zaterdag 27 november 2010

AS!

Een van die dingen waar de wetenschap het zwaar mee heeft is het raadselachtige fenomeen van SHC, Spontaneous Human Combustion, ofwel in goed Nederlands: iemand fikt op door onbekende oorzaak, van binnen uit.
Natuurlijk hebben de geleerden bedacht dat zoiemand zichzelf in de hens gezet moet hebben, door al rokend in slaap te vallen, of door met alcohol brand te veroorzaken, gekoppeld aan een flinke vetlaag die vervolgens een 'human candle' maakt van de getroffen persoon.
Case closed.
Maar brandweerlieden weten wel beter. Die weten tamelijk goed hoe een verkoold slachtoffer van een natuurlijke brand eruit hoort te zien. En dat is in elk geval niet een totale in de as legging met een paar stukken been met schoen er nog aan, noch is dat een hoop as aangetroffen in een nauwelijks geschroeide stoel.
Bij SHC denkt men eerder aan een crematorium dan aan een huisbrand.

Er is veel literatuur over SHC, met foto's. Dat kan de indruk wekken dat SHC een moderner fenomeen is, maar dat is zeker niet waar. Waarschijnlijk is het altijd al voorgekomen.
Charles Dickens (1812-1870), beschrijft in zijn boek 'Bleak House' een aldus opgebrand persoon bij de naam van Krook, die overigens wel alcoholist was. Maar Dickens was niet de eerste.
De Fransman Jonas Dupont publiceerde in 1763 een studie over het onderwerp, daartoe aangezet door een geruchtmakend proces rond de echtgenoot van Nicole Millet, een vrouw die door SHC in rook opging. De man werd vrijgesproken, en dat was een erkenning voor de onverklaarbaarheid van het fenomeen.
De studie van Jonas Dupont bracht het onderwerp flink onder de aandacht, en opende de weg voor discussie en fantasie.

Onlangs ontdekte ik een interessant en minder bekend stuk in een van de brieven van natuurkundige David Brewster (1781-1868) aan de novelist Sir Walter Scott (1771-1832): 'Letters on Natural Magic'.
Nadat hij een assortiment aan voorvallen heeft aangehaald van niet-aangestoken branden noemt Brewster in die brief enkele veel vroegere gevallen van vermoedelijke SHC.
De duitse historicus Albertus Krantzius (1448-1517) meldt bijvoorbeeld dat tijdens de schermutselingen van Godfried van Boullion (1060-1100) mensen in de buurt van het franse Nevers brandden met een onzichtbaar vuur, en soms handen en voeten afhakten om verderbranden te voorkomen.
Merkwaardig, op z'n minst.
Een poolse man in de 17de eeuw begon spontaan vlammen te spuwen en ging daar aan dood. Een arme vrouw die leefde van alcohol werd daardoor zo brandbaar dat ze op haar stromatras in rook opging, met achterlating van haar vingertoppen en haar schedel. Schrijft de deense arts Thomas Bartholin (1616-1680).
Het onlosmakelijke verband tussen alcohol en SHC bleef lang bestaan. Het onlogische van spontane verbranding vond daarin een 'logische' verklaring, en tegelijk was het een waarschuwing voor aankomende alcoholisten.
Een klassiek geval van SHC is in details beschreven door Reverend Joseph Bianchini, een hoge piet in de Italiaanse stad Verona. Het betreft de gravin Cornelia Zangari and Bandi van Cesana, die op 4 april 1731 het slachtoffer werd van SHC. Ik vertaal:
Deze dame, 62 jaar oud, maakte zich op om te gaan slapen. Haar gezondheid was zoals altijd. Na enkele uren met haar bediende te hebben gepraat en haar gebeden te hebben gezegd viel zij in slaap, met de deur van haar slaapkamer gesloten.
Toen haar bediende niet werd geroepen op de gebruikelijke tijd, ging die de gravin wekken, maar ontving geen antwoord op haar kloppen.
Toen ze de deur van het vertrek opende zag ze het lichaam van de gravin op de grond liggen in verschrikkelijke conditie. Ruim een meter van het bed lag een hoop as. Haar benen, met de kousen aan waren onaangetast en het hoofd lag gedeeltelijk verbrand tussen haar benen. De rest van het lichaam was tot as geworden. De lucht in de kamer was bezwangerd met zwevend roet. De was van twee kaarsen op de tafel was gesmolten maar de pit was nog over. Het beddegoed was intact en niet geschroeid.
Het gerucht ging dat de lady zich zo nu en dan met kamfer insmeerde als ze zich niet lekker voelde. Het is behoorlijk onwaarschijnlijk dat je daardoor in de as gelegd kan worden, je kunt er hoogstens van aanbranden.
Intussen is het idee dat er voor SHC altijd een brandbare oorzaak moet zijn op grond van het bewijsmateriaal allang verworpen. De brand schijnt van binnen uit te ontstaan, totaal onverwacht, bij mensen die wel en niet roken, wel en niet drinken, wel en niet oud zijn. Iemand weet niet wat hem overkomt en roept daarom ook niet om hulp, zoals dat bij een normale vlamvatting het geval zou zijn. Er is geen teken van paniek; geen omgevallen nachtkastjes, geen pogingen het vuur te doven en geen ravage in de rest van het huis. Allemaal heel onkarakteristiek voor brandslachtoffers. Mensen verassen in hun leunstoel.
Er zijn theorieën geopperd die het zoeken in de richting van een poltergeistverschijnsel, of een overmatige electrische wisselwerking tussen het slachtoffer en de omgeving. Kortom: we weten het niet.
Gelukkig komt het maar zelden voor, en hoeven we ons nauwelijks zorgen te maken.

Geen opmerkingen: