Posts tonen met het label onverklaarbaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onverklaarbaar. Alle posts tonen

maandag 4 april 2011

DANCING DOLL

Veel mensen ervaren dat een OUIJA bord dingen doet die niet binnen de fysieke mogelijkheden van een stuk hout of plastic liggen. Anderen hebben tafels zien hupsen, ook al iets wat ik niet hoop mee te maken als ik achter m'n keyboard zit. Dus waarom zouden andere levenloze dingen ook niet in beweging komen? Poppen bijvoorbeeld? In FATE van 1996 staat een artikel van parapsycholoog Loyd Auerbach, waarin hij vertelt over een ervaring die hem ter ore kwam. Een zekere Les Hall uit Montana claimde dat hij in staat was om papieren poppen te laten dansen, uit zichzelf en op eigen houtje. Daarbij had hij muziek nodig, want dansen zonder muziek is zelfs voor poppen een lastige kwestie. De demonstratie vond plaats in een huiskamer van de broers die contact hadden opgenomen met Auerbach. Les had een doos bij zich waaruit een kartonnen pop tevoorschijn kwam, die aan beide zijden geverfd was, en er verder uitzag zoals eenvoudige trekpoppen eruitzien: met splitpennen waar bij mensen gewrichten zitten. De pop was een cm of 30 groot. Les zette hem midden op de tafel en hield hem vast terwijl de muziek werd aangezet. Even later begon de pop te dansen. Les verwijderde zich een paar meter van de tafel. De fragile kartonconstructie bleef dansen, maar viel in elkaar toen de muziek afgelopen was. Les bezat meerdere poppen die hij zelf in elkaar zette. Sommige poppen waren meer dan een meter groot. Hoe groter de pop, hoe verder Les er vanaf kon gaan zitten. Dat alles speelde jaren geleden, maar Auerbach kreeg van meerdere mensen verhalen over deze Les Hall, met eendere herinneringsverhalen. Een van hen herinnerde zich dat een pop bleef dansen ook toen Les de kamer had verlaten. Het enige wat er nodig was, was een harde ondergrond. Op een tapijt of tafelkleed wilde het niet lukken. Muziek was ook absoluut een voorwaarde. Auerbach evalueert de mogelijkheden voor een verklaring. Niemand dan de getuigen is erbij geweest, en Less Hall is allang dood. Was het trucage? Had Les ergens iemand die de draadjes onzichtbaar bediende? Niet waarschijnlijk; hij was alleen, en kon zo'n mechaniek niet tevoren ongezien aanbrengen. Mechanische poppen? De getuigen hadden daar nooit iets van gezien of gehoord. Telekinese? Mogelijk, maar onbewijsbaar. Het verhaal doet mij denken aan dat stukje uit Het Toekomstig Leven wat ik in februari 2010 op m'n blog zette: de dansende zakdoek. De omstandigheden waren ongeveer gelijk. Uit de literatuur van de parapsychologie weten we dat voorwerpen 'bezield' kunnen raken en zich merkwaardig kunnen gaan gedragen. Waarom dan geen zakdoek? Of, zoals in dit geval, een pop? Hou je eigendommen in de gaten, ze kunnen verrassend uit hun rol vallen.

zaterdag 27 november 2010

AS!

Een van die dingen waar de wetenschap het zwaar mee heeft is het raadselachtige fenomeen van SHC, Spontaneous Human Combustion, ofwel in goed Nederlands: iemand fikt op door onbekende oorzaak, van binnen uit.
Natuurlijk hebben de geleerden bedacht dat zoiemand zichzelf in de hens gezet moet hebben, door al rokend in slaap te vallen, of door met alcohol brand te veroorzaken, gekoppeld aan een flinke vetlaag die vervolgens een 'human candle' maakt van de getroffen persoon.
Case closed.
Maar brandweerlieden weten wel beter. Die weten tamelijk goed hoe een verkoold slachtoffer van een natuurlijke brand eruit hoort te zien. En dat is in elk geval niet een totale in de as legging met een paar stukken been met schoen er nog aan, noch is dat een hoop as aangetroffen in een nauwelijks geschroeide stoel.
Bij SHC denkt men eerder aan een crematorium dan aan een huisbrand.

Er is veel literatuur over SHC, met foto's. Dat kan de indruk wekken dat SHC een moderner fenomeen is, maar dat is zeker niet waar. Waarschijnlijk is het altijd al voorgekomen.
Charles Dickens (1812-1870), beschrijft in zijn boek 'Bleak House' een aldus opgebrand persoon bij de naam van Krook, die overigens wel alcoholist was. Maar Dickens was niet de eerste.
De Fransman Jonas Dupont publiceerde in 1763 een studie over het onderwerp, daartoe aangezet door een geruchtmakend proces rond de echtgenoot van Nicole Millet, een vrouw die door SHC in rook opging. De man werd vrijgesproken, en dat was een erkenning voor de onverklaarbaarheid van het fenomeen.
De studie van Jonas Dupont bracht het onderwerp flink onder de aandacht, en opende de weg voor discussie en fantasie.

Onlangs ontdekte ik een interessant en minder bekend stuk in een van de brieven van natuurkundige David Brewster (1781-1868) aan de novelist Sir Walter Scott (1771-1832): 'Letters on Natural Magic'.
Nadat hij een assortiment aan voorvallen heeft aangehaald van niet-aangestoken branden noemt Brewster in die brief enkele veel vroegere gevallen van vermoedelijke SHC.
De duitse historicus Albertus Krantzius (1448-1517) meldt bijvoorbeeld dat tijdens de schermutselingen van Godfried van Boullion (1060-1100) mensen in de buurt van het franse Nevers brandden met een onzichtbaar vuur, en soms handen en voeten afhakten om verderbranden te voorkomen.
Merkwaardig, op z'n minst.
Een poolse man in de 17de eeuw begon spontaan vlammen te spuwen en ging daar aan dood. Een arme vrouw die leefde van alcohol werd daardoor zo brandbaar dat ze op haar stromatras in rook opging, met achterlating van haar vingertoppen en haar schedel. Schrijft de deense arts Thomas Bartholin (1616-1680).
Het onlosmakelijke verband tussen alcohol en SHC bleef lang bestaan. Het onlogische van spontane verbranding vond daarin een 'logische' verklaring, en tegelijk was het een waarschuwing voor aankomende alcoholisten.
Een klassiek geval van SHC is in details beschreven door Reverend Joseph Bianchini, een hoge piet in de Italiaanse stad Verona. Het betreft de gravin Cornelia Zangari and Bandi van Cesana, die op 4 april 1731 het slachtoffer werd van SHC. Ik vertaal:
Deze dame, 62 jaar oud, maakte zich op om te gaan slapen. Haar gezondheid was zoals altijd. Na enkele uren met haar bediende te hebben gepraat en haar gebeden te hebben gezegd viel zij in slaap, met de deur van haar slaapkamer gesloten.
Toen haar bediende niet werd geroepen op de gebruikelijke tijd, ging die de gravin wekken, maar ontving geen antwoord op haar kloppen.
Toen ze de deur van het vertrek opende zag ze het lichaam van de gravin op de grond liggen in verschrikkelijke conditie. Ruim een meter van het bed lag een hoop as. Haar benen, met de kousen aan waren onaangetast en het hoofd lag gedeeltelijk verbrand tussen haar benen. De rest van het lichaam was tot as geworden. De lucht in de kamer was bezwangerd met zwevend roet. De was van twee kaarsen op de tafel was gesmolten maar de pit was nog over. Het beddegoed was intact en niet geschroeid.
Het gerucht ging dat de lady zich zo nu en dan met kamfer insmeerde als ze zich niet lekker voelde. Het is behoorlijk onwaarschijnlijk dat je daardoor in de as gelegd kan worden, je kunt er hoogstens van aanbranden.
Intussen is het idee dat er voor SHC altijd een brandbare oorzaak moet zijn op grond van het bewijsmateriaal allang verworpen. De brand schijnt van binnen uit te ontstaan, totaal onverwacht, bij mensen die wel en niet roken, wel en niet drinken, wel en niet oud zijn. Iemand weet niet wat hem overkomt en roept daarom ook niet om hulp, zoals dat bij een normale vlamvatting het geval zou zijn. Er is geen teken van paniek; geen omgevallen nachtkastjes, geen pogingen het vuur te doven en geen ravage in de rest van het huis. Allemaal heel onkarakteristiek voor brandslachtoffers. Mensen verassen in hun leunstoel.
Er zijn theorieën geopperd die het zoeken in de richting van een poltergeistverschijnsel, of een overmatige electrische wisselwerking tussen het slachtoffer en de omgeving. Kortom: we weten het niet.
Gelukkig komt het maar zelden voor, en hoeven we ons nauwelijks zorgen te maken.

DE LIFTER

Die vrijdagmiddag stond de lifter eenzaam langs de weg op de Interstate 40 in de buurt van Ashville, North Carolina.
Bill Fonda en zijn vrouw Jesse waren met de jongen begaan en namen hem mee.
Hij had rood haar en een paar treurige blauwe ogen. Zijn naam was Clayton, zei hij, en hij wilde graag naar een motel waar zijn kapotte truck stond. Onderweg hield hij niet op te vertellen dat hij z'n vrouw en baby zo miste, en dat hij die avond nog thuis wilde zijn in Tennessee. Dat was nog uren rijden.
Bij het motel stond de truck, een gedeukt vehikel dat eruitzag of het van de schroot kwam.
Bill liep met Clayton mee, en samen kregen ze de truck aan de gang en op de weg. Clayton was blij en nam vrolijk afscheid. Het echtpaar was er niet van overtuigd dat de truck zijn bestemming zou bereiken.

