woensdag 19 mei 2010

TAARTJES

Ook aan de meest gewone dingen kleven kantjes die bij nadere beschouwing het vermelden waard zijn.
Ik ben altijd op zoek naar de minder gewone informatie uit overleveringen en folklore, of uit wetenschap en religie. Nu ligt voor mij het boek 'The Magic of Food' van Scott Cunningham.
Pies, heet het hoofdstuk. Maar daaronder vallen zowel pastries, pasteitjes, als pies, taartjes, respectievelijk voor de hartigen en zoeten onder ons.
Oliver Cromwell (1599-1658), die bullebijter die de scepter in Engeland zwaaide na de English Civil War en de moord op Charles I, en 6 jaar lang de English Commonwealth, ofwel de republiek bestuurde, was een humorloze Puritein. En Puriteinen zien de duvel zelfs in taartjes. Cromwell verbood ze in alle gebiedsdelen die hij onder z'n beheer had.
Waarom precies? Omdat ze het leven zoeter maakten, en voor een fanaat die met de bijbel zwaait openen zich de poorten van de hel wanneer men plezier heeft in het leven, al is het maar voor de duur van een taartje.
Hoe hij dat verbod handhaafde vraag ik me af, maar misschien deed hij dat door middel van pie spies.
Gelukkig heeft na de dood van Cromwell Charles II zowel het koninkrijk als het gebak in ere hersteld. Die man kon niet meer stuk. Hoewel Cromwell een natuurlijke dood was gestorven, is hij enige jaren later opgegraven en alsnog onthoofd. Men mocht hem niet, hoewel dat niet alleen door dat gebak zal zijn gekomen.

Engelse pies zijn vierkant of langwerpig, Amerikaanse rond. De onze zijn ook rond. Dat heeft met zuinigheid te maken, volgens mijn boek. In een vierkante taart gaan teveel vruchten, daarom haalde men er in Amerika en in het zuinige Nederland de hoeken vanaf. Dat scheelt.
Magisch gesproken zijn ronde taarten spiritueler, en vierkante meer aards. Hou die informatie in gedachten als je een taart bakt.
Beiden zijn even lekker.
Maar fruit heeft z'n eigen betekenis. Appel staat voor liefde, healing en vrede., en banaan voor geld. Dus als je graag snel rijk wilt worden, vul dan je vierkante taart met banaan, en stem, als je toch al geld hebt, VVD.

DANCING DOLLS

Veel mensen ervaren dat een OUIJA bord dingen doet die niet binnen de fysieke mogelijkheden van een stuk hout of plastic liggen. Anderen hebben tafels zien hupsen, ook al iets wat ik niet hoop mee te maken als ik achter m'n keyboard zit. Dus waarom zouden andere levenloze dingen ook niet in beweging komen?
Poppen bijvoorbeeld?
In FATE van 1996 staat een artikel van parapsycholoog Loyd Auerbach, waarin hij vertelt over een ervaring die hem ter ore kwam.
Een zekere Les Hall uit Montana claimde dat hij in staat was om papieren poppen te laten dansen, uit zichzelf en op eigen houtje.
Daarbij had hij muziek nodig, want dansen zonder muziek is zelfs voor poppen een lastige kwestie.
De demonstratie vond plaats in een huiskamer van de broers die contact hadden opgenomen met Auerbach.
Les had een doos bij zich waaruit een cartonnen pop tevoorschijn kwam, die aan beide zijden geverfd was, en er verder uitzag zoals eenvoudige trekpoppen eruitzien: met splitpennen waar bij mensen gewrichten zitten.
De pop was een cm of 30 groot. Les zette hem midden op de tafel en hield hem vast terwijl de muziek werd aangezet. Even later begon de pop te dansen. Les verwijderde zich een paar meter van de tafel. De fragile kartonconstructie bleef dansen, maar viel in elkaar toen de muziek afgelopen was.
Les bezat meerdere poppen die hij zelf in elkaar zette. Sommige poppen waren meer dan een meter groot.
Hoe groter de pop, hoe verder Les ervanaf kon geen zitten.
Dat alles speelde jaren geleden, maar Auerbach kreeg van meerdere mensen verhalen over deze Les Hall, met eendere herinneringen. Een van hen wist nog dat een pop bleef dansen ook toen Les de kamer had verlaten.

Het enige wat er nodig was, was een harde ondergrond. Op een tapijt of tafelkleed wilde het niet lukken.
Muziek was ook absoluut een voorwaarde.

