Posts tonen met het label holle aarde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label holle aarde. Alle posts tonen

donderdag 20 mei 2010

STENEN

Stenen leven. Het is een mooie gedachte om dat aan te nemen.
Ze leven alleen een stuk langzamer dan wij.
Stenen kunnen warm zijn, prachtig van vorm, glad en aangenaam om in je hand te houden, en ze hebben een bijzondere aantrekkelijkheid. Wie heeft er nooit de neiging gehad om een steen op te rapen die tot ons scheen te spreken door zijn kleur of vorm?

Een groot deel van onze zichtbare aardbol is van steen: rotsen, heuvels, zand en diepe lagen gesteenten onder onze voeten. Die gesteenten hebben allemaal een ontstaansgeschiedenis: sommigen zijn geboren door vulkaanuitbarstingen, anderen door enorme pressie van hogerliggende lagen, of door het aan elkaar kitten van losse gesteenten of zand door de invloeden van de elementen.
Sommige gesteenten - mineralen - zijn gegroeid over miljoenen jaren in alle maten, kleuren en vormen, en andere zijn ontstaan uit biologische componenten: schelpen, zeediertjes, of zelfs hout.
Er zijn gesteenten die een prachtig geluid voortbrengen als je er op slaat, z.g. Ringing Rocks, en er bestaan CD's waarop men die rotsmuziek kan beluisteren.

Stenen hebben behalve een geologische kant ook een symbolische.
Ze staan voor geschiedenis, ouderdom, onvergankelijkheid, eeuwigheid.
Stenen doen ons denken aan wat blijft, aan de feitelijke en geestelijke grond onder onze voeten.
Daarom is er in Zen-boeddhistisch Japan de stenen tuin ontwikkeld en die elk Zen-klooster bezit : een zandvlakte die in een bepaald patroon wordt geharkt, en op strategische punten wordt voorzien van enkele stenen. Een toonbeeld en geestelijk voorbeeld van harmonie en rust, en dat is precies waar een monnik naar streeft.
Ook het harken zelf is een meditatieve bezigheid.

De Chinezen zijn van oudsher liefhebbers van bizar gevormde natuurlijke stenen.
Uit die liefde ontstonden in de Ming Dynastie (14 tot 17de eeuw A.D.) de z.g. ' Scholar's Rocks' : stenen die in een gestileerde tuin werden geplaatst, of een kleiner formaat dat net als de Japanse Bonzai op een plateau werden gezet, speciaal voor dat doel gemaakt van een mooie houtsoort.
Zulke stenen, 'Gongshi' in het Chinees, werden gekozen om hun structuur, vorm en kleur, en waren een voorwerp van schoonheid en spiritualiteit. Men zag ze als een stuk bezielde natuur, vandaar dat ze ook wel ' Spirit Stones' genoemd worden. Vaak werden ze gebruikt als focus voor meditatie, en hun ouderdom en verweerde uiterlijk inspireerde dichters, schilders en filosofen. Veel Gongshi hebben een grillige vorm en weer en wind hebben hen voorzien van holtes en gaten die een bepaald ritme geven aan hun visuele schoonheid.
Al die eigenschappen symboliseren verschillende lagen in de contemplatie van de natuur in en buiten de mens.
Tegenwoordig zijn ze vooral nog een kostbaar verzamelobject.
Op internet is er veel over te vinden.

Bij de Joden is het een oude gebruik om steentjes op iemands graf te leggen, i.p.v. bloemen. Bloemen zijn vergankelijk, stenen niet.

Althans niet binnen ons tijdframe. Want ook stenen zullen ooit uit elkaar vallen of worden meegevoerd met een rivier die er, na lange tijd, zand van zal maken.

Er zijn massa's legenden waarin stenen een rol spelen, precies vanwege de tegenstelling tussen ons korte leven en het lange bestaan van gesteenten.
En er is een paranormale kant: vooral graniet - waar veel kwarts in zit - heeft het vermogen om zijn geschiedenis op te slaan. Psychometristen kunnen die geschiedenis soms weer tevoorschijn brengen.