'Hij komt hier ieder jaar', zei de manager van het motel. 'Steeds dezelfde datum en dezelfde tijd. En altijd is de truck kapot, en maakt hij hem weer. Volgend jaar zien we hem weer komen. Het is zo'n treurige jongen."
Thuisgekomen bleef Jesse aan Clayton denken. Iets in die jongen liet haar niet los.
Die nacht kon ze niet slapen, en ze stond op en keek door het raam. De maan was vol.
Buiten stond de blauwe truck. Clayton stond over de motor gebogen.
Jesse ging naar hem toe en vroeg hoe hij wist waar ze woonden, maar ze kreeg geen antwoord. "Alsjeblieft, help me om thuis te komen", zei hij. "Ik mis m'n vrouw en baby, ik moet naar huis."
Z'n ogen stonden vol tranen.
"Okee", zei Jesse, en ze liep terug naar hun huis en maakte Bill wakker. Clayton volgde.
Bill was niet blij met de verstoring van z'n nachtrust, maar kwam toch uit bed. Clayton en zijn blauwe wrak waren in geen velden of wegen meer te zien. Jesse twijfelde aan haar verstand.

Een maand later dacht niemand meer aan Clayton. Bill en Jesse waren op zoek naar een huis en doorkruisten het platteland. Op een van die tochten zagen ze een bekende blauwe truck in een veld liggen. Het ding zag eruit of het er al heel lang lag. De boer van wie het veld was wist er meer van.
"Het gebeurde in de week van volle maan in oktober, tien jaar geleden", vertelde hij.
"Om 2 uur 's nachts hoorde ik een vreselijke crash op de weg. Die blauwe truck was door een vrachtwagen van de weg gereden. De bestuurder was in slaap gevallen, maar hij bleef ongedeerd. De jongen in de truck was er slecht aan toe. Het kostte ons twee uur om hem uit de auto te bevrijden, en al die tijd bleef hij maar praten over zijn vrouw en kind en hoe graag hij naar huis wilde. Toen de ambulance uiteindelijk kwam was het te laat; hij stierf op weg naar het ziekenhuis.
Zijn vrouw hebben we nooit gevonden, want de jongen had geen identiteitskaart bij zich, geen nummerbord, helemaal niets. Hij had rood haar en blauwe ogen, dat herinner ik me nog goed. Niemand heeft zijn lichaam ooit geclaimd".
"Zijn naam was Clayton" , zei Jesse.

Bill was zo geschokt dat hij nooit meer over het geval wilde praten. Maar Jesse ging op onderzoek uit, en vond gasten in het motel die de jongen ook hadden gezien, in voorgaande jaren. Een van hen had ook willen helpen met de truck, maar die was inmiddels verdwenen.
De familie van Clayton is niet gevonden, maar Jesse heeft getekende getuigenverklaringen van mensen die Clayton hebben gezien en met hem hebben gesproken.
Dit was Jesse Fonda's eigen verhaal.

zaterdag 30 oktober 2010

DE KLOK

In een van m'n oude boeken vond ik een mysterieuze geschiedenis die klinkt als een waargebeurd verhaal.....
Ik vertaal het hier :

"In de kleine uurtjes van vrijdagmorgen 7 oktober 1859, toen alle inwoners van Charlottetown, Prince Edward Island in bed hoorden te liggen, werd de diepe klank van de klok van St. James Church gehoord. Het gebeier droeg ver over de daken, en velen werden wakker van dat onheilspellende geluid. Kort daarop luidde de bel voor de tweede, en toen de derde keer.
Twee buren die dicht bij de kerk woonden schrokken wakker en gingen als eersten op pad om te zien wat er aan de hand was. Boven hen beierde de klok voor de vierde en vijfde keer.
Toen ze het kerhof betraden hoorden ze voor de zesde keer het gevreesde geluid en tegelijk sprongen de deuren van de kerk open door een onverwachte rukwind. Omlijst in de deuropening stonden drie lichtgevende vrouwen in wit gekleed. De mannen hielden halt, want ze wisten niet wat ze zagen; vrouwen of engelen.
Boven hen klonk de klok voor de zevende maal en de deuren sloegen dicht even snel als ze waren opengegaan.
De mannen renden naar de deuren en probeerden die weer te opnen, maar alles was stevig gesloten. Toen ze door de ramen keken, zagen ze een vrouw in het wit die de torenklok beklom.
De dominee en de koster kwamen op dat moment aanlopen, en wilden weten wat er aan de hand was. De buren vertelden de mannen wat ze hadden gezien, en de dominee maakte de kerkdeur open. Toen ze de vestibule betraden was er geen spoor van de vrouwen die de buurmannen in de deuropening hadden gezien.
Ook de kerk zelf was compleet verlaten.
Toen beklommen de mannen de toren, en de bel luidde voor de achtste keer. Ze renden de trappen op om de inbreker te betrappen en een verklaring te eisen. Maar boven vonden ze de toren leeg en het klokkentouw stevig vastgebonden. Alleen de klok trilde nog na.
In de war en bang doorzochten de vier mannen de kerk tot in alle hoeken en gaten, maar die was volkomen leeg. Toen de klok verder geen geluid meer gaf verlieten de mannen de kerk, zich afvragend wat er in's hemelsnaam was gebeurd.

Die avond bleek een lokale passagiersboot die voer tussen Nova Scotia en Prince Edward Island - de FairieQueene - niet aangekomen te zijn. De mensen van Charlottetown hoorden enkele dagen later dat het schip was gezonken, waarbij acht mensen waren omgekomen. De bel van Saint James Church had acht maal geluid op de dag van de ramp, en voorspelde daarmee de ondergang van vijf mannen en drie vrouwen die later op de dag aan boord van de Fairie Queene zouden gaan.

donderdag 21 oktober 2010

TIME-SLIPS

Tijd beweegt zich alleen schijnbaar recht vooruit. 'The Arrow of Time' is een mooie manier om je voor te stellen hoe de tijd zich in een rechte lijn voortspoedt, maar het is een verkeerde.
Tijd is veel complexer, en heeft te maken met verleden, heden en toekomst.
Verleden- en Toekomende tijd zijn niet weg of nog niet hier: ze zijn er nu, en helderzienden en psychometristen kunnen er soms, al of niet vrijwillig, een kijkje nemen.
Maar een nog vreemder verschijnsel is de Time-Slip, als 3D gebeurtenissen uit het verleden ineens de werkelijkheid van het moment verdringen. Als mensen en dieren en scènes uit het verleden of de toekomst verschijnen op plekken waar ze niks te zoeken hebben...althans niet in deze tijd. Dan is er geen sprake van een visioen, een ingeving, een psychometrische impressie, maar van een beleving die zo werkelijk is alsof men er middenin staat.
Zo'n verhaal kom ik tegen in FATE. De schrijfster vertelt over iets wat ze meemaakte als 14 jarig meisje, maar wat ze, begrijpelijk, nooit meer vergat. Tot het haar nogmaals overkwam.....

"Het gebeurde in 1966. Ik was aan het winkelen in Woolworth (een groot warenhuis) in San Francisco. Het was druk, want de feestdagen waren in aantocht. Ik liep de trap af naar de kelder, waar de koopjesafdeling was.
Maar toen ik onderaan de trap was stond ik ineens in een andere wereld.
De winkel zag eruit als een scène uit een Western, compleet met buikkacheltje en een besnorde man die achter de toonbank in mijn richting stond te gluren. Ik knipperde een paar maal, maar de ruimte bleef hetzelfde.
Twee vrouwen liepen door het gangpad van de krappe winkel, maar zij schenen mij niet te zien. Een van de vrouwen hield een kleine jongen in bedwang die tegen een vat stond te trappen. Ik had het gevoel dat ik door een glazen wand naar ze stond te kijken; ik zag hen maar zij zagen mij niet.
Op het moment dat ik een voet op de trap zette, verdween alles, en stond ik weer in de kelder van Woolsworth.
Ik kon het voorval niet uit mijn hoofd zetten, maar natuurlijk vertelde ik het aan niemand, bang voor de reacties van mijn familie en vriendinnen.
Maar nu, 30 jaar later, is het me weer overkomen.
Een goede vriend van mij doet onderzoek in een afgelegen gebied van Nevada, en we hadden afgesproken dat ik hem daar zou ontmoeten. Op de tweede dag van mijn verblijf ging ik wandelen en nam m'n hond mee. Die zat al snel achter een konijn aan dat ons pad kruiste. Terwijl ik haar in de gaten hield, zag ik een oude kar aankomen die getrokken werd door twee vermoeid uitziende ossen, geleid door een armoedig uitziende man. Langzaam kwam de wagen naderbij, en ik zag dat er een pijnlijk magere vrouw op de bok zat met een kleuter in haar armen.
En jonger kind hield haar rokken vast. De wagen reed voorbij en de man scheen geluidloos de ossen aan te sporen terwijl de vrouw in de verte staarde. Toen ik me omdraaide bleek er nog een andere wagen achteraan te komen die heel langzaam vooruit kwam. Ik had het benauwd door het opgewaaide stof van de woestijn, en hield m'n mouw voor m'n mond.
Toen blafte m'n hond. de wagens waren verdwenen, en ik was weer terug waar ik deze werkelijkheid had verlaten: bij het gadeslaan van m'n hond die achter het konijn aanjoeg.
Langzaam liep ik terug naar ons kamp, wetend dat het voor de tweede keer was gebeurd, zonder dat ik er een verklaring voor kon bedenken.
Ik ben een nuchter mens die niet ten prooi valt aan visioenen, en ik ben ook niet helderziend. Maar om de een of andere reden kom ik soms in een andere tijd, of een andere dimensie terecht."

