Posts tonen met het label parapsychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label parapsychologie. Alle posts tonen

zaterdag 25 september 2010

PARAMETERS

Er is iets merkwaardigs gaande.
We zouden kunnen spreken van verwarring.
Als ik op internet het woord 'paranormal' intik dan krijg ik zowat alles van UFO's tot de Chupacabra. Door de bomen is het bos niet meer te vinden.
Het onderscheid tussen paranormaal, parapsychologie en 'weird' is zoek.
Misschien zijn definities niet belangrijk voor de meeste mensen, maar ik zou toch wel een onderscheid willen maken tussen het veld van de parapsychologie en alle andere 'Forteana', om ze zo omwille van de duidelijkheid maar even op een hoop te vegen.

Parapsychologen - de soort die er voor doorgeleerd heeft - onderzoeken alleen datgene wat met onze geest te maken heeft; de vaak nog onbegrepen connectie tussen binnen en buitenwereld en de vermogens van mensen om die connectie tot stand te brengen, gewild of ongewild. Parapsychologie gaat over interactie. Daarbinnen bevinden zich de parameters van 'paranormaal' .
Psi, poltergeists, PK, voorspellingen, energy healing, dat is parapsychologie.
Daarnaast is er de 'buitengewone menselijke ervaring' zoals die in de transpersoonlijke psychologie wordt beschreven. Daaronder vallen bv BDE's, uittredingen, reïncarnatie-herinneringen en mystieke en religieuze ervaringen.
Ook die zijn in principe studieobject voor parapsychologen, hoewel ze naar hun aard moeilijker te onderzoeken zijn dan de fenomenen die zich lenen voor testsituaties. Al deze fenomenen kunnen we 'paranormaal' noemen.

Het veld is dus best breed. Maar parapsychologen kun je op de kast krijgen door UFO's paranormaal te noemen, of Bigfoot onder hun neus te houden.
Gelijk hebben ze. In principe gaat het daar over objectieve waarnemingen die niets met de werking van de geest te maken (hoeven te) hebben.
En daar zit'm nou de kneep, en de verwarring.
Want heel veel verschijnselen die wij als objectief beleven, hebben ook een ongrijpbare kant.
Alleen is die kant in de regel er niet eentje die door onze geest wordt veroorzaakt.
Stel: ik zie natuurgeesten. (was't maar waar) . Dan ben ik misschien helderziend, en daarmee interessant in parapsychologisch opzicht. Maar de natuurgeesten beantwoorden aan hun eigen wetten, en die hebben aan parapsychologie geen boodschap. Hetzelfde geldt voor bv aura's en geesten: die kan ik zien als ik helderziend ben - paranormaal begaafd - maar ze zijn er ook als ik dat niet ben; ik heb (in principe) geen invloed op hun bestaan.
Objectieve verschijnselen als UFO's, graancirkels, orbs, kikkerregens of cryptozoölogische critters mogen 'weird' zijn, maar ze zijn niet paranormaal. In principe zijn ze zichtbaar en meetbaar voor iedereen, zonder dat je daar paranormale gaven voor hoeft te hebben. Wat niet wegneemt dat ze grondig onderzocht moeten te worden.
Alleen niet door de parapsychologie.

vrijdag 14 mei 2010

DE ONOPGELOSTE VRAAG

Wie zich verdiept in de literatuur die alle velden van paranormale activiteit bestrijkt raakt verward, of gaat patronen zien. Dat laatste is bijna onvermijdelijk. Of het nu gaat om mariaverschijningen, UFO's, Forteaanse gebeurtenissen, engelen en geesten, cryptozoölogische onbestaanbaarheden of een van al die andere gevallen van 'high strangeness' , de conclusie moet altijd zijn dat er nooit een vinger achter te krijgen is.
Ik kan me dan ook voorstellen dat velen zich walgend afwenden van wat ze beschouwen als een krankzinnig geworden mensheid die gelooft in dingen die per definitie onbestaanbaar zijn.
Punt is: ze blijven gezien worden, die dingen. Maria blijft verschijnen, beelden blijven huilen, Ufo's gaan in en uit onze realiteit, vissen en kikkers blijven uit de hemel vallen, engelen blijven mensen redden, en het stikt van de geesten, zwarte schaduwen, gekapte wezens en andere griezels die door redelijke mensen worden waargenomen. Sceptisch zijn is 'the easy way out' , maar dat maakt de ervaringen niet minder, of minder werkelijk.
De vraag is: Wat moeten we daar allemaal mee?
Ook parapsychologen gaan die vragen meestal uit de weg. Ze beschrijven vaardig en lezenswaardig wat er in en buiten laboratoria gebeurt en wat de conclusies zijn die we daaruit moeten trekken: telepathie, helderzienheid, telekinese en bijzondere menselijke ervaringen bestáán. Daarover bestaat geen enkele twijfel meer voor wie bereid is van de bewijzen kennis te nemen.

