maandag 23 augustus 2010

GEEN KRUID TEGEN GEWASSEN

Soms heb ik te doen met al die wanhopige debunkers en beroepssceptici die de wereld tegen wil en dank proberen te redden uit de duistere krochten van middeleeuws bijgeloof.
Het wil maar niet lukken.
Terwijl wij ons vrolijk op New Age werpen en de boodschappen van Niburu beluisteren, ons laten volprikken met acupunctuurnaalden en geloven dat onze geest bergen kan verzetten, zitten die stakkers maar te piekeren hoe ze ons het leven zuur kunnen maken door te vertellen dat we hersenschimmen najagen en onze ervaringen bullshit zijn.
En na al die jaren wijst niets erop dat ze gelijk hebben, of dat hun prietpraat ook maar enig effect sorteert.
Ook niet nu ze hun eigen debunking business tot religie hebben verheven, en daarmee zich geschaard hebben in de rijen der Gelovigen, in een ultieme poging om ons geestelijk te naderen. Maar wij trappen er niet in, en de polarisatie lijkt toe te nemen.
Hoe komt dat nou?
Zou dat komen omdat de overtuiging dat er werelden te ontdekken zijn achter de down-to-earth wekelijkheid een ervaringsfeit is van de mensheid als geheel?
En wij dus niet de uitzonderingen zijn, maar de regel?
Ons geklooi met geesten en paranormale gaven komt vanuit de diepten van onze oorsprong, toen al die dingen nog vrolijk verweven waren en we intuïtie nodig hadden om het vege lijf te redden?
Onze westerse cultuur is er goed in om te verwijzen naar de domheid van onze voorouders, die 'niet beter wisten' , overal bezieling zagen en de sterren in verband brachten met ons lot.
Belachelijk.
Behalve dan dat veel van die oude opvattingen blijken te kloppen.
Steeds vaker vinden we aanwijzingen voor de wijsheid van mensen uit een ver verleden, in mythen en door opgravingen. WIJ zijn de dommerikken die de wereld der verschijnselen willen loskoppelen van de ervaring en willen kunnen meten met apparatuur en oplossen in een reageerbuis.

Dat in sommige culturen ultra moderne ontwikkelingen en magisch bewustzijn naadloos samenvallen is een bewijs van de vruchteloosheid van rationeel verzet.
Zo'n cultuur is bijvoorbeeld Japan. Nou niet het meest primitieve gebiedje op de aardbol.
Maar 70% van de bevolking gelooft in geesten. De bewoners van het schaduwrijk duiken overal op in Japan, op uithangborden en menu's, in films en in literatuur. Magische sectes hebben honderdduizenden aanhangers en alternatieve geneesmethoden en stokoude rituelen zijn en blijven populair.
Hier ligt een gebied braak voor de aanbidders van de god Materialismus.

Zo'n cultuur is ook India. Hoewel het ultra moderne daar nog tegenvalt is het land toch bezig opgestoten te worden in de vaart der volkeren. India beschikt over buitengewone wetenschappers. En ook over fanatieke sceptici, de oosterse copie van CSICOP in Amerika. Het kind met het badwater weg, dat is in alle gevallen de onwijsheid van mensen die niet begrijpen hoe onze ziel verknoopt is met 'de andere wereld' . Mensen die uitgaan van een eenzijdig mensbeeld en niet een totáál mensbeeld.


Ik vrees dat ze't ook in India niet gaan redden.

Als het communisme, Mao Ze Dong, materialisme en Darwinisme het niet voor elkaar hebben gekregen, laten we dan gewoon maar accepteren dat het zo is gesteld met ons mensen, en er iets moois van maken.

EXORCISME NU

Wie denkt bij dat woord niet aan de Hollywood films, waarbij een gruwelijke demon bezit heeft genomen van een onschuldig kind, en man en macht in priesterlijk gewaad dat wezen staat uit te drijven. 'The Exorcist' was destijds een hit, maar het thema is vaker gebruikt, soms gebaseerd op echte gebeurtenissen.
Geen prettig onderwerp. De meesten van ons zullen er niet gek op zijn, zeker niet in het echt.


In de hoogtijdagen van het spiritisme, meer dan een eeuw geleden, klaagden medici steen en been dat ze door dat 'vervloekte' spiritisme steeds meer patienten zagen die er gek van geworden waren.
Onderzoek toonde toen al aan dat dat onzin was; een stok om een hond te slaan. Van een séance verliest men zijn verstand niet, tenzij men daar toch al niet veel van had.
Toch blijkt ook in deze tijd, júist in deze tijd, dat dabberen met occulte zaken zonder te weten waar je mee bezig bent zeker niet ongevaarlijk is.
Het Ouija bord wordt door velen gezien als een spannend speeltje. Ook het 'glaasje draaien' wordt op grote schaal beoefend door tieners die absoluut geen idee hebben wat ze doen, tot ze er misschien op een akelige manier achter komen. Flirten met het Kwaad kan kwaad.
Maar niet alleen jongeren lopen gevaar, ook volwassenen die zich zonder spirituele bescherming overgeven aan de macht van 'wie er ook maar doorkomt', lopen ernstig risico.
Misschien heeft Harmonia hier wel een mooie taak die nodig opgepakt zou moeten worden: voorlichting.