zaterdag 25 september 2010

OUT OF INTO THE BLUE

Dat er op veel plaatsen op de wereld merkwaardige 'out of place' dieren en mensen worden gezien is nagenoeg bekend.
Over de herkomst kunnen we speculeren, en als we bijvoorbeeld voor't gemak de vele grote katten in Engeland bij de kop nemen, een menagerie die tot de best gedocumenteerde hoort, dan raken we al helemaal de kluts kwijt.
Want geen enkele verklaring, logisch of vergezocht, past op alle sightings.
Natúúrlijk is het mogelijk dat sommigen ooit zijn ontsnapt uit de kooi die een getikte verzamelaar van Gevaarlijk in z'n achtertuin heeft staan.
Natúúrlijk is het waarschijnlijk dat sommigen het verschil niet zien tussen een kat in de verte en een zwarte panter, en poes voor een gevaarlijk roofdier verslijten.
Natúúrlijk is het denkbaar dat in een mistig landschap een koe of een grote hond voor een felien gevaar wordt versleten.
Allemaal mogelijk. Maar in alle gevallen waar?
Nee. Sommige sightings zijn vreemder, ongrijpbaarder en mysterieuzer. Bijvoorbeeld degenen die sporen achterlaten die ergens spontaan ophouden. Alsof de eigenaar rechtstandig de lucht in is gestegen.
Maar niet alleen grote misplaatste katten weten hoe dat moet.

Eind december 1981, lees ik in 'Borderlands' van Fortean Times redacteur Mike Dash, waren vier jongens en een paar honden aan het wandelen in de Hackney Marshes, een natuurgebied niet ver van Londen.
Er lag een dikke laag sneeuw, en sporen van dieren waren dus makkelijk te volgen.
De jongens ontdekten sporen met drie klauwen in de sneeuw, en een van hen dacht dat die van een beer waren.
Terwijl ze de sporen volgden kwam hen een echtpaar van middelbare leeftijd tegemoet die hen vroeg of ze wisten dat er een beer los was. De man wees in de verte en waarschuwde de jongens niet verder te gaan vanwege het gevaar. Toen begonnen de volwassenen sneeuwballen te gooien naar de jongens.
Ongebruikelijk gedrag, zou je kunnen zeggen.
De pubers waren natuurlijk alleen maar geprikkeld om wél verder te gaan, en jawel hoor, op een gegeven moment stonden ze oog in oog met een 'reusachtig groot grommend harig beest' dat op z'n achterpoten stond.
Was het werkelijk een beer? In feite kan het ook iets anders geweest zijn, want een beer heeft geen poten met drie tenen.
Hoe dan ook, de jongens zetten het op een lopen, en meldden het voorval aan het gezag.
De volgende dag zocht de politie 50 hectare natuurgebied af met honden en een helicopter, maar behalve de sporen werd er niks meer gevonden. Wel was het enigszins merkwaardig dat de duidelijke sporen heel plotseling ophielden in the middle of nowhere - en de rest was maagdelijke sneeuw.
Dus werd uitgegaan van een grap. Een grappenmaker belde de politie om te zeggen dat hij in berenpak verantwoordelijk was voor de consternatie. Leuk, Leuk, Leuk.
Maar onmogelijk.
Verhuurbedrijven van berenpakken hadden ze allemaal nog in de rekken hangen, en bovendien gingen die over de schoenen heen, en maakten daarom geen drieklauwige sporen.
En mensen in berepakken verdwijnen niet spoor-loos.
Het vreemdst in deze hele geschiedenis is het echtpaar dat zo mooi aansloot bij de berenpoten en zich zo vreemd gedroeg.

Zo'n echtpaar kwam het leven binnen van een paar jonge mannen die in Amerika een stuk wildernis aan het verkennen waren. Twee dagen al hadden ze geen mens gezien, en er was geen reden om aan te nemen dat dat op korte termijn zou gebeuren. Weinig mensen waagden zich op een regenachtige koude dag zo ver van de bewoonde wereld. Uit balorigheid losten ze een paar schoten.
Ineens stonden daar een man en een vrouw. De vrouw was gekleed alsof ze ging winkelen in plaats van ploeteren door ongebaande natuur. Ook de man zag er 'raar' uit. Hun gedrag was nog vreemder. Op vragen waar ze vandaan kwamen en wat ze naar die plek bracht gaven ze antwoorden die onmogelijk konden kloppen, en de stad waar de beide hikers woonden, een centrum in de regio, scheen hen niets te zeggen.
Het gesprek verliep bizar, en het hele voorval leek te gek voor woorden . Ineens viel het een van de mannen op dat de echtelieden geen spatje modder of nattigheid op hun kleding had, terwijl het al uren regende en mensen die een eind door de natuur sjouwen daar de sporen van dragen.
Ze namen afscheid en het echtpaar liep het pad verder omhoog. De hikers gingen de andere kant op. Toen ze even later nog eens omkeken naar het ongewone stel, waren die al zoveel verder op de heuvel dat ze bijna niet meer te zien waren.
Geen sterveling kon die afstand, tegen de heuvel op, op zulk schoeisel en in dat weer in enkele minuten afleggen. Uitgesloten. Onmogelijk.
Geen sterveling.

dinsdag 21 september 2010

DIMENSIE DIEPER

Wie het een en ander leest over de spiritualiteit van Afrika komt steeds meer tot de overtuiging dat onze cultuur en die van oorspronkelijk Afrika bijna onoverbrugbaar van elkaar zijn gescheiden. Ons idee dat 'primitieve' Afrikanen wel diep onder de indruk moeten zijn van onze westerse verworvenheden is misschien juist, maar op een andere manier dan we zouden verwachten. Een shaman die voor het eerste met een gebouw van vele verdiepingen werd geconfronteerd viel niet om van bewondering of verbazing. Hij keek er zwijgend naar en zei toen "de man die dat heeft bedacht had een probleem. "

Waar wij alles doen wat er in ons hoofd opkomt, zonder ons in de regel te bekommeren om de diepere, spirituele gevolgen van onze expansiedrift, is de aan zijn cultuur gebonden Afrikaan niet overtuigd dat verandering hem veel te bieden heeft. In westerse ogen lijkt alsof zo'n cultuur stagneert.
Het is de overtuiging van de traditionele Afrikaan dat ideeën die je krijgt niet uit je fantasie komen maar je worden ingegeven door de Spirit wereld. Zij beslissen wat de volgende stap zal zijn, en welke veranderingen er eventueel nodig zijn.
Trouw aan voorouders en traditionele leefwijzen doet de Afrikaan niet verlangen naar verandering en 'verbetering', maar zet hem aan tot een dieper begrip van een andere werkelijkheid.
Wat hij doet, of denkt te moeten ondernemen wordt eerst gecheckt met de voorouders en met de shaman of dorpsoudsten. Soms wordt divinatie noodzakelijk geacht om de wil van de Spirits te onderzoeken.
De geestenwereld is voor een traditionele Afrikaan geen abstract 'er is méér' idee, maar een levende werkelijkheid die het aardse bestaan tot in elke vezel doordringt.
De magie van het shamanisme is vele eeuwen als primitief bijgeloof gezien door westerse missionarissen, bestuurders en anthropologen, met het gevolg dat veel moderne Afrikanen er zelf ook zo tegenaan zijn gaan kijken. Aan de andere kant zijn magische praktijken steeds minder zichtbaar geworden, en rust er nog altijd, en terecht, een taboe op de onthulling van magische kennis.
Wat dat betreft is het in Afrika niet anders dan bij de mysterie-godsdiensten van de oudheid. Alleen wie waardig is of door de geesten daartoe uitverkoren, mag worden ingewijd in de diepere geheimen van andere dimensies.
Zo iemand is in staat om 'de deur te openen'.

Malidoma Somé , een man van de Dagara stam uit Burkina Faso, schrijft in 'The Healing Wisdom of Afrika' :
"Voor een healing ritueel moet de healing-energie door een 'toegang' van het spirituele wereld naar de fysieke wereld gebracht worden. Die 'opening' bevindt zich op een speciale plek in de natuur, een verbindingsplaats tussen deze en de andere wereld. Healers die in staat zijn die energie vanuit de Spiritwereld naar deze wereld te brengen worden 'Wachters van de Toegang' genoemd. Zo iemand is een tussenpersoon, een brug. Dat gaat verder als wat wij onder mediumschap verstaan. Zulke wachters zijn niet afhankelijk van de informatie die ze 'doorkrijgen' maar hebben zelf toegang tot het astrale gebied en kunnen de geestelijke oorzaken van een ziekte of een gebeurtenis daar traceren."

Dan vertelt Somé over zijn 12 jaar oude nichtje dat al een tijd last had van nachtmerries en soms van visioenen, waarvan de oorzaak niet duidelijk was. Somé neemt haar mee naar een healer. Die neemt hen mee naar een grot, die een van die natuurlijke toegangen tot de andere wereld is.
De healer verdwijnt in de stikdonkere grot, zonder licht mee te nemen. Als hij terugkomt speekt hij een gebed uit voor de opening, en op de achtergrond klinken geluiden, alsof er geantwoord wordt op de woorden van de healer.
Schimmen bewegen in een vaag licht dat in de diepte van de grot zichtbaar is.
"Ze zijn er", zegt de healer. "Je kunt naar binnen" . Somé, die zelf ook een healing nodig heeft, gaat als eerste de grot in. Een kleine vrouwelijke 'Kontomblé' , een natuurwezen,normaal onzichtbaar, komt hem glimlachend tegemoet, zegt iets tegen hem in een taal die hij niet verstaat. Ze geeft hem een pakje met een medicijn in zijn hand en lost op in het niets.
Dan gaat het meisje met knikkende knieën naar binnen. Somé hoort een schreeuw, maar voelt dat het okee is.
Als het kind naar buiten komt straalt ze. Ze zegt dat ze het volk heeft ontmoet dat ze in haar dromen en visioenen steeds heeft gezien.
Ze vertelt haar oom dat ze is meegenomen op de rug van een van hen naar een prachtig landschap, vliegend over heuvels en dalen. De Kontomblé hadden haar gezegd dat ze niet bang hoefde te zijn want hier hoorde ze thuis. Het was prachtig. Ze huilde van blijdschap. De anderen in de gemeenschap begrepen dat ze een bijzondere gift had gekregen en dat die in het dorp verder ontwikkeld moest worden, voor haar welzijn en voor het welzijn van de gemeenschap. Haar hallucinaties waren geen ziekteverschijnsel maar een boodschap van de geestelijke wereld die diende om haar op het spoor te zetten van haar speciale connectie met die wereld, en de toegang te openen.
Het belang van gemeenschap is een gegeven, en individueel handelen kan ernstige consequenties hebben, niet alleen in deze maar ook in de andere wereld.

Somé vraagt zich af of wij onze westerse psychiatrische stoornissen misschien ook in een ander licht zouden moeten zien, en of collectieve rituelen een toegang tot geestenwereld zouden kunnen openen die healing op een andere manier mogelijk maakt dan wij meestal bereid zijn te overwegen.

zondag 5 september 2010

GENEZING

Van alle wonderen die zich overvloedig voordoen is het wonder van de onverklaarbare healing een van de meest intrigerende. Je hoeft niet naar Lourdes om daarmee in aanraking te komen. Elke cultuur kent ze, en gebruikt en respecteert zijn eigen goden en methoden.
Hoeveel is er op deze wereld waar we totaal niets van begrijpen? En hoeveel metafysische aspecten kunnen er misschien achter ziekten, gebreken, en psychische kwalen schuilen waar wij het bestaan niet van erkennen?
Neem nou een geval dat door Lyall Watson (1939-2008), bioloog en wereldreiziger beschreven wordt in zijn boek 'Beyond Supernature' .
Watson beschrijft hoe hij ergens in de 70er jaren een studie maakte van het gemeenschapsleven in de Cagayan Vallei in het Noordoosten van Luzon, het grootste eiland van de Philippijnen. Daar vond hij onderdak bij een vrouwelijke shaman en nam hij wekenlang deel aan het dagelijks leven en de rituelen.


Op een dag werd er een jongen van een jaar of tien bij de aniteras, de shaman gebracht.
Het kind had een uiterlijk dat door de westerse medische wetenschap niet verklaard kon worden.
Zijn rechterkant was volkomen normaal, maar vanaf de voorkant liep er een lijn precies over de helft van zijn lichaam. De linkerkant van de jongen was vreselijk om te zien: zijn arm zat onder de zweren, zijn been was een stuk te kort en zijn voet zo misvormd dat hij nauwelijks kon lopen, zijn linker gezichtshelft zag er uit als van een zieke tachtigjarige, zijn haar was rechts glanzend en gezond en links dof en levenloos en z'n tandvlees was opgetrokken waardoor zijn gebit er links uitzag als van een dier. Praten kon hij nauwelijks, en dan alleen door zijn rechter mondhoek.
De aniteras concludeerde dat het kind bezeten was. Die diagnose was zo goed als iedere andere, want er was geen redelijke verklaring voor de toestand van de jongen. Tot drie jaar geleden was hij een volkomen normaal kind geweest, tot het moment waarop zijn moeder, die hem bij de rechterhand hield, door een truck was gegrepen en overreden. De verminking van de moeder had het kind zo aangegrepen dat hij vanaf dat moment de onbegrijpelijke misvormingen had ontwikkeld waar hij nu aan leed.

Drie dagen lang werkte de aniteras aan het kind, met kruiden, ceremonies en invocaties. Het hielp niet.
De vierde avond zat iedereen om het kampvuur met de jongen in hun midden. Op een gegeven moment was alle aandacht op hem gericht, en de oude vrouw stond aan de rand van de cirkel. Ze wierp iets in het vuur dat groen opvlamde en riep luid en steeds woedender woorden naar de jongen.
Toen werd het doodstil.
Met een vreselijke kreet gooide het kind zichzelf op de grond en begon te stuiptrekken. Weer schreeuwde de vrouw, en weer krijste de jongen in een combinatie van pijn en woede. Dat duel van verbaal geweld ging enige tijd door, aanzwellend in heftigheid en stopte toen abrubt.
Het kind lag met zijn gezicht in de aarde. Niemand bewoog. Toen stapte de aniteras naar voren en tilde het kind zachtjes op en droeg het naar haar hut.

De volgende morgen was de jongen vroeg wakker en hielp hij de vrouwen met waterdragen.
Allebei zijn ogen waren helder. Die avond praatte hij normaal, en hij liep bijna zonder probleem.
Aan het eind van die week was hij niet meer te onderscheiden van elk ander gezond, actief en aantrekkelijk kind op de Philippijnen.

EL CRISTO DE MEDINACELI

Bron: Wilma Carroll in 'Exploring the Healing Miracle'

Ergens in een achterafstraat in Madrid staat een oude kerk.
Wie van plan is naar Madrid te gaan moet hem zeker bezoeken, want de kerk geeft onderdak aan een bijzonder beeld: El Cristo de Medinaceli.
Elke week op vrijdagavond staan mensen in lange rijen om de voeten van het 500 jaar oude beeld te kussen.
Een beeld met een rijke historie.
Ergens in de 17de eeuw maakten de Moren zich meester van het beeld en andere kerkelijke schatten. Ook namen ze een klooster vol monniken en een aantal burgers in gijzeling. De eis was een hoog bedrag aan puur goud.
Daar kon men niet aan voldoen, en dus startten de onderhandelingen die een jaar duurden. De mensen werden vrijgelaten, maar de religieuze voorwerpen bleven in handen van de Moren en werden meegenomen naar Marokko. Om die heiligheden terug te krijgen werd de kerk gesommeerd hun gewicht in goud te betalen. Daarmee werd uiteindelijk ingestemd, en het wegen zou plaatsvinden op het centrale plein van Rabat.


Een grote weegschaal werd opgesteld. El Cristo de Medinaceli was de eerste die zou worden gewogen. Men hield het gelovige hart vast, want het 2 meter hoge beeld was van massief ebbenhout en woog een fortuin.
Maar, o wonder, toen het beeld op de schaal was getild bleek het lichter dan een veertje.
De Moren waren in paniek. Ze zagen af van de transactie en besloten het beeld en alle andere voorwerpen te verbranden. Maar die nacht werd de stad getroffen door een geheimzinnige ziekte waardoor honderden mensen stierven. Dat was de dieven teveel, en alle kerkelijke eigendommen werden onverwijld teruggegeven aan Spanje.
Om die heugelijke gebeurtenis te vieren werden de geretourneerde voorwerpen in een triomfantelijke processie door de straten van Madrid gedragen, met El Cristo voorop.
Volgens kronieken uit die dagen was de verwelkoming van de bevolking zo roerend dat het Christusbeeld tranen vergoot, en velen in het publiek werden genezen van ziekten en gebreken.

Daarmee begon de roemrijke carrière van El Cristo de Medinaceli.
De schrijfster van het artikel was in Madrid op een koude dag in februari, en meer uit nieuwsgierigheid dan uit devotie sloot ze zich aan bij de wachtenden.
Tien dagen eerder had ze bij het ijs-skaten de banden van haar linker voet gescheurd en de tot de omvang van een meloen opgezwollen enkel was deskundig en voor weken in het gips gezet.
Wilma betrad daarom de duistere kerk op krukken, temidden van biddende mensen, waarvan sommigen het in de verte zichtbare beeld op de knieën naderden.
Ze kende de geschiedenis van het beeld, maar geloofde niet in wonderen. Een beeld is tenslotte een beeld.
Maar zodra ze het beeld naderde werd ze gevangen in de uitstraling van de in purper geklede El Cristo, die een sterk magnetisch veld om zich heen had. Wilma kon haar ogen er niet van afhouden. Er scheen licht om El Cristo heen te hangen en ze nam een gouden halo waar. Even leek het haar of het beeld ademde.
Dit beeld was meer dan een beeld.
Toen het haar beurt was om de voeten van de Christusfiguur te kussen besteeg Wilma de treden van de trap en viel op haar knieën. Ze kon niet anders.
Min of meer beschaamd kwam ze overeind en verliet haastig de kerk, zich intussen vaag bewust dat haar voet in het gips anders aanvoelde.

Die nacht kon Wilma niet slapen. Het gips irriteerde haar en jeukte vreselijk.
De volgende dag spoedde ze zich naar het ziekenhuis om zich ander gips te laten aanmeten, iets wat comfortabeler zat.
Zodra het gips was opengezaagd hoorde Wilma uitroepen van verbazing, en doktoren en verpleging kwamen aangesneld. Haar enkel bleek volkomen normaal. Nergens pijn, goede flexibiliteit: als nieuw.