Auerbach evalueert de mogelijkheden voor een verklaring. Niemand dan de getuigen is erbij geweest, en Less Hall is allang dood. Was het trucage? Had Les ergens iemand die de draadjes onzichtbaar bediende? Niet waarschijnlijk; hij was alleen, en kon zo'n mechaniek niet tevoren ongezien aanbrengen.

Mechanische poppen? De getuigen hadden daar nooit iets van gezien of gehoord.
Psychokinese? Mogelijk, maar onbewijsbaar.
Het verhaal doet mij denken aan dat stukje uit Het Toekomstig Leven van rond 1900 wat ik in februari op m'n blog zette: de dansende zakdoek. De omstandigheden waren ongeveer gelijk.
Uit de literatuur van de parapsychologie weten we dat voorwerpen 'bezield' kunnen raken en zich merkwaardig kunnen gaan gedragen. Waarom dan geen zakdoek? Of, zoals in dit geval, een pop?
Hou je eigendommen in de gaten, ze kunnen verrassend uit hun rol vallen.

dinsdag 18 mei 2010

GEURENDE GEESTEN

Vorig jaar was ik bij een demonstratie van een Braziliaans schildermedium. Op een gegeven moment liet hij het publiek weten dat er dokters in de zaal waren. Geesten, wel te verstaan. Konden we dat ruiken?
Ja. De meesten van ons roken chloroform, hoewel dokters in deze tijd die lucht zelden meer bij zich dragen.
Enkelen roken het niet. Ik dacht dat ik wat rook, maar suggestie is ook wat.
Hoe dan ook, geuren die paranormale verschijnselen begeleiden zijn een bekend fenomeen. Menig contact met een overledene heeft plaats via de vertrouwde geur van een bepaald merk tabak, een parfum, of een bloem waar de overledene een voorkeur voor had. De geur is de communicatie, want in de meeste gevallen moet de achterblijver het daarmee doen. Maar die specifieke geur is genoeg om de levenden te overtuigen van de aanwezigheid en het voortleven van hun dierbare.

In een parapsychologisch tijdschrift lees ik meer over dit soort geuren. Mediums hebben regelmatig gewag gemaakt van de geuren waarmee de geesten zich bekend maakten. Het medium Rev.Stainton Moses (1839-1892) onderscheidde een geur die hij 'spirit geur' noemde, en die volgens de aanwezigen uit zijn hoofd leek te komen.
Spookhuizen hebben vaak een herkenbare geur die gekoppeld is aan bepaalde verschijningen of bepaalde vertrekken. Plaatselijk zijn die dan ook bekend als 'de geurende dame' of 'de kamer van de lavendel'.
De geuren komen en gaan, ze blijven niet hangen zoals bijvoorbeeld de lucht van cigaretten in een huis waar nooit gerookt wordt. Dieren nemen ze beter waar dan mensen en uit hun gedrag blijkt dat ze de herkomst schijnen te herkennen.
Geuren zijn niet altijd prettig om te ruiken, soms kan het ook behoorlijk stinken in de aanwezigheid van geesten.
In sommige gevallen kunnen die onaangename lucht een aanwijzing zijn voor hoe een persoon is overleden, voor't geval iemand daarin is geïnteresseerd. In zo'n geval lijkt de geur bedoeld als een dringende boodschap, of een noodkreet.
Hoe die geuren tot stand komen weten we natuurlijk niet, maar omdat de meesten van ons niet helderziend genoeg zijn om onze dierbaren na de dood te zien, is het misschien verstandig om onze neus wijd open te houden.

DE MAN DIE BRIEVEN KREEG VAN BEELDEN

Bron: John Michell 'Eccentric Lives and Peculiar Notions'

De eerste spiritualistische cirkel in Parijs, samengebracht in 1850, kwam bij elkaar in het huis van Baron Ludwig von Güldenstubbe (1820-1873). De baron was een liefhebber van oude en occulte mysteries en had zelf ook wel eens onderzoek gedaan naar Poltergeistverschijnselen.
De communicatie via mediums was de baron wat te omslachtig, en hij verlangde naar een meer directe manier om met geesten in contact te komen.
Daarbij ging hem door het hoofd dat er in de bijbel sprake is van twee directe communicaties: de inscripties op de Stenen Tafelen (Ex. 20, 2-17), en het Mene Mene Tekel OePharsin, geschreven op de muur van Koning Belshazzar's eetkamer. (Daniel 5, 1-31)
Een ander geval dat hem niet losliet was het standbeeld van Memnon in Egypte, waarvan in de oudheid gezegd werd dat het bij zonsopgang een mysterieuze kreet slaakte.
Geïnspireerd door deze historische voorbeelden sloeg de baron aan het experimenteren.
In 1856 sloot hij een bloknoot en een pen op in een doos, en wachtte op resultaat.
Na een tijd van teleurstellend wachten opende hij de doos, en ja, er was op het papier gekrabbeld.