Bezetenheid en Exorcisme, twee begrippen die hand in hand gaan en veel oproepen. Uit het Nieuwe Testament kennen de bijbelvasten onder ons de teksten waarin Jezus 'duivelen uitdrijft' met ijzeren gezag.
Kon hij doen. Voor ons ligt het iets gecompliceerder.
Die teksten zijn wel de basis voor de eeuwenoude praktijk van de katholieke en andere kerken om 'in naam van Jezus' exorcisme te bedrijven. Alleen gebeurde dat in de 20ste eeuw meestal wat onzichtbaar. Alleen in de Oosters orthodoxe Christendom is exorcisme deel van het pakket. De andere richtingen moesten het hebben van mond op mond reclame, want de weerstand vanuit meer 'verlichte' hoek was, en is aanzienlijk.
Maar met het van de tafel vegen van de frisse wind na Vaticanum II en de terugkeer naar het hele orthodoxe pakket van recente pausen kwam ook exorcisme weer in beeld.
Waarschijnlijk hebt u wel eens een berichtje gelezen over priesters die opgeleid worden tot exorcist.
Daar is in de afgelopen jaren wel wat over te doen geweest, in de zin van: gaan we terug naar de Middeleeuwen?

Omdat ik meer wilde weten over hoe het nou werkelijk staat met die trend, las ik een pas verschenen boek: The Rite (de rite) - de vorming van een moderne exorcist, van Matt Baglio.
Baglio is een italiaans/amerikaanse journalist die een Amerikaanse priester van middelbare leeftijd, pater Gary, volgt tijdens zijn opleiding aan het Vaticaan.
Pater Gary is ook maar gestuurd door zijn bisschop, en hij heeft geen idee wat hem te wachten staat. Net zomin als de bisschop. Exorcisme is iets wat maar door een stuk of 15 priesters in Amerika wordt gedaan, en dan nog meestal uit de losse hand. De cursussen die het Vaticaan organiseert willen daar wereldwijd verandering in brengen. Maar Pater Gary spreekt geen woord Italiaans, en dat bemoeilijkt zijn begrip. Pas na verloop van tijd komt er een vertaler.
Het meest indrukwekkend voor Pater Gary is zijn stage bij een ervaren exorcist Pater Carmine, die elke avond een wachtkamer vol met mensen behandelt, de meesten met klachten waarvan men zich kan afvragen of de oorzaak demonisch is, maar een enkele keer is er werkelijk iets aan de hand.
Pater Carmine gaat niet onbezonnen te werk door meteen in bezetenheid te geloven. Met een kundig en ervaren oog onderscheidt hij tussen aandacht trekken, psychiatrische beelden en problemen waar hij als exorcist iets aan kan doen.
Opmerkelijk is daarbij dat de rite zelden in één keer helpt. In sommige gevallen zijn er jaren voor nodig. De kwaaie geest kan soms een tijdje verdwijnen en dan ineens weer opspelen. De trucendoos van het Kwaad is onuitputtelijk, en ook het geduld van de exorcist.
Soms maakt Pater Gary taferelen mee die doen denken aan 'The Exorcist' , compleet met voorwerpen die iemand uitspuugt (die gematerialiseerd worden in iemands mond), en de karakteristieke griezelige onderaardse stem. Ga nooit in dialoog met de demon, waarschuwt pater Carmine, wat hij ook zegt om je te provoceren. Het gaat niet om jou; je bent een kanaal van het Hogere.
Horen we dat ook niet van healers?

Pater Gary - geschokt maar met de kracht van zijn opdracht - is terug naar Amerika, waar hij maar moet zien hoe hij zijn nieuw verworven kennis in praktijk kan brengen, en vooral hoe hij het aannemelijk maakt naar sceptische collega's. Want ook priesters verklaren het Kwaad vaak weg met psychologie, of ze weten er geen raad mee en gaan het liefst uit de weg.

Of we bij kwaaie overschaduwing of regelrechte bezetenheid altijd aan demonen moeten denken is de vraag, een vraag die in het boek nauwelijks aan de orde komt. Ook kwaaie geesten van mensen die zijn 'blijven hangen', kunnen aardig wat schade aanrichten en de boel voor de gek houden.

Wat mij zelf het meest trof in 'The Rite' is de menselijke kant van deze priester-exorcisten die alleen hun geloof hebben en vaak machteloos staan om mensen te helpen die door anderen, of door zichzelf in de problemen zijn gekomen.
Ze hebben niets dan hun geloof, gebeden, het Evangelie, wijwater en een kruis. Net als in elke therapie moet de patient meewerken. Maar in dit geval is het ook God die toestemming moet geven voor een geslaagde uitdrijving. Uiteindelijk zijn demonen onderhorig. God is de baas. Een mooie gedachte.....

Ik ben niet katholiek en zelfs niet christelijk, maar ik ben na het lezen van dit boek beslist anders tegen de sacramenten aan gaan kijken.
Wat mij trof was het idee van het 'hele pakket' van het geloof. Kwaad is in onze wereld maar al te werkelijk en we hebben er allemaal mee te maken. Voor mensen die Jezus als 'Alpha en Omega' beleven is niet alleen de opwekking van Lazarus waarheid maar ook het uitdrijven van het Kwaad, in de meest letterlijke zin.
Wijwater, je zult het niet geloven, werkt. Een kruis werkt. Het slachtoffer (of liever: datgene wat hem in z'n greep houdt) reageert op beide, ongezien, en niet op gewoon water of een asbak die hem aanraakt.

Ik weet niet hoe het met u is, maar dat geeft mij te denken.
Naschrift: intussen ben ik er achter dat er van het boek een film is gemaakt, met Anthony Hopkins in de rol van Pater Gary. Verwacht in januari 2011. Nu al een aanrader.

