Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen

maandag 17 mei 2010

OMM SETY

Sommigen kennen allicht, al is het maar bij naam, de boeken van Omm Sety, want ze zijn behoorlijk bekend.
Dorothy Eady (1904-1981), later alleen nog bekend bij haar Egyptische naam, is een van die merkwaardige gevallen van iemand die zich een vorig leven tot in de details herinnert en dat op kan schrijven.
Een andere vrouw die roem verwierf met haar Egyptische avonturen was Joan Grant (1907-1989), die vooral bekend werd door haar boek 'Gevleugelde Pharao' dat sommigen allicht ook gelezen hebben.
Waarom Egypte?
En waarom na een ongeluk?
Dorothy, kind van Ierse ouders, was 3 jaar toen ze van een lange trap afviel. De dokter verklaarde haar dood, maar een uur later zat ze rechtop in bed: genezen.
Vanaf dat moment had Dorothy dromen van een Egyptische tempel. Natuurlijk was ze nooit in Egypte geweest. Ze geloofde dat ze in haar dromen ook werkelijk in die tempel was.
Toen ze een jaar later de Egyptische afdeling van het British Museum voor het eerst bezocht was dat een openbaring. Ze herkende de beelden en kuste ze, terwijl ze riep dat ze 'naar huis' wilde.
Naarmate ze ouder werd verdiepte ze zich in de Egyptische geschiedenis, en ze ontdekte dat de tempel die haar zo vertrouwd was ook werkelijk bestond: Abydos, in Opper Egypte. Dorothy had het geluk in de buurt van het British Museum te wonen, waar ze al haar vrije tijd doorbracht en bevriend raakte met Sir Ernest Wallis Budge, conservator in het museum en legendarisch kenner van het oude Egypte. Hij leerde Dorothy hieroglyphen lezen en bracht haar de Egyptische geschiedenis bij.
In 1933 trouwde ze met een Egyptenaar, maar dat huwelijk werd snel onbonden. Haar enige zoon noemde ze Sety.
Ze kreeg werk bij de opgravingen in Giza. In haar astrale reizen bezocht ze Abydos - zoals het er in 'haar' tijd had uitgezien: tijdens de 19de Egyptische Dynastie, ten tijde van Pharao Sety I, ca 1320-1200 B.C.
Jaren later ging ze zichzelf Omm Sety - moeder van Sety - noemen.
Haar eerste werkelijke bezoek aan Abydos was in 1953, en vanaf dat moment wist ze nergens anders te kunnen leven.
In haar dromen werd haar geopenbaard dat ze Betreshyt was, een jong meisje dat als prieteres van Isis was opgeleid in de tempel van Abydos. Daar was ze opgemerkt door Pharao Sety I , en ze kregen een verboden relatie.
Ze stierf op jonge leeftijd, en had daardoor de zoon van Sety, Ramses II, alleen als lawaaiige puber gekend.
De liefdesband met soul-mate Sety I bleef bestaan over een kloof van 3000 jaar, en in Dorothy's huidige leven zocht Sety haar vaak 's nachts op.
Omm Sety verbaasde plaatselijk archeologen met haar uitgebreide kennis van de stad en het tempelcomplex, en plekken die nog niet ontdekt waren werden aan de hand van haar aanwijzingen gevonden.

Lang niet alles is nog ontdekt. Omm Sety's dagboeken onthullen nog veel meer details die allemaal nog aan de hand van opgravingen geverifiëerd moeten worden. Dat kan nog wel een tijd duren.
Maar niet alle gegevens komen uit de herinneringen van Omm Sety zelf.
Een astraal gesprek tussen de prieteres Bentreshyt en Pharao Sety I onthulde dat het Osirion, een gebouw in het tempelcomplex van Abydos, dateert uit een eerder tijdperk dan Egyptologen aannamen, en niet door Sety I gebouwd werd.
Ook deelde Sety mee dat de grote Sfinx van Giza veel ouder is dan de klassieke datering van 2500 B.C. Zijn gelijkenis is niet die van koning Khafra, maar van de Egyptische God Horus.
Die opmerkingen zijn geen verrassing, want in de laatste decennia zijn al veel onderzoekers (John Anthony West, Robert Bauval, Graham Hancock) overtuigd geraakt van de hoge ouderdom van de Sfinx en de piramiden en van het flinterdunne 'bewijs' dat Pharao Khafra er iets mee te maken heeft.
Hoe dan ook, Omm Sety's leven heeft op twee niveaus een enorme impact gehad op de Egyptologie: door haar grote kennis van de geschiedenis die ze in dit leven had verworven, en haar diepe kennis over de eeuwen heen die voor velen een verrijking en een handleiding was geweest.
Boeken van en over haar worden nog steeds herdrukt, en in films en documentaires is er aandacht aan haar vreemde leven besteed.

