Posts tonen met het label FATE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label FATE. Alle posts tonen

donderdag 21 oktober 2010

TIME-SLIPS

Tijd beweegt zich alleen schijnbaar recht vooruit. 'The Arrow of Time' is een mooie manier om je voor te stellen hoe de tijd zich in een rechte lijn voortspoedt, maar het is een verkeerde.
Tijd is veel complexer, en heeft te maken met verleden, heden en toekomst.
Verleden- en Toekomende tijd zijn niet weg of nog niet hier: ze zijn er nu, en helderzienden en psychometristen kunnen er soms, al of niet vrijwillig, een kijkje nemen.
Maar een nog vreemder verschijnsel is de Time-Slip, als 3D gebeurtenissen uit het verleden ineens de werkelijkheid van het moment verdringen. Als mensen en dieren en scènes uit het verleden of de toekomst verschijnen op plekken waar ze niks te zoeken hebben...althans niet in deze tijd. Dan is er geen sprake van een visioen, een ingeving, een psychometrische impressie, maar van een beleving die zo werkelijk is alsof men er middenin staat.
Zo'n verhaal kom ik tegen in FATE. De schrijfster vertelt over iets wat ze meemaakte als 14 jarig meisje, maar wat ze, begrijpelijk, nooit meer vergat. Tot het haar nogmaals overkwam.....

"Het gebeurde in 1966. Ik was aan het winkelen in Woolworth (een groot warenhuis) in San Francisco. Het was druk, want de feestdagen waren in aantocht. Ik liep de trap af naar de kelder, waar de koopjesafdeling was.
Maar toen ik onderaan de trap was stond ik ineens in een andere wereld.
De winkel zag eruit als een scène uit een Western, compleet met buikkacheltje en een besnorde man die achter de toonbank in mijn richting stond te gluren. Ik knipperde een paar maal, maar de ruimte bleef hetzelfde.
Twee vrouwen liepen door het gangpad van de krappe winkel, maar zij schenen mij niet te zien. Een van de vrouwen hield een kleine jongen in bedwang die tegen een vat stond te trappen. Ik had het gevoel dat ik door een glazen wand naar ze stond te kijken; ik zag hen maar zij zagen mij niet.
Op het moment dat ik een voet op de trap zette, verdween alles, en stond ik weer in de kelder van Woolsworth.
Ik kon het voorval niet uit mijn hoofd zetten, maar natuurlijk vertelde ik het aan niemand, bang voor de reacties van mijn familie en vriendinnen.
Maar nu, 30 jaar later, is het me weer overkomen.
Een goede vriend van mij doet onderzoek in een afgelegen gebied van Nevada, en we hadden afgesproken dat ik hem daar zou ontmoeten. Op de tweede dag van mijn verblijf ging ik wandelen en nam m'n hond mee. Die zat al snel achter een konijn aan dat ons pad kruiste. Terwijl ik haar in de gaten hield, zag ik een oude kar aankomen die getrokken werd door twee vermoeid uitziende ossen, geleid door een armoedig uitziende man. Langzaam kwam de wagen naderbij, en ik zag dat er een pijnlijk magere vrouw op de bok zat met een kleuter in haar armen.
En jonger kind hield haar rokken vast. De wagen reed voorbij en de man scheen geluidloos de ossen aan te sporen terwijl de vrouw in de verte staarde. Toen ik me omdraaide bleek er nog een andere wagen achteraan te komen die heel langzaam vooruit kwam. Ik had het benauwd door het opgewaaide stof van de woestijn, en hield m'n mouw voor m'n mond.
Toen blafte m'n hond. de wagens waren verdwenen, en ik was weer terug waar ik deze werkelijkheid had verlaten: bij het gadeslaan van m'n hond die achter het konijn aanjoeg.
Langzaam liep ik terug naar ons kamp, wetend dat het voor de tweede keer was gebeurd, zonder dat ik er een verklaring voor kon bedenken.
Ik ben een nuchter mens die niet ten prooi valt aan visioenen, en ik ben ook niet helderziend. Maar om de een of andere reden kom ik soms in een andere tijd, of een andere dimensie terecht."

dinsdag 21 september 2010

CLOSE ENCOUNTER OF THE DOG KIND

Na alle akelige en aanhoudende gevallen van veeverminking en de verbanden die daarbij in de richting van UFOs wijzen, is het goed eens een hoopvoller geluid te horen.
Niet alle Aliens zijn hetzelfde. Er zijn ook mensen die van dieren houden, en mensen die ze mishandelen.
Dat is allicht in andere dimensies niet anders.

In FATE vind ik het verhaal van Mark, een man met een bordercollie, Charity.
Als ze het dier op een avond uitlaat en hem lekker de ruimte geeft, rolt de hond zich uitbundig in de bladeren van het herfstbos, naar de aard van honden.

De man bedenkt hoeveel werk hij weer zal hebben om de hond van alle bosaanhangsels te ontdoen en dat haar vacht te lang is. Ze moet nodig naar de trimsalon.
Charity is intussen opgestaan en kijkt naar de hemel. Er verschijnen lichten. Lawaai als van een helicopter. Maar die lichten veranderen, draaien rond in verschillende kleuren.
Charity zit als een wolf te huilen naar het onzichtbare vlieg-tuig waarvan alleen de steeds wisselende lichten te zien zijn maar dat zijn vorm niet verraadt.
Mark is nieuwsgierig. Hij vermoedt een UFO, en zoekt naar mede-getuigen. Maar zoals dat vaak het geval is, in geen velden of wegen iemand te zien.
Dan vraagt hij in gedachten of de UFO kan landen. Hij wil erin. Rondkijken. Lef heeft hij wel.
De Aliens lijken het gehoord te hebben.
Maar in plaats van een landing verschijnt er een straal die zich op Charity richt.
De hond verdwijnt, en de UFO ook.
Mark is in alle staten, en zoekt de omgeving af. Geen Charity.
Dan gaat hij naar huis om de politie te bellen. Of die er wat aan kan doen.
En daar vindt hij Charity. Op de bank in slaap. Met een geknipte en perfect gekamde vacht. Geurend naar hondenparfum.
Niemand om haar open te doen, en geen hondenluikje.
Muren en deuren houden Aliens niet tegen.

vrijdag 21 mei 2010

HOEZO TELEFOON?