Wilma ging terug naar de kerk om nogmaals het beeld van El Cristo in zich op te nemen. Ze checkte de lichtval, maar de aura die ze de vorige dag had gezien kwam werkelijk van het beeld, en niet van de verlichting.
Ook had ze nog steeds de indruk dat het houten beeld werkelijk ademde.
Rondvragend naar andere genezingen bleek haar dat de kerk daar liever geen aandacht aan besteedt. Toen ze de priester wilde vertellen wat haar overkomen was, luisterde die nauwelijks, en gaf geen commentaar. Ook de kerkgangers schenen niet bereid om er over te praten.

Wilma besluit haar verhaal met de notie dat zulke wonderen, hoewel voor ons totaal onverklaarbaar, veroorzaakt worden in het astrale gebied, en vervolgens in het fysieke veranderingen kunnen veroorzaken.
Allemaal goed en wel, maar dat verklaart niet een ademend beeld of een aura die krachtig en voelbaar is.
Een beeld is tenslotte een beeld...niet dan?

TELEFOON

Mobiel of via een vaste lijn, dat maakt niet uit. Mensen die graag bellen maken er gebruik van, ook na hun dood.
Hier een paar recente gevallen.

Op 12 september 2008 ramde een passagierstrein ergens in Amerika een goederentrein. 24 mensen kwamen om en 150 werden gewond.
Een van de doden was Charles Peck, die onmiddellijk overleden moest zijn, gezien z'n verwondingen. Toch kreeg zijn familie na zijn dood nog 35 x telefoon vanaf zijn mobiel, naar verschillende adressen. Wie terugbelde kreeg alleen geruis. Er werd niets gezegd, maar uit zichzelf kon die telefoon, diep verborgen in de wrakstukken, niet gaan bellen.

Mark Prebost werd 93. Op een koude dag in oktober stierf hij na een lang ziekbed. Zijn dochter Margie, ook al oud, troostte zich met het idee dat hij niet meer hoefde te lijden, ook al geloofde ze niet in een leven na de dood.
Na de begrafenis waren de weinige nog overgebleven familieleden en vrienden bij elkaar. Die avond ging de telefoon verschillende keren. De dochter zag dat ze uit het huis van haar vader kwamen, maar daar was niemand en zij was de enige die een sleutel had.

Ze besloot het antwoordapparaat aan te zetten. Daarop stond de stem van haar vader: "Het is okee, Margie, je moeder is bij me, alles is goed."

Lisa was een tiener die jaren vocht tegen leukemie. Haar moeder was een paar jaar eerder omgekomen bij een verkeersongeluk. Zowel Lisa als haar vader waren het verdriet nooit teboven gekomen, en nu hadden ze haar meer dan ooit nodig. Het liep af met Lisa. Haar vader zat aan haar bed, samen met een verpleegster.
De telefoon ging, en Lisa's vader liep de kamer uit om hem op te nemen.
Op het scherm zag hij het nummer van hun oude huis van 5 jaar gelden, een lijn die allang niet meer bestond.
Maar een zachte stem zei: "ze zal veilig zijn bij mij". De vader wist dat hij zijn vrouw had gehoord.
Enkele ogenblikken later stierf Lisa.

zondag 22 augustus 2010

MYSTERIE VAN EEN MAGISCHE POP

Reisverhalen, vooral die uit wat langer vervlogen jaren, zitten vaak vol met interessante details. Het mooiste zijn verhalen van reizigers die niet gewoontegetrouw oorspronkelijke culturen benaderen met de laakbare arrogantie waar onze westerse wereld al zoveel kwaad mee heeft aangericht. Ook hier geldt: een open mind is de beste garantie voor wérkelijke avonturen.
Een boek van de goeie soort is 'Magic and Mystics of Java, van Nina Epton, uit 1974.
Nina Epton was een Engelse vrouw die er haar levensdoel van gemaakt had ongerepte gebieden te betreden en een mooi verhaal mee terug te nemen.

Op een gegeven moment wordt Nina fluisterend uitgenodigd voor een obscuur Javaans ritueel: een Ni Tuwong séance. Nina, die daar nog nooit van heeft gehoord maar in is voor elke nieuwe ervaring, gaat met de Javaan Arafa naar een afgelegen kampong zo'n 20 km van Jakarta. De plaats van samenkomst: een begraafplaats enkele honderden meters buiten de kampong.

Zij schrijft: "Bovenop de heuvel waartegen de begraafplaats is gebouwd was een groepje oude vrouwen bezig met een object dat op een graf lag. Jongere vrouwen plaatsten kleine offerschalen voor goden en voorouders rond het graf, met wierook en rozenbladeren.
De vrouwen, klaar met waar ze mee bezig waren, begonnen een treurige melodie te zingen.
In het centrum van ieders aandacht, opgepropt tegen de grafstaan, zichbaar voor iedereen, zat een monsterlijke pop die overgenomen moest worden door de geest Ni Tuwong.
De pop was grotesk. Een kop van kokosnootschil met geschilderde ogen, bamboestokken als armen en een bamboelijf waaromheen een sarong was gewikkeld.
Toen de oude vrouwen het gevoel hadden dat de geest van Ni Tuwong lang genoeg de tijd had gehad om bezit te nemen van de pop, werd Arafa belast met het dragen van het bizarre geval naar de kampong.
Tijdens de processie zongen de vrouwen en deden ze dingen met de pop, terwijl de meisjes volgden met de wierook. De atmosfeer was geladen, en ik kon het gevoel niet van me afzetten dat er een ongeziene 'presentie' onder ons was.

Aan de rand van het dorp zette Arafa de pop tegen een cocospalm. De meisjes plaatsten de offerrandes rondom de boom. Het gemompel verstomde. Een van de oude vrouwen hield een spiegel voor het domme gezicht van de pop, die niet begrijpend naar z'n spiegelbeeld staarde. Iedereen hield de adem in.
Het lijkt een absurde scène, maar dat was het niet; het was griezelig. Was het werkelijk zo dat het gezicht van de pop veranderde, en niet langer meer een levenloze kokosnoot was?
De pop kwam, bijna onmerkbaar, tot leven, en wiegde van de ene naar de andere kant. Was ik gek geworden, of het slachtoffer van een hallucinatie?
Nu draaide het hoofd van de pop weg van de spiegel en keek naar de jonge meisjes die zich ervoor verzameld hadden. De bamboe armen begonnen te stuiptrekken, maar er stond niemand achter de boom die dat op z'n geweten kon hebben.
Een oude vrouw sprak zacht met de jonge meisjes achter haar, die met elkaar begonnen te fluisteren.
Toen nam een van hen het initiatief en stelde een vraag aan de pop. Ni Tuwong draaide haar hoofd van links naar rechts. Het antwoord was Nee. De meisjes giechelden. "Je zult dit jaar nog niet trouwen", vertaalde de oude vrouw.
Een ander meisje vroeg nu iets aan de pop, en ditmaal was het antwoord ja, haar moeder zou genezen van haar ziekte.
Nu kwam de ene na de andere vraag los, en de pop rolde haar hoofd steeds sneller en haar bamboestaakarmen bewogen heftig in alle richtingen.
Toen vroeg Arafa: "Ti Nuwang, wie is de nieuwe vriendin in ons midden?"
Iedereen zweeg terwijl de pop haar belachelijke hoofd draaide en met een puntige stokarm abrubt naar mij wees.
Ik was verbijsterd. Gebiologeerd staarde ik naar de pop en ik voelde dat het bloed uit m'n hoofd wegtrok.
Ni Tuwong was zo plotseling naar voren gebogen dat ze was omgevallen.
Daar lag ze, gezicht naar de grond, met de stokarmen uitgestrekt.
"Ze is weg - het is voorbij", zei een van de meisjes.

De mensen begonnen zich te verspreiden. Voor de achterblijvers werd thee geserveerd. Niemand was nog geïnteresseerd in de levenloze pop die aan de voet van de boom bleef liggen als een afgedankt stuk speelgoed.

Arafa kwam bij me zitten. Hij lachte. "Vond je dat geen mooie slotactie?", vroeg hij.
Ik kon er niet om lachen.Ondanks de hitte trilde ik nog steeds. "We moeten terug", zei ik, "het is al laat."
"Vertel in Jakarta maar niets over Ni Tuwong", zei Arafa. "Ze geloven daar niet in haar, weet je."

maandag 5 juli 2010

EITJE

Anthropologen maken vreemde dingen mee in afgelegen streken, met name als het om healing gaat.
Soms zo vreemd dat het ook in de westerse parapsychologische setting niet geloofwaardig lijkt.
Er bestaat altijd nog vreemder dan vreemd, en er gaapt een gigantische kloof tussen paranormale verschijnselen in onze samenleving en die in niet westerse landen.
Wat niet betekent dat de meest bizarre gebeurtenissen per definitie onwaar zijn, of dat mensen uit andere culturen goedgeloviger of dommer of makkelijker te manipuleren zijn.
Wat zulke bijzondere gebeurtenissen vooral interessant maakt is de logica voor de betreffende shaman en patient.
Niemand kijkt er van op als een geest wordt uitgedreven en de patient geneest, ook als dat met voor ons volstrekt onbegrijpelijke middelen gebeurt. Het is maar wat je gewend bent. Mensen die katholiek zijn opgevoed stelden als kind de eucharistie niet ter discussie, terwijl de transsubstantiatie van wijn in bloed en ouwel in vlees nou ook niet bepaald 'normaal' te noemen is. Alles is betrekkelijk, en dat geldt zeker voor het ongewone, magische.
In het boek van journalist David St. Clair over Mexico 'Pagans, Priests and Prophets' uit 1976 worden veel merkwaardige belevenissen beschreven. Een van St. Clairs' ontmoetingen betreft Conchita, een oude vrouw die bekend staat om haar grote healing capaciteiten.