donderdag 8 april 2010

WEERZIEN

Uit: Hot Chocolate for the Mystical Soul

Chiara, een meisje van 4 jaar, had een intense belangstelling voor Egypte. Ongewoon voor zo'n jong kind.
Toen haar vader de gelegenheid kreeg om een seminar in Caïro te volgen en hem bovendien vanuit zijn werk een cruise op de Nijl werd aangeboden, was dat natuurlijk een kans die hij met beide handen aangreep, voor hem en zijn gezin.
Met een in Caïro werkende collega die een dochtertje had van dezelfde leeftijd spraken ze af elkaar bij de piramiden te treffen en wat tijd met elkaar door te brengen.
Chiara was opgewonden bij het vooruitzicht naar Egypte te gaan, maar vooral verheugde ze zich op de ontmoeting met Sabrina, het 5- jarige dochtertje van haar vaders collega. Haar ouders waren verbaasd, want Chiara en Sabrina hadden elkaar nooit eerder gezien of gesproken.
Of toch?
Op de parkeerplaats bij de Piramiden vlogen de meisjes elkaar in de armen, in een langdurige omhelzing zoals alleen familileden die elkaar in jaren niet gezien hebben dat doen.
Terwijl de verbijsterde ouders toekeken hoorden ze de kinderen zeggen: "Oh, Sabrina, Chiara, ik ben zó blij je weer te zien!"
"Weer?", vroeg de moeder van Sabrina.
De meisjes knikten alleen, en wilden er niets over zeggen.

vrijdag 12 maart 2010

ZACHTE STENEN

Hoe de piramides van Egypte gemaakt zijn weten we niet. Tientallen theorieën zijn er intussen op losgelaten hoe die gigantische blokken steen met primitieve middelen en een grote hoeveelheid mankracht op de juiste plaats zijn terechtgekomen.
Dat we maar weinig weten over de technologieën van oude beschavingen wordt keer op keer door vondsten bevestigd, ook al geven de leerboeken kant en klare theorieën alsof er geen enkele twijfel mogelijk is.
Ik denk dat wij in onze verklaringsdrift altijd uitgaan van wat wij aan oude en nieuwe technieken kennen.
Maar allicht zijn er in de oudheid technieken geweest die wij vergeten zijn en waar we dus niet opkomen.

Van alternatieve zijde is veel gespeculeerd over geluid als bron van levitatie. Niet alleen van de stenen in Egypte, maar ook van andere 'bovenmenselijke' bouwwerken. Best mogelijk. Verhalen uit het oude Tibet bevestigen zo'n techniek, en in modernere tijden hebben bijvoorbeeld John Worrell Keely (1827-1898) en John Hutchison (1945 - ) met succes geexperimenteerd met geluid en magnetische velden om de zwaartekracht op te heffen. Wat John Hutchson betreft: zie YouTube.
Het kan dus. Of de Egyptenaren dat wisten zullen we nooit weten.

Meer recent is er gespeculeerd over het gieten van stenen. De piramides zouden gedeeltelijk gebouwd zijn met stenen die als een soort cement gegoten werden, op de plaats zelf. Dat voorkwam een hoop gesjouw, en het zou ook verklaren waarom de stenen vaak zo ongelofelijk goed op elkaar aansluiten. Dat fenomeen zien we ook in Zuid America, bij de bouwwerken van de Inca's.
Even googelen onthult dat er onderzoek is gedaan met een electronen microscoop, waardoor de cement theorie bevestigd lijkt. Niet dat de klassieke Egyptologie z'n dogma's daardoor zal laten wankelen.

Maar nu we het toch over stenen hebben: er is een boek 'Lost Trails, Lost Cities' van de zoon van kolonel P.H.Fawcett (1867 - ±1925, op de foto), de man die op zoek was naar verdwenen legendarische steden in het regenwoud van Zuid Amerika, en daarbij zelf en zijn hele expeditie spoorloos verdween. Zijn zoon Brian schreef het boek aan de hand van de brieven en notities van zijn vader.
En daar vinden we dit (ingekorte)verhaal, opgetekend uit de mond van een van de indianen uit het gezelschap:

"Een paar jaar geleden werkte ik in een mijnbouw kamp in de Andes van Centraal Peru.
Zo nu en dan maakten we oude pre-Inca graven open om te zien of er waardevolle dingen te vinden waren. Op een oude begraafplaats aten we wat en dronken pisco (een sterke borrel). Een van de mannen werd stom dronken.
Hij vond in een graf een flesje met een vloeistof. Denkend dat het pisco was, wilde hij het een andere indiaan door de keel gieten. Die stribbelde heftig tegen. Hij wist dat er geen pisco in de fles zat maar iets heel anders, en dat maakte hem wild van angst.
In de strijd viel de fles om en de vloeistof kwam op een grote steen terecht.
Toen de indiaan die het verhaal vertelt de steen later inspecteerde, was de vloeistof verdwenen maar de steen was zo zacht als was geworden, alsof hij door de hitte was gesmolten."

Zou het kunnen zijn dat oude culturen het bestaan kenden van een extract dat steen kan doen 'smelten'?
Helaas is er nergens anders sprake van zo'n vloeistof; het fragment uit het boek van Fawcett schijnt het enige te zijn. Niettemin: een intrigerend verhaal.
Stel dat het waar is.
Wat weten we eigenlijk wèl zeker?