zondag 30 mei 2010

ACHERM

Veel godsdiensten zijn het erover eens dat men na de dood geen last meer heeft van gebreken en narigheid.
Volgens de spiritistische overlevering verdwijnen rimpels en verzakkingen en gaat men weer als een 30-jarige door het Afterlife, krachtig en gezond, ook al meten verschijningen zich nog wel eens hun oude fysiek aan omwille van de herkenbaarheid.
Hoe het ook zij, dat idee heeft wel wat. Tenslotte wil niemand ook nog eens geteisterd worden door ongemakken wanneer hij het lichaam heeft verlaten. Dan kun je net zo goed hier blijven.

Maar in andere culturen werd wel eens aan getwijfeld aan die lichamelijke opleving.
Zo vind ik in een boekje van een zendingsarts uit 1923 een verhaal van een man die een kunstbeen had gekregen en dat dolgraag wilde meenemen in het graf, omdat hij anders daarginds niet zou kunnen lopen.
Ook dat geloof is zo oud als de wereld. Egyptenaren en andere oude culturen gaven hun doden alles mee om comfortabel te kunnen voortbestaan. Blijkbaar stelde men weinig vertrouwen in de natuurlijke bronnen in hemelse regionen. Of men zag de bui van voor eeuwig nectar en ambrozijn al hangen.

Orthodoxe Christenen en Joden moeten ook niets hebben van niet compleet begraven lichamen, want beide groepen verwachten een lichamelijke opstanding als de Dag des Oordeels respectievelijk de Masjiach komt, ergens, in de verre vage toekomst. Dan moet je uit de voeten kunnen.
Dat is de reden waarom in Israel de slachtoffers van bomaanslagen door een team van speciaal daartoe aangewezen mensen worden 'verzameld' onder rabbinaal toezicht, zodat hun lichaam toch compleet kan worden begraven. Voor orthodoxe Joden is dat geen werk, maar een roeping.

In eerder genoemd boekje uit 1923 vind ik een beeldend verhaal over mensen die hun hoofd zijn kwijtgeraakt.
Dat is in de meeste gevallen fataal, en op het eiland Ceram (Molukken) in 1923 doorgaans het gevolg van koppensnellen. Ceram ligt iets ten westen van Nieuw Guinea, en daar heeft men lang hardnekkig volgehouden aan de goede gewoonten van de voorouders.
Op het eiland Ceram was een berg. Of liever: hij zal er nog wel zijn. Dat was de 'geestenberg' Hatu Wolokone.
Ik neem het treurige verslag in z'n geheel over.

"Op den Hatoe Wolokone zijn de geesten der gesnelden, die zonder hoofd voor den Grooten Geest komen; zij voelen hem en zoeken rust bij hem, maar hij kent hen niet, omdat zij geen hoofd hebben.
Nu zoeken zij met uitgestoken armen en met wankele schreden. De een loopt tegen den ander aan en de een stoot den ander. De steenen op den hoogen bergtop zijn scherp en wonden hun voeten; maar bloed komt niet uit de wonden en daarom schrijnen deze en martelen.De dorens aan de slingeplanten prikken en steken de beenen en omstrengelen hen. Zij hebben geen mond om te eten en geen mond om te drinken; zij lijden honger en dorst. Als het hier geregend heeft, gaan de nevels als sluiers naar boven en zweven tegen den berg op. Daar omwikkelen zij de naakte lichamen en deze bibberen van de koude. Een vuur is daar niet. Zij loopen rond en slaan de armen om elkaar heen; maar de doodskoude wordt nog killer door de natte nevelsluiers. Dan loopen ze snel als de wind en de nevels wapperen hen na, tot de stem van den Grooten Geest klinkt als de donder. Zijn medelijden zendt dan het vuur van den bliksem. En als het volle maan is, dan liggen allen onder de struiken, omdat de koude van den sterrenhemel doordringt tot op het gebeente. Des daags omhullen dichte wolken den berg; nu en dan valt een steen naar beneden. Daar stonden dan veel geesten op."