Maar waar het vandaan komt, hoe het gebeurt, wat de aanleidingen zijn, waarom de een wel en de ander niet, daar is vooralsnog geen antwoord op.
Vragen genoeg, antwoorden ...daar wordt naar gezocht, met behulp van met name de quantum fysica die ons leert dat deeltjes die eens verbonden waren die verbondenheid behouden, ook al zijn ze lichtjaren uit elkaar. Entanglement, heet dat. Telepathie zou op die manier misschien verklaard kunnen worden.
De rest is voorlopig nog gissen, en theorieën worden volop bedacht, daar ontbreekt het niet aan.
Het is betreurenswaardig - hoewel begrijpelijk - dat de parapsychologie zich niet inlaat met de metafysische aspecten van wat niet in direct verband staat met ons bewustzijn. Officieel hebben UFO's niets te maken met parapsychologie, een wetenschap die zich uitdrukkelijk beperkt tot onderzoek van menselijke mogelijkheden.
Het eind zou zoek zijn, en er moet toch al opgeklommen worden tegen muren van weerstand vanuit de gevestigde orde.
Toch is die beperking jammer. Want hoewel veel vreemde gebeurtenissen weliswaar onverklaarbaar maar toch helemaal van stoffelijke aard zijn, is het merendeel niet zo eenduidig. Ik bedoel dit:
Iemand die aan visioenen lijdt kan men medisch en psychologisch onderzoeken. Men kan zoiemands hoofd in plakjes snijden met een MRI scan. Dan blijkt misschien dat diegene lijdt aan epilepsie, of aan een andere afwijking die verantwoordelijk is voor de visioenen. In dat geval wordt het ossier gesloten en de patient voorzien van medicatie of wat hem kan genezen. Wat meestal niet wordt overwogen is de andere kant: de afwijking is niet schuld aan de visioenen, maar de afwijking fasciliteert ze; door het afwijkend functioneren van de hersenen is een gevoeligheid is ontstaan voor wat normaal buiten ons bereik ligt.
Het kan ook zijn dat alles normaal is, maar diegene toch hardnekkig dingen blijft zien. Waarschijnlijk is er dan sprake van aangeboren paranormale begaafdheid. In beide gevallen - ziekteverschijnsel of paranormale gave - is het haast onmogelijk vast te stellen of dat visioen een onafhankelijke, zij het onstoffelijke werkelijkheid betreft, of dat het voortkomt uit de fantasie. Het visioen wordt immers maar door één mens gezien en is daarmee oncontroleerbaar.
Maar wat nu als die visioenen door 3, 5 of 10 mensen worden gedeeld? Wat als die visioenen door grote groepen worden waargenomen? Wat als die visioenen zich bij verschillende mensen op verschillende momenten maar altijd op dezelfde plek afspelen, of altijd op dezelfde manier, maar wereldwijd van elkaar?
Wat nu als bepaalde verschijnselen die met geen mogelijkheid bij elkaar lijken te horen, zoals bijvoorbeeld Bijna Dood Ervaringen en ontvoeringen door 'buitenaardsen' , toch bepaalde kenmerken gemeen hebben? Wat nu als ongerelateerde verschijnselen als UFOs en onbestaanbare wezens verbanden met elkaar schijnen te hebben?
Of UFO's en natuurgeesten? Of als poltergeistverschijnselen soms toch een relatie blijken te hebben met geesten, terwijl het een uitgemaakte zaak leek dat de krachten in de psyche van een puber ontspruiten? Wat nu als een helderziend jongetje als kind Jezus ziet, die later een alien blijkt te wezen? Of stoffelijk lijkende wezens opeens verschijnen of in het niets oplossen? Stenen uit de hemel vallen, warm bij aanraking, maar door niemand gegooid?
Wat als de fysieke werkelijkheid helemaal niet zo fysiek en betrouwbaar is als hij lijkt, maar onze werkelijkheid in werkelijkheid bestaat uit meerdere dimensies die vlak aan elkaar raken? Zodat paranormale verschijnselen in principe iedereen kunnen overkomen en ook de onveranderlijkheid van ons materiële bestaan ter discussie stellen?
Wes Nisker schrijft in zijn mooie boekje 'The Essential Crazy Wisdom':