Diezelfde dag vond hij nog meer, en wel in zijn eigen taal, Estlands. Het was zelfs niet nodig om de doos te sluiten; de woorden vormden zich spontaan op het papier, zonder hulp van de pen.
De Baron was enthousiast, ook al waren de woorden betekenisloos. Het ging om het feit en niet om de boodschap, en optimistisch voorspelde von Güldenstubbe dat "het uur was aangebroken waarop het materialisme en het sceptische rationalisme van onze zogenaamde moderne geleerden uitgeroeid zal worden."
Nou ja, dat uur laat nog steeds op zich wachten.
Wat de Baron betreurde was dat hij niet kon achterhalen wie er op zijn bloknootje schreef.
Maar toen had hij een creatief idee: misschien kon hij met figuren uit het verleden communiceren door bloknootjes achter te laten bij hun standbeelden.
Met enkele geïnteresseerde vrienden liep hij het Louvre af, en bezocht begraafplaatsen en kerken, bij alle stenen beroemdheden uit de geschiedenis papier deponerend, en niet te vergeten zijn visitekaartje.

Het resultaat was verbluffend. Toen hij na enige tijd bij de standbeelden verhaal ging halen, bleken de meesten deze kans om weer eens van zich te doen spreken te hebben aangegrepen.
Ze schreven in hun eigen taal, en bijna altijd alleen hun naam, en geen verder nieuws.
Gedurende deze periode communiceerde Güldenstubbe met de meeste welbekende standbeelden van Parijs, zowel als die in Versailles en Fontainebleau. Zo verkreeg hij meer dan 500 boodschappen in 20 talen. Veel daarvan publiceerde hij later in een boek waarin hij ook het Spiritualisme met kracht verdedigde.
Het publiek was met stomheid geslagen. De Baron en zijn adelijke vrienden te beschuldigen van fraude was ondenkbaar, maar sommigen opperden dat de hoge heren waren beetgenomen door een frauduleuze grappenmaker. Het idee dat standbeelden konden worden ondervraagd om de details over hun leven en tijd te weten te komen, was een idee waar men nauwelijks op door durfde te denken.
Op de een of andere manier is het daarbij gebleven, en noch Güldenstubbe, noch anderen hebben de experimenten vervolgd.

Hier ligt dus een terrein braak voor wie het wil proberen.
Later verhuisde de Baron naar Londen, waar hij weer deelnam aan reguliere séances. Blijkbaar gaf dat toch meer bevrediging dan de communicatie met beelden van stand.

DIERENMANIEREN

Priester-exorcist Donald Omand, een buitengewoon interessante man die zijn eigenaardige carrière beschrijft in het boek 'Experiences of a Present Day Exorcist' en over wie een boek is geschreven door Marc Alexander: The Man that Exorcised the Bermuda Triangle' heeft veel te melden.
Niet alleen over het exorceren van mensen, maar meer nog over plaatsen met een slechte reputatie, en over dieren.
Ook voor wie, zoals ik, de mogelijkheid van bezetenheid of 'overschaduwing' niet uitsluit, gaat het wat ver om te geloven dat ook dieren in bezit genomen kunnen worden. Terwijl er wel heel veel gevallen zijn van dieren die zich op een bepaald moment menselijk en bewust gedragen, met name vogels, om daarna hun gewone vogelmanieren te hervatten. In die gevallen is de mogelijke bezetenheid dus positief, en daarom makkelijker te aanvaarden.
Maar volgens Omand kan een dier ook opeens in een monster veranderen door inmenging van een rotzak uit de geestenwereld. En dat daar rotzakken zijn mogen we rustig aannemen, want ook rotzakken gaan een keer dood.