vrijdag 28 mei 2010

RUIMTE

Je zou het niet zeggen als je je schenen aan de salontafel stoot, maar materie is lucht. De ruimte tussen deeltjes is vele malen groter dan hun substantie, en alles is ook nog's een keer in trilling.
Dat weten we allemaal wel, maar in het dagelijks leven is daar weinig van te merken. Gelukkig maar.
Eens te meer een bewijs dat onze werkelijkheid niet de werkelijkheid is.
We kunnen op ons hoofd gaan staan maar door een dichte deur lopen lukt ons niet.
Misschien omdat de trilling van ons lichaam niet spoort met die van deuren of muren, of om een andere reden.
Hoe dan ook, we zitten vast aan de grenzen van onze materiële werkelijkheid.
Jammer, maar het is niet anders.

Toch is de parapsychologische, magische, UFO en spiritistische literatuur vol verhalen over mensen en dingen die zich van die grenzen niets hebben aangetrokken. Blijkbaar zijn er omstandigheden waaronder wij - of onze spullen - wél door muren kunnen gaan, niet langer gebonden aan aardse vanzelfsprekendheden.
Materialisaties en verplaatsingen, mediums die half verdwijnen, dode dingen die tot leven komen, stenen die door daken vallen, aliens die een huis binnengaan zonder van de deur gebruik te maken.
Die gebeurtenissen zijn anecdotisch. In een laboratorium krijgen we het niet voor elkaar.
Niettemin zijn die voorvallen zo talrijk en zo divers dat we ze niet zonder meer van de harde tafel kunnen vegen.

Als een geest/alien die moleculaire ruimte opvult, wat let hem dan om onze vastigheid te manipuleren?
Beton, hout, steen is in feite zo vormbaar als klei voor iemand die zelf geen vaste vorm heeft.
Shapeshiften is dan een peulenschil.
Als ik dan lees over een auto die een UFO blijkt te zijn, een Mariabeeld dat met de ogen knippert of een pop die aan de wandel gaat, dan denk ik: ach, peuleschil.
Waarom ook niet.
Gekker kan de wereld niet meer worden.

MATERIE

MET HET HART

Het lijkt tegenwoordig de vanzelfsprekendste zaak van de wereld: als men geen overwegende bezwaren van religieuze aard heeft, staat men bij zijn overlijden zijn organen af aan wie daar behoefte aan heeft.
Niet meegaan in die trend, als gever of als ontvanger, wordt een beetje asociaal gevonden.
Toch is er alle reden om goed na te denken voor men besluit zich te laten transplanteren, of organen 'na te laten' , redenen waarover door artsen en voorlichters niet wordt gerept en waar de meeste mensen helemaal niets over weten.
Nu transplantaties veelvuldig worden uitgevoerd en veel mensen dus verder leven met organen van een ander, blijkt regelmatig dat donororganen méér consequenties voor de ontvanger kunnen hebben dan een prettige verlenging van het leven.

De laatste jaren komen steeds vaker verhalen aan het licht van mensen die na transplantatie van een nier, lever of hart, het wonderlijke gevoel hebben dat hun smaak, hun voorkeur, hun talenten en zelfs hun herinneringen niet langer meer alleen die van henzelf zijn.


In sommige gevallen is die beleving zo acuut en verontrustend dat de ontvanger zich wel de vraag móet stellen waar die 'oneigen' gevoelens vandaan komen.
Omdat de ontvanger meestal niet weet van wie het gedoneerde orgaan afkomstig is, kan er in de regel geen sprake zijn van projectie of inbeelding. De man die van een hardrocker plotseling veranderde in een groot liefhebber van vioolmuziek, kon niet weten dat zijn donor een student aan het conservatorium was geweest, die op weg naar vioolles was verongelukt.
Noch lag het voor de hand dat de blanke racist die in het bedrijf waar hij werkte nooit met gekleurde mensen omging, zich na een harttransplantatie plotseling onverklaarbaar aangetrokken voelde tot zijn zwarte collega's. Speurwerk leverde de verklaring: zijn donor was een zwarte jongen geweest.
Het aantal voorbeelden groeit, en in Amerika, en misschien ook wel in Nederland zijn er zelfhulpgroepen van mensen die met identiteitsproblemen kampen nadat ze een donororgaan hebben ontvangen. Het gevoel 'nooit meer alleen' te zijn is vrij algemeen.