"We weten het niet. We weten niet wie we zijn, waar we zijn, waar dit leven en dit universum over gaan. We zijn misschien in staat om de wereld te beschrijven zoals we hem zien, dingen namen te geven en voorzichtig te begrijpen hoe bepaalde processen werken, maar we hebben geen idee waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Of waarom ze zijn".

Charles Fort schreef in een van zijn boeken "I think we're property" . Daar kon hij wel eens gelijk in hebben.
De vraag wie wij zijn, hoe onze wereld er werkelijk uitziet en naar wiens pijpen wij dansen is waarschijnlijk voor anderen, ergens, geen vraag meer. Maar wij modderen er nog wel even meer door.

donderdag 1 april 2010

TABOES

Vanmorgen las ik een stukje uit de blog van Anne Strieber, de vrouw van Whitley, de man van de 'Grays' die via zijn boek 'Communion' zich in ons collectieve bewustzijn hebben genesteld als het prototype ET.
In dat stuk vertelt Anne hoe veel last ze hebben van mensen die hen vanwege hun ervaringen met UFO's en aliens veroordelen en hen sociaal buitensluiten, terwijl ze sinds het eerste boek verscheen honderdduizenden brieven hebben gekregen van mensen met soortgelijke ervaringen, en overal worden aangeschoten (als er geen anderen in de buurt zijn) door mensen die hun verhaal kwijt willen.
Dat onderwerp, zegt Anne, is misschien wel het laatste sociale taboe in de Amerikaanse samenleving.
Discriminatie in woord en daad van homo's, vrouwen, bejaarden, Joden, katholieken, Afro-Americans, Hispanic Americans en welke andere groep ook is 'not done', althans niet in het openbaar of in de pers.
In de privésfeer ligt dat natuurlijk anders.
Discriminerende opmerkingen kunnen alleen gedijen bij de automatische aanname dat iedereen in het gezelschap net zo denkt als de spreker. Is daar twijfel over, dan zal men zijn mond houden, tenzij men wil provoceren.

Er is moed voor nodig om iemand die er van uitgaat dat iedereen het met hem eens is tegen te spreken.
Anne vergelijkt dat met het laten van een knallende scheet in gezelschap. Dat valt op.
Toch, zegt ze terecht, is dat het enige middel om taboes te doorbreken: uitkomen voor wat je zelf denkt, en niet je mond houden, uit angst voor commentaar, ridiculisering, uitsluiting.

Met UFOs en ET's hebben we in Nederland, in tegenstelling tot de US, niet veel te maken.
Met discriminatie wel, ook al geldt hier gelukkig net zo goed dat het politiek niet correct is om je generaliserend en rottig uit te laten over de een of andere groep mensen. Wilders schijnt dat wel te mogen, maar die heeft dan ook, hoop ik, niet de sympathie van wat er in Nederland nog aan ethische denkende burgers over is.
Maar het is niet m'n bedoeling om hier in de politiek te gaan.

Uit persoonlijke gesprekken en uit de literatuur weet ik dat er oneindig veel meer mensen dan je zou denken bijzondere ervaringen hebben van velerlei aard. Ik ken er zelf heel wat, en bovendien is daar veel onderzoek naar gedaan.
Veel van die mensen houden hun ervaringen voor zichzelf. Dat valt vaak niet mee, maar de angst voor anderen houdt hen tegen om er open over te zijn. Wat zal de familie zeggen?