Zo beschrijft Omand bijvoorbeeld zijn praktijken ten behoeve van een circus, zo eentje met een grote ronde tent, in circusjargon 'Big Top' genoemd. In vroeger tijden waren zulke reizende attracties natuurlijk in het bezit van wilde dieren. De leeuwentemmer wist er wel raad mee, en wat er in de zo gemanipuleerde beesten omging is anybody's guess, maar veel goeds zal het niet geweest zijn. Toch kwamen ongelukken niet vaak voor, en een goeie leeuwentemmer kon z'n hoofd in de bek van een leeuw steken zonder dat vitale onderdeel van zijn anatomie kwijt te raken.
Tot die keer in Omands tijd, toen het mis ging, en de dompteur voor het laatst gedompteurd had.
Omand werd erbijgeroepen, want de leeuw was door het dolle en men vreesde voor meer slachtoffers.
Gelukkig had de priester meteen in de gaten dat het hier om een geval van bezetenheid ging, en met een indrukwekkende rite en het aanroepen van alle heiligen werd de leeuw weer het lammetje dat hij tot voor kort geweest was.
Wel bezeten, niet bezeten is de vraag natuurlijk. Misschien had de leeuw gewoon zijn dag niet. Het wordt ons allemaal wel eens teveel, toch? Alleen steekt niemand zijn hoofd in onze mond, dus happen hoort niet tot de mogelijkheden.

Maar nu stuit ik op het verhaal van een olifant. En daarmee kwamen Omand en de leeuw weer even bovendrijven.
Het verhaal speelt rond 1944, toen dieren in dierentuinen in Duitsland net als de mensen leden onder voedseltekorten.
Bertha Walt, de verzorgster van een olifant in de Berlin Zoo zag dat het niet goed ging met haar protegé. Dus besloot ze de nacht in zijn stal door te brengen om het dier gezelschap te houden en hem gerust te stellen.
Mooi plan, dat niet voldoende gewaardeerd werd. Want toen een andere oppasser 's morgens de stal binnenkwam was er van Bertha niet veel meer over. Die olifant moet flink honger gehad hebben.
Of was er iets anders aan de hand?
Duitsland zat in die tijd niet zonder rotzakken. Levende én dode.

maandag 17 mei 2010

PANNENKOEK

O Heer. De wereld is weird and wonderful.
Mijn diepe sympathie gaat uit naar gekken.
Niet de soort die anderen van het leven beroven, maar naar de hardnekkigen die geloven in feiten die al eeuwen achterhaald zijn, en met hun eigen logica deze wereld tot een Disneyland van de onmogelijke mogelijkheden maken.
Op 23 februari heb ik geschreven over die onvergetelijke Fries Klaas Dijkstra.
In het Nederland van de 50er jaren was Klaas een uitzondering, omdat helaas iedereen hier al overtuigd was van het feit dat "de aarde een oliebol is en geen pannenkoek" (niet van mij maar van Godfried Bomans).
Maar in andere landen is dat proces langzamer verlopen. Vooral Amerikanen hebben soms moeite met de werkelijkheid, die ze als het zo uitkomt gemakkelijk aanzien voor een complot.

We weten dat men vroeger de aarde aanzag voor een platform waar je vanaf kon zeilen of over de rand kon vallen.
Dat was geen ervaring, maar wel ervaring was dat je van de ene naar de andere plaats kunt komen zonder noodzakelijkerwijs lood in je schoenen te bevestigen. Want van een bolvormige aarde zouden we afvallen, toch? Onze 'tegenvoeters' zouden al helemaal geen schijn van kans maken, en toch schijnen ze in Australië zichzelf ook al niet te moeten verankeren om niet omlaag te storten.
Dus de conclusie was evident: plat. Als genoemde pannenkoek.

Vanaf 1800, toen de wetenschap anders had besloten, kwam de logica van de platte aarde opnieuw aan de bel trekken, en vond voorname voorstanders in welbespraakte notabelen en excentrieken van die dagen.
Maar toen was er nog niemand naar de Maan geweest, en ook had er nog niemand gevlogen.
Dat de Flat Earth Society in Zion, Illinois en haar internationale offspring in de tweede helft van de 20ste eeuw nog steeds bestond en aanhangers had, mag een wonder heten. Want toen kon men beter weten.

In 1955 werd de International Flat Earth Society opgericht door Charles K. Johnson en zijn vrouw Margery.
Johnson was een doorzetter. Je zult het niet geloven maar het lidmaatschap van de Society groeide in de 70er jaren naar 3000 leden.
In 1995 ging Johnson's huis en alles wat erin was in vlammen op, en hoewel hij moeite deed zijn ledenbestand te herbouwen, is het met de Flat Earth Society nooit meer echt iets geworden.
In 2001 stierf Johnson. Zijn vrouw was al in 1996 overleden.

