Posts tonen met het label Lourdes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lourdes. Alle posts tonen

zondag 16 mei 2010

FAMILIEGESCHIEDENIS

In Lourdes heb ik, op zoek naar beeldjes voor mensen die er graag een wilden hebben, heel wat Maria's door m'n handen laten gaan. Hoewel ze allemaal de typische witte jurk en blauwe gordel hebben waaraan men de Lourdesmaria herkent, zijn de gezichten allemaal anders. Maar blauwe ogen, lichtbruine haren en een rozenkrans, daar valt niet aan te ontkomen.
Geen wonder dat veel katholieken denken dat Jezus en Maria tot hun geloof behoorden.

Voor mensen die nooit in levenden lijve door iemand gezien zijn, zijn Jezus en zijn moeder merkwaardig vaak geidentificeerd. Alles en iedereen die verschijnt, of lijkt te verschijnen op een ongewone plaats, een baard heeft en een enigszins wit voorkomen, kan voor Jezus doorgaan. Hetzelfde geldt voor Maria, behalve de baard natuurlijk.
Wat willen we toch graag weten hoe die mensen eruit hebben gezien.
De beelden kennen we allemaal, en de iconografie van heiligen bepaalt het beeld van onze fantasie.
Maar zouden we al die beelden naast elkaar leggen, dan lijken die jezussen, Maria's en heiligen absoluut niet op elkaar. Wel hebben ze één ding gemeen: Maria, Jozef en Jezus zien er niet joods uit. Terwijl dat nou toch het enige is wat zeker het geval is geweest. Wat is er mis met een semitisch uiterlijk? Langs welke vreemde wegen is de heilige familie ontdaan van zijn etnische kenmerken?
Antisemitisme is niet alleen zichtbaar in wat er is, maar zeker zozeer in wat er niet is.

Jezus en Maria stonden in een rijke traditie die met het Christendom niets van doen had, aangezien dat toen nog niet bestond. Paulus, de eerste theoloog, heeft het Christendom uitgevonden en verspreid en daarbij handig gebruik gemaakt van de heidense sentimenten. Zonder Paulus was het Christendom als een kleine joodse secte een roemloze dood gestorven. Ook Paulus was een Jood, net als Petrus en Johannes en de rest.

En ook zij zijn ontdaan van wat hun rechtens toekomt: hun eigen etnische afkomst.
Dat wat we zeggen lief te hebben wordt gemangeld en gevormd naar onze eigen wensen.
En daarmee is ons historisch besef afgegleden tot het niveau van mollige cherubijntjes en schattige blonde krulletjes.

Reddeloos.
Jezus, en de traditie waar hij uit voortkwam en waar hij zijn leringen aan te danken had, zijn ons, innerlijk en uiterlijk, ontgaan.

zondag 9 mei 2010

DUBBEL

Deze week niet geschreven: we waren in Lourdes.
Een bijzonder oord, dat weet ik nu uit de eerste hand.
De zeeën van paraplus en de capuchons en regencapes zaten voor de meesten de beleving niet in de weg.
Je gaat tenslotte ook vanwege de baden en het water. Deze keer kwam het regelrecht uit de hemel.
Genezingen heb ik niet gezien. Wel oprechte vroomheid en diepe devotie.
Dat vind ik prachtig, ook al deel ik het niet.
Overal weesgegroetjes en onzevadertjes, in alle mogelijke talen, zelfs in de voor onze oren schwang schwong schwing klanken van het Koreaans of daaromtrent.
20.000 mensen die de ondergrondse kerk in luttele minuten vullen, dankzij de honderden vrijwilligers die de handgrepen van de rolstoelen uit iemands vingers rukken: invaliden opstellen in rijen van honderd. Orde moet er wezen. Wil je toevallig bij je partner blijven dan moet je zo agressief zijn als ik, en zo vastbesloten.
Maar dan heb je ook wat. Een mis met 100 heren. Vroeger was eentje met 3 al bijzonder. Een zee van rood gekazuifelde figuren. Duizenden mensen in de processie; het late licht over de Ave, Ave, Ave Maria omhooggestoken lichtjes. Diensten bij de grot waar ze in 1858 verscheen aan dat ongeletterde meidje Bernadette Soubirous, die nu als een heilige wordt vereerd. Dáár is ze geboren. Dáár heeft ze gelopen, dáár heeft ze gewoond. Dáár heeft ze een kruisje geslagen.
Daar gaan ze weer, de rijen riksha's met oudere en jongere gehandicapten, voortgetrokken door zwart rood witte vrijwilligers, veelal van de Orde van Malta. Tegen de heuvels opgetrokken, in slagorde opgesteld. Individualiteit komt er niet aan te pas, je bent gehandicapt of je bent het niet. Twee groepen door noodzaak aan elkaar gebonden met de lijm van geduld en Christelijke naastenliefde.