EIGEN SCHULD

Zo nu en dan duikt er een bericht op van iemand die trouwt met een geit, of verliefd wordt op een olifant.
Daar lachen we om, want, hoe fantastisch dieren ook zijn en hoeveel affectie ze ook verdienen, het is moeilijk voor te stellen dat je het onderscheid niet meer kunt bedenken tussen wat eigen is aan mensen en wat des diers is.
Toch is in Europa dat onderscheid eeuwenlang zoek geweest.
Van de 12de tot de 18de eeuw konden dieren in staat van beschuldiging worden gesteld en worden veroordeeld voor 'misdaden' begaan tegen mensen. Omdat men geen idee had wat natuurlijk diergedrag was, waren er heel wat dieren die voor vervolging in aanmerking kwamen. Daarbij speelde mee dat veel dieren hun weg maar moesten zien te vinden in chaotische middeleeuwse gemeenschappen en niet van hondenbrokken of varkensvoer werden voorzien om in leven te blijven.
Varkens waren vooral de 'misdadigers' , maar ook honden, koeien, paarden, ossen, ezels, luizen, ratten, sprink- en gewone hanen, mieren, bijen, kevers, slakken en rupsen konden in de fout gaan. Vooral in het geval van insecten zal de arrestatie niet meegevallen zijn. Pesticiden hebben dat gedoe tegenwoordig danig vereenvoudigd.
In zulke moeilijke gevallen probeerde men het soms met exorcisme, als uiterste redmiddel. In een zaak tegen bloedzuigers die diende in Lausanne in 1451, werden enkele dieren voorgeleid om een ducument voorgelezen te krijgen waarin ze werden gesommeerd het district per omgaand te verlaten. Toen ze daar geen gehoor aan gaven werden geleerde doctoren uit Heidelberg ingeschakeld om een exorcisme te doen. Het schijnt dat dat te veel was voor de bloedzuigers, die langzaamaan het loodje legden, volgens de annalen.

De processtukken van de bizarre rechtspraak die volgde op een overtreding zijn veelal bewaard gebleven.
Niet dat het niet eerlijk toeging: de aanstootgevende dieren kregen in alle gevallen een advocaat toegewezen.
Die zat meermalen met het probleem dat de cliënt niet kwam opdagen en dus bij verstek werd veroordeeld. Want veroordeeld werd er altijd. En ter dood gebracht ook. Menig dier werd opgehangen aan de galg zoals men dat ook met mensen deed, in de hoop dat het andere varkens zou leren zich aan de wet te houden.
De achtergrond van dit alles was natuurlijk de religie. Dieren hadden geen ziel. In de bijbel staat bovendien dat de hele schepping bestaat om de mens te dienen, en dat betekent vanzelfsprekend dat we er mee kunnen doen wat we willen. In dat opzicht houden we ons nog altijd uitstekend aan de voorschriften, beter dan ooit in de Middeleeuwen, zou ik zeggen.

Sommige advocaten maakten naam met hun dierenverdediging. In de 16de eeuw was er in Autun in Frankrijk Barthelémi de Chasseneuz, die ratten wist vrij te pleiten, lees ik in een boek uit 1898: Credulities Past and Present.
De aanstootgevende knaagdieren werden gesommeerd door een gerechtsdienaar die de aanklacht voorlas op plekken die door hen werden gefrequenteerd. Daarbij was de beschrijving van het dier en zijn misdaad belangrijk, zodat de juiste dieren werden aangesproken en anderen, de luizen en de vlooien, de honden en de vleermuizen zich niet geroepen voelden.
Maar toen er bij het process geen rat kwam opdagen, beargumenteerde Chasseneuz dat misschien toch een wijdere sommatie van belang was, omdat waar enkele ratten zich hadden misdragen, het belang voor andere ratten allicht ook aan de orde was. Daar was het hof het mee eens, en bodes gingen uit naar alle hoeken van het diocees om ratten toe te spreken en op te roepen. Helaas...
Maar Chasseneuz had nog meer pijlen op zijn boog. Hij vroeg om meer tijd, want tenslotte was de oproep ook bestemd voor oude en zieke ratten, en daarvoor moest het hof de nodige voorbereidingen treffen.
Een nieuwe dag werd geprikt. Maar wie schetst ieders verbazing, weer geen rat.
Ja maar, pleitte de slimme advocaat, de gerechtsdienaren bezitten katten, en mijn cliënten hebben geen garantie gekregen dat die katten ze goed gezind zijn. Natuurlijk willen ze maar al te graag aan de oproep van het Hof voldoen, maar, ziet u....Als de dienaren der wet kunnen garant staan voor het onberispelijke gedrag van hun katten zodat die zich niet aan mijn clienten zullen vergrijpen, op straffe van een zware boete, dan is er geen enkel beletsel meer voor het doen voorkomen van de rattenpopulatie.

Het Hof beaamde de redelijkheid van dit argument, en verdaagde het proces, zonder een datum te noemen.
De ratten gingen vrijuit, en de naam van advocaat Chasseneuz was gevestigd.
Ik stel me voor dat menig varken, rat of spinkhaan bij hem heeft aangeklopt voor zijn verdediging.....


Zo. Dat had ik dus al een tijdje geleden geschreven, denkend - hoe naief - dat deze onzin ook echt verleden tijd is.