Was dat het einde?
Welneen!

In 2004 vond er een wonderbaarlijke opstanding van de Society plaats in de persoon van Daniel Shenton, een Amerikaan die in Engeland woont. Jong nog, een eindje in de dertig.
Er is een site http://theflatearthsociety.org/cms/ die informatie geeft over het onsterfelijke gedachtengoed van de platte aarde, en de oorspronkelijke tijdschriften van Johnson staan online, voor wie zich in de bewijzen wil verdiepen.
Ook is er een forum dat te denken geeft.
Men kan online ook lid worden van de Society, en ik moet zeggen dat ik dat ernstig heb overwogen.
Want nu ik dat alles zo heb gelezen, zie ik plotseling het licht: we zijn al die tijd gewoon voor de gek gehouden.
Met Photoshop is het geen kust om een platte aarde in een ronde te veranderen, dat weten we allemaal.
Een kind kan de was doen.
De Aarde is plat als een pannenkoek.
Ik ben er eindelijk uit.

OMM SETY

Sommigen kennen allicht, al is het maar bij naam, de boeken van Omm Sety, want ze zijn behoorlijk bekend.
Dorothy Eady (1904-1981), later alleen nog bekend bij haar Egyptische naam, is een van die merkwaardige gevallen van iemand die zich een vorig leven tot in de details herinnert en dat op kan schrijven.
Een andere vrouw die roem verwierf met haar Egyptische avonturen was Joan Grant (1907-1989), die vooral bekend werd door haar boek 'Gevleugelde Pharao' dat sommigen allicht ook gelezen hebben.
Waarom Egypte?
En waarom na een ongeluk?
Dorothy, kind van Ierse ouders, was 3 jaar toen ze van een lange trap afviel. De dokter verklaarde haar dood, maar een uur later zat ze rechtop in bed: genezen.
Vanaf dat moment had Dorothy dromen van een Egyptische tempel. Natuurlijk was ze nooit in Egypte geweest. Ze geloofde dat ze in haar dromen ook werkelijk in die tempel was.
Toen ze een jaar later de Egyptische afdeling van het British Museum voor het eerst bezocht was dat een openbaring. Ze herkende de beelden en kuste ze, terwijl ze riep dat ze 'naar huis' wilde.
Naarmate ze ouder werd verdiepte ze zich in de Egyptische geschiedenis, en ze ontdekte dat de tempel die haar zo vertrouwd was ook werkelijk bestond: Abydos, in Opper Egypte. Dorothy had het geluk in de buurt van het British Museum te wonen, waar ze al haar vrije tijd doorbracht en bevriend raakte met Sir Ernest Wallis Budge, conservator in het museum en legendarisch kenner van het oude Egypte. Hij leerde Dorothy hieroglyphen lezen en bracht haar de Egyptische geschiedenis bij.
In 1933 trouwde ze met een Egyptenaar, maar dat huwelijk werd snel onbonden. Haar enige zoon noemde ze Sety.
Ze kreeg werk bij de opgravingen in Giza. In haar astrale reizen bezocht ze Abydos - zoals het er in 'haar' tijd had uitgezien: tijdens de 19de Egyptische Dynastie, ten tijde van Pharao Sety I, ca 1320-1200 B.C.
Jaren later ging ze zichzelf Omm Sety - moeder van Sety - noemen.
Haar eerste werkelijke bezoek aan Abydos was in 1953, en vanaf dat moment wist ze nergens anders te kunnen leven.
In haar dromen werd haar geopenbaard dat ze Betreshyt was, een jong meisje dat als prieteres van Isis was opgeleid in de tempel van Abydos. Daar was ze opgemerkt door Pharao Sety I , en ze kregen een verboden relatie.
Ze stierf op jonge leeftijd, en had daardoor de zoon van Sety, Ramses II, alleen als lawaaiige puber gekend.
De liefdesband met soul-mate Sety I bleef bestaan over een kloof van 3000 jaar, en in Dorothy's huidige leven zocht Sety haar vaak 's nachts op.
Omm Sety verbaasde plaatselijk archeologen met haar uitgebreide kennis van de stad en het tempelcomplex, en plekken die nog niet ontdekt waren werden aan de hand van haar aanwijzingen gevonden.