Conchita is dan al 95.
St. Clair neemt het gesprek op de bandrecorder op, en Conchita, die haar eigen stem nog nooit zo gehoord heeft, is verbijsterd. "Nu kan ik rustig doodgaan" zegt ze, "nu heb ik een echt wonder gezien".
Na een geanimeerd gesprek over haar leven en haar healingpraktijk nemen St. Clair en zijn tolk Gustavo afscheid.
"Jammer", zegt St. Clair, "dat ik haar niet bezig heb gezien. Nu weet ik nog niet of haar healing werkt."
"David", zegt Gustavo, "ik zal je vertellen wat ik zelf heb meegemaakt, en dan moet je maar zien of je dat kan overtuigen."

Gustavo gaat op een muurtje zitten en begon te vertellen.

"Een jaar of tien geleden, toen ik zestien was, verloor ik iedere belangstelling voor het leven. Ik lag halve dagen in bed en had nergens meer zin in. Op school zat ik te slapen in de klas. Geen enkele dokter kon een oorzaak vinden, medisch gezien was ik gezond.
Mijn moeder nam me mee naar Conchita. Daar was ze zelf een paar keer geweest en de healer had haar toen geholpen.
Conchita was toen fitter dan ze nu is, ze leidde nog een actief leven.
Mijn moeder vertelde wat er met mij aan de hand was, en Conchita luisterde. Toen pakte ze een schaar en vroeg me om m'n shirt omhoog te doen. De punten van de schaar stak ze recht in m'n maag. Ik zag de punten verdwijnen, maar het deed geen pijn. Toen ze de schaar eruittrok zat er bloed aan. Toen nam ze een ei en hield dat tegen de wond. Ze bad, en wreef het ei tegen me aan. Toen brak ze het in een glas helder water. Mijn moeder en ik hielden onze adem in."
"Wat was er te zien?" vroeg St. Clair.
"Twee kleine slangetjes dreven in de dooier. Levend. Ze probeerden het glas uit te komen."
Gustavo, een jongen met een universitaire graad, kijkt naar St. Clair, en zegt: "David, ik zweer dat dat de waarheid is.
Twee slangetjes in dat glas. "
"Hoe voelde je je daarna? ", vraagt St. Clair.
Conchita verbond de wond en zei dat ik er zeven dagen vanaf moest blijven. Mijn energie kwam terug en ik voelde me fantastisch. Na drie dagen viel het verband eraf, en was er een rood litteken. Na zeven dagen was dat weg, en was er niets meer van te zien. Ik was genezen. Die vrouw is geweldig. Ze is een van de laatste grote healers in de oorspronkelijke Mexicaanse traditie."

vrijdag 28 mei 2010

RUIMTE

Je zou het niet zeggen als je je schenen aan de salontafel stoot, maar materie is lucht. De ruimte tussen deeltjes is vele malen groter dan hun substantie, en alles is ook nog's een keer in trilling.
Dat weten we allemaal wel, maar in het dagelijks leven is daar weinig van te merken. Gelukkig maar.
Eens te meer een bewijs dat onze werkelijkheid niet de werkelijkheid is.
We kunnen op ons hoofd gaan staan maar door een dichte deur lopen lukt ons niet.
Misschien omdat de trilling van ons lichaam niet spoort met die van deuren of muren, of om een andere reden.
Hoe dan ook, we zitten vast aan de grenzen van onze materiële werkelijkheid.
Jammer, maar het is niet anders.

Toch is de parapsychologische, magische, UFO en spiritistische literatuur vol verhalen over mensen en dingen die zich van die grenzen niets hebben aangetrokken. Blijkbaar zijn er omstandigheden waaronder wij - of onze spullen - wél door muren kunnen gaan, niet langer gebonden aan aardse vanzelfsprekendheden.
Materialisaties en verplaatsingen, mediums die half verdwijnen, dode dingen die tot leven komen, stenen die door daken vallen, aliens die een huis binnengaan zonder van de deur gebruik te maken.
Die gebeurtenissen zijn anecdotisch. In een laboratorium krijgen we het niet voor elkaar.
Niettemin zijn die voorvallen zo talrijk en zo divers dat we ze niet zonder meer van de harde tafel kunnen vegen.

Als een geest/alien die moleculaire ruimte opvult, wat let hem dan om onze vastigheid te manipuleren?
Beton, hout, steen is in feite zo vormbaar als klei voor iemand die zelf geen vaste vorm heeft.
Shapeshiften is dan een peulenschil.
Als ik dan lees over een auto die een UFO blijkt te zijn, een Mariabeeld dat met de ogen knippert of een pop die aan de wandel gaat, dan denk ik: ach, peuleschil.
Waarom ook niet.
Gekker kan de wereld niet meer worden.

MATERIE

vrijdag 9 april 2010

BEELDJE UIT ATLANTIS?

In het boek Lost Trails, Lost Cities over de Zuid-Amerikaanse expeditie van Kolonel P.H. Fawcett, staat een interessant verhaal over een stenen beeldje dat hij in zijn bezit had. Het beeldje van zwart basalt, schrijft hij, gaf iedereen die het aanpakte een soort electrische schok.
Oorspronkelijk kwam het uit Brazilië, maar doel en herkomst waren verder onbekend. Experts die het onderzocht hadden konden er geen wijs woord over zeggen behalve dat het authentiek leek en dat de tekens die in het borstschild van het beeld gegrift waren ook op andere Braziliaanse oudheden zijn gevonden.

Psychometrie leek de enige manier om meer over het enigmatische beeldje te weten te komen.
Dus gaf Fawcett het in handen van een psychometrist die hij persoonlijk niet kende. Die zei:

"Ik zie een groot onregelmatig gevormd continent dat zich uitstrekt van de noordkust van Afrika tot Zuid Amerika.
Er zijn veel bergen en ook een enkele vulkanen die op het punt staan uit te barsten, lijkt het.
De rijke vegetatie is tropisch of sub-tropisch.

De Afrikaanse kant van het continent is dun bevolkt. De mensen zijn goed gevormd en hebben een hele donkere huidskleur, maar geen negroïde trekken. Ze hebben opvallend hoge jukbeenderen en schitterende ogen met een doordringende blik.
Hun huizen duiden op een hogere beschaving, en ik zie versierde tempels. Hun eredienst heeft demonische trekken.
Nu word ik getransporteerd naar de westelijke kant van het continent. De vegetatie is weelderig en de mensen zijn verder ontwikkeld dan die aan de Afrikaanse kant, te oordelen aan hun huizenbouw en de prachtige tempels met schitterend bewerkte kolommen. Processies komen uit een tempel en de hogepriester draagt een borstschild gelijk aan dat op het beeldje.
Binnenin de tempels is het donker, maar boven het centrale altaar is een groot oog dat waakt, en waar de priesters hun invocaties aan richten. Het ritueel is van occulte aard, en er worden offers gebracht - onduidelijk of het dieren of mensen betreft.
Ik zie hoe de hogepriester het beeldje in handen geeft van een andere priester, met de instructie het te verbergen tot de reïncarnatie van de degene die het beeld voorstelt het weer in ontvangst kan nemen.
Zwarte magie wordt door deze mensen beoefend op een alarmerende manier. Ze zijn de absolute heersers van de wereld, en denken dat ze de Schepper naar hun pijpen kunnen laten dansen. Maar de dag van de afrekening komt eraan.
Ik zie een vulkaan die uitbarst, vlammende lava uitbrakend, het hele land schudt met een machtig brullend geluid. De zee rijst, en een groot deel van het land, oost en west, verdwijnt onder de zeespiegel, alleen het middelste deel blijft enigszins boven water. Het grootste deel van de bewoners verdrinkt. Sommigen kunnen vluchten naar hoger gelegen gebieden. De priester weet zich in veiligheid te brengen en hij verbergt het beeld. Dan vlucht hij verder
Sommigen weten in boten aan het geweld te ontkomen. Ik hoor een stem: "het oordeel over Atlanta zal het lot zijn van allen die zich goddelijke macht aanmeten."
Ik zie geen datum bij deze gebeurtenissen, maar het is lang voor de opkomst van Egypte.
Het beeldje is een kwaadaardig bezit, en het is gevaarlijk om er licht over te denken."

Tot zover de psychometrische impressies, die volgens Fawcett later nog werden bevestigd door andere psychometristen.
Fawcett zelf is met zijn oudste zoon en een vriend op weg gegaan om de overblijfselen van legendarische plaatsen in het oerwoud te ontdekken. Hij was vast overtuigd van hun bestaan.
Van zijn laatste tocht in 1925 is hij nooit teruggekeerd, en niemand weet wat er met hem en zijn tochtgenoten is gebeurd, ondanks alle latere naspeuringen. Boeken vol speculaties zijn geschreven over die laatste expeditie.

Je kunt je afvragen waar dat beeldje nu is gebleven, en wat het verhaal zegt over onze moderne tijd, waarin we, opnieuw, voor god spelen.

dinsdag 23 maart 2010

MIST EN WOLKEN

In een Fortean Times uit 1993 lees ik een kort berichtje:

"Het Baci bos bij de stad Cluj in centraal Roemenie is de focus van veel UFO rapporten. Ergens in 1992, volgens een Roemeense krant, wandelden Zoltan Frenc en zijn schoonzoon in het Baci bos. Het was mooi weer, de hemel was helder, maar de zon scheen ineens bleker te worden. De schoonzoon begon wat sneller te lopen, en Frenc verloor hem uit het gezicht. De wind stak op, en een dichte mist daalde neer. Frenc's ogen begonnen te steken.
De mist trok snel weer op en de zon scheen weer - maar de schoonzoon was verdwenen.
Een zoekactie door dorpelingen en de politie had geen resultaat."