Maar nee. Fortean Times heeft deze maand een klein berichtje (overgenomen uit de Indiase pers) over een duif die in de deelstaat Punjab in staat van beschuldiging is gesteld omdat hij verdacht werd van spionage. Het dier werd naar het politiebureau van Amritsar gebracht en onder gewapende bewaking vastgehouden. Reden? Het vogeltje had een ring om met een adres in Pakistan. Logisch dat men dat niet vertrouwde.

Of onze gevleugelde spion een advocaat kreeg toegewezen vermeldt het verhaal niet.

EEN LIFT NAAR DE HEMEL

Bron: Fortean Times juli 2008

Ach.
Op 20 april 2008 bond de Braziliaanse priester vader Adelir Antonio di Carli zijn stoel vast aan een bundel van meer dan duizend met helium gevulde balonnen, en ging de lucht in.
Zij doel was het staande 19 uur durende record te verbeteren, en met de opbrengst van zijn publiciteitsstunt een spiritueel centrum te stichten voor de lokale bevolking.
Di Carli had al eerder met balonnen gevlogen, en bij die gelegenheid was hij na 4 uur veilig geland in Argentinië.
Ook deze keer had hij zich weer goed voorbereid, en een warm pak aangetrokken, een waterproef overall en een helm. Bovendien was de priester een ervaren sky-diver en getraind in jungle overlevings- technieken. Ook was hij uitgerust met GPS , een sateliet-telefoon en genoeg water en voedsel voor een dag of 5.
Dus niets was aan het toeval overgelaten.
Maar na 8 uur van regelmatige berichten naar de thuisbasis verloor men het contact met de ondernemende Di Carli.
Twee dagen later werden 50 van de balonnen een eind uit de kust gezien, maar de stoel noch de priester hingen eraan.
Hoewel men aanvankelijk hoop koesterde dat hij levend teruggevonden zou worden, leverden zoekacties niets op, en na enige dagen staakten marine en luchtmacht hun pogingen.
Van de priester is nooit meer iets vernomen.
Was hij doorgevlogen om Petrus de hand te drukken?

ECHT GEZIEN

Wie het magische boek 'Nils Holgerssons Wonderbare Reis' van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöff heeft gelezen heeft misschien net als ik het beeld van de gevangen kabouter op het netvlies gebrand gekregen, en alles wat daarna volgde aan belevenissen op dwergenformaat. Niet van de veel latere tekenfilm, maar van het boek, dat toen, zo'n 60 jaar geleden, niet eens een enkel plaatje had! Plaatjes genoeg, in je hoofd.
Lees het je kinderen voor, en geniet.
Het boek dat Lagerlöff schreef als een schoolboek voor de kennis van haar vaderland heeft mij als 9-jarige wijd opengezet voor een magische werkelijkheid, en samen met enkele andere boeken zowat alles in gang gezet waar ik nu na al die jaren nog steeds over wil schrijven.

Waarom maakte dat boek zoveel meer indruk dan andere kinderboeken? Ik denk door de koppeling met het herkenbare leven. Is dat niet het geheim van een werkelijk indrukwekkend miraculeus verhaal? Dat het aanknopingspunten geeft met het dagelijkse wat we kennen?
Alleen daardoor komt het magische overtuigend binnen, sterker dan bij een verhaal over prinsen die in een kikker veranderen.
Vanaf Niels Holgerson las ik meer over trollen en dwergen en donkere bergen en de natuurwezens die zich daar ophouden. Griegs Peer Gynt-suite verzorgde de muzikale achtergrond. Daar kunnen geleide meditaties niet tegenop. Leve de magie, houd haar in ere!

Intussen ben ik achter iets wat ik ook toen al vermoedde: gnomen, dwergen, elfen bestaan echt. Er zijn mensen die ze zien. Persoonlijk ken ik zulke mensen, en ik heb geen reden om aan te nemen dat ze fantaseren.
U kent zulke mensen vast ook. Misschien bent u er zelf wel een.
Op internet zijn veel verhalen te vinden van mensen die een toevallige ontmoeting hadden met zo'n ukkie: een Tomte, Nisse, Pooka, Pixie, Goblin, Faery, Gnome, Leprechaun of bij welke naam leden van het ras worden aangesproken. Veel van die verhalen klinken waar, en geven te denken.
Vooral als de getuigenissen komen van mensen die totaal niet in de gelovige hoek zitten, maar overvallen worden door iets wat ze liever niet gezien zouden hebben. Zoals een nuchtere wetenschapper (uit: Ron Quinn 'Little People' , die op een gegeven moment uit het raam van zijn vakantiehuisje kijkt en daar in de schemering een kring mannetjes ziet dansen van een cm of 30 lang, bij zachte muziek die nergens vandaan lijkt te komen. In ieder geval niet van een bron die de arme man kent. Hij is confuus, en wendt zich af. Maar als hij weer kijkt is de kring is er nog steeds. Tenslotte lost die zich op, maar de wetenschapper heeft er een geestelijke dimensie bijgekregen.
Dansten ze daarom op die plaats? Wie zal het zeggen.