Lang niet alles is nog ontdekt. Omm Sety's dagboeken onthullen nog veel meer details die allemaal nog aan de hand van opgravingen geverifiëerd moeten worden. Dat kan nog wel een tijd duren.
Maar niet alle gegevens komen uit de herinneringen van Omm Sety zelf.
Een astraal gesprek tussen de prieteres Bentreshyt en Pharao Sety I onthulde dat het Osirion, een gebouw in het tempelcomplex van Abydos, dateert uit een eerder tijdperk dan Egyptologen aannamen, en niet door Sety I gebouwd werd.
Ook deelde Sety mee dat de grote Sfinx van Giza veel ouder is dan de klassieke datering van 2500 B.C. Zijn gelijkenis is niet die van koning Khafra, maar van de Egyptische God Horus.
Die opmerkingen zijn geen verrassing, want in de laatste decennia zijn al veel onderzoekers (John Anthony West, Robert Bauval, Graham Hancock) overtuigd geraakt van de hoge ouderdom van de Sfinx en de piramiden en van het flinterdunne 'bewijs' dat Pharao Khafra er iets mee te maken heeft.
Hoe dan ook, Omm Sety's leven heeft op twee niveaus een enorme impact gehad op de Egyptologie: door haar grote kennis van de geschiedenis die ze in dit leven had verworven, en haar diepe kennis over de eeuwen heen die voor velen een verrijking en een handleiding was geweest.
Boeken van en over haar worden nog steeds herdrukt, en in films en documentaires is er aandacht aan haar vreemde leven besteed.

zondag 16 mei 2010

EEN STERK MEIDJE

Weer zoiets. Kom ik een artikel tegen uit 1994 over Hillary Flora, een meidje van toen 8 jaar oud.
Op de foto een leuk koppie. Maar beschikkend over een gave die de wetten van de zwaartekracht weer eens aan het wankelen brengen.
Want, zo lees ik: als Hillary niet wilde worden opgetild, dan kon zelfs de sterkste bodybuilder het vergeten. Hillary was, letterlijk, niet uit haar evenwicht te brengen.
Wat was er met het meisje aan de hand?


Haar talenten werden in 1990 ontdekt tijdens een parapsychologische bijeenkomst in Arizona.

Enkele helderzienden ontdekten dat er iets bijzonders aan de hand was met de 5 jarige kleuter.
Testen wezen uit dat ze gebruik kon maken, onbewust natuurlijk, van de energie van anderen, en dat dat haar in staat stelde om dingen te doen waar anderen alleen maar met verbazing naar konden kijken.
Haar roem verspreidde zich snel, en binnen de kortste keren gaf ze demonstraties in Japan en in Europese landen. Niet alleen met haar 'zwaarte' , maar ook met genezingen had ze succes. In de jaren na haar ontdekking namen haar talenten toe en ontwikkelde ze steeds nieuwe gaven.
Hillary, een pienter en aantrekkelijk kind, werd er niet anders van. Ze komt uit een normaal gezin, maar heeft een oudere broer die op z'n tiende al als geheugenwonder optrad. Het is dus maar wat je gewoon noemt.
Gelukkig maar dat ze evenwichtig omging met haar speciale gaven, want als ze wilde kon ze met een uitgestrekte vinger iemand beletten uit z'n stoel op te staan.

Goed. dat speelde allemaal z'n 20 jaar geleden. Hillary is nu 25.

Natuurlijk wil je dan weten of er iets van haar geworden is, en zo ja, wat.
Al te vaak komt het voor dat wonderkinderen in de vergetelheid verdwijnen en er ook op internet niets meer over te vinden is.
Maar in het geval van Hillary is dat gelukkig niet zo. Ik heb haar gevonden, en u kunt dat ook:
http://www.athenamontessoriacademy.com/pages/hillary-flora
Het blijkt dat Hillary is verbonden aan een yoga-school met speciale aandacht voor gezinnen en kinderen.

Ze ziet er gelukkig uit.
Over haar gaven als kind wordt niet gerept.
Wat jammer is, want dat had ik nou net wel willen weten.

FAMILIEGESCHIEDENIS

In Lourdes heb ik, op zoek naar beeldjes voor mensen die er graag een wilden hebben, heel wat Maria's door m'n handen laten gaan. Hoewel ze allemaal de typische witte jurk en blauwe gordel hebben waaraan men de Lourdesmaria herkent, zijn de gezichten allemaal anders. Maar blauwe ogen, lichtbruine haren en een rozenkrans, daar valt niet aan te ontkomen.
Geen wonder dat veel katholieken denken dat Jezus en Maria tot hun geloof behoorden.

