Posts tonen met het label Uri Geller. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uri Geller. Alle posts tonen

zondag 5 september 2010

URI

Om de zoveel tijd duikt hij op: Uri Geller, het fenomeen uit onze jeugd of van voor onze tijd, nu zelf een zestiger met volwassen kinderen.
Publiciteitsbeest als hij is, zoekt hij steeds, lijkt het, weer een excuus om de belangstelling rond zijn persoon en zijn talenten opnieuw te doen opvlammen. Onlangs twee seizoenen op de nederlandse televisie.
Wie hem nog niet kende kreeg ruimschoots gelegenheid.

Uri Geller. De Israeli die als kind door een straal van omhoog werd getroffen, opgroeide in een gebroken gezin, een deel van z'n jeugd op Cyprus woonde met als enige vriend z'n hond, in Israel z'n vrienden verbaasde met z'n 'kunstjes', vocht in het Israelische leger, en in handen
viel van de omstreden medicus Andrija Puharich.

Tien jaar lang was Geller met frisse tegenzin proefkonijn in laboratoria. Hij boog duizenden stukken bestek en liet horloges weer lopen. Daarmee werd hij wereldberoemd en zijn aangeboren liefde voor show bracht hem in contact met wetenschappers en sterren van formaat. Wat niet wegneemt dat hij nog altijd met satanisch fanatisme verguisd wordt door zijn schaduw en kwelgeest James Randi en diens trouwe vazallen.

Uri Geller. Ik hou van die man, zoals iedereen van hem zou kunnen gaan houden die zoals ik ongeveer alles over en van hem heeft gelezen. Zijn leven is symbolisch voor het lot van de parapsychologie en van mensen met bijzondere gaven: het fascineert, maar nooit genoeg om onderzoek te financieren, of begaafde mensen de onomstreden status te verlenen waar ze op grond van hun verdiensten recht op hebben.


Twee jaar geleden heb ik in Amsterdam een voorstelling van hem meegemaakt. Ik zat vooraan, naast de televisiecamera en geregeld waren Uri's handen vlak onder m'n neus. Zoals toen hij een zakje droge zaadjes openmaakte en er een paar op z'n hand schudde. Nadat hij zich een halve minuut geconcentreerd had, zag ik worteltjes uit de zaadjes komen, en in de palm van zijn hand groeien tot ongeveer een centimeter lengte.
Van sommige Indiase Yogi's wordt verteld dat ze in staat zijn in enkele uren een boom uit een zaadje te laten groeien. In dit geval was het een worteltje, maar dat is wat mij betreft al wonder genoeg. Uri experimenteert principieel niet met levende dingen, en dit was wat hem betrof zo ver als hij wilde gaan.
Ik geloof hem. In zijn leven zit veel samenhang. Hij is een ethisch mens. Toen de FBI hem ooit wilde inzetten om iemand een hartverlamming te bezorgen heeft hij geweigerd, hoewel het hem veel geld had opgeleverd en zulke misdaden niet te bewijzen zijn.

Naar aanleiding van die avond in Amsterdam maar vooral om wat ik van hem had gelezen, schreef ik hem een lange brief. Dat doe ik vaker, mensen per email laten weten waarom ze me geraakt hebben. En Uri raakte me. Zijn boeken en mijn eigen kennis van en liefde voor de joodse cultuur gaven genoeg aanknopingspunten.
Een kwartier nadat de email was verstuurd kreeg ik een mailtje terug: geef me je telefoonnr, dan bel ik je. Natuurlijk viel ik zowat van m'n krukje. Het was geen gebedsverhoring, want aan die mogelijkheid had ik zelfs niet gedacht.
M'n nummer heeft hij gekregen. Tien minuten later belde hij uit Engeland. Dat hij even persoonlijk wilde laten weten hoe mijn brief hem getroffen had, en dat hij me daarvoor wilde bedanken. Dat hij het jammer vond dat we elkaar die avond niet hadden gesproken, en dat hij hoopte dat dat in de toekomst nog eens zou gebeuren. En verder nog wat 'small talk'. Niks bijzonders, en toch heel bijzonder.

Uri Geller de entertainer. Uri Geller de mysticus. Een man met een diep geloof en een groot hart. Kanten die op de Nederlandse televisie niet aan de orde zullen komen, maar waar hij over heeft geschreven in 'Unorthodox Encounters' en heel ontroerend in z'n correspondentie met Rabbi Shmuley Boteach, vastgelegd in 'the Psychic and the Rabbi' , vertaald in: "Wijsheid tussen hoop en vrees" (Servire '99). Een boek om naar uit te kijken, het is niet moeilijk te vinden..
Ik kan alleen maar hopen dat de God van Israel Zijn hand beschermend boven Uri Geller zal uitstrekken.

maandag 29 maart 2010

TELEPORTATIE

Hoewel Uri Geller er tegenwoordig alles aan gelegen schijnt te zijn om ons te laten denken dat hij een gewone illusionist is die een 'opvolger' behoeft, is dat natuurlijk een eigenaardige voorstelling van zake. Misschien is Uri, nu een tanige zestiger, de controverse rond zijn persoon eindelijk zat. Om de financiën hoeft hij geen lepels meer te buigen, wat hem trouwens toch steeds moeilijker afgaat.
Uri heeft mijn volle sympathie, als persoon.