Op een hete zomeravond in augustus 1919 is Harry Anderson, een jongen van 13 alleen op de terugweg van een boodschap bij een naburige boerderij. De maan is vol, en er is geen mens in de buurt. Hij volgt het karrespoor naar huis. Dan ziet de jongen een stuk of 20 kleine mannetjes achter elkaar aanlopen. Ze komen in zijn richting, zijn gekleed in kniebroek met bretels, en geen hemd. Hun huid is licht. De mannetjes besteden geen aandacht aan Harry, die als de dood is en niet om durft te kijken als ze hem eenmaal voorbij zijn.
Zijn moeder lacht niet. Die is van oorsprong Iers, en weet wel beter.
Vele jaren later, als Harry het verhaal aan zijn vrouw vertelt, schrijft die het op en stuurt het in 1969 naar FATE. Ze gelooft haar man, die volgens haar de minst fantasierijke persoon is die je je kunt voorstellen.
Een doorslag van het getikte artikel doet ze in een la onder de schrijfmachine. Als ze het artikel van FATE terugkrijgt, wil ze dat in dezelfde la doen, maar de doorslag is verdwenen. Twee weken later kijkt ze weer in de la, en dan is ook het oorspronkelijke artikel weg. Ze weet absoluut zeker dat ze het bewaard heeft.
"Misschien", zegt ze, "heeft iemand me willen vertellen dat ik er niet verder over moet praten?"

In de lente van 1973 maken Sally en Michael Ellsworth een tochtje in het achterland van Liberty, New York.
Als ze een platte band krijgen en Michael bezig is die te vervangen, loopt Sally alleen de natuur in. Dan hoort ze tussen de bloemen aan de voet van de heuvel gelach, en ze ziet wat beweging tussen de bloemen. Denkend dat het vogels zijn loopt ze weer in de richting van de auto. Maar dan hoort ze weer het zachte gegiechel en ze blijft staan. Tot haar verbazing komt er onder het groen een klein gezichtje tevoorschijn, dat zich snel terugtrekt.
Sally roept Michael. Samen zien ze een klein handje uit het groen komen. Terwijl ze naar de heuvel kijken zien ze drie kinderen, twee meisjes en een jongen, van onder de bloemen vandaan komen en naar boven klimmen.
Niets bijzonders...behalve dat de kinderen zo'n 25 cm groot waren.
Beiden zijn tot op de dag van vandaag overtuigd dat dat was wat ze zagen op die zondag in het voorjaar van 1973.

Deze verhalen zijn niet enig in hun soort. De meeste mensen die een dergelijke ervaring hebben zullen hem nooit verder vertellen. Maar het zijn er evengoed teveel om ze aan fantasie of zinsbegoocheling te kunnen toeschrijven
Laten we onze ogen en onze geest wijd openzetten, en rekening houden met het onmogelijke
.

zondag 22 augustus 2010

MYSTERIE VAN EEN MAGISCHE POP

Reisverhalen, vooral die uit wat langer vervlogen jaren, zitten vaak vol met interessante details. Het mooiste zijn verhalen van reizigers die niet gewoontegetrouw oorspronkelijke culturen benaderen met de laakbare arrogantie waar onze westerse wereld al zoveel kwaad mee heeft aangericht. Ook hier geldt: een open mind is de beste garantie voor wérkelijke avonturen.
Een boek van de goeie soort is 'Magic and Mystics of Java, van Nina Epton, uit 1974.
Nina Epton was een Engelse vrouw die er haar levensdoel van gemaakt had ongerepte gebieden te betreden en een mooi verhaal mee terug te nemen.

Op een gegeven moment wordt Nina fluisterend uitgenodigd voor een obscuur Javaans ritueel: een Ni Tuwong séance. Nina, die daar nog nooit van heeft gehoord maar in is voor elke nieuwe ervaring, gaat met de Javaan Arafa naar een afgelegen kampong zo'n 20 km van Jakarta. De plaats van samenkomst: een begraafplaats enkele honderden meters buiten de kampong.

Zij schrijft: "Bovenop de heuvel waartegen de begraafplaats is gebouwd was een groepje oude vrouwen bezig met een object dat op een graf lag. Jongere vrouwen plaatsten kleine offerschalen voor goden en voorouders rond het graf, met wierook en rozenbladeren.
De vrouwen, klaar met waar ze mee bezig waren, begonnen een treurige melodie te zingen.
In het centrum van ieders aandacht, opgepropt tegen de grafstaan, zichbaar voor iedereen, zat een monsterlijke pop die overgenomen moest worden door de geest Ni Tuwong.
De pop was grotesk. Een kop van kokosnootschil met geschilderde ogen, bamboestokken als armen en een bamboelijf waaromheen een sarong was gewikkeld.
Toen de oude vrouwen het gevoel hadden dat de geest van Ni Tuwong lang genoeg de tijd had gehad om bezit te nemen van de pop, werd Arafa belast met het dragen van het bizarre geval naar de kampong.
Tijdens de processie zongen de vrouwen en deden ze dingen met de pop, terwijl de meisjes volgden met de wierook. De atmosfeer was geladen, en ik kon het gevoel niet van me afzetten dat er een ongeziene 'presentie' onder ons was.