Voor mensen die nooit in levenden lijve door iemand gezien zijn, zijn Jezus en zijn moeder merkwaardig vaak geidentificeerd. Alles en iedereen die verschijnt, of lijkt te verschijnen op een ongewone plaats, een baard heeft en een enigszins wit voorkomen, kan voor Jezus doorgaan. Hetzelfde geldt voor Maria, behalve de baard natuurlijk.
Wat willen we toch graag weten hoe die mensen eruit hebben gezien.
De beelden kennen we allemaal, en de iconografie van heiligen bepaalt het beeld van onze fantasie.
Maar zouden we al die beelden naast elkaar leggen, dan lijken die jezussen, Maria's en heiligen absoluut niet op elkaar. Wel hebben ze één ding gemeen: Maria, Jozef en Jezus zien er niet joods uit. Terwijl dat nou toch het enige is wat zeker het geval is geweest. Wat is er mis met een semitisch uiterlijk? Langs welke vreemde wegen is de heilige familie ontdaan van zijn etnische kenmerken?
Antisemitisme is niet alleen zichtbaar in wat er is, maar zeker zozeer in wat er niet is.

Jezus en Maria stonden in een rijke traditie die met het Christendom niets van doen had, aangezien dat toen nog niet bestond. Paulus, de eerste theoloog, heeft het Christendom uitgevonden en verspreid en daarbij handig gebruik gemaakt van de heidense sentimenten. Zonder Paulus was het Christendom als een kleine joodse secte een roemloze dood gestorven. Ook Paulus was een Jood, net als Petrus en Johannes en de rest.

En ook zij zijn ontdaan van wat hun rechtens toekomt: hun eigen etnische afkomst.
Dat wat we zeggen lief te hebben wordt gemangeld en gevormd naar onze eigen wensen.
En daarmee is ons historisch besef afgegleden tot het niveau van mollige cherubijntjes en schattige blonde krulletjes.

Reddeloos.
Jezus, en de traditie waar hij uit voortkwam en waar hij zijn leringen aan te danken had, zijn ons, innerlijk en uiterlijk, ontgaan.

vrijdag 14 mei 2010

DE ONOPGELOSTE VRAAG

Wie zich verdiept in de literatuur die alle velden van paranormale activiteit bestrijkt raakt verward, of gaat patronen zien. Dat laatste is bijna onvermijdelijk. Of het nu gaat om mariaverschijningen, UFO's, Forteaanse gebeurtenissen, engelen en geesten, cryptozoölogische onbestaanbaarheden of een van al die andere gevallen van 'high strangeness' , de conclusie moet altijd zijn dat er nooit een vinger achter te krijgen is.
Ik kan me dan ook voorstellen dat velen zich walgend afwenden van wat ze beschouwen als een krankzinnig geworden mensheid die gelooft in dingen die per definitie onbestaanbaar zijn.
Punt is: ze blijven gezien worden, die dingen. Maria blijft verschijnen, beelden blijven huilen, Ufo's gaan in en uit onze realiteit, vissen en kikkers blijven uit de hemel vallen, engelen blijven mensen redden, en het stikt van de geesten, zwarte schaduwen, gekapte wezens en andere griezels die door redelijke mensen worden waargenomen. Sceptisch zijn is 'the easy way out' , maar dat maakt de ervaringen niet minder, of minder werkelijk.
De vraag is: Wat moeten we daar allemaal mee?
Ook parapsychologen gaan die vragen meestal uit de weg. Ze beschrijven vaardig en lezenswaardig wat er in en buiten laboratoria gebeurt en wat de conclusies zijn die we daaruit moeten trekken: telepathie, helderzienheid, telekinese en bijzondere menselijke ervaringen bestáán. Daarover bestaat geen enkele twijfel meer voor wie bereid is van de bewijzen kennis te nemen.

