dinsdag 28 september 2010

WONDERBOOM

In een boek uit 1931 van Manly P. Hall, The Phoenix, vind ik een stuk over 'tovenarij in Azië' .
In de tijd dat mysticus Manly Hall dit verhaal schreef was er in het verre Oosten nog geen sprake van verwestelijking, en waren de oude tradities van India, Tibet en andere landen nog betrekkelijk ongerept, ondanks de invloeden van buitenlandse overheersing.
Hall schrijft: "De kinderen van Azië groeien op in de aanwezigheid van wonderwerkers en heiligen. Daarom gelooft het opgroeiende kind in magie, door het bewijs van zijn zintuigen en door de culturele achtergrond van voorouderlijke geschiedenis. Hij twijfelt er niet aan of magie is echt."
En dan gaat hij verder met het vertellen van wonderbare gebeurtenissen en verschijnselen.
Zoals dat van de wonderboom:

"Het grote klooster van Kumbum ligt bij Amdo, in het grensgebied tussen Tibet en China.
Het is een groep gebouwen, om een centrale tempel heen. Hier bevindt zich de Tibetaanse Alfabet boom, alleen voor gelovigen bereikbaar. Hij wordt ook wel de 'Boom van de Tienduizend Beelden' genoemd.
De boom zelf is kort en dik met een massa lage in elkaargegroeide takken.
Abbé Huc, een Lazarist missionaris die samen met zijn collega Abbé Gabet de lamaserie rond 1850 bezocht, beschreef de boom aldus:
"Aan de voet van de berg waar de lamaserie staat, en niet ver van de centrale Boeddhistische tempel, is een open ruimte omgeven door muren. Toen wij daar naar binnen gingen was ik in de gelegenheid om de prachtige boom, waarvan enkele takken boven de muur uitkwamen, op mijn gemak te onderzoeken. Mijn ogen werden getrokken naar de bladeren, en ik werd vervuld van absolute verbijstering toen ik met eigen ogen zag hoe op elk blad een welgevormd Tibetaans teken stond, waarvan sommigen lichter, andere donkerder dan het blad zelf waren.
Onze eerste gedachte was er een van wantrouwen. Was het fraude van de kant van de lama's? Maar na een minutieuze inspectie van ieder detail konden we absoluut geen bedrog ontdekken; de karakters op de bladeren leken een geheel te vormen met ieder bald, inclusief nerven. De karakters waren ook op ieder blad verschillend geplaatst: bij sommigen bovenaan, bij anderen in het midden, aan de zijkant of onderaan het blad. De jongere bladeren hadden vaak nog niet geheel gevormde tekens.
De schors van de boom was eveneens bedekt met tibetaanse karakters, en verwijderde met de opperste schors dan lagen daaronder al nieuwe karakters te wachten, vaak andere dan die op de oude schors te zien waren. Wij onderzochten alles met aandacht, om eventueel bedrog te kunnen ontmaskeren maar we konden absoluut geen enkele fraude ontdekken. Transpiratie liep ons over het gezicht onder invloed van de wonderlijke sensaties die wij door dit fantastische spectakel ondergingen."

De Lama's informeerde de Abbé dat de boom eenmaal per jaar enorme rode bloemen draagt. De bladeren zijn altijd groen en de boom heeft een geur die het meest doet denken aan kaneel.
In een boek met legenden rond de Dalai Lama's vinden we iets over de mythische ontstaansgeschiedenis van de boom en het klooster:
De derde Dalai Lama, Gyalwa Sonam Gyatso (1543-1588), was een groot prediker. Hij was buitengewoon geïnteresseerd in het pelgrimsoord in Amso, waar Lama Tsong-kha-pa, de guru van de eerste Dalai Lama, geboren was (1357). De legende wil dat de nageboorte van de heilige op de grond viel, en dat daaruit de boom ontsproot.
De derde Dalai Lama had over de boom ggehoord sinds hij een kind was, en hij wilde hem dolgraag met eigen ogen zien.
Na zijn bezoek stichtte hij op de heuvel boven de boom het Kumbum klooster; de Hermitage van de Honderd Duizend Buddha's. Dit klooster zou het grootste en belangrijkste monastieke college worden in Oost Tibet.
Na het opgaan van Tibet in China zijn er nog 400 monniken over van de duizenden die er ooit woonden.
Het klooster is een toeristische trekpleister en van de authentieke sfeer is weinig meer over.
De boom is weg. Wanneer die verdween is onduidelijk.
Misschien is hij een natuurlijke dood gestorven, misschien ook niet.
Wat er waar is geweest van de boom die ooit zoveel mensen in contact bracht met het ongelofelijke - dat hangt af van ons eigen geloof in wonderen.