Zo'n verontrustend berichtje lijkt misschien onzinnig. Maar het past precies in de vele getuigenverklaringen die spreken van plotselinge mist, wolken die komen en gaan en soms tegen de wind in drijven, en vreemde verdwijningen.

Paul Stonehill schrijft in FATE, May 2007, over verdwijningen in de provincie Sichuan. In de Heizhu vallei, plaatselijk bekend als de 'Valley of Death' , gebeuren onverklaarbare dingen. De Yi, de inheemse bevolking van de vallei, waarschuwen dat men zacht moet spreken om de 'berggod' niet wakker temaken. Want dat kan leiden tot het ontstaan van een dikke mist die het leven bedrijgt en mensen en dieren laat verdwijnen. Verhalen over zulke gebeurtenissen doen al eeuwen de ronde in de Heishu vallei, maar ook recent zijn er expedities, soldaten en burgers verdwenen. Zo'n mist kan enkele dagen blijven hangen, en er komen vreemde geluiden uit en sommigen rapporteren het voor UFO ontmoetingen zo gebruikelijke verlies van tijd.

Wolken zien er onschuldig uit, en gelukkig zijn ze dat meestal ook. Bovendien zijn ze prachtig.
Maar sommigen zijn niet te vertrouwen. Het lijken wel mensen; vol verrassingen.
Wij slaan er William Corliss op na, die onvolprezen opvolger van Charles Fort, die alles wat vreemd en onverklaard is uit wetenschappelijke tijdschriften plukt. Moge hem een lang leven beschoren zijn, want zijn werk is nooit klaar.

18 Augustus 1870. Engeland.
(....) De lucht was heel helder, maar in de verte was een donderbui actief. Ik zag lichtgevende dunne spaken (onder de wolken) die schenen te roteren, en lange tijd in dezelfde positie bleven.

1 november 1937. Het Kanaal.
Een piloot neemt een grote stapelwolk waar. Vanuit de basis van de wolk komen zijn horizontale stralen te zien, vanuit een middelpunt.

Een goeie verklaring is er niet.

nog wat:

Juli 1932, Cache Lake, Ontario
"Het was een kille ochtend, en de hemel was zwaar bewolkt. Mijn aandacht werd getrokken door een rommelend geluid uit het westen, alsof er een donderbui aankwam. terwijl ik bleef kijken kwam er boven de bomen aan de overkant van het meereen hele lange, smalle wolk aanzetten die op een regenwolk leek. Hij bewoog zich in breedterichting voort en het rommelend geluid kwam overduidelijk uit deze wolk, die naar schatting 70m lang was.
Terwijl de wolk dichterbijkwam werd het stationaire geluid steeds harder. Hij passeerde over mijn hoofd, en er kwam geen regen uit, noch zag ik iets van electrische ontlading die vaak in donderwolken te zien is."

Gelukkig is deze meneer niet onverwachts verdwenen.


Op internet vind je veel speculaties over UFOs die zich verbergen in wolken.
Als ik een UFO was en ik wilde me niet laten zien, zou ik dat ook doen. Het ligt voor de hand.
De vraag is of iedere vreemd uitziende wolk een UFO is.
Zeer waarschijnlijk niet.
Bovendien is het in de eerste plaats de vraag wat een UFO is, en ook daar is geen eenduiding antwoord op. Maar laten we daar niet over beginnen.

uit Charles Forts 'Book of the Damned:
22 maart 1870, bericht een metereologisch journaal, zien zeelieden een afwijkende wolk, rond, met wat onwolkige details in het centrum.
Men staart en speculeert. Het ding is lichtgrijs, maar hangt lager dan de rest van de wolken. En het beweegt zich tegen de wind in. Een half uur lang blijft die wolk zichtbaar, tot het te donker werd om hem verder te volgen.

Al eerder schreef ik over de wonderen van Seton, Washington. Een fragmentje in dit verband:
22 mei 1992
Enkele bezoeker aan de kerk van Seton zijn op weg naar huis als ze een heldere witte wolk zien met een kleurige band in het midden. Ze merken op dat het een prachtige wolk is, anders dan de omringende wolken. De wolk hangt laag en stil boven de weg.
Ze rijden er onderdoor (!) en de wolk blijft achter.

Nog een voorbeeld van merkwaardige wolk, eentje die niets laat verdwijnen maar wel iets laat vallen.

September 1814, Agen, Frankrijk.
Een kleine witte ronde wolk die tijdens het voortdrijven ineens begint de draaien en zich snel naar het zuiden beweegt.
Oorverdovende rommelende geluiden komen er uit die wolk, en dan explodeert hij in een regen van rotsblokken en stenen.


Of deze: Forest Hill, Arkansas, in 1847:
De hemel was helder, maar in de middag vormden zich plotseling turbulente wolken die eruit zagen "als een pikzwarte deken, van boven af verlicht door rode toortsen."
Een luide explosie klonk die huizen door elkaar schudde en de kerkklok deed luiden, terwijl er een vlammend lichaam naar beneden kwam dat net buiten de stad in de aarde drong. Daar maakte het geval een gat van bijna 3 m. diep en meer dan 60 cm breed.
De steen die op de bodem van de put werd gevonden was gloeiend heet. De lucht was intussen weer opgeklaard.

Heel ongebruikelijk gedrag voor een wolk.

Hier nog een:

Hutchinson, Minnesota, 1897.
Een lichtgevende cumuluswolk die vanuit het oosten komt aanzetten. Als de wolk boven het stadje is, valt er een lading insecten uit van dezelfde species. Dat gebeurde ook al in Macerata, Italië, in 1897: Uit bloedrode wolken daalden duizenden insecten neer die de bewoners van die streek nooit eerder hadden gezien. Blijkbaar was 1897 een goed insectenjaar.

Dit geeft allemaal te denken.
Ook in verband met vreemde verdwijningen, zoals die van de bemanning van de overbekende Marie Celeste, of van dat zeilbootje ergens bij Australië dat een paar jaar geleden verlaten werd aangetroffen.
Waar blijven die mensen? Worden die in een andere dimensie uitgestort?
Even nieuws, snel vergeten, maar ik zou het toch wel willen weten.

maandag 22 maart 2010

TWISTER



Misschien hebben jullie het ook gelezen: die windmolen waar een van de rotorbladen vanaf gebroken was, vorig jaar mei. Hij kwam op de weg terecht.
Blikseminslag, was de verklaring.
Dergelijke ongelukken gebeurden eerder ook al in Japan, waar 'iets' de bladen veranderde in een rafelige uitsteeksels.
In januari 2010 gebeurde het in Engeland.
Daar zagen getuigen zelfs een UFO die zich uitleefde op de windmolen. sommigen hadden het over een UFO die ze hoog boven hun hoofd hadden gezien, en anderen spraken van 'een tentakel' die uit een UFO kwam, en van een lichtstraal, en een klap.
Dat laatste kan ik geloven: een wiek brak af en het andere hing erbij als een verlept blad.
Kortom, UFO of geen UFO, een merkwaardig incident.

Maar nu we het toch over rare incidenten hebben: een pastoor in Zwitserland vond in 1980 bij thuiskomst één van de schoorstenen van zijn pastorie uit model. Het ding was maar liefst 180 º gedraaid, meldt een Zwitserse krant.
De verbaasde kerkdienaar checkte de weerberichten, maar van een Twister was tijdens zijn afwezigheid geen sprake geweest.
Omdat de schoorsteen net als elke andere zichzelf respecterende schoorsteen in Zwitserland van baksteen is, zijn er twee mogelijkheden: of de vicar had nooit eerder omhoog gekeken (wat onwaarschijnlijk is in zijn beroep), of de schoorsteen is tijdelijk aan de wandel geweest naar een andere dimensie.
Omdat ik altijd kies voor de meest voor de hand liggende verklaring, moet het wel het laatste zijn geweest.

dinsdag 16 maart 2010

WANDELENDE BOMEN

Sommige verhalen lijken te fantastisch om waar te zijn. Maar na vele jaren Fortean interesses is er niet veel meer dat ik potentieel afwijs, omdat het altijd nog gekker kan. Het volgende verhaal vertaalde ik uit mijn lijfblad Fortean Times, en het is een artikel van de engelse bioloog/boomdeskundige Alan Mitchell.
Ik geloof hem. Absoluut.
Lees, en verbaas je.

Bomen hebben een heel eigen magie. En dan bedoel ik niet de folklore en heksenverhalen die aan sommige soorten kleven.
Nee, ik heb het hier over het vermogen van bomen om plotseling te verschijnen, zich te verplaatsen, te verdwijnen en weer op te duiken.
Het is mogelijk te geloven, zoals mijn collega's deden dat de enorme spar, een van de hoogste bomen van Engeland, niet de weg was overgestoken en dat ik hem deze keer alleen maar vanaf de andere kant was genaderd zonder dat in de gaten te hebben.
Het is mogelijk dat mijn collega's en ik, op zoek naar grote bomen, twee reusachtige coniferen in Inveraray hebben gemist.
Maar bij de volgende gelegenheid wenkten ze van verre, en heb ik die spar en zijn buurman gemeten. Een paar jaar later waren ze weer verdwenen. Ik verwacht dat ze er de volgende keer weer staan.