Aan de rand van het dorp zette Arafa de pop tegen een cocospalm. De meisjes plaatsten de offerrandes rondom de boom. Het gemompel verstomde. Een van de oude vrouwen hield een spiegel voor het domme gezicht van de pop, die niet begrijpend naar z'n spiegelbeeld staarde. Iedereen hield de adem in.
Het lijkt een absurde scène, maar dat was het niet; het was griezelig. Was het werkelijk zo dat het gezicht van de pop veranderde, en niet langer meer een levenloze kokosnoot was?
De pop kwam, bijna onmerkbaar, tot leven, en wiegde van de ene naar de andere kant. Was ik gek geworden, of het slachtoffer van een hallucinatie?
Nu draaide het hoofd van de pop weg van de spiegel en keek naar de jonge meisjes die zich ervoor verzameld hadden. De bamboe armen begonnen te stuiptrekken, maar er stond niemand achter de boom die dat op z'n geweten kon hebben.
Een oude vrouw sprak zacht met de jonge meisjes achter haar, die met elkaar begonnen te fluisteren.
Toen nam een van hen het initiatief en stelde een vraag aan de pop. Ni Tuwong draaide haar hoofd van links naar rechts. Het antwoord was Nee. De meisjes giechelden. "Je zult dit jaar nog niet trouwen", vertaalde de oude vrouw.
Een ander meisje vroeg nu iets aan de pop, en ditmaal was het antwoord ja, haar moeder zou genezen van haar ziekte.
Nu kwam de ene na de andere vraag los, en de pop rolde haar hoofd steeds sneller en haar bamboestaakarmen bewogen heftig in alle richtingen.
Toen vroeg Arafa: "Ti Nuwang, wie is de nieuwe vriendin in ons midden?"
Iedereen zweeg terwijl de pop haar belachelijke hoofd draaide en met een puntige stokarm abrubt naar mij wees.
Ik was verbijsterd. Gebiologeerd staarde ik naar de pop en ik voelde dat het bloed uit m'n hoofd wegtrok.
Ni Tuwong was zo plotseling naar voren gebogen dat ze was omgevallen.
Daar lag ze, gezicht naar de grond, met de stokarmen uitgestrekt.
"Ze is weg - het is voorbij", zei een van de meisjes.

De mensen begonnen zich te verspreiden. Voor de achterblijvers werd thee geserveerd. Niemand was nog geïnteresseerd in de levenloze pop die aan de voet van de boom bleef liggen als een afgedankt stuk speelgoed.

Arafa kwam bij me zitten. Hij lachte. "Vond je dat geen mooie slotactie?", vroeg hij.
Ik kon er niet om lachen.Ondanks de hitte trilde ik nog steeds. "We moeten terug", zei ik, "het is al laat."
"Vertel in Jakarta maar niets over Ni Tuwong", zei Arafa. "Ze geloven daar niet in haar, weet je."

vrijdag 20 augustus 2010

P.M.H.ATWATER

Van de vele boeken die er over Bijna Dood Ervarinegen zijn geschreven is bij ons dat van cardioloog Pim van Lommel, 'Eindeloos Bewustzijn' verreweg het bekendste. Van alle anderen die erover gepubliceerd hebben en die vertaald zijn in het \nederlands is waarschijnlijk dat van Raymond Moody, 'Leven na dit Leven', het meest invloedrijk geweest en ook het meest gelezen. Moody was de eerste die halverwege de 70er jaren systematisch onderzoek deed naar BDE's en de ervaringen onderbracht in een wetenschappelijk hanteerbaar model.
Door zijn pioniersarbeid werden de ervaringen in kaart gebracht en door zijn boeken onder de aandacht van een groot publiek, en het was daardoor dat de mensen die het meemaakten eindelijk doorkregen dat ze niet de enigen waren met zo'n levensveranderende ervaring.
Dat was een groot goed voor wie het meemaakte, en ook een zegen voor skeptici, want de controverse barstte onverwijld los, en duurt nog steeds onverminderd voort.
In Amerika werd in 1981 IANDS (International Association for Near Death Studies) opgericht, en in Nederland volgde in 1988 de stichting Merkawa, die nauwe banden onderhoudt met haar grote zus in de USA.

Iemand die decennia lang aan de weg timmerde was P.M.H. Atwater. Sinds 1978 is ze een van de belangrijkste sprekers en denkers op het gebied van de bijna dood ervaring, die ze zelf in 1977 drie keer heeft meegemaakt.
Ze schreef tot nu toe 15 boeken waarin alle aspecten van het verschijnsel aan de orde komen. Op z'n minst één van die boeken is vertaald: 'Naar het licht' (Strengholt 1995).


Aan alles komt een eind.
In het zomernummer van "Vital Signs' , het blad van IANDS, lees ik haar afscheidsartikel. Haar decennialang getrek van plaats naar plaats om lezingen te geven en symposia te leiden is voorbij.
Maar in dit afscheiddsartikeltje beschrijft ze hoe het allemaal zo gekomen is, hoe de 'Stem Als Geen Andere' haar tijdens de derde BDE opdroeg drie boeken te schrijven; 'one for each death' - een voor iedere 'dood', en haar verder stuurde in de richting van research. En wie ben je dan om die Stem aan je laars te lappen.
Maar de hemelse bemoeienis ging blijkbaar nog verder. Atwater vertelt hoe ze onder het schrijven werd begeleid door 'sparkles', vonkjes, die de inhoud voor haar uitspelden. Nooit was ze van plan geweest om een boek te schrijven, maar de dingen verlopen niet altijd volgens plan. Nu moest ze wel. Het werden er 15.
Allemaal gecheckt in meditatie en gebed om erachter te komen of ze zichzelf voor de gek zat te houden of dat het echt gebeurde zoals ze het zag.
Het 16de boek is in voorbereiding, het zal in januari 2011 uitkomen, en de werktitel is: 'Straight Talk about the Near-Death Experience: Who we Are as Humans, Where We're Headed as the Souls We Truly Are.


In dit boek, zegt Atwater, zeg ik dingen die ik tevoren nooit heb durven zeggen, en beken ik dat ik energie kan zien.
In de tien jaar voor haar BDE's deed Atwater al onderzoek naar bewustzijnstoestanden, mystieke ervaringen en psychische fenomenen. In dit boek heeft ze de ervaringen van bij elkaar 7000 mensen verzameld via persoonlijke interviews. Is het een obesessie? Zeker, zegt ze zelf.