VERTIKAAL

Ken Webster schreef in 1989 een opmerkelijk boek: The Vertical Plane.
Ik lees wat af, maar dit boek hoort tot mijn absolute favorieten.
Waarom? Omdat het een doordenker is op het gebied van tijd, dood en nog zo wat behoorlijk veelzijdige concepten. En denken is nooit weg, naar mijn niet zo bescheiden mening.
Verder is het ook een gek boek, dat door de meeste mensen als een bizarre fantasie zal worden beschouwd.
Maar dat is het niet. Webster beschrijft zijn eigen ervaring.
Die ging zo.
Op een morgen ontdekt Ken op zijn simpele computertje - in een tijd toen computer files nog overzichtelijk en schaars waren en lang voor spam en internet ons allen in een nieuwe tijd binnenzogen - een bestand dat hij er niet op had gezet.
Het bevat een onbegrijpelijke tekst in oud-Engels.
Ik vergat te vertellen dat Ken Webster in Engeland woont, in het landschap van de Cheshire Cat, in Dodleston aan de river Dee, nabij Wales.

Vanaf het moment van dat eerste bericht groeit er een onvoorstelbare briefwisseling tussen Ken Webster en een man uit de 16de eeuw, Tomas Harden. Tomas heeft in hetzelfde huis gewoond waar Ken en zijn vriendin Debbie wonen.
Sterker nog, hij woont er nog steeds, en het kost dan ook heel wat moeite om Tomas ervan te overtuigen dat het bij sommige mensen intussen de 20ste eeuw is geworden.
Hoe Tomas - die zich aanvankelijk Lukas noemt - op de computer van Ken terecht komt blijft een beetje vaag, maar Lukas zegt dat er in zijn huis 'iets' is opgedoken waarop hij boodschappen kan schrijven, die vervolgens naar de 20ste eeuw worden gestuurd, blijkbaar. In een later stadium laat Tomas ook geschreven boodschappen op de tegelvloer achter.
Het Engels van die dagen is lastig, en Ken haalt er Peter, een vriend bij om Lukas boodschappen te interpreteren, en studeert zelf wat bij. Tomas heeft interessante details te melden over het huis waar ze samen - nou ja - in wonen, en Ken brengt Tomas voorzichtig op de hoogte van wat er sinds 1550 allemaal is veranderd. Dat heeft gevolgen voor Tomas die in een primitieve tijd leeft, waarin wetenschap en magie hand in hand gaan.
De betrokkenheid tussen beide mannen groeit, en daarmee ook de verantwoordelijkheid als de Inquisitie Tomas op de brandstapel wil gooien vanwege hekserij. Op de nipper wordt dat gevaar afgewend.
Debbie, de vriendin van Ken, heeft een meer direct contact met Tomas via dromen, en zij schijnt zo nu en dan verplaatst te worden naar de 16de eeuw, waar ze Tomas ontmoet in het huis zoals het er in die tijd uitzag.
Van dat bouwsel is alleen nog de stoep over.

Later in het verhaal komen er boodschappen door die een typische 'trickster' inhoud hebben, maar misschien ook een verklaring bieden. 'Iemand' gaat zich met de zaak bemoeien, in slechtgespeld Engels, en die noemt - of nummert - zich 2109. Uit de boodschappen blijkt min of meer dat het hier om een experiment gaat waarbij verleden, heden en toekomst betrokken zijn.
Het afscheid komt een keer, als Tomas' middeleeuwse omstandigheden hem teveel onder druk zetten. De inquisitie laat hem niet met rust. Een pijnlijk moment, voor beide partijen. Vriendschap kent geen tijd.

Ken Webster houdt van het hele gebeuren een uitvoerig dagboek bij.
Het boek is voorzien van commentaren op de parapsychologische aspecten van het verhaal. Verschillende mogelijke verklaringen worden besproken. In een appendix wordt verder op de authenticiteit van Tomas' taalgebruik ingegaan.
Tomas, aan de onderkant van 'The Vertical Plane' heeft ook alles wat hij beleefde met zijn 'true fellow and sweet maid' opgeschreven, en misschien wordt dat boek ooit nog gevonden.

zaterdag 25 september 2010

PARAMETERS

Er is iets merkwaardigs gaande.
We zouden kunnen spreken van verwarring.
Als ik op internet het woord 'paranormal' intik dan krijg ik zowat alles van UFO's tot de Chupacabra. Door de bomen is het bos niet meer te vinden.
Het onderscheid tussen paranormaal, parapsychologie en 'weird' is zoek.
Misschien zijn definities niet belangrijk voor de meeste mensen, maar ik zou toch wel een onderscheid willen maken tussen het veld van de parapsychologie en alle andere 'Forteana', om ze zo omwille van de duidelijkheid maar even op een hoop te vegen.