De wetenschap is dit bizarre bijverschijnsel van transplantatie niet ontgaan, maar de verklaring valt nog niet mee.

Voor de meeste artsen is het een kwestie van inbeelding, en iets wat de zegeningen van de kans op een nieuw leven niet in de weg mag zitten. Het gaat tenslotte om leven, en wie dood is, is dood.
Of toch niet helemaal misschien?
Het is een feit dat we van de energetische kant van ons functioneren nog lang niet alles begrijpen. Sommige meer alternatief gerichte wetenschappers (b.v.Candace Pert, Gary Schwarz) zijn er van overtuigd dat ons geheugen niet alleen is opgeslagen in ons brein, maar in het hele psychosomatische netwerk van ons lichaam.
Dus ook in onze organen.
Zolang die in leven zijn, in ons eigen of in andermans lichaam, blijft er iets van onze persoonlijkheid en ervaringen actief. Cellen communiceren met elkaar. De levende cellen van het donororgaan zien blijkbaar kans de opgeslagen informatie door te geven aan ons bewustzijn.
Er zit nog een andere kant aan, die nog minder acceptabel is, zeker voor niet-spiritisten, maar die wel eens ongelofelijk belangrijk zou kunnen zijn: wat gebeurt er met de donor? Kan die, zolang zijn hart en wezen leeft in het lichaam van een ander, wel verder, of blijft hij gebonden aan wat van hem was, zolang de ontvanger leeft?
Dat zijn moeilijke vragen, maar ze kunnen opeens heel actueel worden wanneer we zelf voor een beslissing komen te staan, wat betreft ons zelf of onze dierbaren.
Nog bizarder wordt het als we bedenken dat er plannen zijn om varkens te gebruiken als donor, zodat het tekort aan organen kan worden ingelopen. Wat zal daar het gevolg van zijn, nog los van de ethische kwestie of we daar andere levende wezens voor mogen gebruiken?

Onlangs las ik iets wat me zeer verraste. In een boek uit 1947 vond ik een verhaal over een bloeddonor. Niets bijzonders. Alleen deze gezonde man werd soms zonder waarschuwing overvallen door heftige pijn, en algehele malaise. Dat overkwam hem over de jaren 7 keer.
Van de 21 keer dat hij bloed had gegeven was dat 7 keer gegaan naar iemand die later overleed.
Navraag onthulde dat de plotselinge 'aanval' van de donor zich voordeed op het precieze moment waarop de ontvanger stierf.


Bloed, traditioneel de substantie waarin onze levenskracht zit.
Wat hield de geheimzinnige connectie tussen die twee mensen in stand?
Misschien komt het kennelijk tekort aan organen niet alleen voort uit laksheid of er niet over na willen denken, maar ook uit een instinctief begrijpen dat er méér aan een donororgaan vastzit dan het oplossen van een medisch probleem.

donderdag 27 mei 2010

PSYCHOMETERS

Mensen die naar 'Het Zesde Zintuig' kijken kunnen zich ergeren, verbazen of verheugen, al naar gelang de 'mediums' presteren. Maar hoewel ook in werkelijkheid de politie veel vaker gebruik maakt van psychisch begaafden dan officieel wordt toegegeven, zijn er nou eenmaal ook andere methoden nodig om criminaliteit te lijf te gaan.
Om in de hoofden van mensen te kijken zijn in de loop van de tijd bijzondere instrumenten ontworpen.
Voor politie en justitie is het altijd een aantrekkelijke gedachte geweest om de leugen te kunnen detecteren op een mechanische manier. Vanuit die behoefte ontstond de huidige 'polygraaf' , populairder de 'leugendetector' genoemd. Hier een paar interessante voorlopers....