De volgende keer dat u een steen vindt en meeneemt, bedenk dan hoe lang die misschien al bestaat, hoeveel hij heeft meegemaakt in zijn gang van aardverschuiving, berg, rotsblok, steen - en koester hem.
Zie hem als een symbool van eeuwig leven.

zaterdag 3 april 2010

HOLLE AARDE

Sommige denkbeelden zijn niet alleen geweldig, maar ook geweldig hardnekkig.
Zelfs in deze tijd van satelieten en Google Earth en vliegverkeer is het nog steeds mogelijk om te geloven dat de Noordpool voorzien is van een Gat.

Een gat dat toegang geeft tot een andere wereld.
De Zogenaamde Holle Aarde.
Sommigen geloven zo hard in dat Gat dat ze NASA, de CIA, de FBI, de Whatever en Co. beschuldigen van fraude.
Het Gat wordt weggemoffeld. We mogen het weer niet weten.
Ook dat is oud nieuws. Pak je overtuiging bij z'n lurven en zeg dat 'de waarheid' bedreigd wordt door de overheid.
Tja. Niet dat dat niet zo is, natuurlijk. Soms.

Soms ook niet.
Soms is de waarheid gewoon wat we zien.
En dat is bij mijn weten nog steeds een bol zonder gaten.

Over de Holle Aarde zijn duizenden boeken geschreven, door mensen die het Gat gezien hebben, die er binnen zijn gegaan, en die er alleen maar in geloven.
Zo iemand is Dr. Brooks Agnew, die al sinds enkele jaren oproepen plaatst voor funding en expeditieleden.
Erg hard wil het niet vlotten, lijkt het. De crisis zat in de weg van sponsorwerving, en een van de initiatiefnemers is intussen overleden.
Op zich een loffelijk streven om nu eens en voor al uit te maken of onze aarde nou een lollie zonder stokje is of een solide bol.

To be or not to be Hol.
Dat is de vraag, en vragen vragen om een antwoord.
Ik bewonder Dr. Brooks Agnew.
Maar speurend op internet bekruipt me het Maitreya gevoel: hij komt, maar wanneer is de vraag.
Temeer omdat de meeste zeer uitvoerige webpagina's over de expeditie niet gedateerd zijn.
Volgens enkele filmpjes op YouTube was de planning in augustus 2009. Maar daarna heerst er radiostilte.

Kan ook aan mij liggen, zoeken is makkelijk maar vinden valt niet altijd mee, op de Noordpool en op Internet.
Misschien is Dr. Brooks Agnew in het Gat gevallen en bevalt het hem beter beneden.

Daar kan ik op zich wel inkomen.

Maar toch is die holle aarde niet zomaar het zoveelste idee; het is een oud en eerbiedwaardig idee.
Punt is dat we niet weten wat zich werkelijk op grote diepte bevindt. Zo diep kunnen we niet komen.
Onze kennis gaat maar enkele kilometers de diepte in, dan houdt het op.
En dus is er volop ruimte voor speculatie.
En voor legenden, openbaringen, utopia's, conspiracy theories, UFO's, de hele mikmak.
De aardkorst is gatenkaas, en uitgestrekte gangenstelsels en grotten verbinden regionen waar mensen niet of nauwelijks zijn geweest. Steeds weer worden nieuwe ondergrondse wonderen ontdekt, en dat is vaak niet ongevaarlijk. Wat zich op de diepste diepten van onze zeeën afspeelt weten we ook al niet precies.
Laat staan dieper.

Er zijn mensen die denken dat er niet een magnetische kern is, of een vloeibare gesmolten en hete toestand, maar een centrale zon in het midden van de holle aarde. Er zijn ook mensen die geloven dat de Maan en sommige andere planeten hol zijn.

Jan Lamprecht heeft daar een massief boek over geschreven: Hollow Planets.
De Maan klinkt als een klok als je er van grote hoogte de trap van een raket op laat donderen.
Schijnt.