Parapsychologen - de soort die er voor doorgeleerd heeft - onderzoeken alleen datgene wat met onze geest te maken heeft; de vaak nog onbegrepen connectie tussen binnen en buitenwereld en de vermogens van mensen om die connectie tot stand te brengen, gewild of ongewild. Parapsychologie gaat over interactie. Daarbinnen bevinden zich de parameters van 'paranormaal' .
Psi, poltergeists, PK, voorspellingen, energy healing, dat is parapsychologie.
Daarnaast is er de 'buitengewone menselijke ervaring' zoals die in de transpersoonlijke psychologie wordt beschreven. Daaronder vallen bv BDE's, uittredingen, reïncarnatie-herinneringen en mystieke en religieuze ervaringen.
Ook die zijn in principe studieobject voor parapsychologen, hoewel ze naar hun aard moeilijker te onderzoeken zijn dan de fenomenen die zich lenen voor testsituaties. Al deze fenomenen kunnen we 'paranormaal' noemen.

Het veld is dus best breed. Maar parapsychologen kun je op de kast krijgen door UFO's paranormaal te noemen, of Bigfoot onder hun neus te houden.
Gelijk hebben ze. In principe gaat het daar over objectieve waarnemingen die niets met de werking van de geest te maken (hoeven te) hebben.
En daar zit'm nou de kneep, en de verwarring.
Want heel veel verschijnselen die wij als objectief beleven, hebben ook een ongrijpbare kant.
Alleen is die kant in de regel er niet eentje die door onze geest wordt veroorzaakt.
Stel: ik zie natuurgeesten. (was't maar waar) . Dan ben ik misschien helderziend, en daarmee interessant in parapsychologisch opzicht. Maar de natuurgeesten beantwoorden aan hun eigen wetten, en die hebben aan parapsychologie geen boodschap. Hetzelfde geldt voor bv aura's en geesten: die kan ik zien als ik helderziend ben - paranormaal begaafd - maar ze zijn er ook als ik dat niet ben; ik heb (in principe) geen invloed op hun bestaan.
Objectieve verschijnselen als UFO's, graancirkels, orbs, kikkerregens of cryptozoölogische critters mogen 'weird' zijn, maar ze zijn niet paranormaal. In principe zijn ze zichtbaar en meetbaar voor iedereen, zonder dat je daar paranormale gaven voor hoeft te hebben. Wat niet wegneemt dat ze grondig onderzocht moeten te worden.
Alleen niet door de parapsychologie.

OUT OF INTO THE BLUE

Dat er op veel plaatsen op de wereld merkwaardige 'out of place' dieren en mensen worden gezien is nagenoeg bekend.
Over de herkomst kunnen we speculeren, en als we bijvoorbeeld voor't gemak de vele grote katten in Engeland bij de kop nemen, een menagerie die tot de best gedocumenteerde hoort, dan raken we al helemaal de kluts kwijt.
Want geen enkele verklaring, logisch of vergezocht, past op alle sightings.
Natúúrlijk is het mogelijk dat sommigen ooit zijn ontsnapt uit de kooi die een getikte verzamelaar van Gevaarlijk in z'n achtertuin heeft staan.
Natúúrlijk is het waarschijnlijk dat sommigen het verschil niet zien tussen een kat in de verte en een zwarte panter, en poes voor een gevaarlijk roofdier verslijten.
Natúúrlijk is het denkbaar dat in een mistig landschap een koe of een grote hond voor een felien gevaar wordt versleten.
Allemaal mogelijk. Maar in alle gevallen waar?
Nee. Sommige sightings zijn vreemder, ongrijpbaarder en mysterieuzer. Bijvoorbeeld degenen die sporen achterlaten die ergens spontaan ophouden. Alsof de eigenaar rechtstandig de lucht in is gestegen.
Maar niet alleen grote misplaatste katten weten hoe dat moet.