Maria, nu in gips zo'n 10 meter boven de menigte, zwijgt. Wat Bernadette werkelijk heeft gezien zullen we nooit weten.
De grot druipt van het water, water dat door de eerbiedige pelgrims met de rozenkrans wordt opgedept en aan de lippen wordt gebracht.
Anderen tappen het in grote hoeveelheden aan een van de tientallen kraantjes. Sommigen nemen jerricans vol mee naar huis, ze komen langs op de kofferband van het vliegveld; Baat het niet, schaden doet het zeker niet.
Zo ook met de kaarsen: duizenden worden er gebrand, en sommigen gaan snel uit vanwege de tocht in de metalen kaarsenverblijven.

Met de kaarsen stijgen de gebeden. Het leed wordt even verlicht door de hoop.
Maar sterker dan de werkzaamheid van water of kaarsen of gebed is de magie van de plek die voor velen zo werkelijk is dat ze ieder jaar terugstrompelen en de ongemakken van de reis verdragen. Het vertrouwde weerzien. Begroeten van Maria. Afscheid nemen van Maria, als het na een week weer voorbij is. Tot volgend jaar!
De aantrekkingskracht van de plek en de liefde voor de blauw-witte maagd zal hen als God wil het volgend jaar opnieuw leiden naar wat voor velen het brandpunt van dit aardse leven is: Lourdes.

Ik heb me als geboren protestant gevoeld als 'anthropoloog op Mars' , om met Temple Grandin te spreken.
Wat je als kind hebt meegekregen laat zich niet als een oude jas vervangen. Voor mij geen kruisteken en geen Ave Maria. Dat wil gewoon niet.

Ik kom niet los van de bijbelse Maria, het gewone joodse meisje in een simpel kleedje, de evangelische discipelen vissend in het meer van Galilea. Jezus in een eenvoudig gewaad zonder stralenkrans maar met een semitisch uiterlijk. Nergens blauwe ogen te bekennen.
De religieuze vieringen van Lourdes zijn een dubbel symbool: exoterisch kerkelijk machtsvertoon en esoterische volksdevotie hand in hand. De prelaat buigt zich over de zieke. De rondbuikige priester kietelt met zijn scapulier de schedel van de man in de rolstoel.

Misschien ligt het aan mij dat ik Jezus en Maria niet met kerkgewaden kan verbinden.
Misschien gaat het daar ook helemaal niet om.
Misschien gaat het alleen om wat iedere deelnemer aan het bedevaartsspel er in zijn hart aan overhoudt.

zaterdag 3 april 2010

DE OUDERE KANT VAN LOURDES

De prachtige psychologische film 'Lourdes' heeft onze bioscopen alweer bijna verlaten, en weinigen zullen hem waarschijnlijk gezien hebben.
Je hoeft niet katholiek te zijn of in Mariaverschijningen te geloven om geïntrigeerd te zijn door wat daar gebeurt.
Voor de meeste mensen is de gedachte aan Lourdes vanzelfsprekend verbonden aan de verschijning van Maria aan Bernadette, het eenvoudige dorpskind.
Dat gebeurde in 1858.
Sinds die tijd heeft de Kerk er alles aan gedaan om het obscure stadje in de Pyreneeën te maken tot een lichtend voorbeeld van wat geloof ons kan geven.
Hoewel men wonderen in de regel spaarzaam erkent, hoeft niemand te twijfelen aan de geregistreerde wonderen en de grotere aantallen ongeregistreerde.
In Lourdes gebeuren mirakels, dat staat als een paal boven water.
Maar Lourdes heeft een oudere geschiedenis die men niet terugvindt in de bedevaartliteratuur.
Bernadette Soubirous werd geboren in een streek waar het moeizame bestaan was gelardeerd met geloof in elfen, tovenaars, weerwolven en andere bewoners van het schemergebied.
Ook geloof in geesten hoorde daarbij.