In Het Toekomstig Leven van Jan 1910 vinden we dit bericht:

"Onder den titel "Wee dengenen, die liegt" vermeldt het nieuwe occultistische tijdschrift 'Prana' (nee, niet die uit Nederland) de laatste vinding op het gebied van gedachten-lezen. Volgens dat bericht is de 'electrische psychometer' vervaardigd door de bekende psychologen Dr. Peterson te New York en Dr. Jung (!) van de hoogeschool te Zürich.
Het instrument bestaat uit een galvanometer en een toestel, waardoor de verschillende gewaarwordingen, die door aandoeningen der ziel in het lichaam teweeg worden gebracht, geregistreerd worden. De mensch, met wien de experimenten worden beproefd, legt de eene hand op een zinken- en de andere op een koolplaat. Daardoor wordt een electrische stroom opgewekt, die op een vernuftige wijze zichtbaar gemaakt kan worden."

Dan volgt een lange technische verhandeling die ik de lezer zal besparen. Het instrument werkte met associaties, zoals ook veel gewone mondelingen of schriftelijke testen werken, alleen werden hier de emoties electrisch gemeten, met een ingewikkelde overbrenging van een galvanometer naar spiegels en een vlam waarvan de hoogte dan weer aangaf hoe ver de ondervraagde naast de werkelijkheid zat. Mooi, maar onpraktisch.

Al in 1885 experimenteerde de Italiaans joodse criminoloog en spiritist Cesare Lombroso (1835-1909) als eerste met een bloeddrukmeter ten behoeve van de politie. Lombroso, oorspronkelijk een keiharde tegenstander van het spiritisme, werd tegen het eind van zijn leven een voorstander en propegandist, en zijn boek "After Death - What?" is nog steeds een interessant document van zijn onderzoek met onder andere het beroemde medium Eusapia Paladino.
Een tijdgenoot schreef bij zijn dood over hem: "Lombroso, de meester van het materialisme, is als spiritist gestorven. Van de eene dwaling verviel hij in de andere. "
Maar als het om het oplossen van misdaden ging, vertrouwde Lombroso toch liever op wetenschap dan op mediums.
Uit Lombroso's eerste experimenten kwamen andere apparaten voort in de eerste decennia van de 20ste eeuw.
Maar niet alleen aan criminelen werd gedacht: het idee dat gedachten krachten zijn die eventueel, ooit, 'gelezen' zouden kunnen worden heeft uitvinders aan het werk gezet. Tenslotte, als een leugendetector tot op zekere hoogte in iemands hoofd kan kijken, hoe mooi zou het dan niet zijn als complete gedachtengangen zouden kunnen worden gevolgd.
Het is maar hoe je't bekijkt, natuurlijk.

In 'The Electrical Experimenter Magazine' van Mei 1919 vinden we deze beschrijving: De gedachtenrecorder is een instrument dat gedachten onmiddellijk vastlegt, door middel van electriciteit, op een band.
De illustratie laat zien hoe het kantoor van de toekomst eruit zal zien, als deze vinding verder wordt geperfectioneerd. Door op een knop te drukken wordt de band gestart en automatisch gestopt zodat gewenste gedachten worden geregistreerd.
Tja, dat is het 'm nou net. Gewenste gedachten.
Laat de rest maar zitten, denk ik dan. Al die ruis, en die zorgen, en die kritiek en die boosheid en die ongewenste opwellingen die we nu zo heerlijk binnenshoofds kunnen houden, stel je voor dat dat allemaal op de band zou komen. De ontslagen en de relatieproblemen zouden sky-high stijgen, en het is al zo'n puinhoop.
Maar dat het idee van de gedachtenrecorder in 1919 serieus werd genomen blijkt ook uit de reacties van wetenschappers, waaronder uitvinder en genie Nikola Tesla.
Hij schrijft: "Er is een mogelijkheid dat we er uiteindelijk in zullen slagen niet alleen gedachten te lezen maar ook ieder mentaal beeld waarheidsgetrouw te reproduceren. Dat kan worden gedaan door een analyse van de retina die impressies naar de zenuwen stuurt en daardoor ook in staat is, in mijn opinie om een indicator te zijn voor het mentale proces in de hersenen. Met voldoende fijne instrumenten zou het mogelijk moeten zijn het beeld dat de retina ontvangt vast te leggen en naar een scherm te sturen waarop gedachten geprojecteerd, en naar believen afgespeeld kunnen worden.
Wat jammer dat Tesla zijn theorie nooit verder heeft uitgewerkt. Of misschien ook niet zo jammer, want zolang we nog niet over perfecte en willekeurige telepathische vermogens beschikken kunnen we onze gedachten lekker voor onszelf houden, en dat is wel zo goed.