Eind december 1981, lees ik in 'Borderlands' van Fortean Times redacteur Mike Dash, waren vier jongens en een paar honden aan het wandelen in de Hackney Marshes, een natuurgebied niet ver van Londen.
Er lag een dikke laag sneeuw, en sporen van dieren waren dus makkelijk te volgen.
De jongens ontdekten sporen met drie klauwen in de sneeuw, en een van hen dacht dat die van een beer waren.
Terwijl ze de sporen volgden kwam hen een echtpaar van middelbare leeftijd tegemoet die hen vroeg of ze wisten dat er een beer los was. De man wees in de verte en waarschuwde de jongens niet verder te gaan vanwege het gevaar. Toen begonnen de volwassenen sneeuwballen te gooien naar de jongens.
Ongebruikelijk gedrag, zou je kunnen zeggen.
De pubers waren natuurlijk alleen maar geprikkeld om wél verder te gaan, en jawel hoor, op een gegeven moment stonden ze oog in oog met een 'reusachtig groot grommend harig beest' dat op z'n achterpoten stond.
Was het werkelijk een beer? In feite kan het ook iets anders geweest zijn, want een beer heeft geen poten met drie tenen.
Hoe dan ook, de jongens zetten het op een lopen, en meldden het voorval aan het gezag.
De volgende dag zocht de politie 50 hectare natuurgebied af met honden en een helicopter, maar behalve de sporen werd er niks meer gevonden. Wel was het enigszins merkwaardig dat de duidelijke sporen heel plotseling ophielden in the middle of nowhere - en de rest was maagdelijke sneeuw.
Dus werd uitgegaan van een grap. Een grappenmaker belde de politie om te zeggen dat hij in berenpak verantwoordelijk was voor de consternatie. Leuk, Leuk, Leuk.
Maar onmogelijk.
Verhuurbedrijven van berenpakken hadden ze allemaal nog in de rekken hangen, en bovendien gingen die over de schoenen heen, en maakten daarom geen drieklauwige sporen.
En mensen in berepakken verdwijnen niet spoor-loos.
Het vreemdst in deze hele geschiedenis is het echtpaar dat zo mooi aansloot bij de berenpoten en zich zo vreemd gedroeg.

Zo'n echtpaar kwam het leven binnen van een paar jonge mannen die in Amerika een stuk wildernis aan het verkennen waren. Twee dagen al hadden ze geen mens gezien, en er was geen reden om aan te nemen dat dat op korte termijn zou gebeuren. Weinig mensen waagden zich op een regenachtige koude dag zo ver van de bewoonde wereld. Uit balorigheid losten ze een paar schoten.
Ineens stonden daar een man en een vrouw. De vrouw was gekleed alsof ze ging winkelen in plaats van ploeteren door ongebaande natuur. Ook de man zag er 'raar' uit. Hun gedrag was nog vreemder. Op vragen waar ze vandaan kwamen en wat ze naar die plek bracht gaven ze antwoorden die onmogelijk konden kloppen, en de stad waar de beide hikers woonden, een centrum in de regio, scheen hen niets te zeggen.
Het gesprek verliep bizar, en het hele voorval leek te gek voor woorden . Ineens viel het een van de mannen op dat de echtelieden geen spatje modder of nattigheid op hun kleding had, terwijl het al uren regende en mensen die een eind door de natuur sjouwen daar de sporen van dragen.
Ze namen afscheid en het echtpaar liep het pad verder omhoog. De hikers gingen de andere kant op. Toen ze even later nog eens omkeken naar het ongewone stel, waren die al zoveel verder op de heuvel dat ze bijna niet meer te zien waren.
Geen sterveling kon die afstand, tegen de heuvel op, op zulk schoeisel en in dat weer in enkele minuten afleggen. Uitgesloten. Onmogelijk.
Geen sterveling.

INTERVIEW MET GOD

Bron: Internet, anoniem (overgenomen en vertaald uit Two Worlds)

Ik droomde dat ik een interview had met God.
"Dus jij wilde Mij interviewen? " vroeg God.
"Als U tijd hebt,"zei ik.
God glimlachte en zei: "Mijn tijd is eeuwigheid. Welke vragen had je in gedachten?"
"Wat verbaast U het meest wat betreft de mensheid?"vroeg ik.
God antwoordde:
"Dat mensen genoeg krijgen van hun kindertijd. Ze haasten zich om op te groeien en dan willen ze weer kinderen zijn.
Dat ze hun gezondheid riskeren door veel geld te willen verdienen, en dan hun geld kwijt raken om hun gezondheid te herstellen.
Dat ze door bezorgd te zijn over de toekomst vergeten te leven in het heden, zodat ze het moment voorbij laten gaan.
Dat ze leven alsof ze nooit dood zullen gaan en doodgaan alsof ze nooit geleefd hebben."

God nam mijn hand in de Zijne en we waren even stil. Toen vroeg ik: "Als ouder, wat zijn de levenslessen die U Uw kinderen wilt meegeven?"
God antwoordde met een zachte glimlach, en zei: "leren dat het onmogelijk is om iedereen van je te laten houden, maar anderen toestaan om van je te houden."
Te leren dat het niet goed is jezelf te vergelijken met anderen.
Te leren dat een mens die alles heeft niet iemand is die het meeste heeft, maar die het meeste nodig heeft.
Te leren dat er maar een paar seconden voor nodig zijn om diepe wonden te maken in de mensen van wie we houden, en dat er jaren nodig zijn om ze te helen.
Te leren vergeven door vergeving te practiseren.
Te leren dat er mensen zijn die van je houden, maar soms niet in staat zijn om hun gevoelens te uiten.
Te leren dat twee mensen naar hetzelfde kunnen kijken en het verschillend zien.
Te leren dat het niet altijd genoeg is om door anderen vergeven te worden, maar dat je jezelf moet kunnen vergeven.
En te leren dat Ik er altijd ben...."