Bij een voordracht in de buurt liet ik een dia zien van een treurberk, die over het hek groeide van een bekend huis in het district. Iemand onder de toehoorders merkte op hoe treurig het was dat die boom was omgewaaid bij een recente storm.
Bij volgende lezingen vermeldde ik dat de dia van die boom een 'in memoriam' was voor de berk die niet meer bestond. Niemand protesteerde. Toen kwam ik zelf een keer langs die locatie, en daar was de treurberk, prominent als altijd. Tijdens zijn afwezigheid was hij goed gegroeid.
Nog zoiets. Op weg naar een plek waar ik vaak moest wezen passeerde ik een prachtige Zweedse vlierbes.
Maar op een dag was hij er tot mijn verdriet niet meer. Dat liet ik vallen in het arboretum waar ik werk. Die wisten ervan. De boom stond te dicht bij het huis en was weggehaald.
Misschien. Maar de boom was het daar niet mee eens. De volgende keer dat ik er langs moest stond hij er weer.

Dan zijn er de bomen die er nooit geweest zijn. De eerste larixen in Schotland werden volgens een bericht uit 1813 in 1680 ingevoerd en in een kas geplaatst. Maar al gauw waren ze op sterven na dood, en men gooide ze weg met het andere afval in een dal in de buurt. Daar schoten ze wortel en groeiden. In 1813 waren het al respectabele bomen.
In 1954 zocht en vond ik de drie heel oude larixen in het dal vlak bij een huis, die ik alle drie opmat. Ik was blij de bekende veteranen gevonden te hebben. In 1970 keerde ik terug om ze te fotograferen en opnieuw te meten.
Maar nu waren er nog maar twee. Ik klopte aan bij het huis en vroeg wat er met de derde boom gebeurd was. "Welke derde boom" zei de bewoonster. "Ik woon hier al m'n hele leven, en er zijn er altijd maar twee geweest".
Maar ik heb de maten van de drie bomen in m'n dagboek.

Een van de grootste iepen van Engeland werd in 1904 gemeten bij een huis in Hereford. Ik was blij toen ik hem vond, nu twee keer zo groot, in 1962. In 1973 was ik hem kwijt. In de rozentuin waarin hij stond was geen spoor van een omgehakte boom te vinden. Ik vroeg het aan de tuinman. Die had nooit van de boom gehoord. "Zeker voor uw tijd", zei ik. "Hij was er nog in 1962." "Ik ook", zei de tuinman. "Al 20 jaar."
Het was de grootste boom in de omtrek. Vorig jaar ging ik weer kijken, maar de boom is nog niet teruggekeerd.

Zo was er die magnolia op een landgoed dat bekend stond om z'n mooie bomen. Iemand die daar dagelijks kwam vertelde me dat hij was weggehaald, en we deelden onze treurnis. Het was werkelijk een magnifieke boom geweest. De volgende keer dat ik die plek bezocht stond de boom er weer, en hij is blijven staan tot hij in 1987 aan de storm ten prooi viel.

Van de Crom Castle taxisboom bestaan beschrijvingen die 150 jaar oud zijn, over hoe zijn takken ondersteund moesten worden en er onder het groen 200 gasten hun thee konden drinken. Er zijn gravures van die boom en zelfs een vroege foto.
Maar toen ik er die dag kwam, waren er twee Crom taxissen. Maar tien meter uit elkaar, zelfde leeftijd, zelfde vorm. Hoe kan een graveerder of een fotograaf de ene boom vastleggen terwijl hij de tweelingbroer over het hoofd ziet?
De tweede boom moet plotseling aangekomen zijn, al helemaal klaar en in vorm.

De redactie van Fortean Times meldt dat terwijl ze met dit artikel bezig waren, er een bericht binnenkwam over enorme Californische sequoia's die in Sheffield staan. Hoewel de bomen zeker 100 jaar oud zijn en 50 meter hoog, zijn ze nooit eerder door botanisten ontdekt.....

maandag 15 maart 2010

PELIKANENREGEN

Iedere Fortean kent en bepeinst de regens van vissen, kikkers en salamanders die zo onverwachts uit de lucht komen aanzetten en landen in iemands achtertuin, om van hete stenen en hagelstenen met vreemde inscripties nog maar niet te reppen.
De Fortean literatuur staat er bol van en Charles Fort heeft zich er danig vrolijk over gemaakt.
De leunstoelwetenschappers hebben steeds weer wijs geroepen dat het wervelwinden of tornado's zijn die we voor het gerecht moeten slepen.
Maar het ontvreemden van een specifiek gedierte uit z'n natuurlijk habitat door een tornado is voor iedereen, behalve voor die wetenschappers, een bedenkelijk gebeuren. Want waar zijn dan de andere beestjes, de modder, de rotzooi, de planten gebleven. Een tornado kan behoorlijk selectief zijn in wat hij omblaast of niet, maar alleen de kabeljauwen of de stekelbaarsjes, en niet de dikkopjes en de waterplantjes, dat lijkt op het soort theorie waar niemand wijzer van wordt, omdat hij nergens antwoord op geeft.
Maar zo gaat dat, en Fort zou nooit een punt gehad hebben ware het anders geweest, en dat zou ons een hoop hebben ontnomen.
Maar nu, in Fortean Times, 1ste Jaargang, 1976, valt mijn oog op een regen van pelikanen.
Da's weer eens iets anders. Pelikanen laten zich niet zo makkelijk door wervelwinden overvallen, stel ik me voor.
Die zien de bui wel hangen.
Maar in dit geval, op 13 april 1974, kwamen er boven Texas een stuk of 90 uit de lucht vallen in lake Waco, en korte tijd later nog weer 33. Dat moet een ernstige aanslag op de pelikanenstand zijn geweest.
Volgens getuigen vlogen ze buitengewoon hoog. Enkelen hadden een gebroken vleugel, de rest viel gewoon omlaag als de spreekwoordelijke baksteen. Heel ongebruikelijk voor pelikanen die het vliegen goed beheersen.
Er waren winden, ja, en ook stormen in de buurt. En natuurlijk was dus de verklaring...je begrijpt het al.
Maar net zo als bij de vissen en stenen en schildpadden en kikkers vragen wij ons af.....

HEMEL....

Kom ik een film tegen op YouTube die na moeizaam geladen te zijn een 9 minuten spectakel laat zien vanaf Rapa Nui, ofwel Paaseiland.
In november 2003 was daar behalve een totale eclips van de maan ook een 'harmonische concordantie' te zien van verschillende planeten.
Terwijl de groep aan het mediteren was legde filmapparatuur een schouwspel van diamantvormige lichten vast, en een heldere straal die uit de hemel kwam.
"Een straal van omhoog zij vernamen", zegt het kerstliedje.
Daar moest ik aan denken terwijl het op Rapa Nui snel donkerder werd.

Boven ons hoofd tekenen de goden ons lot.
In oude kronieken vinden we verslagen van hemelse voorspellingen in de vorm van lichten, metereologische verschijnselen, UFOs, heiligen, kruisen en kometen, maar ook vluchten van vogels die als gunstig of juist niet geïnterpreteerd werden.
Aan sommige verslagen is geen touw vast te knopen.
Bij gebrek aan camera's en telescopen...wat hebben die mensen toch gezien?
Houvast aan het hemelruim - vreemd genoeg een bolwerk van ongewisheid.

Boven de Duitse stad Neurenberg moet op 14 april 1561 een spektakel te zien zijn geweest, want verschillende houtsneden en schilderijen laten een hemel vol met vallende voorwerpen en zwarte en rode bollen zien.

Het eind van de wereld leek nabij, maar dat bleek mee te vallen. Wat was het? Een meteorietenregen?
Die zijn vrij normaal, we kennen ze allemaal in augustus, niet iets om over naar huis te schrijven.
Maar wat dan?

De Russen maken het wel heel bont.
PRAVDA heeft in 2006 een artikeltje over een filosoof en raketexpert, Konstantin Tsialkovski, die in 1928 na een dag hard werken zijn balkon opstapte en drie russische letters aan de horizon zag hangen. Van reclamevliegtuigjes kon toen nog geen sprake zijn. Tsialkovski tekende op wat hij zag, en brak zich het hoofd over de mogelijke betekenis. Zonder twijfel een diepe.
In 2001 was het weer raak boven de Soviet unie: tekens, cijfers en symbolen sierden de luchten, die eruit zagen als een schoolbord waarop een reus cryptische boodschappen had achtergelaten.
Aldus Pravda.

In 1939 zagen verschillende mensen 'jumping stars' , volgens een bericht in 'Popular Astronomy' van die dagen.. Niet het gewone gezichtsbedrog dat optreedt als je een ster fixeert, maar gespring, geval en gedraai dat de bewegingsmogelijkheden van een nette ster ver overschreed.
Gezien door professionals. Net als in 1888, toen dat verschijnsel zich ook al voordeed.
Hm. UFOs? Net als bij het 'Zonnewonder' van Fatima enzo?

Ik sla er Charles Forts verzamelde werken op na.
Die maakt melding van een 'bloedrode zon' en 'groene maan' als teken van een komende aardbeving.
Oplichtende hemelen. Vurige stralen. Exceptionele zonsondergangen. Boodschappers van naderend onheil.
En dan: vreemde lichten in het sterrenbeeld Orion ten tijde van de uitbarsting van de Etna in 1872.
Niet direct een aantoonbaar verband. Het licht verschijnt bij de opkomst van Orion, en loopt mee langs de hemel met het sterrenbeeld.

"The Glare", schrijft Fort, "that seemed to be in Orion, was in Orion".

Tja.