Natuurlijk heb ik nooit een moment getwijfeld aan zijn paranormale talenten, omdat iedereen die zich verdiept in de literatuur weet dat het ook hier weer om een patroon gaat: velen doen wat hij doet, kinderen en volwassenen, en legio zijn de getuigenissen van betrouwbare mensen, wetenschappers en zo, die lepels hebben zien buigen bij afwezigheid van Uri.
Dus laten we wel wezen.

Maar deze kende ik nog niet:
Ergens in de 90er jaren was Uri aan de wandel ergens in Manhattan. In dezelfde seconde barstte hij door een deur, mijlen verderop, onder de ogen van diverse getuigen.
Het geval wordt aangehaald door John Keel in Fate, 1998.
Hoewel Uri ook in zijn autobiografie gevallen van teleportatie beschrijft, moet dit voor alle aanwezigen een bijzonder moment geweest zijn, StarTrek waardig.

Uit de geschiedenis van het Spiritualisme kennen we het verschijnsel teleportatie maar al te goed. Daar is heel wat over geschreven en het is grondig waargenomen door wetenschappers uit de 19de en 20ste eeuw.
Daarbij gaat het in de regel om voorwerpen, maar er zijn ook mediums geweest die bloemen en dieren uit het niets in de séance room lieten verschijnen, niet uit de hoge hoed maar uit god weet welke dimensie.
Mindblowing, zulke dingen.
Zoals het Australische medium Charles Bailey, die zich scheen gespecialiseerd te hebben in het grotere werk.
In 1904 publiceerde een wetenschapper, Dr. C.W.McCartney, een rapport over zijn experimenten met Bailey.
Daarbij was hij niet zachtzinnig te werk gegaan. Het medium werd gestript, en vervolgens ingepakt in een zak waar alleen z'n handen uitkwamen. Alle aanwezigen werden ook grondig onderzocht, voor het geval er eentje een haai had meegesmokkeld.

Bailey werd opgesloten in een kooi. De deuren werden gesloten en verzegeld. Geen meubilair, geen ramen die open konden.
En dan begonnen de apporten: vogels, tibetaanse schrifturen, antieke munten, Babylonische kleitabletten, sieraden, eieren, vissen, slangen en zelfs een haai. Volle boel, daar.
Met de voorwerpen die dit medium wist te ontfutselen aan de wetten van de natuur werd een museum ingericht. Jaren heeft die collectie deel uitgemaakt van Stanford University in Californië.
Jaren later werd Bailey beschuldigd van fraude.

Als ik het niet dacht.
Hij zou vogels en schildpadden en kleitabletten in z'n lichaamsholtes verstoppen.
Iemand die dat wil proberen?
Debunkers staan niet bekend om hun gezond verstand.

Zo gek heeft Uri het nooit gemaakt. Patty Brard zou het niet overleven.

maandag 15 februari 2010

PPO - Permanent Paranormal Object

Paranormale voorwerpen zijn er maar weinig. Hoewel apporten en onverklaarbare vondsten talrijk zijn, is de controverse daaromheen steeds weer hetgene wat 'bewijs' , onomstotelijk, voor maar één uitleg vatbaar bewijs onmogelijk maakt. Wat daarvoor nodig is, is niet alleen de waarneming en de getuigenverklaring, maar een wetenschappelijke onmogelijkheid dat enig voorwerp op een natuurlijke manier ontstaan, meegesmokkeld of gemanipuleerd kan zijn. Zo'n voorwerp dient een PPO te zijn, een Permanent Paranormal Object en het dient in een laboratorium onderzocht te kunnen worden zonder dat het verdwijnt of oplost of toch bedrog blijkt te zijn.
Een werkelijk paranormaal voorwerp tart de wetten van de natuurkunde op aantoonbare wijze.
Zulke voorwerpen zijn er niet veel. Over één zo'n voorwerp, volgens sommigen het enige, wil ik het hebben.