dinsdag 21 september 2010

DE SLAPELOZE HEILIGE

Aristos Psaras, vert. van internet

Zeven jaar geleden bezocht ik Dharamsala, de verblijfplaats van de Dalai Lama. De stad ligt tegen een berghelling , meer dan 2000 meter hoog in de Himalaya. Veel bezoekers worden er naar toe getrokken. Een reisbureau had ons verteld dat we beslist naar de '24 uur lama' moesten gaan; een Buddhistische monnik die al jaren niet meer sliep. Dat opmerkelijke feit had hij bereikt door een vorm van meditatie, die een vervanging was voor de slaap die gewone stervelingen behoeven.
Hij moet wel een wijs mens zijn, dacht ik, toen ik begon aan een vijf uur lange wandeltocht naar het afgelegen klooster waar de monnik verbleef. Ik vermoedde dat de man allicht een hoop tijd had, aangezien hij nooit hoefde te slapen. Dus misschien zat het er in dat ik tot hem toegelaten zou worden voor een gesprek.
Zes uur later werd ik binnengeloodst in de spartaanse cel van de man die al jaren niet gedroomd had. Ik werd getroffen door de Buddha-achtige rust die hij uitstraalde. In de aanwezigheid van deze buitengewone monnik voelde ik me klein en onbeduidend.
De vriendelijke Engels-sprekende monnik die me naar hem toegeleid had, fluisterde " kniel voor hem. Misschien wil hij je zijn zegen geven."
Ik besloot echter een gooi te doen naar wijsheid en een vraag te stellen die me meer waard was dan een zegen.

Toen de tolk mijn verlangen had vertaald, vroeg de monnik: "welke vraag zou je willen stellen?"
"Hoe moet ik verder op het spirituele pad?" vroeg ik .
Meer gefluister in een exotische taal. Mijn tolkende vriend vertaalde: "De lama zegt: 'vertrek niet op zaterdag! "

De 24 uur - wakker lama knikte stralend in mijn richting.
Ik was verbijsterd. Een tocht van 5 uur, een rugzak vol met offergaven - en nu weer een wandeling van 5 uur terug langs het verraderlijke spoor door de Himalaya. Misschien verwachtte ik teveel, dacht ik. Wat wou ik eigenlijk van hem? Instant verlichting? Een beetje wijsheid was niet gek geweest, maar "Vertrek niet op zaterdag??"

Was dit de een of andere Zen Buddhistische paradox , waarin een juweel van wijsheid besloten lag? Belachelijk! De man was een Tibetaanse Buddhist!
Op zondagmorgen, wachtend bij de plaats waar de bus moest komen die ons langs een gevaarvolle, tien uur durende route door de bergen zou vervoeren, kwam m'n reisgenoot aanrennen, roepend: "Da's balen! Een vertraging van drie uur! Ik sprak net een politieman daarginds...hij zegt dat er gisteren een bus is gecrasht, met 14 doden als gevolg.

De weg is geblokkeerd door reddingswerkers. Maar goed dat we gisteren niet zijn vertrokken, zoals we van plan waren!"
Ik was geschokt. In gedachten was ik terug bij de glimlachende Boeddha. Verwondering en vreugde overvielen me. Hij had me een perfect antwoord op m'n vraag gegeven. Als ik zaterdag was vertrokken, zou er geen sprake meer zijn geweest van spirituele vooruitgang.
Het zo onbeduidende antwoord op mijn hoopvolle vraag bleek verbijsterend in z'n implicaties.

KLOKKEN

Onlangs ging ik naar een bijeenkomst die gehouden werd in mijn geboortestad Amsterdam, vlak bij de katholieke Agneskerk. Op die kerk heb ik m'n hele jeugd uitgekeken, en de klokken van die toren luidden elke zondag ook voor mij, al was ik van een ander geloof. Dat gebeier had ik in vele jaren niet meer gehoord, maar die zondag viel het geluid uit met mijn herinnering en dat van buiten na 40 jaar samen. Klokken verjaren niet.