Zolang we niet werkelijk weten wat zich onder onze voeten bevindt, kan het geen kwaad erover na te denken en niets bij voorbaat uit te sluiten. Alles is mogelijk, ook het onmogelijke...soms.

Wie meer wil weten - hij raadplege internet.

dinsdag 16 februari 2010

HEIMWEE NAAR HET PARADIJS

Het idee dat de aarde hol is en er zich onder onze voeten misschien van alles afspeelt is een oud concept, waarin sprookjes, legenden, mythen en modern geloof zich moeiteloos vermengen.
Sinds Admiral Byrd in 1926 over de Noordpool vloog en in 1929 over Antarctica en daar volgens zijn verslagen een een land ontdekte en exploreerde, heeft de Holle Aarde theorie een oppepper gekregen, vooral bij mensen die er toch al in geloofden. Maar nieuw was het idee zeker niet.
Boeken vol zijn erover geschreven. En het idee is zo gek nog niet, want in feite weten we maar heel weinig zeker over wat er in de diepte ligt. Tot een kilometertje of drie kunnen we in de aarde boren, maar het middelpunt van onze bol ligt aanzienlijk dieper, en wat zich daar afspeelt blijft dus giswerk.
Maar daar wilde ik het niet echt over hebben.
Ik kwam erop omdat ik in The Theosophist van 1881 een mooi verhaal vond dat sprookjesachtig aandoet, maar in 1880 verteld werd aan de schrijver door iemand die het zelf had meegemaakt.
Waar of niet waar, soms is letterlijke waarheid niet waar het om gaat.

De geschiedenis gaat over Moulvee, een leraar in Ghazeepoor in India die een leerling heeft - laten we hem Suvi noemen - met wie hij een goede band krijgt. Omdat de jongen zegt dat zijn vader ergens anders woont en Moulvee die vader graag wil ontmoeten, neemt Suvi hem mee op een tocht die hen ver van de bewoonde wereld wegleidt.
Moulvee begrijpt er niks van. Tot Suvi blijft staan en Moulvee laat zweren dat wat hem zal worden onthuld geheim blijft. Mocht hij ooit tegen anderen z'n mond voorbij praten, dan zal hij met blindheid geslagen worden.
Moulvee belooft dat met z'n hand op z'n hart. Dan blijkt er een valluik in de aarde te zijn dat Moulvee tot dat moment niet kon zien. Ze gaan er door naar binnen, dalen een trap af en zie, daar ligt de stad van de Jinnaths, die er uitziet als een stad boven de grond, met alles erop en eraan, maar een stuk vrediger en vrolijker.
Via de vader van de jongen wordt de leraar met gunsten overladen, en lange tijd gaat hij op en neer tussen beide werelden en z'n levensstandaard neemt daardoor aanzienlijk toe.
Dat valt op, en z'n buren beginnen hem te jennen hoe hij aan die rijkdom komt.
In een vlaag van verstandsverbijstering vertelt hij zijn geheim, en neemt zelfs een vriend mee naar het valluik, dat natuurlijk in geen velden of wegen meer te vinden is.
Sterker nog: Moulvee wordt acuut met blindheid geslagen.

Dit verhaal heeft alle elementen van sprookjes in zich: de belofte die gebroken wordt, de rijkdom die iemand de das om doet, het verdwijnen van de 'gouden wereld' . Of we die wereld nou Shangri-la, Agartha, Tir n'a-Nog, Rivendel of paradijs noemen - het is een kwetsbare wereld die bedreigd wordt door ons ongeloof, onze hebzucht en onze domheid. De confrontatie loopt nooit goed af, en als dat wel zo is, dan horen we niets meer van de gelukkige.
Die werelden tonen zich aan de zuiveren van hart: de mist trekt op, de opening wordt zichtbaar, de rotswand schuift opzij.

Of Moulvee en Suvi echt hebben bestaan doet eigenlijk niet ter zake. Bijzonder vind ik dat in alle culturen dit soort verhalen op de een of andere manier schijnen te bestaan, als ingegeven door een nooit te stillen heimwee naar een wondere wereld achter de mist die ons stervelingen scheidt van onze ware, diepste bestemming.