde een 'golem', een kunstmatige mens te scheppen, kon die niet spreken, vertelt de Talmoed. Rava maakte er toen weer klei van.
Abracadabra is voor ons een quasi-magisch woord dat goochelaars graag gebruiken om kinderen wijs te maken dat ze een wonder gaan beleven.
Toch heeft dat woord een diepe en zinvolle betekenis.
Het Hebreeuws, waar het woord Abacadabra zijn oorsprong in vindt, is een taal waarin verschillende woorden en hun betekenis terug te voeren zijn op eenzelfde stamwoord. De 3 letters van stamwoord DBR betekenen spreken. De letters BR' en een stomme letter (Aleph) betekenen scheppen.
'aBRA k'aDaBRa' , betekent: Ik zal scheppen als ik spreek.

Dat is scheppen met het woord. Magisch.
Mooi toch?

zaterdag 13 februari 2010

DE TENNISBAL

De onderstaande tekst komt uit het boek 'Lifetide' van Lyall Watson (1939 - 2006 ), bioloog, anthropoloog en wereld-reiziger die een aantal bijzondere boeken op z'n naam heeft staan, waarvan er ook een paar in het Nederlands zijn vertaald. Watson schrijft over biologie, anthropologie en parapsychologie, en hij heeft boeken gewijd aan o.a. de dood, varkens, olifanten, de zee, ons reukorgaan, de wind en het gedrag van machines. Zijn invalshoeken zijn altijd origineel en zonder uitzondering boeiend.
Het stuk over de tennisbal heb ik vertaald omdat ik het een van de merkwaardigste voorvallen uit de parapsycho-logische literatuur vind, een wetenschap die toch niet verlegen zit om uitzonderlijke gebeurtenissen. Dit verslag laat mij niet los. Daarom wil ik het met jullie delen. Het is een heel verhaal, dus hier en daar laat ik weg wat niet ter zake doet.
Stel je voor, een familie in Venetie, met een dochtertje van 5 jaar, Claudia.
Watson is uitgenodigd voor de maaltijd, en vertelt het volgende:


De familie woont in een drie-kamer appartement, spaarzaam gemeubileerd en ruikend naar lekker eten. Terwijl ik in alle rust genoot van de maaltijd van vis en polenta, had ik de kans Claudia te observeren, en zij kon intussen aan mij wennen. Ze was klein voor haar leeftijd, en bijna onnatuurlijk rustig. Haar ogen waren enorm, zwart en hadden een onrustbarend 'wetende' uitdrukking. Ze peilden me, ontleedden me, en keer den dan weer terug in zichzelf waar ze dingen vonden die er echt toe deden.
Na het eten zaten haar vader en ik wat te praten, terwijl Claudia door een tijdschrift bladerde. Op een gegeven moment stond hij op en pakte een bus met tennisballen, waarvan hij er een naar haar toerolde, zodat die net op de foto terechtkwam waar ze naar zat te kijken. Ze keek even op naar haar vader, pakte de bal terwijl ze het tijdschrift opzij legde, en concentreerde zich erop. Dan hield ze de bal tegen haar wang, en terwijl ze de bal balanceerde op haar linker hand, streelde ze hem of het een klein diertje was dat ze zacht uit z'n winterslaap wou wekken. De scene zag er lief uit, als een schilderij van enkele eeuwen geleden. Maar m'n overopeinzingen duurden niet lang, en ik werd met kracht in het heden teruggeslingerd en overvallen door totale verbijstering, want de tennisbal brak elke regel van de natuurkunde, en reageerde.

Het ene moment was er die tennisbal - de vertrouwde, witte, beklede bol waarvan de vorm alleen onderbroken wordt door de bekende golflijn. Maar dat was niet langer het geval. Er klonk een kort, ploffend geluid, heel zacht, alsof een kurk werd getrokken in het donker, en Claudia hield iets volkomen anders in haar handen: een gladde, donkere, rubberen bol, met alleen een spoor van het oude patroon - een soort negatief, door-de-spiegel-impressie van een tennisbal.
Claudia scheen niet verbaasd, misschien hooguit tevreden, toen ze de bal aan haar vader teruggaf, die hem doorgaf aan mij.
Het was niet een tennisbal die was ontdaan van z'n haar, maar een binnenstebuiten tennisbal, die gaaf was en waar alle lucht nog inzat. Ik kneep erin en ik liet hem stuiteren. Ik pakte een mes van de tafel en prikte erin. De lucht ontsnapte. Toen sneed ik de bal doormidden. Van binnen zat de bekleding van een tennisbal waar hij niet hoorde te zitten, nog net zo gaaf als vóór de metamorfose.

Later die avond deed Claudia het, met enige tegenzin, nog eens.
Ik nam de binnenstebuitengekeerde bal mee naar m'n hotelkamer, en liet hem daar op de schoorsteenmantel staan, onbewegelijk, maar spottend met mijn zekerheden.
Een bol, het klassieke symbool van wereldorde, het symbool van de ziel, maar ditmaal getransformeerd door een kind en aangetast door de wetenschap dat orde niet onaantastbaar is, en dat niets is wat het lijkt.

Het stoort me nog steeds. Mijn kennis van natuurkunde is voldoende om te weten dat je de buitenkant van een gave bol niet naar binnen kunt keren zonder de bol geweld aan te doen.
Niet in deze werkelijkheid.

Peter Brookesmith , in 'Thinking the Unthinkable ', geeft op dit verhaal het volgende commentaar:

"De wetenschap zal ooit een keer klaar moeten komen met de vraag of we in een Universum leven dat in de grond magisch is.
Het kind draait een tennisbal binnenstebuiten zonder het oppervlak te breken. Onmogelijk. Maar in een universum met één realiteitsdimensie meer, zou dat zo normaal kunnen zijn als het omkeren van een handschoen. En als leven niet een product is van stof, maar daarbuiten, in de geest, bestaat, dan heeft dat universum inderdaad een magische kwaliteit, en kunnen we het niet meer in puur materiële termen beschrijven."