De Pyreneeën zijn een ruig gebied vol met ontoegankelijke grotten en geheimzinnige schaduwen. Net als op andere ongerepte plaatsen in de wereld, is zo'n landschap een bron van inspiratie voor volksgeloof en volksangst.
Dat was in 1858 nog steeds zo. Nog maar enkele jaren eerder was er vlak bij het stadje een 'heks' op de brandstapel gestorven.
Men geloofde in God, maar zeker ook in de duvel, en beide geloven liggen zij aan zij als het gaat om paranormale gebeurtenissen.
Al vóór 1858 was het gebied een toeristenattractie om zijn ongerepte schoonheid. Bronnen in de buurt waren het 'Spa' van die omgeving, en dokters schreven hun patienten een paar weken Lourdes voor.
In 1854 was er een serie betreurenswaardige zelfmoorden: toeristen stortten zichzelf in de rivier de Gave of kwamen op andere manieren om.
De volksverklaring was dat geesten mensen daartoe dwongen.
De grot van Bernadette, plaatselijk bekend als Massabiele, had een slechte reputatie. Daar moest je maar niet naartoegaan. Het hele grottensysteem was verdacht: in 1857 waren een eindje verderop in een onderaardse grot menselijke en dierlijke beenderen gevonden die daar al vele eeuwen lagen.
Verhalen over mensenoffers deden de ronde. De menselijke fantasie weet wel raad met alles wat verdacht is.
In die sfeer kreeg Bernadette haar eerste visioen.
Zijzelf kwam niet op het idee dat ze Maria gezien had. In de eerste plaats werd gedacht aan de in 1857 gestorven dorpsgenoot Elise Latapie, voorgangster in een gebedsgroep, die had gevraagd in de kleuren van die groep begraven te worden: blauw en wit. Dat was haar geweigerd. Geesten houden niet van zulke weigeringen, en het was dan ook haar geest die men dacht dat Bernadette gezien had.
Het officiële verhaal van Bernadette wijkt af van de plaatselijke bronnen uit die tijd.
Men was in paniek om Bernadette's recalcitrante terugkeer naar de duistere grot. Vooral haar moeder verbood het haar, maar ook haar meer plooibare vader vond het moeilijk kiezen tussen een goddelijke en een duivelse oorsprong van de visioenen. Temeer omdat de figuur in de grot weigerde haar identiteit prijs te geven.
In dat opzicht was het niet anders dan bij andere Mariaverschijningen: de kinderen zien iets, en de kerk maakt er Maria van, hoewel de figuur meestal geen enkele overeenkomst heeft met de iconografie van Maria waar de kinderen mee vertrouwd zijn.
Na Bernadette wiens visioenen na 1858 afgelopen waren, werden velen geplaagd met visitaties, hele groepen jonge kinderen braken simultaan op de knieën en schenen iets te zien en te horen. Niet alleen een wit met blauwe dame werd gezien; sommigen zagen hele andere figuren die pasten binnen de plaatselijke mythologie.
Sommigen werden tot een zelfmoordpoging bewogen en nog net op tijd tegengehouden. Anderen gedroegen zich als bezeten.
Na anderhalve eeuw is niet meer te achterhalen hoe het allemaal gezeten heeft.
Zeker is dat de slechte reputatie van Massabiele kon worden bevestigd door mensen die er in de jaren vóór Bernadette hadden willen schuilen tegen de heftige regen. Zij hadden het plan om droog te blijven snel opgegeven toen ze onverklaarbare stemmen en geluiden hoorden.
Een schaapherder die zijn schapen in de grot wilde drijven kreeg dat niet voor elkaar: de dieren bleven liever in de stromende regen dan een stap in de grot te doen.
Al die verhalen werden verteld en herverteld toen Bernadette eenmaal had gezien wat ze gezien heeft.

Wat de visioenen van Bernadette wérkelijk waren blijft een kwestie van geloof en speculatie.
Maria is nooit een eenduidige figuur geweest en haar verschijningen roepen altijd meer vragen op dan de Kerk of iemand anders kan beantwoorden. Maar de meeste mensen zal dat een zorg wezen.
Zolang de wonderen doorgaan en men het gevoel heeft daar profijt van te kunnen trekken, is het voor veel mensen een heilige plaats die ze verbindt met hun Godsgeloof, al was de échte Maria een joodse vrouw die niet heeft kunnen dromen hoe ze uit de hand is gelopen.