GEGREPEN

Onlangs was er een griezelig geval van synchroon gedrag: 685 Japanse kinderen die in 1997 tegelijkertijd een epileptische aanval kregen. Was er een UFO in de lucht die vervaarlijke straling uitzond?
Niets daarvan. De kinderen keken naar Pokemon.
Onschuldig genoeg, zou je zeggen.
Maar blijkbaar niet.
Er was namelijk sprake van een snelle afwisseling van rode en blauwe kleuren, op een manier die blijkbaar niet zo heilzaam was voor jonge hersens. Neurologen zeggen dat flitsend licht en donker dat effect kan hebben.
De makers van de monsterlijke cartoonfiguren hadden dus hun huiswerk niet gedaan.

En dat terwijl iets dergelijks ook al in 1993 in Engeland gebeurde.

Maar zo'n bericht roept wel weer zorg op. Jongeren die zich in de disco blootstellen aan stroboscopische invasies, computerspelletjes met flitsende moorddadigheden, wat doet het met onze hersens?

Met onze aura?
En met ons gevoelsleven?

GEGREPEN

In1999 was er een griezelig geval van synchroon gedrag: 685 Japanse kinderen die in 1997 tegelijkertijd een epileptische aanval kregen. Was er een UFO in de lucht die vervaarlijke straling uitzond?
Niets daarvan. De kinderen keken naar Pokemon.
Onschuldig genoeg, zou je zeggen.
Maar blijkbaar niet.
Er was namelijk sprake van een snelle afwisseling van rode en blauwe kleuren, op een manier die blijkbaar niet zo heilzaam was voor jonge hersens. Neurologen zeggen dat flitsend licht en donker dat effect kan hebben.
De makers van de monsterlijke cartoonfiguren hadden dus hun huiswerk niet gedaan. En dat terwijl iets dergelijks ook al in 1993 in Engeland gebeurde.

Maar zo'n bericht roept wel weer zorg op. Jongeren die zich in de disco blootstellen aan stroboscopische invasies, computerspelletjes met flitsende moorddadigheden, wat doet het met onze hersens? Met onze aura?
En met ons gevoelsleven?

dinsdag 25 mei 2010

DE OPLOSSING

Al eerder heb ik wat geschreven over schijndood, dat in voorgaande eeuwen een reëel probleem was waar velen zich over bogen maar niemand afdoende uitkwam. Edgar Alan Poe schreef een van zijn beroemdste verhalen rond dit thema, dat hem en al zijn tijdgenoten bezig hield.
Hieronder twee stukken uit 'Het Toekomstig Leven' van augustus 1902.
Eerst een boekbespreking:

TOD DEM SCHEINTODE ! van von Knopstück - Rowel.

"Een zonderlinge brochure (16 blz) , geschreven onder den drang der algemeene beweging in Duitschland tegen het begraven van schijndoden. Hoewel de bedoeling van den schrijver is, schijndooden het leed van levend begraven worden te besparen, is zijn middel : dood de schijndooden, geweldadig, dus strafbaar, en gegrond op de valsche bewering, dat schijndoden, niets zien, niets hooren, niets voelen. Wanneer alle middelen, om den schijndoode tot het leven terug te roepen, vruchteloos bleken, is zijn middel om den werkelijken dood voor de begrafenis te doen intreden: Eis auf dem Kopf! Licht aus! Alles, was lebt und athmet, heraus !!!"

En dan een samenvatting uit een artikel 'EEN MIDDEL OM SCHIJNDOOD TE ONDERKENNEN' over een nieuwe vinding.....
Of hij ooit is toegepast?