Uri Geller, wie kent hem niet. Rond zijn persoon zal de controverse blijven woeden, maar hij is dan ook geen PPO. Wat hem betreft is hij welgevaren bij alle agressie van sceptici. Negatieve publiciteit is ook publiciteit.
Maar Uri is echt, daar is geen twijfel aan. Wat hij doet met bestek en horloges is alleen het show-element van zijn kunnen. Iedereen die wetenschappelijk met hem in zee is geweest twijfelt niet aan zijn talenten.
Zijn rijkdom dankt hij niet aan het lepels buigen maar aan olie en mineralen wichelen, en met zijn miljoenen doet hij een hoop goeie dingen.
Hij deugt.
Het is 1998. Geller was te gast bij zijn vriend Ricardo Rosset in Brazilië, een werknemer bij bandenfabrikant Tyrell. In aanwezigheid van minstens 10 mechaniciens boog Geller een zwaar stuk gereedschap dat hem daar ter plekke was gegeven, door er met zijn vinger zacht over te wrijven. Het ding boog alsof ie van spagetti was, zeiden de getuigen.
Hoewel het proces 10 minuten duurde, veel langer dan het buigen van een lepel, lijkt het niet zo heel bijzonder voor een man als Geller. Maar toevallig was deze bandenspanner gemaakt van chroom vanadiumstaal, een absoluut onbuigbare metaallegering, bestand tegen metaalmoeheid en slijtage.
In de Formule 1 racepraktijk moet op gereedschap absoluut vertrouwd kunnen worden.
De enige manier om zo'n spanner te buigen is door verhitting tot 800 graden, of door extreme mechanische kracht: druk van een halve ton zou dan misschien de spanner uit model kunnen krijgen.
Natuurlijk is er geopperd dat Geller exact zo'n zelfde spanner al voorgebogen had voor hij de proef deed, maar ook dan zou hij een zware machine nodig hebben gehad voor het buigen. Nog afgezien van het feit dat het hier om een spontane proef ging.
Wanneer de spanner is gebogen met telekinese, dan betekent dat dat Geller de aard van de stof kan beïnvloeden. En hoewel dat niet nieuw is, zit het mogelijk ultieme bewijs voorlopig in een kromme bandenspanner, te wachten tot iemand een verklaring heeft, of met een goocheltruc hetzelfde voor elkaar kan krijgen.
Goochelaars, laat je niet ontmoedigen.

zaterdag 13 februari 2010

DE EEN DE ANDER

Dit vertaalde verhaal uit een minder bekend boek van Uri Geller, 'Onorthodox Encounters' is de beste illustratie van de waanzin van het Palestijnse conflict. De hemel weet waar we in een volgend leven voor zullen strijden.

"Vrede", zei een politicus kort geleden tegen me, "is niet mogelijk. Misschien voor korte tijd, maar voorgoed,nee. Joden en Arabieren zijn te verschillend. Ze komen zowat uit andere universa."
Hij had het mis. Joden en Arabieren zijn deel van dezelfde mensheid en dezelfde wereld, gelijk in ieder aspect behalve in misleidende details. Ik heb het bewijs gezien. En het was een van de meest verbijsterende ervaringen van m'n carriëre.

Het was 1972, een avond in Haifa in een theater waar ik m'n gaven had laten zien en tenslotte een demonstratie in hypnose gaf. Ik vroeg om vrijwilligers.
Een van degenen die zich aanmeldde was een jonge man van een jaar of 20; iemand die makkelijk in een diepe trance raakte. Hij had zich zonder angst voor het experiment opgegeven, en toen ik hem terugbracht tot voorbij z'n geboorte en ik hem vroeg wie hij was, antwoordde hij: "mijn naam is Leopold" ... in het Pools. Pools is een taal die ik niet spreek, maar wel herken. 'Ik heb een tolk nodig' riep ik de zaal in, en een oudere man kwam het toneel oprennen.
De volgende 15 minuten liet ik de proefpersoon praten. Het verhaal dat hij vertelde had geen begin, maar wel een definitief einde. Het subject herinnerde zich paarden, en hoe hij wekelijks 40 mijl moest afleggen over modderige wegen, van het dorp waar hij woonde naar Warschau. Hij was arm, de producten die hij op de markt verkocht brachten niet veel op. Maar veel had hij ook niet nodig, zolang hij z'n gezin kon onderhouden.
Hij beschreef hoe hij elke donderdag terugkeerde, en hoe hij vrijdag de shabbat voorbereidde. Hij vertelde ons over het voedsel en de gebeden, en voor iedereen in dat theater was het een ontroerend getuigenis.
Toen begon hij te praten over z'n dood. Over hoe ziek hij was geweest en hoeveel pijn hij had gehad, en hoe blij hij was geweest toen de pijn ophield.
Dat was het laatste wat hij in het Pools zei. Ik wilde hem zo snel mogelijk uit de trance halen.
Het leek onverantwoord om hem z'n dood en wat daarachter lag te laten herbeleven.

Wat me meer verbaasde dan het gedetailleerde verhaal van deze man over een vorig leven was wat hij vertelde na de sessie.
Hij was geen Israeli. Hij was niet eens een jood. Hij was een Marokkaan, in Israel om Arabische vrienden te bezoeken.
Hij was een Arabier en zijn naam was Mohammed. Een Moslim.
Een Arabische Moslim, die, zonder twijfel, een Poolse jood was geweest.