Maar waar het vandaan komt, hoe het gebeurt, wat de aanleidingen zijn, waarom de een wel en de ander niet, daar is vooralsnog geen antwoord op.
Vragen genoeg, antwoorden ...daar wordt naar gezocht, met behulp van met name de quantum fysica die ons leert dat deeltjes die eens verbonden waren die verbondenheid behouden, ook al zijn ze lichtjaren uit elkaar. Entanglement, heet dat. Telepathie zou op die manier misschien verklaard kunnen worden.
De rest is voorlopig nog gissen, en theorieën worden volop bedacht, daar ontbreekt het niet aan.
Het is betreurenswaardig - hoewel begrijpelijk - dat de parapsychologie zich niet inlaat met de metafysische aspecten van wat niet in direct verband staat met ons bewustzijn. Officieel hebben UFO's niets te maken met parapsychologie, een wetenschap die zich uitdrukkelijk beperkt tot onderzoek van menselijke mogelijkheden.
Het eind zou zoek zijn, en er moet toch al opgeklommen worden tegen muren van weerstand vanuit de gevestigde orde.
Toch is die beperking jammer. Want hoewel veel vreemde gebeurtenissen weliswaar onverklaarbaar maar toch helemaal van stoffelijke aard zijn, is het merendeel niet zo eenduidig. Ik bedoel dit:
Iemand die aan visioenen lijdt kan men medisch en psychologisch onderzoeken. Men kan zoiemands hoofd in plakjes snijden met een MRI scan. Dan blijkt misschien dat diegene lijdt aan epilepsie, of aan een andere afwijking die verantwoordelijk is voor de visioenen. In dat geval wordt het ossier gesloten en de patient voorzien van medicatie of wat hem kan genezen. Wat meestal niet wordt overwogen is de andere kant: de afwijking is niet schuld aan de visioenen, maar de afwijking fasciliteert ze; door het afwijkend functioneren van de hersenen is een gevoeligheid is ontstaan voor wat normaal buiten ons bereik ligt.
Het kan ook zijn dat alles normaal is, maar diegene toch hardnekkig dingen blijft zien. Waarschijnlijk is er dan sprake van aangeboren paranormale begaafdheid. In beide gevallen - ziekteverschijnsel of paranormale gave - is het haast onmogelijk vast te stellen of dat visioen een onafhankelijke, zij het onstoffelijke werkelijkheid betreft, of dat het voortkomt uit de fantasie. Het visioen wordt immers maar door één mens gezien en is daarmee oncontroleerbaar.
Maar wat nu als die visioenen door 3, 5 of 10 mensen worden gedeeld? Wat als die visioenen door grote groepen worden waargenomen? Wat als die visioenen zich bij verschillende mensen op verschillende momenten maar altijd op dezelfde plek afspelen, of altijd op dezelfde manier, maar wereldwijd van elkaar?
Wat nu als bepaalde verschijnselen die met geen mogelijkheid bij elkaar lijken te horen, zoals bijvoorbeeld Bijna Dood Ervaringen en ontvoeringen door 'buitenaardsen' , toch bepaalde kenmerken gemeen hebben? Wat nu als ongerelateerde verschijnselen als UFOs en onbestaanbare wezens verbanden met elkaar schijnen te hebben?
Of UFO's en natuurgeesten? Of als poltergeistverschijnselen soms toch een relatie blijken te hebben met geesten, terwijl het een uitgemaakte zaak leek dat de krachten in de psyche van een puber ontspruiten? Wat nu als een helderziend jongetje als kind Jezus ziet, die later een alien blijkt te wezen? Of stoffelijk lijkende wezens opeens verschijnen of in het niets oplossen? Stenen uit de hemel vallen, warm bij aanraking, maar door niemand gegooid?
Wat als de fysieke werkelijkheid helemaal niet zo fysiek en betrouwbaar is als hij lijkt, maar onze werkelijkheid in werkelijkheid bestaat uit meerdere dimensies die vlak aan elkaar raken? Zodat paranormale verschijnselen in principe iedereen kunnen overkomen en ook de onveranderlijkheid van ons materiële bestaan ter discussie stellen?
Wes Nisker schrijft in zijn mooie boekje 'The Essential Crazy Wisdom':

"We weten het niet. We weten niet wie we zijn, waar we zijn, waar dit leven en dit universum over gaan. We zijn misschien in staat om de wereld te beschrijven zoals we hem zien, dingen namen te geven en voorzichtig te begrijpen hoe bepaalde processen werken, maar we hebben geen idee waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Of waarom ze zijn".

Charles Fort schreef in een van zijn boeken "I think we're property" . Daar kon hij wel eens gelijk in hebben.
De vraag wie wij zijn, hoe onze wereld er werkelijk uitziet en naar wiens pijpen wij dansen is waarschijnlijk voor anderen, ergens, geen vraag meer. Maar wij modderen er nog wel even meer door.