"De onderscheiding van schijndood van den werkelijken dood was en bleef in weerwil van de vele moeiten die men zich daarvoor heeft gegeven, steeds een onopgelost vraagstuk.
Nu schijnt evenwel een middel gevonden, dat aan alle eischen voldoet en daarom door de Parijsche Academie met een prijs is bekroond.

De uitvinder heet Dr. Icard uit Marseille. Het middel daartoe aangewend is de bekende verfstof Fluoresceïne.
De proef berust op een wetenschappelijk vastgesteld feit. Geen stof kan door het weefsel van het lichaam opgenomen en verder daarin verbreid worden, wanneer de kringloop der levenssappen heeft opgehouden. Wordt een daartoe geschikte stof onder de huid ingespoten en door het lichaam verbreid, dan is de omloop der vochten nog in werking. (....)
Ene oplossing van Fluoresceïne, zoo als Dr. Icard bezigt, bezit een ongewoon kleurende kracht. Zij is daarentegen niet in het minst schadelijk. Wordt daarvan iets onder de huid van een levend mensch ingespoten, dan vertoont reeds na 2 minuten de huid en in het bijzonder de slijmhuid een sterke kleur, en de mensch krijgt het aanzien alsof hij aan ernstige geelzucht lijdt. Het oogweefsel neemt een lichtgroene kleur aan, de pupil verdwijnt en het oog gelijkt een prachtigen smaragd. De tranen en het speeksel zijn gekleurd, een bloeddruppel veroorzaakt in een glas water een helder grasgroene kleur.
Deze verschijnselen vertonen zich zoo als vanzelf spreekt alleen bij levende menschen, terwijl zij bij lijken achterwege blijft."

Een fantastische vinding.
Maar zoals veel vindingen uit die dagen verdwenen in de stoffige annalen van de geschiedenis.

Jammer jammer.

HULPVERLENING

Kunnen we rekenen op genuanceerde en geïnformeerde hulpverleners als het gaat om onze bijzondere ervaringen?
Nee, in de meeste gevallen niet, helaas.
In de hulpverlening blijken de paradigma's al even vast te liggen als in de wetenschap: wat je meemaakt komt uit je onderbewuste of uit je jeugd of uit je fantasie, en andere opties worden niet overwogen.
Dat is betreurenswaardig, omdat die andere opties voldoende bereikbaar zijn, als hulpverleners zich beter zouden (laten) informeren.
De uitzonderingen daargelaten: in Nederland is het nog altijd niet mogelijk om in de reguliere hulpverlening je verhaal te doen over een bijna dood ervaring, een geestverschijning, helderziende waarnemingen of over het feit dat je stemmen hoort. Gelukkig dat de meeste mensen met dat soort ervaringen helemaal niet bij de hulpverlening hoeven aan te kloppen, maar soms ontstaat paranormale gevoeligheid na een ziekte of een ongeluk, en dan kan het zijn dat men er geen raad mee weet en aan zichzelf gaat twijfelen.