Waarschijnlijk is er niemand onder ons die niet geraakt wordt door klokken. Of het nou herinneringen zijn aan de kerk waar we in onze jeugd naartoe gingen, of die van het kleine kerkje die uitgalmt over het groene dal van onze vakantie, het carillon dat z'n iets valse tonen boven de stad uitzingt, of de machtige klokken die we zagen toen we een kerktoren beklommen - klokken hébben iets. Ze beroeren een snaar.
Dat 'oer-gevoel' is niet alleen iets van onze doorbeierde cultuur; het is universeel.
Legenden over klokken en bellen zijn er legio en wereldwijd.
Ook bij ons. Want die klok die de gelovigen oproept om ter kerke te gaan, of laat horen dat er iemand begraven wordt, is tegelijkertijd de klok die de kwade geesten op een afstand houdt.
Klokgelui is, of liever was in onze cultuur de markering van vreugde en verdriet, een aankondiging van brand en natuurrampen, en een oproep tot samenkomst en geloof. Klokken verbonden mensen.
Toen de Bolsjewieken in de 20er en 30er jaren doende waren om de kerk uit te bannen en de boeren tot het communisme te bekeren, was het eerste waar ze voor gingen het verwijderen van de kerkklokken, nog vóór ze de priesters gevangen namen.. Zonder die bronzen stem geen macht, dachten ze. Maar menig dorp verdedigde zijn kerklokken met hand en tand, alsof het hun familie was. En dat was het ook.
.
Hoewel er ook in de bijbel al sprake is van bellen voor liturgische doeleinden, is het gebruik van klokken in het Christendom terug te voeren tot rond de 6de eeuw. Waarschijnlijk via de Kelten in gebruik gekomen, waar nog enkele oeroude voorbeelden van bewaard zijn gebleven.
Klokken bestemd voor een katholieke kerk werden door een priester gezegend of zelfs gedoopt voor ze in gebruik genomen werden. Want stel je voor dat hun gebeier ook de goede geesten zou wegjagen. En dat niet alleen; vaak krijgen klokken ook een naam, en soms een inscriptie die getuigt van de 'persoonlijkheid' van de bel.
Een belangrijke ceremonie, schrijft Thomas Dyer in 1891, was de zegening en de naamgeving van de kerkklok. In dit opzicht volgeden de priesters alle ceremonies die ook gebruikt werden bij het dopen van kiinderen. De klok werd naar het doopvont gebracht, het had peetooms en peettantes, werd met wijwater besprenkeld en gezalfd met olie, en dan werd hij bedekt met een wit kleed, zoals dat ook bij kinderen gebeurde, als teken van onschuld.
Vervolgens werd er een feest gegeven voor dorp of stad, een ceremonie die ook na de Reformatie in gebruik bleef.
"O, what a preacher is the time-worn tower, reading great sermons with its iron tongue!"
("O, wat een prediker is de verweerde toren, machtige preken lezend met ijzeren tong!")
zegt een blad uit 1854.

In 'British Goblins' van Wirt Sikes uit 1881 wordt ingegaan op legenden rond bellen en klokken:
"Er is een oud geloof dat het geluid van brons betovering verbreekt, maar het ook kan veroorzaken. Oorspronkelijk werd de klok niet geluid voor de doden, maar voor de stervenden, omdat het geloof bestond dat kwade geesten in de buurt van een zieke op de loer lagen, om hem te bespringen op het moment van zijn dood. Later werd het klokgelui verplaatst naar de uitvaart. Het was gebruik dat de begrafenisprocessie werd voorafgegaan door een speciaal aangewezen bel-luider, de 'passing - bell' van brons die de ziel moest bevrijden uit de greep van kwade geesten."
Ook schrijft Sikes: "De Welsh ( bevolking van Wales) waren ervan overtuigd dat klokken wonderen konden doen, dieven konden ontmaskeren en zieken konden genezen. Er waren klokken die door hun plotselinge gelui stormen of andere rampen voorspelden."


In Engeland was er een gebruik om een zwangere vrouw met een touw om haar middel met de kerkklok te verbinden, en als die dan drie keer geluid werd, was de vrouw verzekerd van een voorspoedige bevalling.
Nog vreemder is dat er bellen waren die ervan verdacht werden 's nachts aan de wandel te gaan. Sommige handbellen werden daarom stevig vastgebonden met een gezegend stuk vlastouw.
Met mensen die klokken stalen liep het ook al niet goed af: de grote klok van St. David, Pembrokeshire, die in de tijd van Cromwell werd gestolen, zonk met het schip naar de bodem van de zee. Als er nu een storm aankomt bij de kust van Pembrokeshire, kan men, zegt men, de bel nog horen luiden.
Overigens is dat ook iets wat in Nederland voorkomt. Het verdronken land van Saeftinghe kent zo'verhaal, en het is het enige niet. Soms gaat het dan om ongewijde klokken, die 'door de duivel' in het water zijn gegooid, en zo nu en dan van zich doen horen. Andere klokken zoeken voor die ongerijmde activiteit Kerstavond uit.