Het meest overheersende gevoel na zoveel jaar veldwerk is dankbaarheid, gericht aan al die mensen die hun buitengewone levens met haar durfden delen, en in de eerste plaats aan Kenneth Ring, psychisch onderzoeker en auteur van boeken over deze en andere ervaringen, die in 1977 in een boekhandel een klein boekje vond: "I Died Three Times' , en toen alles op alles zette om Atwater, totaal onbekend, te vinden.
Zo wordt onze weg uitgestippeld, en zo gebeuren wonderen.
We kijken uit naar dat allerlaatste boek!

PENNIES FROM HEAVEN

Grappenmakers in de hemel?
Het lijkt er soms wel op.
Berichten over het vallen van voorwerpen of dieren die niet in de hogere regionen thuishoren zijn vrij algemeen. Maar munten? In 1800 vielen ze bij bosjes op Trafalgar Square, waardoor menigten Londenaren door de knieën gingen om er zoveel mogelijk van op te rapen.
Op 18 januari 1928 gebeurde dat nogmaals, maar deze keer niet in het openbaar, maar binnenshuis bij de familie Robinson in New York. Koperen munten materialiseerden uit het niets.
Dat zulke gebeurtenissen ook heel specifiek kunnen zijn bewijst het volgende verhaal uit
Fortean Times:

Mijn vader was speciaal gehecht aan pennies. Hij vond het leuk als hij er een vond, en het overkwam hem nogal eens dat hij er een op straat zag liggen. Zijn geliefde Chihuahua noemde hij zelfs Penny.
In 1994 stierf hij aan longkanker. Een paar weken na zijn dood werd ik om 3 uur 's nachts wakker, en daar stond mijn vader, aan de voeteneinde van mijn bed. Hij zag er gezond uit en een stuk jonger dan toen hij stierf.
Hij droeg een van zijn geliefde geruite hemden. Sue, zei hij, ik heb geen pijn meer. Toen was hij weg.
Hij wist hoe erg ik het had gevonden om hem pijn te zien lijden en hij wilde me geruststellen dat dat nu voorbij was.
Toch, naarmate de tijd verstreek, was ik bang dat zijn boodschap alleen een droom was geweest.

Niet lang daarna begonnen er overal in huis pennies te verschijnen. Ik ben tamelijk netjes, en ik laat geen spullen slingeren. Mijn echtgenoot is nog netter dan ik, dus er is geen kans dat losse pennies blijven liggen waar ze niet horen.
De pennies verschenen steeds op rare plaatsen: in het midden van een net opgemaakt bed, op een kale tafel, of zelfs tussen de toetsen van m'n keyboard. En nee, m'n echtgenoot kan het niet gedaan hebben, want die was vaak net op zakenreis als ik er een vond.
Ik begon ook buiten steeds pennies te vinden, net als mijn vader had gedaan, alsof ze zich zomaar manifesteer-den, telkens als ik aan mijn vader dacht. Er rolde er zelfs een keer een uit m'n jurk, net toen ik in een hotel op weg was naar een belangrijke afspraak. Toen ik erop ging letten vond ik steeds pennies als ik me ergens zorgen over maakte.
Nu, vijf jaar na de dood van m'n vader, vind ik nog steeds pennies als ik gespannen ben. In paranormale termen heten dat 'apports' .
Ik twijfel er niet aan dat mijn vader genoeg energie kan oproepen om pennies te laten verschijnen, als teken dat hij voortleeft en bij me is.
Naast m'n bed staat een glazen pot waarin ik de pennies bewaar. In tijden van verdriet of stress neem ik ze in m'n hand . Ze zijn een troost. De pennies die m'n vader verzamelde en aan mij stuurde zijn echt 'pennies from Heaven'

ONTMOETING MET EEN ENGEL

uit FATE: True Mystical Experiences

Zulke verhalen zijn er veel. En toch zijn ze steeds de moeite waard om te lezen, en door te vertellen.
Deze keer is het Maureen, een vrouw die in een sombere bui naar een somber strand is gegaan. De ijzige mist en de harde wind maken dat ze de enige is. Niet echt een plek waar je vrolijk wordt, maar daar ging het de vrouw ook niet om. Ze wilde gewoon alleen zijn, en het kille strand bevestigde haar innerlijke toestand.
Optornend tegen de wind vond ze een rotsblok waar ze op kon zitten.
Ineens stond er een grote man achter haar in een flanel shirt en een gescheurde spijkerbroek. Hij had een ongekamde haardos en een stevige donkere baard.
Zijn onverwacht stralende glimlach gaf Maureen een veilig gevoel toen hij vroeg of hij bij haar mocht komen zitten.
Waar hij vandaan kwam? Van daar... wees hij vaag, achter de hoogste klif.
Maureen stortte haar bezwaarde hart uit. Ze wandelden een stukje, en ze voelde dat het gesprek haar goed deed. Zijn antwoorden waren spaarzaam en verstandig. Af en toe lachten ze samen.
Toen zei hij weg te moeten.
Drie uur waren ze samen geweest, en in Maureens beleving waren het minuten. Soms is het makkelijker praten met een vreemde dan met mensen uit je omgeving, merkte ze op. Zo open was ze niet gauw met iemand.
Hij glimlachte.
Maureen keek heel even een andere kant op, en toen ze afscheid wilde nemen was de man verdwenen.
Nergens waar hij heen kon zijn gegaan.
Ze keek naar de sporen op de grond. Alleen de hare. Ze liep terug naar de rots waarop ze gezeten hadden: ook daar alleen haar voetsporen. Waar hij vandaan was gekomen: geen spoor.
Had Maureen drie uur lang met een engel gepraat?
Ze zou de ontmoeting nooit meer vergeten. Engelen komen als we ze het meest nodig hebben maar ze het minst verwachten.