Zullen ze denken dat ik gek ben en me naar de psychiater sturen?
Wat zal m'n man er van zeggen, die vindt het allemaal onzin.
Ik ben bang uitgelachen te worden. Ik ben bang m'n baan kwijt te raken.
In sommige beroepen is die angst volledig gerechtvaardigd. Piloten zijn ontslagen omdat ze een UFO rapporteerden of omdat ze iets onverklaarbaars hadden meegemaakt. In het leger of bij de politie moet je al helemaal niet aankomen met een bijzondere ervaring, dan word je afgebrand en uitgelachen en doorgestuurd naar de psychiater.
Artsen die een patient hebben die onverklaarbaar geneest, zullen in de meeste gevallen er alles aan doen om dat te ontkennen ten opzichte van collega's.
Ik heb een anthropoloog horen vertellen dat studenten die iets bijzonders hebben gezien in landen waar nog wonderbaarlijke dingen gebeuren, dat in het belang van hun toekomstige carrière moeten verzwijgen.
Kortom, het is gevaarlijk om eerlijk te zijn, als het gaat om vooralsnog onverklaarbare fenomenen.
Dat kunnen talloze uitgerangeerde wetenschappers bevestigen, maar ook veel gewone mensen leven dagelijks met de last van wat ze bij niemand kwijt kunnen.

Kort geleden had ik een lang telefoongesprek met een Amsterdamse monteur die ik persoonlijk niet ken. Hij vertelde me het een en ander over zijn eigen ervaringen. Menigmaal had hij tijdens de koffie bij een klant het onderwerp 'leven na de dood' aangeslingerd, aan de hand van wat zijn opmerkzame geest vermoedde. Dat leidde tot bijzondere gesprekken en troost voor de klant. Voor die man was dat iets waar hij heel blij van werd. Terecht.
Niet lang geleden was hier een man die onze tuin bijhoudt. Onder de koffie vroeg hij waar mijn boeken over gingen. Toen ik hem dat vertelde kwamen zijn eigen verhalen los; hoe hij altijd aanvoelde bij wie hij wel of niet moest gaan werken, hoe hij steeds het gevoel had begeleid te worden en hoe een helderziende dat ook had bevestigd.
Zulke gesprekken zijn zo normaal, eigenlijk. Gewone mensen, gewone ervaringen.
Maar ondanks alle aandacht die er in het commerciële TV-circuit is voor paranormale onderwerpen rust er nog steeds een levensgroot taboe op de persoonlijke ervaring. Blijkbaar is het allemaal goed en wel zolang het een ver van m'n bedshow is, maar komt je vrouw of je kind met een ervaring, dan komt het te dichtbij, en is het veiliger iets af te wijzen, te ridiculiseren of er een 'deskundige' bij te roepen.

En toch, om met Anne te spreken, moeten die scheten gelaten worden. Er rust in dit opzicht verantwoordelijkheid op allen die bereid en in staat zijn de discussie aan te gaan.
Een discussie die gevoerd moet worden; in de wetenschap, in een sociale context en in persoonlijke gesprekken, wil er ooit iets écht veranderen.

zaterdag 27 maart 2010

DENKBEELDIGE VRIENDJES

Hoe denkbeeldig zijn ze eigenlijk?
Dat kun je je afvragen bij het volgende verhaal, uit Fortean Times van 1984.
Anthony McQuone was in dat jaar een knulletje van twee.
Het kind was een wondertje: hij sprak voortreffelijk, citeerde Shakespeare, kende Latijnse woorden en begrippen, had verstand van architectuur, muziek, sport en politiek.
Niet de gemiddelde peuter, dat is duidelijk.
Uitgekeken op sprookjes en zich ergerend aan het kromme taalgebruik van sommige kinderversjes, onderhield de jongen zich liever met zijn onzichtbare Romeinse leraar Adam, van wie hij het vocabulaire scheen over te nemen. Adam was gekleed in toga en caliga (sandalen) en hij had een baard.
Anthony kende het alfabet maar kon nog niet lezen. Dat zal Adam hem intussen wel hebben bijgebracht.

Hoe dan ook, verhalen over denkbeeldige vriendjes die meer dan denkbeeldig zijn duiken regelmatig op.
Zo was er die vader die goedmoedig zijn zoontje z'n denkbeeldige speelgenootje gunde, want het zou wel over gaan, wist hij.
Tot hij op een dag zijn zoon een bal zag gooien, een bal die halverwege in de lucht bleef hangen...

Denkbeeldige vriendjes kunnen bedriegelijk stoffelijk lijken voor het betreffende kind.
Zoals voor die nu volwassen vrouw, die vertelde over een vriendinnetje in het hotel waar het gezin elk jaar naar toe ging. Pas vele jaren later kwam ze erachter dat dat meisje al jaren dood was toen zij haar leerde kennen...