Een middeleeuwse geleerde, John Tetzes, schreef dat de klank van brons effectief was in het wegjagen van spoken. Zo effectief als hondengeblaf. Dat laatste is opmerkelijk, maar misschien waren honden in de Middeleeuwen beter toegerust om spoken te verjagen dan ze nu blijken te zijn.
Hoe dan ook: klokken zijn magisch, en het valt te betreuren dat we ze steeds minder horen.

OGEN

vertaald uit: Anthony de Mello, 'The Song of the Bird'

Een bevelhebber van bezettingstroepen zei tegen de burgemeester van een bergdorp, "we weten dat je een verrader herbergt. Als je hem niet uitlevert zullen we je het leven zuur maken met alle middelen waar we over beschikken."

Het was waar dat er in het dorp een man was ondergedoken die goed en onschuldig leek te zijn en geliefd was bij iedereen. Maar wat kon de burgemeester doen, nu het welzijn van het hele dorp op het spel stond?
Dagenlange discussies in de gemeenteraad leverden geen beslissing op. Dus nam de burgemeester ten einde raad contact op met de priester. Die ploos samen met de burgemeester de heilige boeken uit en kwam tenslotte met een tekst op de proppen die zei, "het is beter dat een enkel mens sterft als daarmee de natie gered kan worden."

Toen leverde de burgemeester de onschuldige man over aan de bezetter, en van ver waren diens kreten te horen toen hij gemarteld en gedood werd.

Twintig jaar later kwam er een profeet naar dat dorp, en die ging regelrecht naar de burgemeester, en zei "hoe heb je dat kunnen doen? Die man was door God gezonden om de redder te zijn van dit land. En jij leverde hem uit om gemarteld en gedood te worden."

"Maar wat heb ik dan fout gedaan?", smeekte de burgemeester. "De priester en ik hebben de Schriften onderzocht en we deden wat daar instond."

"Dat is waar je de fout inging", zei de profeet. "Je keek in de Schriften. Je had in zijn ogen moeten kijken. "

FLUIT

De klank van Instrumenten is deel van onze dagelijkse ervaring. Als we de radio aanzetten of een CD met onze favoriete muziek, dan horen we instrumenten, ook al vragen we ons niet altijd af welke dat zijn.
Aan muziek zit ook een esoterische kant, en zelfs individuele instrumenten kunnen zo'n andere kant hebben. Dat maakt het de moeite waard daar eens naar te kijken.
Neem nou de fluit. Misschien wel het meest universele instrument en ook het oudste, ontstaan toen men ergens in een grijs verleden ontdekte dat blazen door een rietje een toon gaf, en men daarmee de geluiden van vogels kon imiteren.
Fluiten bestaan in elke cultuur, en de vormen en materialen waarvan ze gemaakt zijn, zijn legio: riet, bamboe, hout, aardewerk, been, metaal en zelfs plastic.

Er is iets magisch aan een fluit. Misschien is het het ijle geluid van de dwarsfluit of het melancholieke geluid van de panfluit, of het vrolijke sprankelende geluid van de Ierse Tin Whistle dat ons aanspreekt, maar een fluit 'heeft iets'.
Zeker is dat de fluit een band heeft met goden, meditatie en de natuur. De Griekse god Pan wordt afgebeeld met de naar hem genoemde panfluit maar ook met een dwarsfluit, de god Krishna uit het Hindoeïsme is traditioneel een dwarsfluiter temidden van de natuur. Op afbeeldingen uit de Griekse, Romeinse en Etruskische Oudheid staan herders, fauns,en goden met een fluit afgebeeld en ook in Afrika vinden we natuurgoden die met de fluit de magie van vruchtbaarheid en voortpalnting symboliseren. In alle oorspronkelijke culturen spelen fluiten een rol in ceremonies zoals begrafenissen en inwijdingsriten. Soms worden mensen begraven met een fluit, zodat ook in de wereld hierna hun magische klank kan voortklinken. Bij sommige stammen in Azië wordt een fluit gezien als bezield, en wordt een fluit ingewijd met een offerritueel. Fluiten zijn bij uitstek instrumenten waarmee de natuur betoverd en de goden gediend en vermurwd kunnen worden. De oeroude indiaanse volksfiguur Kokopelli, vruchtbaarheidsgod en magische verleider speelt op een fluit.
Ook de traditionele slangenbezweerder maakt gebruik van een soort fluit om zijn magie aan mensen te verkopen, want de slang is doof.