Naschrift: Dit verhaal roept associaties op met het bekende christelijke parabeltje 'Voetstappen in het zand' , dat op internet honderden keren te vinden is. Met dit verschil dat het in bovenstaand verhaal over een echte ervaring gaat, geschreven en ondertekend door Maureen .

MOTHER SHIPTON

We kennen allemaal Nostradamus, maar wie kent 'Mother Shipton'?
Voor zover we weten heeft ze echt bestaan, een heks en profetes geboren in (ongeveer) 1488 en gestorven in 1568.
Alles wat we van haar weten hebben we te danken aan latere biografieën, want in de historische annalen is ze niet terug te vinden.
Dus de kans bestaat dat er nooit een moeder Shipton is geweest. Historici zijn het er nooit over eens geworden.
Hoe dan ook: Moeder Shipton's echte naam was Ursula Southill, en haar moeder, Agatha Southill was een heks, zodat Ursula als kind als het 'Devil's Child' werd genoemd.
Haar uiterlijk had ze ook al niet mee, en dat moedigde haar magische reputatie alleen maar aan.
Richard Head, een biograaf van Mother Shipton (een van de velen) schreef in 1648: "Haar lichaam was kort, haar hoofd was lang, met scherpe vurige ogen, haar neus was buiten proportie, van een ongelofelijke lengte, met krommingen en bulten, en voorzien van veel vreemde puisten in verschillende kleuren, zoals rood, blauw en bruin. Haar aanblik was angstwekkend voor de toeschouwers, en omdat haar neus ook nog licht gaf was het als met de dampen uit de hel: men had geen ander licht meer nodig."

Hoewel dit natuurlijk een aangedikt verhaal is, moet Ursula wel slecht bedeeld zijn geweest door moeder natuur. Tegenwoordig zouden we ons met zorg afvragen hoe erg het arme kind gepest werd door leeftijdgenoten, maar waarschijnlijk waren in die tijd meer kinderen dan nu niet zo recht van lijf en leden.
In ieder geval heeft het haar niet belet om te trouwen. Ze was toen 24, en al jaren doende met voorspellingen. Haar huwelijk met Tobias Shipton schijnt harmonisch geweest te zijn.

Zoals dat gaat met legendarische figuren, zijn veel profetieën op haar naam gezet, terwijl ze door (veel) latere vogels waren bedacht. De meeste echte voorspellingen hadden te maken met haar eigen tijd, en haar helderziendheid met het dagelijks leven. Er zijn verhalen van hoge heren die haar incognito in haar hutje kwamen opzoeken, ongeveer zoals ze nu een bekende helderziende stiekem zouden raadplegen.
Maar Moeder Shipton konden ze niets wijs maken, die zag door elke vermomming heen.

Volgens de traditie werd Ursula geboren in een grot bij Knaresborough, North Yorkshire. Daar was haar 15 jarige ongetrouwde moeder vanwege narigheid in het dorp heengevlucht. De grot bij de 'Dropping Well' had een slechte reputatie, omdat het bronwater op den duur alles in steen veranderde.
Dat is geen geintje, dat is echt zo. Alleen wist men toen nog niet dat dat een natuurlijk verschijnsel is bij water met een hoog gehalte aan calcium. Objecten die door het water worden besproeid 'verstenen' in ongeveer 6 maanden.
Al met al een geschikte plaats voor een legendarische zieneres om geboren te worden!

Haar voorspellingen hadden dezelfde onbegrijpelijkheid als die van Nostradamus, maar omdat ze zich niet over eeuwen uitstrekten kon men noch binnen dezelfde generatie constateren dat ze uitkwamen. Een soort 'Aha Erlebnis' , voor wat het waard was. Haar naam en faam wist ze er in elk geval mee te vestigen.
Later in haar leven breidden de voorspellingen zich uit naar kerk en staat, en men zegt dat ze vaak de spijker op de kop sloeg.

Volgens een van haar biografen voorspelde ze de ondergang van de wereld in 1881, iets wat Engeland behoorlijk alarmeerde. Mensen verlieten hun huizen en brachten de nacht door in gebed in kerken en kapellen. Zoals we weten ging het ook die keer niet door, maar het zegt wel iets over haar invloed, zelfs drie eeuwen na haar dood.

Haar voorspellingen van moderne zegeningen als vliegtuigen, ijzeren schepen, motoren, onderzeeërs en zelfs radio en internet kunnen we met een grote korrel zout nemen, omdat ze hoogstwaarschijnlijk later in haar naam zijn geschreven.
Wanneer een vers als:
"Around the World thoughts shall fly, in the twinkling of an eye" werkelijk over email ging, dan was Mother Shipton bepaald de beste profetes geweest uit de geschiedenis.

Dat ze nog niet vergeten is blijkt uit de populariteit van de geboortegrot, waar mensen speelgoed komen ophangen, bij voorkeur teddyberen, om ze daar te laten verstenen.
Waar of niet waar, historisch of niet, Mother Shipton is een kleurrijke legende die het waard is in leven te blijven.