Onlangs was er een documentaire op de TV over mensen die stemmen horen. Niet schizofreen, nee, in principe gezonde mensen die geplaagd worden door voortdurend gebabbel en negatief commentaar vanuit hun hoofd.
Bij sommigen kan dat zulke ernstige vormen aannemen dat die stemmen het normale functioneren in de weg zitten. Gesprekken met mensen van vlees en bloed zijn dan bijna niet meer mogelijk.
Dat moet vreselijk zijn, en natuurlijk iets waar je vanaf wilt.
In de genoemde documentaire waren de hulpverleners bijzonder welwillend en begripvol. Ze legden de geplaagden uit dat die stemmen uit hun onderbewuste kwamen en dat hun negatieve zelfbeeld zorgdroeg voor de inmenging.
Wat men vervolgens doen kon was dat zelfbeeld opkrikken. Gesprekken over waar men goed in was, wat men van zichzelf waardeerde en hoe dat in verhouding stond tot de negatieve uitingen van het onderbewuste, dat alsmaar die persoon naar beneden wil halen.
Meer bewegen was ook goed. Doen waar je zin in hebt, sterker worden, meer zelfvertrouwen kweken, zodat op den duur de stemmen het zwijgen zou worden opgelegd.
Het lijkt allemaal zo logisch. Ik had het zelf kunnen bedenken, net als die mensen die de therapie in groepjes volgden. Geen kunst aan.
Ware het niet dat er misschien toch ook iets anders aan de hand zou kunnen zijn.
Iets wat men ook wel 'helderhorendheid' noemt.
Of inmenging van entiteiten die een prima ontvanger vinden in sommige mensen, en daar kwaadaardig gebruik van maken. Soms na een spelletje met een OUIJA bord. Want als je een geest bent die in deze sfeer wil blijven rondhangen, wat is er dan leuker dan een onschuldige huisvrouw het leven zuur te maken, en hulpverleners om de tuin te leiden. Net zoiets als een virus zetten op internet: niemand kan je pakken maar je hebt de voldoening dat je de dag van ontelbare onbekenden grondig zit te verpesten.
Sommigen mensen en entiteiten geeft dat een doel in hun leven.

Maar dat alles is te ver van het bed van reguliere hulpverleners. De stap is te groot. De klassieke psychologie te dwingend.

De baan te belangrijk. Je moet er niet aan denken als je tegen je cliënt zou moeten zeggen dat hij heel misschien geplaagd wordt door iets waar je als RIAGG medewerker geen oplossing voor weet, zodat je hem moet doorsturen naar een paranormale kwakzalver.

Onlangs vernam ik op de Dag van de Parapsychologie dat mensen die stemmen horen die voor hen werkelijk als stemmen klinken, onder de MRI zijn doorgehaald. Wat bleek: die stemmen activeren in de hersenen hetzelfde gebied waar alle andere dingen die wij horen worden verwerkt. Wanneer wij ons stemmen voor de geest halen, onze moeder horen praten of de buurvrouw, dan is er een ander gebied actief.

Stemmen horen is echt, zeggen de scans.
Kijk, ik bedoel maar.

maandag 24 mei 2010

GOD PARTICLE

Wat zijn de fundamentele bouwstenen van het universum?
Ooit werd ons verteld dat dat atomen waren. Maar het bleek dat die bestonden uit Protonen, Neutronen en Electronen. Protonen en Neutronen bleken op hun beurt weer te bestaan uit Quarks.

Daaronder liggen vibrerende 'strings' en membranen. We hebben het dan over 11 dimensies, iets wat voor normale mensen en wetenschappers totaal niet voor te stellen valt, en dat moeten we dus ook maar niet proberen.
Het streven van fysici is om het uiterste en allerfundamenteelste deeltje te vinden.
Daartoe heeft CERN, de organisatie in Zwitserland die al jaren de deeltjesversneller van enkele kilometers exploiteert, de 9 miljard kostende LHC ( Large Hadron Collider) in het leven geroepen, die na veel vijven en zessen, pech en narigheid nu dan toch eindelijk bezig is dat meest uitzinnige deeltje, de zg 'God-particle' of in wetenschapsterminologie de 'Higgs boson' voor ons op te sporen.

Met alle risico's van dien, want onze nieuwsgierigheid kost niet alleen veel geld maar kan ons in het uiterste geval ook het leven kosten.
En dat van een zonnestelseltje of wat.
Want wat nog nooit gevonden is kan men in een formule vatten, maar de praktijk van die formule blijkt een 'calculated risk' te zijn, hoe miniem ook.
Zo miniem dat we ons geen zorgen hoeven te maken, zeggen deskundigen die er belang bij hebben.
Maar ik hou niet zo van zulke risico's, ook niet als ze klein zijn.
Misschien vooral omdat ik niet houd van mensen die voor god spelen.
Straks zitten we met een zwart gaatje.

Een 'singularity' heet dat.
Een ongelukje.
Kan zomaar gebeuren. En dan?
Een troost: van global warming en smeltende ijskappen zijn we dan meteen, voorgoed, verlost.