Een ander gebruik van de fluit is ontstaan in Japan, in de 13de eeuw: een vorm van Zen-meditatie die SuiZen of SaiZen genoemd wordt: Blaasmeditatie.
De 'Shakuhachi', een lange fluit van hout met een bezield geluid werd gespeeld om de gewenste staat van inkeer te bereiken. Nu nog kan men in Japanse straten 'komuso' , fluitende monniken aantreffen met een strohoed die hun gezicht bedekt, spelend op hun shakuhachi, weg van de wereld, hopend op een kleine bijdrage.
Kan'ami Kyotsugu, een Komuso uit de 15de eeuw, schreef:

"Bij onze geboorte ontwaakten we
dromend in deze tussen-wereld.
Wat dan is de werkelijkheid?"


In onze westerse klassieke traditie is de fluit verbonden met Mozarts opera 'Die Zauberflöte' - de Toverfluit, waarin heel wat wordt gefloten. Deze mystieke opera vol Vrijmetselaarssymboliek is het onderwerp geweest van boeken en beschouwingen. Los daarvan is het gewoon een prachtige en speelse opera.
De Rattenvanger van Hamelen is een ander magisch voorbeeld. Kunt u zich die voorstellen met een accordeon? Of met een gitaar? Met een viool, dat zou kunnen, maar een fluit is toch wel het meest magisch, verleidelijk, 'otherworldly' en passend voor een man die honderden kinderen van hun huis weg moet lokken....

Er is een Joods Chassidisch verhaaltje over Grote Verzoendag in een Pools dorpje. De hele dag bidt de gemeente hartstochtelijk tot God, de voorzanger zingt of zijn leven er vanaf hangt, de rabbijn smeekt, maar de hemel gaat niet open om de gebeden te ontvangen. Dan is er een jongen, achterlijk en niet op de hoogte van de importantie van de rituelen. Die jongen kan zich niet meer bedwingen. Hij grijpt zijn herdersfluit en speelt een zuivere melodie.
De gemeente is geschokt. Op deze heilige dag kan het niet zo zijn dat een ongeletterde jongen de gang van zake ontwricht. Maar dan zegt de Rebbe: "De hemel is opengegaan, dankzij het spel van deze simpele herdersjongen heeft God onze gebeden ontvangen".

EEN SPIRITISTISCH GEVAL UIT 1873

In een Spiritual Magazine van 1873 staan natuurlijk geweldige verhalen van mensen die bijzondere dingen meemaakten. Hieronder een belevenis van rechter John Worth Edmonds (1816-1874), in later leven een bekend en actief Spiritualist, maar ten tijde van dit verhaal nog jong en met zichzelf overhoop.
Hij vertelt:

"Zo'n 20 jaar geleden was een vriend van mij in deze stad, vader van drie meisjes waarvan de oudste 14 was, doende met tafeldans en automatisch schrift. Hij nodigde mij uit om daarbij aanwezig te zijn. Die uitnodiging nam ik aan. Vanuit een onderzoekende geest, gescherpt in de praktijk als jurist, nam ik alles wat er gebeurde heel precies waar. Geconcentreerd volgde ik de gang van zake. Het schrijven verbaasde me.
Naast de eigen dochters was nog een vierde kind aanwezig, een meisje van 4 jaar dat onlangs haar moeder had verloren.. Een van de dochters merkte op: "misschien wil de kleine Mary's moeder haar een boodschap geven?"
Dat kwam mij voor als godslasterlijk, en een inbreuk op de integriteit van het kleine meisje dat nog nooit had geleerd een letter te schrijven.
Maar er werd besloten dat er een vraag zou gesteld worden aan de moeder van Mary. Wilde ze misschien communiceren?
De vraag werd met 'ja' beantwoord. Ik bedong dat men zou vragen wie de pen moest vasthouden. Het antwoord was "kleine Mary zelf" .
Ik stapelde muziekboeken in haar stoel, want het kind was te klein om over de tafel heen te kijken. Toen plaatste ik een pen in haar hand, waarbij ik haar liet zien hoe ze doe moest vasthouden. Het was waarschijnlijk de eerste keer dat ze een pen vasthield.
De oudste dochter liet weten dat Mary klaar was. Meteen begon haar handje te schrijven...met een keurig dameshandschrift. De boodschap was: "mijn lieve kleine dochter Mary, wees braaf. Bid tot je hemelse Vader, en eens zul je je moeder weer zien. Zij waakt over je en bidt voor je."

Dit schokte mij zo dat ik wegliep en niet meer terugging. Dit was verkeerd, daar was ik van overtuigd.
In de jaren daarna liet ik het onderwerp rusten en verbande het zelfs helemaal uit mijn gedachten, maar die zin die het kind schreef kon ik niet vergeten.
Negentien jaar later werd ik opnieuw gedreven naar deze dingen, en sindsdien heb ik veel interessante manifestaties meegemaakt in een spiritualistische kring waar ik mijn onderzoekingen voortzet. "

Een jaar later overleed Judge John Worth Edmonds, maar hij liet veel verslagen na van zijn spiritualistische avonturen.