Er zijn van die ervaringen die mensen een keer in hun leven meemaken, te bizar voor een redelijke verklaring, en totaal ongeschikt voor een paranormale waar we verder mee komen. Zoiets raars overkwam Mr. Windle, een gewone Amerikaan, in 1982. Het verhaal vond ik in het Amerikaanse blad FATE, waar altijd een rubriek met persoonlijke ervaringen instaat.
Mr. Windle, een alleenstaande weduwnaar, stond op een stille namiddag op de bus te wachten, toen de telefoon in een publieke cel begon te rinkelen. In Amerika doen ze dat, in tegenstelling tot die in Nederland, in de tijd toen die dingen nog in het straatbeeld aanwezig waren.
Aan de overkant van de bushalte was een historische begraafplaats.

Mr. Windle, op weg naar een afspraak waar niemand van wist dan hijzelf, begreep dat die telefoon nooit voor hem kon rinkelen, dus hij nam hem niet op. Andere mensen waren er op dat moment niet in de buurt.
Toen kwam er uit het niets een kind aangehuppeld, een meisje van een jaar of 10. Ze ging de cel in en nam de rinkelende hoorn van de haak of dat de normaalste zaak van de wereld was. Na even geluisterd te hebben vroeg ze "Bent u Mr. Windle?" De man was te verbaasd om te antwoorden.
"Is uw naam Mr Windle?" vroeg het kind nog een keer. Mr. Windle bevestigde dat.
"Wacht even, hij is hier", sprak het meisje. Maar toen ze de hoorn aan Mr Windle wilde geven merkte ze teleurgesteld dat er was opgehangen. Zonder een verder woord verdween ze huppelend om de hoek van de straat.
Mr Windle heeft het voorval nooit vergeten en heeft nooit een acceptabele verklaring kunnen bedenken.
Zijn vrouw was overleden, was zij degene die contact zocht?
En waar kwam het meisje vandaan?

Zo'n ervaring staat niet op zichzelf. Overledenen maken vaak gebruik van electrische mogelijkheden om hun aanwezigheid te demonstreren.

De telefoon is daarbij een gewaardeerd middel, en er zijn talloze gevallen bekend van mensen die woorden of zelfs gesprekken wisselden met iemand die al een tijdje dood was. De wereld wordt daarna nooit meer hetzelfde.
Parapsycholoog Scott Rogo deed er onderzoek naar en schreef er een boek over: 'Phone Calls from the Dead' .
Hier een geval uit het boek:

"Enid' was een oude dame die haar laatste jaren in een verpleeghuis sleet. Het ging lichamelijk niet goed met haar, en het einde naderde. Maar toen ze haar vriendin Mrs. McConnell op een zondagavond belde klonk ze opgewekt en veel sterker dan ze in tijden geklonken had. Mrs McConnell beloofde bij haar langs te gaan op haar aankomende verjaardag, en een fles brandewijn mee te nemen. "Die heb ik niet meer nodig", zei Enid.
Op de vragen van Mrs. McConnell antwoordde ze dat ze "zich uitstekend kon redden", dat er "nog nooit zo goed voor haar was gezorgd", en dat ze "nooit gelukkiger was geweest".
Mrs McConnell was verbaasd maar blij met de opmerkelijke verbetering in Enids toestand. Het gesprek duurde een half uur.

Diezelfde week belde ze het verpleeghuis. De receptionist informeerde haar dat Enid die zondagmorgen, enkele uren voor het telefoongesprek, was overleden.
Nu wij weer.

donderdag 13 mei 2010

SNELHEIDSCONTROLE

De meesten van ons houden onder het rijden de flitspalen in de gaten, of vertrouwen op de waarschuwingen van hun TomTom. Bekeuringen zijn weggegooid geld, tenslotte.
Hoe dan ook, het is verstandig om te weten hoe hard je gaat en het niet te bont te maken.
Helaas moeten we daar in de regel zelf op letten, in tegenstelling tot Charlie McKinney, een man uit Indiana, die in 1950 een tweedehands Buick kocht, bouwjaar 1938.

Daarbij kreeg hij een klopgeest meegeleverd.
Hij schrijft in FATE (1999) : "Als ik haast had om thuis te komen en ik reed harder dan 100 km, dan werd er drie keer van achteraf op m'n rug gebonkt. Als ik dan langzamer ging rijden hield het op. Maar zette ik er weer vaart in, dan voelde ik het weer. Het was een vervelend gevoel, dus ik hield me zoveel mogelijk aan de snelheidsgrens.
De eerste keer dat het gebeurde heb ik stoel uit de auto gehaald om een natuurlijke oorzaak te vinden voor het klop-effect, maar ik vond helemaal niets ongewoons.
Toen het vaker gebeurde en steeds op dezelfde manier, raakte ik ervan overtuigd dat het een geest was die me wilde waarschuwen. Misschien iemand die zelf in die Buick een ongeluk had gehad bij te hoge snelheid.
Het geklop gebeurde als ik alleen was maar ook als er anderen in de auto zaten.
Bij de auto's die ik daarna bezat is het nooit meer voorgekomen."