Michael Hallowell deed onderzoek naar het verschijnsel en schreef er een boeiend boek over: Invizikids.
Dat onderzoek kwam voort uit zijn eigen jeugdervaring, en zijn verwondering dat er geen parapsychologisch onderzoek is gedaan, ondanks de paranormale kanten van het fenomeen.

De psychologie staat nog altijd op het standpunt dat het een tijdelijke kwestie is, en dat ouders, mits het kind realiteitsbesef houdt, zich geen zorgen hoeven te maken. De mening dat kinderen die tekortkomen aan echte vriendjes op zoek gaan naar fantasiekameraadschap, overheerst de informatie, en vanuit die theorie worden ouders geadviseerd.
Maar dat is niet waar, ontdekte Hallowell, ook kinderen die sociaal niks te kort komen hebben zulke onzichtbare maatjes, en niet alleen als ze jong zijn; het kan doorgaan tot in de puberteit.


Bij zijn onderzoek is Hallowell gebleken dat er wetmatigheden zijn in de soorten 'imaginary friends' , en dat het bovendien een intercultureel verschijnsel is. Na een oproep in Fortean Times kreeg hij reacties uit alle werelddelen. Die hadden tot Hallowells verwondering bepaalde kenmerken met elkaar gemeen.
Hij is ervan overtuigd dat er meer aan de hand is dan een levendige fantasie, mede ingegeven door zijn eigen jeugdervaringen.
Het imaginaire vriendje (dat ook een dier of een voorwerp of een volwassene kan zijn) bezit vaak een onmiskenbare echtheid, ook al tart het de wetten van de stoffelijkheid. In dat opzicht zijn er parallellen met aliens en interdimensionale wezens. Als sommige vriendjes 'echt' zijn, dan betekent dat in ieder geval niet per se dat het geesten zijn van overleden kinderen.

In dit verband vertelt Hallowell een geval van een jongen die zijn vriendje altijd op zag duiken vanuit een bepaalde plek in zijn kamer, vlak naast zijn bed. Op een dag gaat hij daar liggen en valt in slaap. Dan droomt hij van een parallelle werkelijkheid waar hij zijn vriendje ziet lopen in een soort woestijnachtig landschap. Het vriendje verwijt hem dat hij een grens heeft overschreden, en dat hij 'zijn wereld' niet mag binnengaan.

Een prachtig braakliggend terrein voor mensen die het veelvoorkomende fenomeen willen onderzoeken vanuit parapsychologisch oogpunt.
Er valt ongetwijfeld nog een hoop te ontdekken.

maandag 15 februari 2010

BOTERVINGERREGEL

Knijp bij het taartbakken in een klomp boter en je weet dat de boter bij het steeds warmer worden ook ongrijpbaarder wordt. Het plakt aan je handen maar je krijgt er geen vat op.
De 'Botervinger Regel' vond ik in het machtig interessante boekje 'Invizikids' van Michael Hollowell, en het geeft precies het probleem aan waar de parapsychologie onder gebukt gaat. Daarom vertaal ik het hier:

"Een van de eigenschappen van paranormaal onderzoek in al zijn aspecten is de 'Botervinger Regel". Researchers in welk fenomeen dan ook kennen deze regel maar al te goed, hoewel ze hem verschillend zullen verwoorden. De Botervinger Regel heeft drie elementen die als volgt uitgedrukt kunnen worden:

a) Verklaringen voor om het even welk paranormaal fenomeen zullen zich vermenigvuldigen evenredig aan het aantal feiten dat verzameld wordt.
b) Wanneer er voor enig fenomeen een bevredigende verklaring schijnt te zijn gevonden, zullen zich nieuwe feiten voordoen waardoor de gevonden verklaring weer achterhaald lijkt.
c) Hoe harder een onderzoeker zal trachten een verklaring te vinden voor het fenomeen waar hij zich mee bezig houdt, des te complexer zal dat fenomeen worden, en des te ongrijpbaarder het antwoord.

Onderzoekers van paranormale verschijnselen die deze regel nog niet zijn tegengekomen bestaan niet."
Aldus Michael Hollowell.
In de literatuur wordt dit verschijnsel vaak de 'Trickster' genoemd, de mythologische figuur van de joker die een lange neus maakt tegen iedereen die denkt greep op de zaak te hebben.
Blijft de prangende vraag waaróm dat zo is. Vanwaar die kosmische en menselijke weerstand tegen mensen die willen doordringen in de geheimen van het universum, en van de menselijke geest?
Wie heeft een idee?